Déjà Vu Kiesgerechtigde leeftijd

Wiegel vond jongeren van onder de achttien ‘onvoldoende zelfstandig en geestelijk rijp’ om te stemmen

Verkiezingsborden voor de Tweede Kamerverkiezingen op 26 mei 1981. Beeld ANP

Behalve het betalen van een bepaald bedrag aan belastingen konden ook het bezit van spaargeld, het behalen van een bepaald examen en het bezit van een eigen huis Nederlandse mannen voortaan kwalificeren voor deel­name aan verkiezingen. Met deze nieuwe criteria van minister Samuel van Houten werd het electoraat in 1896 zo’n tien procent groter. Van het verlagen van de kiesgerechtigde leeftijd (de Raad voor het Openbaar Bestuur pleitte maandag voor proeven met stemmen vanaf zestien jaar) wilde de bewindsman niets weten. Integendeel, hij verhoogde die leeftijd van 23 naar 25 jaar.

Van Houten vond dat een zaak die geen opwinding verdiende: bij de laatste stembusgang ging het slechts om 1145 kiezers jonger dan 25. Het Vrijzinnig-Democratische Tweede Kamerlid Jan van Gilse beweerde dat de minister veel te licht dacht over het ‘willekeurig ontkiezeren’ van een groep burgers, die met te verwachten verdere uit­breidingen alleen maar groter zou worden.

Duizenden meerderjarige Nederlanders werden op die manier tot ‘staatkundig onmondigen en oeconomisch onzelfstandigen gestempeld’. Van Gilse kreeg te weinig steun van collega-Kamer­leden.

Wie het vaderland mocht dienen, mocht ook kiezen

De maatregel werd pas teruggedraaid in 1946. Regeringspartijen KVP en PvdA vonden dat jongeren die in de net afgelopen oorlog de plicht het vaderland hadden te ­dienen, ook het recht hadden om daarover te beslissen. De gereformeerden van de ARP twijfelden sterk: het onderwijs tijdens en vlak na de bezetting was matig geweest.

In 1965, juist in de tijd dat jongeren zich meer en meer gingen roeren, ging de kiesgerechtigde leeftijd van 23 naar 21 jaar. De Tweede Kamer toonde zich unaniem enthousiast. Het betekende zo’n tweehonderdduizend extra stemgerechtigden. Verkiezingen lieten tot 1967 op zich wachten.

In 1972 werd de kiesgerechtigde leeftijd nog verder verlaagd naar achttien. Misschien kon dat de opkomst van jongeren, die niet al te best was na het eerder afschaffen van de opkomstplicht, weer verhogen. Bij de Tweede Kamerverkiezingen in hetzelfde jaar plukte onder meer de VVD met de 31-jarige Hans Wiegel als lijsttrekker de vruchten van de uitbreiding van het electoraat. Veel andere stemmen van jongeren gingen naar linkse partijen. Voorjaar 1973 kon mede daardoor het kabinet-Den Uyl, het meest progressieve uit de Nederlandse geschiedenis (met PvdA, D66 en PPR) aantreden.

Oudvaderlands recht

Het Kamerlid Wiegel kon zich op termijn een verlaging naar zestien jaar voorstellen. “Als dat zou gebeuren, zitten wij overigens altijd nog een jaar boven de meerderjarigheidsleeftijd van vijftien jaar, die een tijdlang in ons Oudvaderlandse recht heeft gegolden.”

Een paar jaar later kaartte Fred van der Spek (PSP) zo’n verlaging nog eens aan. De leerplicht eindigde nog bij zestien jaar. Dan was men kennelijk volleerd in de ogen van de wetgever en mocht men ook op een bromfiets rijden en ­alcohol kopen. Belangrijke argumenten, meende Van der Spek. Hij vond Wiegel, inmiddels minister van binnenlandse zaken in het kabinet-Van Agt tegenover zich. Als bewindsman vond hij nu dat jongeren onder de achttien nog niet de gewenste ‘zelfstandigheid en geestelijke rijpheid’ bezaten.

Waar de Raad voor het Openbaar Bestuur in zijn advies van maandag nog voorzichtig vroeg om experimenten met stemmen vanaf zestien jaar in gemeenten en provincie, pleitte Alexander Pechtold in 2006 als minister voor bestuurlijke vernieuwing voor stemmen vanaf zestien jaar: “We kunnen elke week stemmen. Wie de nieuwe ‘Idol’ wordt, wie het bigbrotherhuis moet verlaten, of wat de beste musical van dit jaar was.” Waarom dan niet jongeren laten deelnemen aan verkiezingen? “Veel wetsvoorstellen gaan hun direct aan.”

Het bleef bij een proefballon, want coalitiegenoten CDA en VVD voelden er niet voor. Laat staan dat het tot de benodigde grondwetswijzingen kwam met twee derde meerderheid in twee verschillende ­zittingstermijnen van de Kamer.

Paul van der Steen bekijkt wekelijks het nieuws door een historische bril.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden