InterviewArbeidsomstandigheden

Wetgeving moet bedrijven dwingen mensenrechten te beschermen: ‘Overal liggen producten waar een luchtje aan zit’

Werknemers van een textielfabriek in Gazipur, Bangladesh. Beeld REUTERS
Werknemers van een textielfabriek in Gazipur, Bangladesh.Beeld REUTERS

Al tien jaar worden bedrijven aangespoord om structureel naar mensenrechtenschendingen in hun productieketens te zoeken. Nu wil Joël Voordewind die gedragsregels vastleggen in een wet.

Joël Voordewind heeft weleens gedagdroomd over een supermarkt waar je zorgeloos kunt winkelen. Een winkel met een keurmerk op de gevel: goedgekeurd als Eerlijke Supermarkt. Binnen hoef je niet op elke verpakking naar allerlei logo’s te zoeken, om iets te weten te komen over milieuschade of uitbuiting van arbeiders in andere landen. “Bij zo’n goedgekeurde winkelketen weet je dat álle spullen eerlijk geproduceerd zijn”, zegt het Tweede Kamerlid van de ChristenUnie dat deze week een initiatiefwet indient gericht op bedrijven en mensenrechten.

Een droom. Geen supermarkt zou dat keurmerk nu al verdienen. Op de fruitafdeling, bij het vlees, in het koffieschap en bij de ontbijtspullen – overal liggen wel producten waar een luchtje aan zit. Bananen? De arbeiders op de plantages verdienen niet altijd genoeg om hun gezin te onderhouden. Koffie? Ook kleine koffieboeren mét een keurmerk houden amper hun hoofd boven water, door de lage marktprijzen. Pindakaas? Daar zit vaak palmolie in, een risicoproduct in Azië en Afrika. Al die pakjes en zakjes bevatten talrijke ingrediënten, elk met hun eigen herkomst.

Sinds 2011 moeten supermarkten in hun productieketens op zoek naar misstanden zoals kinderarbeid, moderne slavernij, landroof, intimidatie van vakbonden of milieuschade. De Verenigde Naties en de Oeso, de club van rijke landen, hebben daarvoor regels opgesteld. De essentie is dat bedrijven mensenrechten respecteren. Ze moeten de misstanden die ze (mede) veroorzaken aanpakken en de slachtoffers compenseren. Dat geldt niet alleen voor de levensmiddelenbranche, maar ook voor andere risicosectoren, zoals chemie, elektronica, energie, metaal en textiel.

De regels zijn er dus al, maar bedrijven leven ze onvoldoende na. Het kabinet heeft daarom vorig jaar bepaald dat er wetgeving moet komen die bedrijven ertoe verplicht. Vijftien jaar lang heeft Voordewind zich met dit dossier beziggehouden. Hij wil niet langer afwachten en dient deze week een Nederlandse initiatiefwet in, met steun van SP, PvdA en GroenLinks. De Wet verantwoord en duurzaam internationaal ondernemen moet ervoor zorgen dat bedrijven structureel gaan voorkomen dat hun activiteiten schadelijke effecten hebben.

Grote bedrijven moeten publiek verslag gaan doen van hun activiteiten op dit terrein. Een nog aan te wijzen toezichthouder onderzoekt hoe bedrijven op klachten en misstanden reageren. Bedrijven die de kantjes er vanaf lopen, kunnen boetes krijgen en zelfs strafrechtelijk worden vervolgd.

Deze Nederlandse initiatiefwet past in een trend. Groot-Brittannië was in 2015 een voorloper met de Modern Slavery Act. Frankrijk heeft sinds 2017 een brede mensenrechtenwet, die er deze maand nog toe leidde dat bewoners van het Amazonegebied de Franse supermarktketen Casino voor de rechter hebben gedaagd, wegens indirecte betrokkenheid bij illegale ontbossing. Duitsland besloot vorige week om zo’n ‘leveringsketen-wet’ in te voeren.

Ook de Europese Commissie werkt aan regelgeving en het Nederlandse kabinet wil daarop wachten. Heeft u te weinig geduld?

“De Europese Commissie zou in het tweede kwartaal dit jaar met voorstellen komen. Maar ook dan kan het nog heel lang duren voordat alle lidstaten het eens zijn. Eurocommissaris Didier Reynders heeft gezegd dat hij de Franse wet als voorbeeld gebruikt. En nu heeft ook Duitsland besloten wetgeving in te voeren, die wachten dus ook niet op Europa. Ook wij willen met eigen nationale wetgeving dit proces versnellen en inhoudelijk beïnvloeden.”

Joël Voordewind (ChristenUnie). Beeld ANP
Joël Voordewind (ChristenUnie).Beeld ANP

Op welke bedrijven richt uw initiatiefwet zich?

“Het gaat om ondernemingen die ten minste twee van deze drie criteria overschrijden: 250 werknemers, een balanstotaal van meer dan 20 miljoen euro, of een netto-omzet van meer dan 40 miljoen euro. Daarnaast geldt de wet voor buitenlandse bedrijven die op de Nederlandse markt actief zijn. Zo zorgen we in Nederland voor een gelijk speelveld tussen Nederlandse en buitenlandse bedrijven. Hoeveel dat er zijn, dat weet ik niet; ik vraag me zelfs af of het CBS dat wel weet. De toezichthouder kan actie ondernemen zodra er meldingen binnenkomen over een buitenlands bedrijf dat hier producten of diensten levert, waarvan in de productieketen rechten worden geschonden. Iedere betrokkene kan die misstanden aankaarten.”

In de wet staat: ‘Een onderneming beëindigt de eigen activiteiten als deze nadelige gevolgen voor mensenrechten, arbeidsrechten of het milieu veroorzaken of hieraan bijdragen.’ Dat betekent nogal wat voor Shell in Nigeria of voor de multinationals die cacao verwerken.

“Het kan gebeuren dat je als bedrijf moet besluiten een zakelijke activiteit te beëindigen. Daarbij moet je wel goed nadenken over de eventuele nadelige gevolgen van deze stopzetting, voor werknemers in dat andere land bijvoorbeeld. Wat de cacao betreft: er zijn bedrijven die duidelijke afspraken maken met leveranciers in Ghana of Ivoorkust over bijvoorbeeld kinderarbeid. Dat kan blijkbaar wel. En wat Shell aangaat: het proces van gepaste zorgvuldigheid, zoals dat heet, vereist dat een bedrijf een risico-inschatting maakt en een plan van aanpak. Dat geldt ook voor de beveiliging van de infrastructuur, zoals de olieleidingen in Nigeria.”

Laatst wonnen Nigeriaanse dorpelingen een rechtszaak tegen Shell vanwege de olievervuiling. Dat was een langdurig proces en bovendien moest de rechtbank van Den Haag naar de Nigeriaanse wet kijken. Helpt uw initiatiefwet gedupeerden om een proces te beginnen tegen een multinational?

“We nemen in de wet op dat ondernemingen ook verantwoordelijk zijn voor hun dochterondernemingen. Dat was heel lang een punt van geschil in de Shell-Nigeria zaak. Die stap kan dus veel sneller gezet worden. In de zaak tegen Shell in verband met olievervuiling in Nigeria, sprak het gerechtshof van een zorgplicht voor Shell. Shell is daarom op grond van een onrechtmatige daad veroordeeld. In dit wetsvoorstel wordt die zorgplicht wettelijk verankerd. Bovendien moet een bedrijf als Shell de zes stappen in het proces van gepaste zorgvuldigheid in zijn bedrijfsvoering op gaan nemen (zie kader). Op elk van die stappen kan Shell aangesproken worden.”

Volgens de richtlijnen van de VN moeten bedrijven mensenrechten respecteren, en overheden moeten mensenrechten beschermen. Dat laatste gebeurt in veel landen niet. Kinderarbeid kan soms een concurrentievoordeel zijn – goedkope arbeid. Voor bedrijven zijn de omstandigheden ook niet altijd gemakkelijk.

“De VN-richtlijnen zijn daar heel duidelijk over, ze verlangen van bedrijven dat ze onder alle omstandigheden de mensenrechten respecteren. Deze wet zorgt ervoor dat ondernemingen daartoe verplicht worden, ook als de overheid in dat andere land die rechten niet beschermt. Dat is het hele punt van de wet.”

Verder is in veel landen het wettelijke minimumloon niet genoeg om als gezin van te leven. Het is dus geen leefbaar loon. Moeten de bedrijven volgens uw wet een leefbaar loon gaan betalen, bijvoorbeeld aan textielwerkers in Bangladesh?

“Jazeker. Leefbaar loon verdient extra aandacht van bedrijven, omdat er allerlei positieve effecten van uitgaan. Het betalen van een leefbaar loon helpt gezinnen aan de armoede te ontsnappen, wat weer leidt tot betere voeding, toegang tot gezondheidszorg, sociale zekerheid, betere huisvesting, toegang tot onderwijs, minder kinderarbeid. Een leefbaar inkomen is bovendien een mensenrecht.”

Bedrijven moeten ook hun invloed aanwenden bij zakenpartners om de situatie te verbeteren. Dat proces kan in de praktijk vele jaren duren. Dat zie je bijvoorbeeld bij de door Nederlandse banken gefinancierde palmolie-industrie. Wanneer is het genoeg geweest?

“Bij ernstige schendingen stelt de Oeso als voorbeeld dat binnen zes maanden iets moet verbeteren. Het is verleidelijk voor financiële instellingen om maar te blijven praten zonder dat er iets verbetert. Het is dus belangrijk dat ze eigen doelstellingen formuleren en bepalen wanneer de situatie uitzichtloos wordt. Als uiterste redmiddel kan de relatie beëindigd worden, als pogingen om ernstige gevolgen te voorkomen niet gelukt zijn en er ook geen zicht is op verbetering. Belangrijk hierbij is dat het bedrijf allereerst de eigen activiteiten die bijdragen aan de schendingen staakt. Een voorbeeld zijn de kledingmerken die de druk opvoeren door voortdurend deadlines voor orders naar voren te schuiven. Fast fashion draagt zo bij aan schendingen op het gebied van arbeidsrecht. Daar moet de sector mee stoppen. Als een bedrijf alles heeft geprobeerd, en er is geen zicht op verbetering, dan zul je een keer de conclusie moeten trekken.”

Hoe is het om deze initiatiefwet achter te laten bij de nieuwe Tweede Kamer? U heeft jarenlang aan dit dossier gewerkt en keert niet terug in de Kamer.

“Het is lastig om dingen zoals deze wet los te laten. Ik denk dat het goed is dat we eindelijk als Nederland deze stap zetten. Buurlanden zijn hier ook mee bezig. En ik heb gesproken met bedrijven, zoals Danone en Unilever, die om wetgeving vragen. De voorlopers, die het goede voorbeeld geven, zien graag dat hun concurrenten gedwongen worden om mee te doen. De tijd is rijp voor deze wet.”

Aanpak in zes stappen

Bedrijven kunnen mensenrechtenschendingen in hun bedrijfsvoering aanpakken door herhaaldelijk zes stappen te doorlopen. In de initiatiefwet van Joël Voordewind wordt dit zogenoemde ‘proces van gepaste zorgvuldigheid’ verplicht.

1. Ontwikkel beleid gericht op internationaal maatschappelijk verantwoord ondernemen en maak het hoogste management verantwoordelijk.
2. Identificeer risico’s op mensenrechtenschendingen in de bedrijfsvoering of in de productieketen.
3. Ergste misstanden het eerst aanpakken. Staak de schadelijke activiteiten en herstel de situatie. Spreek zakenpartners aan op hun handelen als zij de misstanden veroorzaken.
4. Onderzoek de effectiviteit van het eigen beleid en trek lessen uit die evaluatie.
5. Communiceer publiekelijk over de misstanden en de genomen maatregelen.
6. Zorg voor een klachtenloket, zodat misstanden gemeld kunnen worden door slachtoffers, vakbonden, ngo’s, werknemers of onderaannemers.

Lees ook:

Ook Duitsland komt met een wet die kinderarbeid, moderne slavernij en milieuvervuiling tegen moet gaan

Duitsland voert een mensenrechtenwet in voor ondernemingen. Vrijwillige initiatieven helpen onvoldoende tegen misstanden zoals kinderarbeid, zegt de Duitse overheid.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden