Investeren

Wopke, Wiebes en Wouter laten het geld rollen, maar hoe ver kun je daarmee gaan?

null Beeld Idris van Heffen
Beeld Idris van Heffen

Dinsdag is in de begroting te lezen dat het kabinet veel geld uitgeeft. Prima, vinden economen, maar over het nieuwe investeringsfonds zijn zij kritisch. ‘Ga regeren.’

Bezuinigen is passé, investeren is de trend. In een paar jaar tijd is de sfeer volledig omgeslagen. Tussen 2012 en 2017 was het kabinet Rutte II nog volop aan het bezuinigen, maar sindsdien is Mark Rutte premier van een centrumrechts kabinet dat aan de lopende band miljarden euro’s extra uitgeeft. In die trend staat Nederland niet alleen. In de hele westerse wereld wordt het als een noodzaak gezien om het bedrijfsleven in coronatijd op de been te houden en de economische activiteit te stimuleren.

Dinsdag presenteert het kabinet een begroting die boordevol staat met extra uitgaven. Op diverse manieren steunt het kabinet bedrijven die door de coronacrisis in nood zijn. Het meeste geld dat daarmee gemoeid is, is overigens dit jaar al besteed. Maar de ministers Wopke Hoekstra (financiën), Eric Wiebes (economische zaken) en Wouter Koolmees (sociale zaken) – ‘de drie W’s’ heten zij in de Haagse wandelgangen – gaan er ook volgend jaar mee door.

Tussen maart en eind juli moest het kabinet al 66 miljard euro extra lenen (zie kader) om de coronacrisis te bestrijden. En dit bedrag loopt nog verder op. De staatsschuld stijgt volgens het Centraal Planbureau dit jaar rap naar 59,9 procent van het bruto binnenlandsproduct (bbp). Een jaar geleden was dit nog 48,7 procent. Ook volgend jaar gaat het kabinet extra uitgeven om de crisis te bestrijden en de kans is heel groot dat de schuld verder stijgt. Daar komt nog bij dat het kabinet een investeringsfonds wil opzetten om vooral de duurzame economie een slinger te geven. Dat gaat volgend jaar 4 miljard euro en de jaren daarna 16 miljard kosten.

Waarom is bezuinigen uit de tijd?

Hoogleraar economie en voormalig directeur van het Centraal Planbureau Coen Teulings noemt het ‘voortschrijdend inzicht’ dat bezuinigen in crisistijd schadelijk is. Hij juicht het hogere financieringstekort toe. Hij was overigens ook tijdens de kredietcrisis van 2010 tot 2014 al kritisch over snoeien in de overheidsuitgaven. “Het is goed dat minister Hoekstra nu zegt dat Nederland de extra uitgaven wel kan dragen.”

Meer geld uitgeven kan volgens Teulings, omdat het besef doordringt dat de rente al langdurig laag is en laag zal blijven. Lenen is daarom goedkoop voor de Nederlandse staat en het levert momenteel, bij een negatieve rente, zelfs geld op. “Het is geen incident. De financiële markten verwachten dat de rente nog zeker twintig jaar laag blijft”, zegt Teulings. “Een hogere staatsschuld is dus geen enkel probleem.”

Ook Sylvester Eijffinger, hoogleraar financiële economie, vindt extra uitgaven nuttig. De laatste drie kabinetten, vanaf 2010, hebben 80 tot 90 miljard euro bezuinigd. “Daar is veel over geklaagd, maar het gevolg is wel dat het huishoudboekje van de Nederlandse staat op orde is. Dus het kan.

“We zitten in een uitzonderlijke situatie. De grootste bedragen die de overheid dit jaar en volgend jaar uitgeeft, gaan naar bedrijven die door de coronacrisis in de knel zitten. Deze crisis gaat voorbij. Het is belangrijk om bedrijven en werkgelegenheid in stand te houden. Anders krijg je een enorme vernietiging van opgebouwde kennis en kapitaal. En als je dit niet doet, duurt het lang voordat de economie weer uit het dal klimt. Tegelijkertijd moet je voorkomen dat bedrijven die op den duur niet levensvatbaar zijn in de lucht worden gehouden. Dat doet het kabinet door slechts een deel van de loonkosten over te nemen. Zo scheid je het kaf van het koren.”

Lex Hoogduin, hoogleraar monetaire economie, waarschuwt: “De tekorten hebben een historische omvang. De uitgaven die we nu doen zijn goed te rechtvaardigen. Maar ik ben bang dat we doorschieten: dat we een zekere matiging, voorzichtig omgaan met uitgaven, uit het oog verliezen.”

Het kabinet was vorig jaar al ‘van het rechte pad af’, zegt Hoogduin. Toen was lastenverlichting voor de burger een belangrijk punt op Prinsjesdag. Hoogduin vreest dat nu, met de verkiezingen in aantocht, de remmen los gaan. “Het lijkt wel of ieder budgettair kader wordt vergeten. Iedereen doet alsof er geen afspraken meer nodig zijn over inkomsten, uitgaven en het aanleggen van buffers. Natuurlijk, er zijn verkiezingen aanstaande. Ik ben heel benieuwd wat er daarna gebeurt. Gaat een nieuw kabinet door op dezelfde voet of keren wij terug in de harde werkelijkheid en letten we op de centen?”

Hoe lang kan dit uitgeven doorgaan?

De economen verschillen van mening tot welke hoogte de staatsschuld mag oplopen. De rekkelijken zien geen belemmeringen om de staatsschuld verder te laten oplopen, maar de preciezen vinden dat de schuld zo snel mogelijk weer moet worden teruggebracht.

Teulings meent dat de situatie van Nederland heel solide is. “Nog beter dan die van Duitsland waar de staatsschuld hoger is, met een kleiner pensioenvermogen, en waar de vergrijzing van de beroepsbevolking sneller gaat dan in Nederland.” Alle waarschuwingen voor een stijging van de rente zijn de afgelopen jaren niet uitgekomen, zegt hij. “Verdere stijging van de staatsschuld naar 80 procent van het bbp zou prima zijn. 50 procent, zoals het vorig jaar was, is echt te laag. Je moet de uitgaven niet op de spits drijven, maar zolang het percentage van economische groei hoger is dan de rente, kunnen wij een hogere staatsschuld prima aan.”

Hoogduin is veel voorzichtiger. “De coronacrisis is diep. Het is verstandig dat het kabinet de schok die de economische recessie veroorzaakt opvangt. Gelukkig kan dat, want we hebben de afgelopen jaren de begroting op orde gebracht. Als het nodig is nog wat extra te lenen om de coronacrisis op te vangen, moeten we dat doen. Als Hoekstra maar in zijn achterhoofd houdt dat de staatsschuld daarna weer teruggebracht moet worden, wat mij betreft binnen een termijn van maximaal twintig jaar. Als de crisis straks onder controle is, moet de staatsschuld weer uitkomen onder de 60 procent van het bbp. Het huisje moet weer bij het schuurtje, zodat je weer de ruimte hebt om een nieuwe schok op te vangen.”

Sommige andere Europese landen hadden vorig jaar al een staatsschuld van rond 100 procent van het bbp (België, Frankrijk en Spanje) of hoger (Italië). Die moeten nu nog extra lenen om de coronacrisis te bestrijden. “Die landen hebben een probleem”, zegt Hoogduin. “Zij hebben in het verleden onvoldoende financiële buffers gecreëerd. Het wordt lastig om je schulden straks af te lossen en je voor te bereiden op een nieuwe crisis.

“Ik vind het niet verstandig om heel veel schuld te hebben. Sommige economen zeggen dat de rente nog heel lang laag blijft. Ik weet het niet. Dan ben je afhankelijk van die lage rente. Dat is een risico. De rente is inderdaad al heel lang laag, maar je weet niet wat er gebeurt. Je kan ook niet zeggen: er is al heel lang geen brand geweest en daarom verzeker ik mijn huis niet meer.”

Eijffinger is in dit economendebat een man van het midden. “We kunnen nog meer lenen als het nodig is. Maar het kan niet eeuwig doorgaan. Ik denk dat de grens ergens tussen 80 en 90 procent van het bbp ligt.” Hij is er niet van overtuigd dat de rente langdurig laag blijft en vindt zo snel mogelijk aflossen daarom belangrijk. “Een schuld van 100 procent van het bbp vind ik te riskant, want we moeten deze leningen terugbetalen met belastinginkomsten die, als de crisis voorbij is, hopelijk weer flink binnenstromen.”

Helpt het investeringsfonds Nederland verder?

Bovenop al het geld dat het kabinet uitgeeft aan de coronacrisis, willen Hoekstra en Wiebes voor de lange termijn investeren in de economie. Er moet meer geld naar kennis, infrastructuur en innovatie. Via een aparte begroting wordt daarvoor 20 miljard euro gereserveerd.

“Geweldig”, zegt Eijffinger. Hij heeft ook wel wat suggesties waar het geld naartoe moet. Lightrail tussen steden in Brabant of andere regio’s, digitalisering, kunstmatige intelligentie en robotisering, somt hij op. Hij bepleit verder het geld te gebruiken voor omscholing naar sectoren waar straks veel werk is. “Breng daar het geld naartoe. Vliegen over kortere afstanden in Europa heeft geen toekomst, de snelle trein heeft dat wel. Voor de festivalsector zie ik het somber in, maar iedereen die via digitale kanalen diensten en spullen aan de man brengt, gaat een goede tijd tegemoet.”

Wat het kabinet betreft ‘versterken de investeringen het groeivermogen van de Nederlandse economie’. Een onafhankelijke commissie moet de projecten kiezen die aan de criteria voldoen. Dat is op zich een goed plan, meent Eijffinger. “Bij een eerder fonds dat werd gevuld met de opbrengst van de verkoop van aardgas, het FES, ging het mis. Dat viel onder het ministerie van economische zaken en werd een speelbal van allerlei lobbygroepen. Omschrijf het mandaat dat de commissie krijgt, houd verder de politiek op afstand en laat de economische logica ­beslissen.

“Maar de commissie moet onafhankelijk en deskundig zijn. Ik ben geschrokken van de namen van de mensen die het kabinet belast met deze taak. Die zouden bij mij niet door de zeef zijn gekomen. Velen hebben belangen. Nee, ik noem geen namen.”

Teulings ziet voor- en nadelen van het nieuwe investeringsfonds. “Het is goed om gebruik te maken van de lage rente en te investeren. Maar politieke partijen gaan natuurlijk twisten over de besteding van het geld, net zoals eerder met het aardgasgeld is gebeurd. Het zou beter zijn om uit te gaan van een hoger gemiddeld financieringstekort en te investeren via de gewone begroting. Zo heeft de commissie-Borstlap voorstellen gedaan om de arbeidsmarkt te verbeteren. Gebruik het geld daarvoor, bijvoorbeeld door belastingverlaging voor werknemers in de lagere loonschalen. Daardoor gaat de arbeidsmarkt beter functioneren. Besteed geld aan openbaar vervoer en onderwijs. Ik zou zeggen: Ga regeren!”

Ook Hoogduin heeft geen goed woord over voor het initiatief van Hoekstra en Wiebes. De politiek moet een investering in kennis of infrastructuur afwegen tegen bijvoorbeeld verhoging van de lonen van zorgpersoneel of belastingverlaging, meent hij. Dat gebeurt niet, zegt Hoogduin, want het geld voor het Nationaal Groeifonds zit in een apart potje, met een eigen begroting, waarvoor extra geld wordt geleend. “Investeringen in kennis, infrastructuur en innovatie kan een goed idee zijn, maar het moet worden gefinancierd uit de normale begrotingsruimte. Ik ben geen voorstander van allerlei aparte potjes.”

Kritiek heeft Hoogduin ook op de keuze van het kabinet om een onafhankelijke commissie te laten bepalen welke projecten geld verdienen. Het kabinet wil voorkomen dat partijen met het Nationaal Groeifonds hun politieke wensen willen realiseren. Hoogduin vindt een keuze voor investeren ‘bij uitstek een politiek onderwerp’. “Het is heel raar om dit over te laten aan een onafhankelijke commissie. Niet alles kan. De politiek moet kiezen.”

Extra uitgaven dit jaar

Het kabinet gaf tot eind juli 66 miljard euro extra uit aan maatregelen om de coronacrisis te bestrijden. Een groot deel hiervan, 25 miljard, is nodig om misgelopen belastinginkomsten van bedrijven en burgers op te vangen. Bedrijven die in de problemen zitten, maken geen winst en hoeven niet te betalen of ze krijgen uitstel.

Een andere kostenpost is de subsidie voor loonkosten van bedrijven die het in de crisis niet kunnen bolwerken en inkomenssteun aan zelfstandigen zonder personeel of flexwerkers. Sociale Zaken gaf al 23 miljard extra uit. Onder kleinere kostenposten, van een paar honderd miljoen, valt bijvoorbeeld extra subsidie voor culturele instellingen.

Lees ook:

Er dreigt een politieke strijd te ontstaan over het ‘Wopke-Wiebesfonds’

Een ‘Nationaal groeifonds’ moet de economie er bovenop helpen. Maar over de besteding van het geld dreigt nu al een politiek gevecht.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden