null

ProfielMark Rutte & Sigrid Kaag

Wie eist de hoofdrol op in het nieuwe kabinet: Mark Rutte of Sigrid Kaag?

Beeld Daniel Roozendaal

VVD-premier Rutte moet zichzelf opnieuw zien uit te vinden in zijn vierde termijn. Naast en tegenover hem staat D66-minister Kaag die de vernieuwing heeft beloofd. Wie geeft straks kleur aan het nieuwe kabinet?

Wilma Kieskamp en Niels Markus

Gaan we maandag een nieuwe Mark Rutte zien afdalen van de trappen van paleis Noordeinde? Een premier die met zijn vierde kabinet een einde maakt aan ingesleten werkwijzen in Den Haag? Met een open bestuurscultuur, met werkelijk ruimte voor de oppositie? Wint deze Mark Rutte het vertrouwen in de overheid terug?

Die laatste drie vragen zal Mark Rutte zelf maar wat graag met ‘ja’ willen beantwoorden. Wat die eerste vraag betreft, temperde hij de verwachtingen al: verwacht niet ineens een heel andere minister-president. “Als een soort slang je huid afwerpen, daar geloof ik helemaal niet in”, zei hij laatst in De Telegraaf.

Toch staat er maandag een andere Rutte dan de vorige drie keer. De man die eind van dit jaar de langstzittende premier kan worden, klinkt bescheidener, deemoediger. En oogt vermoeider en grijzer, na bijna twee jaar coronacrisis en de langste kabinetsformatie uit de geschiedenis.

Bij de presentatie van het coalitieakkoord onthield hij zich ditmaal van de grapjes, de trots en soms hooghartigheid van de vorige keren. Geen opmerkingen over een deel van Nederland dat ‘de vingers kan aflikken’ bij het regeerakkoord. Of het uitventen van punten die zijn VVD had binnengehaald. Geen semi-serieus gefilosofeer over een Rutte V, VI, VII of VIII. Zeg nooit nooit bij Mark Rutte, maar er zijn weinig mensen rond het Binnenhof die hem nog een vijfde maal op het bordes zien staan.

Teflon Mark

Jarenlang werd hij getypeerd als ‘Teflon Mark’, collega-ministers traden af om fouten of schandalen, maar hijzelf bleef onbesmeurd. De Rutte van Rutte IV is gebutst en bekrast. De gemaakte fouten in de coronacrisis, het toeslagenschandaal, het lage vertrouwen in de overheid en die lange kabinetsformatie; het zijn zulke fundamentele kwesties, die plaatsvonden of verergerden tijdens tien jaar Rutte, dat ze afstralen op ‘de chef van het spul’.

Hij beseft het terdege. Toen hij toch werd gevraagd om winstpunten voor zijn VVD te noemen, weigerde hij dat. “Dan ben je weer zo’n partijchef die borstkloppend zegt: kijk mij eens even. Terwijl je in Nederland zit met corona, maar ook met het vertrouwen in politiek en bestuur dat niet echt hoog is. Volgens mij moeten we enigszins bescheiden zijn.”

In zekere zin onderging hij zijn gedaanteverwisseling al tijdens de verkiezingscampagne van vorig jaar. De VVD wilde zo min mogelijk de verschillen met andere partijen benadrukken, zodat lijsttrekker Rutte zich kon presenteren als de premier die in crisistijd boven de partijen staat. Het werd een campagne zonder serieus debat.

Die strategie was succesvol, de VVD won een zetel en is weer veruit de grootste partij. Maar ze had ook tot gevolg dat het debat en de frustratie over de ingesleten gewoonten van tien jaar Rutte, ná de verkiezingen wel tot uitbarsting kwamen. Een via een foto uitgelekte notitie over een ‘functie elders’ voor het kritische CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt, leidde tot een motie van afkeuring voor Rutte, die op de VVD na door de hele Kamer gesteund werd. Niemand gaf nog een cent voor het politieke leven van Mark Rutte.

Blinde steun van de VVD

En toch staat hij maandag weer naast de koning op het bordes. Hij liet de tijd zijn werk doen, terwijl hij op blinde steun van zijn eigen partij kon rekenen. In de wetenschap, bovendien, dat er geen coalities mogelijk waren zónder de VVD. Toen de formatie eindelijk op gang kwam, kreeg hij zijn vierde premierschap, en kon de andere grote winnaar van de verkiezingen, Sigrid Kaag van D66, een groot deel van haar programma binnenhalen.

Zo gaan er tientallen miljarden euro’s naar klimaat, stikstof, de woningbouw, onderwijs, dossiers waarover dezelfde vier partijen in Rutte III moeizaam tot compromissen kwamen.

Rutte weerspreekt dat het een D66-akkoord is. Ook hij is trots op die ambities, waaruit volgens hem ook het eerder beloofde ‘elan’ spreekt: “Ik ben blij dat dit akkoord die hele grote vraagstukken aanpakt op een moment dat we dat ook op een financieel verantwoorde manier kunnen doen. Want dan is het ook voor jonge mensen, en dat is voor mij als liberaal essentieel, mogelijk om een betere toekomst te krijgen.”

Hij weet dat miljarden beloven één ding is, maar zorgen dat die juist besteed worden een tweede. Er werd al steeds meer geld uitgetrokken voor de slachtoffers in de toeslagenaffaire, maar velen hebben nog geen tegemoetkoming ontvangen. Ook voor genoegdoening van de Groningers is geld het probleem niet. En hoewel de zakken van de vorige minister van financiën oneindig diep bleken bij de bestrijding van de coronacrisis, zit Nederland toch weer in een lockdown. Het vertrouwen in de corona-aanpak van het kabinet bevindt zich op een dieptepunt.

Rekeningrijden geen liberale splijtzwam meer

Een peiling van onderzoeksbureau Kantar geeft Rutte gelijk als hij zegt dat het akkoord óók een VVD-akkoord is: 78 procent van de VVD-kiezers steunt het voorgenomen beleid. Rekeningrijden, iedereen van het gas af? Het zijn niet meer de liberale splijtzwammen van een paar jaar geleden. Je zou zelfs kunnen beweren dat dit regeerakkoord Mark Rutte beter past dan dat van zijn eerste kabinet met CDA en gedoogpartner PVV. Begon hij als jonge VVD-leider niet ooit over groenrechts?

De Kantarpeiling legt ook de vinger op de belangrijkste opgave voor Rutte en zijn vierde kabinet. Zo groot als de steun bij de achterban van de coalitiepartijen, zo laag is die bij de kiezers van de oppositie. Minder dan 10 procent van de kiezers van PVV, GroenLinks, Partij voor de Dieren en SP zien het nieuwe kabinet zitten. Bij de PvdA is dit zo’n 12 procent. Of Mark Rutte die door de affaires en crises verdiepte kloof weet te dichten, zal voor een groot deel bepalen hoe hij als premier herinnerd zal worden.

Niels Markus

Sigrid Kaag moet de glans gaan leveren

Staand naast de kerstboom in de hal van de Tweede Kamer, was het onlangs Sigrid Kaag die nog het meest enthousiast het motto van het nieuwe kabinet aanprees. ‘Omzien naar elkaar, vooruitkijken naar de toekomst’: treffender had volgens haar de missie van het nieuwe kabinet niet verwoord kunnen worden. Het motto getuigt volgens de D66-leider van een sociaal gevoel en een progressieve blik bij het nieuwe kabinet. “Het spreekt mij enorm aan”, sprak ze wervend.

Het was een flink contrast met de beoogd premier Rutte van de VVD. Bij hem klonk het allemaal een stuk aardser en voorzichtiger, daar bij de kerstboom. ‘Volhouden’ in de coronacrisis die iedereen goed zat is, dat is wat de nieuwe ploeg te doen staat, zei hij. Zijn blik was neutraler.

Nu maandag het kabinet Rutte IV aantreedt, is het niet moeilijk om aan te wijzen welke politicus inmiddels de grootste ambassadeur is van het nieuwe kabinet. Dat is voorlopig Sigrid Kaag, beoogd vicepremier. Van de vier partijleiders is zij duidelijk het meest opgetogen over het regeerakkoord.

Rutte-IV wordt een ander kabinet dan het vorige, volgens D66, alleen al vanwege de omslag in het klimaatbeleid die is afgesproken. Of vanwege de open blik waarmee Nederland weer naar Europa gaat kijken.

Toevallig allemaal D66-punten, al beweert Kaag dat dit niet de reden dat zij zo positief is: “Dit is niet alleen goed voor mijn partij, maar voor heel Nederland”.

Offensieve verdediging

De manier waarop Sigrid Kaag de plannen van het nieuwe kabinet verdedigt, is behoorlijk offensief. De vier partijen kunnen alsnog goed doorstarten, straalt Kaag uit. Net als bij de andere coalitiepartijen gaan haar aanprijzingen aan de ene kant steeds netjes gepaard met een disclaimer: natuurlijk moet de nieuwe coalitie zich ‘bescheiden’ opstellen na het vorige aftreden en na de ellenlange kabinetsformatie, en natuurlijk moet het kabinet eerst in de praktijk gaan bewijzen dat er werkelijk een andere wind gaat waaien. Maar D66 wil ook bij de oppositie een andere houding zien.

In de bres springend voor het nieuwe kabinet, vroeg Kaag zich bijvoorbeeld al af of de oppositie niet wat positiever kan reageren op de plannen uit het regeerakkoord. “Ik vond het heel jammer — als je het hebt over nieuwe politieke cultuur — dat partijen niet uit zichzelf zeiden dat het best een mooi, ambitieus coalitieakkoord is. Het kost niks om dat te zeggen”, mopperde ze tegen de D66-achterban in een online toespraak. Andere partijen in de Tweede Kamer moeten constructief met het kabinet gaan samenwerken, is het verzoek.

Namen noemde ze niet, maar de boodschap is duidelijk gericht aan PvdA en GroenLinks. De oppositie is volgens haar net zo goed verantwoordelijk voor de komst van een andere politieke cultuur als het kabinet zelf. De rest van de Tweede Kamer kreeg van haar een ‘open uitnodiging’ om samen te werken en ‘elkaar te vinden in de kracht van de ideeën’.

Juist voor Kaag zelf staat er veel op het spel, nu de coalitie van VVD, D66, CDA en ChristenUnie tot 2025 heeft bijgetekend. Zij moet bewijzen dat de doorstart de moeite waard is en dat verandering en vernieuwing mogelijk zijn.

Naast Rutte wordt Kaag als vicepremier en minister van financiën het prominente gezicht van het kabinet. Ze hebben elkaar de komende jaren hard nodig. Terwijl Rutte als premier moet gaan bewijzen dat hij zichzelf opnieuw kan uitvinden in zijn vierde termijn, wacht Kaag een andere uitdaging.

Zij moet de glans gaan leveren, van een ‘ander’ beleid en een andere politieke stijl van het kabinet. Kaag maakte zelf deze coalitie mogelijk. D66 wilde het eigenlijk niet, maar stapte toch opnieuw in het bootje met VVD, CDA en ChristenUnie.

Er zijn progressieve mijlpalen nodig

Die keuze zal de komende vier jaar steeds opnieuw verdedigd moeten worden, anders krijgt Kaag te maken met een morrende achterban. Er zijn progressieve mijlpalen nodig. De kiezers zijn nog niet vergeten dat Kaag lang ‘nieuw leiderschap’ beloofde en samenwerking met links. Er móeten successen komen. Het belangrijkste daarbij zal zijn of in het land de kiezers de indruk hebben dat er een echte breuk is met het oude kabinet en hoe dat functioneerde.

Kaag heeft haar lot nauw verbonden aan premier Rutte. Ze gaf onlangs een duidelijke boodschap af dat ze hem weer volledig vertrouwt. Ruttes geheugenverlies in het 1-aprildebat is niet vergeten, zei ze in een kerstinterview in het Algemeen Dagblad. Maar in de formatie werd er goed samengewerkt, zegt Kaag nu.

Er staat nu een dikke streep onder. “Mensen met wie je problemen hebt overwonnen, daar kun je vaak meer vertrouwen in hebben dan in mensen met wie je nog nooit een meningsverschil hebt gehad”. Er is nu wederzijdse waardering voor elkaar ‘als mens en als politicus’. Een vechtkabinet zal het niet worden.

Wilma Kieskamp

Lees ook:
Wij zijn een bedreigde democratie

Columnist Stevo Akkerman over bedreigde politici: “We kunnen natuurlijk gaan discussiëren over de precieze terminologie. Is het radicaal-rechts, extreemrechts, fascisme of nationaalsocialisme? Ik zeg niet dat het allemaal één pot nat is, maar in het licht van de actualiteit houdt mij meer bezig wát er gaande is dan hoe het heet.”

Het wemelt van de groene ministers in het nieuwe kabinet

Rutte IV spaart kosten noch personeel om ‘klimaatkoploper’ te worden en het stikstofprobleem eindelijk op te lossen. Een handvol ‘groene’ ministers mag miljarden euro’s gaan uitgeven. Maar wie hakt de knopen door? En hoe voorkom je dat de bewindslieden elkaar in de weg gaan lopen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden