null

InterviewWouter Koolmees

Wouter Koolmees: ‘Ik maak me zorgen om hen voor wie de Nederlandse Belofte stokt’

Beeld Jörgen Caris

De motor achter de noodsteun dit jaar was minister Wouter Koolmees van sociale zaken. De verantwoordelijkheid viel de financiële whizzkid van D66 zwaar, en leidde hem bovendien af van zijn echte ambities.

Veertien etages telt het ministerie van sociale zaken, maar de bovenste negen staan al maanden leeg. Ergens in dat stille gebouw zit minister van sociale zaken Wouter Koolmees (43) aan zijn vergadertafel. Hij is een van de weinige aanwezigen in het pand. De minister heeft er gezelschap van twee secretaresses, maar vooral van een groot videoscherm. En van zijn ‘uil’, een apparaat dat voor hem op tafel staat, met een speaker en microfoon en met een bolvormige camera die alles in de ministeriële werkkamer registreert.

Net als veel andere Nederlanders is ook de minister van sociale zaken en werkgelegenheid veroordeeld tot het videovergaderen. “Vijf sessies gehad, nog vijf te gaan”, zegt hij monter.

Wie tegen Koolmees zegt dat hij de afgelopen maanden de reddende engel was van de Nederlandse economie, krijgt een bulderende lachsalvo als antwoord. Dat betekent dat hij het overdreven vindt. Toch was hij het middelpunt van de noodpakketten die het kabinet in de steigers zette om Nederlandse bedrijven in de coronacrisis overeind te houden. Al vijf keer was zo’n grootscheepse reddingsactie nodig. Hij deed dat samen met de ministers Wopke Hoekstra en Eric Wiebes, maar Koolmees gaf het meeste geld uit. Alle reddingspakketten bij elkaar beslaan al minstens 33,7 miljard euro om loonkosten van bijvoorbeeld horeca-medewerkers te dekken.

Hij is geen politicus die graag op de voorgrond staat of als populaire gast in de talkshows optreedt. Daarvoor heeft Koolmees – financiële whizzkid – te weinig oneliners in zijn repertoire. Hij is de man die graag de puzzel legt en praktische oplossingen regelt. De buitenwereld ziet vaak niet dat de 43-jarige D66’er stilletjes in Den Haag toch stevig aan de touwtjes trekt.

Hij had zich dit jaar anders voorgesteld, vertelt hij. Hij zou nog even flink de arbeidsmarkt verspijkeren en wilde aan de slag met de uitwerking van het pensioenakkoord dat hij na negen jaar gesteggel sloot met werkgevers en vakbonden. In plaats daarvan domineert corona al tien maanden de agenda.

Wat is er zo ongemakkelijk aan de titel ‘redder in nood’?

“De aanleiding is verschrikkelijk. Op dit ministerie zagen we de economische problemen bijna als eerste, al in februari. Bedrijven die zakendoen met China vroegen massaal werktijdverkorting aan voor hun personeel. Ik heb met samengeknepen billen gezeten toen het virus Nederland bereikte. Er moest snel iets geregeld worden. Zouden bedrijven op tijd hun personeel kunnen betalen? Die mensen zaten in onzekerheid, maar kregen heel snel hun geld. Ondernemers vertelden me hoe blij ze waren met overheidssteun. Ik kreeg een kaartje van een supermarkt uit het oosten van het land, van een bloemenbedrijf uit het Westland: ‘Minister Koolmees, dank u wel’. Mijn taak was eigenlijk simpel: in deze rollercoaster draaide het maar om één ding: zo veel mogelijk banen redden. Liever overshooten dan undershooten. Het is de overheid zelf, hè, die hele sectoren stillegt. Dan moet je beginnen met genereus zijn. Daarna komen de dilemma’s vanzelf wel.”

U stond naast coronaminister Bruno Bruins toen die in elkaar zakte in de Tweede Kamer, en ving hem op.

“Ik heb die eerste weken heel bewust de zware verantwoordelijkheid gevoeld. Het is een bizar jaar geweest. Zeker privé heb ik die eerste fase ook heel heftig gevonden, omdat de scholen dicht gingen. Mijn vriendin heeft meer dan tachtig procent van het thuisonderwijs met de kinderen gedaan, terwijl zij het ook gigadruk had. Daar heb ik me wel bezwaard onder gevoeld.”

Wouter Koolmees: ‘Ik vraag me af of de samenleving als geheel zo anders gaat worden’ Beeld Jörgen Caris
Wouter Koolmees: ‘Ik vraag me af of de samenleving als geheel zo anders gaat worden’Beeld Jörgen Caris

Veel politici zeiden: dit gaat de samenleving ingrijpend veranderen. Daar hebben we u niet over gehoord. Dat is niet uw ding?

“Ik vraag me af of de samenleving als geheel zo anders gaat worden. Met corona leek het dit jaar even of iedereen vooral zijn eigen gelijk bevestigd zag. Ik ben in het algemeen van: eerst zien, dan geloven. Niet meteen vanaf het eerste moment ergens een groot verhaal aan koppelen, eerst kijken of een analyse drie maanden later ook nog klopt.

“Ik verwacht wel veranderingen op onderdelen als de arbeidsmarkt. Daar gaat veel verschuiven. Het werken op kantoor gaat veranderen, het reizen gaat veranderen, met minder zakelijk verkeer. Maar mensen willen wel op vakantie blijven gaan naar andere delen van de wereld; ik wel, tenminste. Het verdienmodel van veel sectoren zal veranderen. Die omslag is al helemaal gaande.”

Enthousiast: “Wisten jullie dat al 30.000 mensen een gratis ‘ontwikkeladvies’ hebben aangevraagd bij de overheid, een record? Daarmee kunnen ze een start maken met omscholing. Zij beseffen al dat de crisis blijvend effect heeft op hun baan.”

U weet uit eigen ervaring wat crisis is, u groeide op in de bijstand. Hielp dat bij het bedenken van de noodsteun?

Denkt lang na. “Het was maar een paar jaar.” Zwijgt.

We maken er geen Dickens-verhaal van, maar dat moet toch uw kijk op de coronacrisis hebben beïnvloed?

“Mijn punt van aarzeling is: het kan lijken of ik me er op voor laat staan. Er zijn zoveel mensen die zoiets hebben meegemaakt. We hebben niet structureel aan de zijkant gestaan, zoals sommige anderen. Het zou niet fair zijn als ik mijn eigen verhaal romantiseer. Na de scheiding van mijn ouders belandde mijn moeder in de bijstand. Ik was toen een jaar of elf. We moesten verhuizen, een rottige tijd, waarbij ik van de ene naar de andere school ging. Maar het duurde niet mijn hele jeugd; na een paar jaar vond ze een baan in de zorg.

“In mijn hoofd neem ik als politicus wel altijd mee hoe een maatregel uitwerkt op mensen, in het echte leven. Het gaat mezelf goed, maar ik heb van dichtbij zeker meegemaakt wat het betekent als mensen in de schulden terechtkomen, of in economische crisis direct in de problemen komen door hun kwetsbare positie.”

In de politiek bent u een buitenbeentje: als een van de weinige politici bent u nog op de mavo begonnen.

“Als je omgeving stimulerend genoeg is, kun je in Nederland heel ver komen. Daar ben ik het voorbeeld van. Als je in het onderwijs kansen krijgt aangeboden, als mensen in je omgeving je de goede kant opduwen – ik was zo’n jongen die niet met school bezig was, maar met andere dingen, uit een familie waar we allemaal praktische banen hadden. Mijn vader was monteur bij het Rotterdamse openbaar-vervoerbedrijf RET. Vrienden zeiden: probeer toch of je havo kunt. En daarna: vwo lukt vast ook. Zelf wilde ik politieagent worden, ik heb nog stage gelopen. Dat was ook het spoor waar de decaan op zat. Maar het advies van mijn vrienden is veel belangrijker geweest. Zij hebben me gestimuleerd naar de universiteit te gaan: sociale economie op de Universiteit Utrecht, waar ik nog ben afgestudeerd op het onderwerp ‘cao’s’. In de tijd van Paars II. Van PvdA-premier Wim Kok was ik een fan, al was ik zelf toen al lid van D66.

“Op de universiteit waren ineens alle kansen. Dat heeft wél mijn leven bepaald, en mijn kijk op politiek. Hoe? Dan citeer ik eerst de premier: Nederland is een gaaf land. Maar, voeg ik toe: we moeten wel oppassen dat mensen de kansen ook echt krijgen en kunnen pakken. Dat ze niet worden teruggeduwd door wetten en instituties. ‘Kansen voor iedereen’, dat vind ik belangrijk. Dat zit in alle verkiezingsprogramma’s waar ik de afgelopen vijftien jaar aan heb meegewerkt. Ik ben een sociaal-liberaal. Liberaal als in: je eigen keuzes kunnen maken en zelf je kansen pakken. Maar als dat niet lukt, en mensen dreigen tussen wal en schip te vallen, dan moet de overheid ze kunnen opvangen.

Wouter Koolmees (Capelle aan den IJssel, 1977) studeerde sociale economie in Utrecht. Hij werkte daarna bij het ministerie van financiën, onder meer als hoofd begrotingsbeleid. Tussen 2010 en 2017 was hij lid van de Tweede Kamer voor D66.

In 2017 werd hij minister van sociale zaken en werkgelegenheid.

Koolmees woont samen en heeft een zoon (6) en een dochter (8).

“Je hebt mensen in Nederland die hebben alles mee. De goede school, ouders met het juiste netwerk, een mooie baan en af toe een cursus bij De Baak. Je kent het wel. Hun kinderen krijgen een nóg mooiere start. Maar er is ook die andere groep, die geen koophuis heeft, geen erfenis, geen vaste baan. Voor wie de Nederlandse Belofte stokt. Dat is mijn grote punt. Daar maak ik me zorgen over.

“De outsiders versus de insiders, dat is mijn rode draad. Daarom ben ik al twintig jaar bezig met de arbeidsmarkt, met pensioen en AOW. Omdat ik zie hoe groot de verschillen zijn tussen mensen met een goed contract, een goed pensioen en mensen die er niet tussenkomen, die van flex naar flex gaan. Het gaat mij niet om één plannetje dat ik als minister ergens inschrijf. Maar om het achterliggende idee.”

Waarom is het u als minister van sociale zaken nog niet gelukt dat weerbarstige probleem van outsiders versus insiders op te lossen?

“Omdat het zo weerbarstig ís. De discussie over de pensioenen heeft twintig jaar geduurd. Ik heb een stapje kunnen zetten met het pensioenakkoord dat er eindelijk is. Daar ben ik trots op. Maar we zijn er nog niet.”

Hebben liberale politici zelf ook verkeerde keuzes gemaakt? Dit jaar was het definitieve afscheid van het geloof in de vrije markt.

“Er zijn zeker dingen waarvan ik zeg: daar is de afgelopen twintig jaar te veel vertrouwd op de markt. Maar het is niet dat de markt altijd fout is. Kijk naar de zorg: iedereen is verzekerd en heeft toegang. Bij de telefonie, de PTT, moest je vroeger lang wachten op service. Die sector is veranderd door technologie. Dat zijn twee voorbeelden. Ik kan er honderd geven. Je moet waken voor al te makkelijke etiketten van ‘goed’ en ‘fout’ in deze discussie. In het verkiezingsprogramma van D66 heb ik mogen schrijven: een sterke markt is gebaat bij een sterke overheid. En bij een publieke sector die iedereen kansen geeft om mee te doen.”

Dat is typisch Wouter Koolmees: heel veel nuances?

“Ja, sorry.” Schatert het uit: “Dat vind ik ook vaak!”

U bent ook minister van integratie. Met premier Rutte ontving u dit jaar Black Lives Matter in het Catshuis. Maar over die portefeuille spreekt u zich opvallend weinig uit.

“Ik vind het integratiedebat in Nederland te gepolariseerd. De neiging is om aan een talkshowtafel de ene extreme mening tegenover de andere extreme mening te zetten. Dat noemen we dan debat. Het kon weleens een onsje minder, zeg maar. Ik beken: over integratie heb ik me bewust wat buiten het debat gehouden.

“De ontmoeting met Black Lives Matter in het Catshuis heeft indruk gemaakt. Hoe gaan we in Nederland het gesprek voeren over racisme? Zij vertelden over concrete achterstelling, hoe scheef het vaak verdeeld is tussen aandacht die zwarte mensen krijgen voor hun problemen, versus witte mensen. Wat dit jaar ook veel indruk op me maakte was wat Turkse en Marokkaanse jongeren uit de Haagse Schilderswijk me vertelden. ‘Ik krijg toch geen stageplaats’. ‘Ze zien me als autodief’. Als ik dat op me laat inwerken… Dan ben ik opeens toch die blanke man van 43 jaar met een bril en een universitaire opleiding. Ik heb nooit te maken gehad met discriminatie en uitsluiting. Koolmees is een makkelijke naam. Ik heb elke stage kunnen krijgen.

“Alleen: verwacht geen actieplannen. Daar ben ik niet van. Ik kijk liever naar de praktische hindernissen. Wat heb ik aan een actieplan, als het dieper zit?”

null Beeld Jörgen Caris
Beeld Jörgen Caris
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden