Premier Mark Rutte na afloop van de EU-top in december 2020.

AnalyseRutte & Europa

Welke rol neemt Rutte in Europa, als ‘Mutti Merkel’ straks vertrekt? ‘We kunnen het niet in ons eentje’

Premier Mark Rutte na afloop van de EU-top in december 2020.Beeld ANP

Mocht er een vierde kabinet komen onder leiding van Mark Rutte, wordt hij de langstzittende leider in Europa. Wat betekent dat voor de positie van Nederland en zijn invloed in Brussel?

Ai, dat is een pijnlijke vraag’, aldus een vrolijke premier Mark Rutte afgelopen week op de vraag van Trouw of de regeringsleiders op de Europese Raad nog belangstellend geïnformeerd hadden naar ‘zijn’ verkiezingen. Helaas had niemand het er met hem over gehad. Volgens Rutte omdat de digitale bijeenkomst ‘geen tijd liet voor roddels in de wandelgangen’. En bovendien, voegde hij eraan toe, moet de rest van Europa het na 17 maart doen met de uitslag zoals die door de kiezers bepaald is.

In theorie zou de bewuste digitale sessie over de corona-aanpak en Europese veiligheid dus zomaar de laatste Europese Raad voor Rutte geweest kunnen zijn. Een offi­cieus en stil afscheid van het Europese toneel. Maar heel waarschijnlijk is dat niet, gezien de peilingen. Er wachten bovendien nog lange maanden van een formatie, waarin Rutte demissionair premier blijft.

Nee, de kans is veel groter dat Rutte straks de langstzittende Europese leider wordt. Zeker als er na 17 maart een vierde kabinet onder zijn leiding tot stand komt, en als de Duitse bondskanselier Merkel (in het zadel sinds 2005) na de Duitse verkiezingen in september vertrokken is. Rutte hoeft dan alleen nog de Hongaarse Viktor Orbán naast zich te dulden, die ook sinds 2010 premier is. Maar gezien de anti-rechtsstatelijke koers van diens regering is de Hongaarse premier geen concurrentie voor een gezaghebbende nestorrol.

Mutti-gezag

Wat betekent dat voor de positie van Nederland in Europa? Is het denkbaar dat er iets van het Mutti-gezag van zijn goede collega Merkel op Rutte overgaat, of worstelt Nederland daarvoor te veel met zijn eigen opstelling, na de brexit? Zeker is dat Nederland – en Rutte – Europa keihard nodig zullen hebben voor alle kwesties die straks een nieuw kabinet wachten: de klimaatcrisis, migratie, veiligheid, de groeiende ongelijkheid, het intomen van de macht van grote concerns en de nog altijd niet gewonnen strijd tegen corona. Dat maakt het des te opvallender dat Europa als thema zo afwezig is in deze campagne.

Minister-president Mark Rutte bezoekt bondskanselier Angela Merkel in het Bundeskanzleramt. Beeld ANP
Minister-president Mark Rutte bezoekt bondskanselier Angela Merkel in het Bundeskanzleramt.Beeld ANP

De strijd tegen het coronavirus gaf en geeft Rutte in eigen land tot de dag van vandaag een enorme boost, als crisismanager die boven de partijen staat, of liever, zichzelf daar plaatst. Of zijn concurrenten in de huidige campagne dat nu leuk vinden of niet, het verstevigt zijn positie als staatsman, een trend die ook daarvoor al was ingezet. Nog even en Rutte is president, zoals politiek columnist Hans Goslinga onlangs vaststelde.

In Europa is dat zeker niet het geval. Terug­kijkend kunnen we vaststellen dat Rutte ‘piekte’ in Europa in de jaren 2018 en 2019, toen hij in enkele belangrijke internationale toespraken zijn visie op het Europese project gaf. Daarin liet hij zich kennen als een realist, die pleit voor perfectionering van de huidige EU als tegenwicht tegen de federale droom van de Franse president Macron. En als pragmaticus, een groot voorstander van een sterkere rol van de Europese Unie tussen de VS en China, maar zonder andere landen voortdurend de les te lezen. De gedachte dat de hele wereld de westerse waarden zou overnemen, was naïef, stelde Rutte in zijn Churchill-lezing in Zürich (2019). Niet toevallig wordt Rutte in deze jaren ook veelvuldig genoemd als kandidaat voor de post van ‘baas van Europa’, voorzitter van de Europese Raad.

Strenge boekhouder

De pandemie werpt Nederland in maart 2020 terug op een rol die het traditioneel vervult in de Europese Unie: die van strenge boekhouder, die aan solidariteit liefst harde voorwaarden verbindt. Kille liberale taal, die wellicht de populisten in eigen huis bevalt, maar het geklaag en gemopper van de zuidelijke lidstaten over Nederlandse botheid en arrogantie is niet van de lucht. Op de top over de Europese begroting in februari neemt Rutte demonstratief een Chopin-biografie mee, om de tijd te doden, zo lijkt het. Een filmpje uit april vorig jaar waarbij Rutte tijdens een werkbezoek aan een vuilverwerkend bedrijf zijn duim opsteekt als een man hem oproept ‘niet al dat geld’ aan Italië en Spanje te geven, ging viraal. Het doet het imago van de Lage Landen geen goed. Wil Nederland als aanvoerder van de ‘vier vrekkige landen’ nu echt de zuidelijke lidstaten het mes op de keel zetten met de coronasteunfondsen? De kwestie in het voorjaar spitst zich toe op de vraag in hoeverre de coronafondsen leningen moeten zijn of giften, kortom, op de solidariteitsvraag. De pandemie zet sowieso een grote druk op de onderlinge solidariteit in Europa.

Europa is vooral een interne markt

Voor Mark Rutte was erkenning van het belang van Europa – laat staan de liefde voor de EU – nooit een vast gegeven. In zijn lange premierschap heeft hij het standpunt van zijn VVD met verve uitgedragen: Europa is vooral een interne markt, waar Nederland geld aan verdient en zijn welvaart mee vergroot. Een middel om samen te werken, zeker geen ideaal. Over verdere politieke integratie heeft Rutte het liever niet. De ‘Brusselse bemoeizucht’ is vooral handig om met de vinger naar te wijzen als er kritiek klinkt.

Toch begint Rutte zijn politieke carrière niet als europragmaticus; hij staat eerder te boek als liberale kosmopoliet. Tijdens zijn campagne voor het partijleiderschap van de VVD in 2006, dat hij onverwacht wint van Rita Verdonk, zegt hij dat Nederland ‘leidend’ moet worden in Europa. Het is de tijd dat er vanuit Brussel meewarig en met teleurstelling naar Nederland wordt gekeken. In 2005 keren de Nederlandse kiezers zich in een raadplegend referendum tegen een Europese Grondwet, een gebeurtenis die al langer sluimerende anti-Europese gevoelens manifest maakte. En het was Ruttes voorganger Bolkestein die in de jaren negentig als eerste liberaal de scepsis over ‘steeds meer Europa’ onder woorden bracht.

Aan het begin van zijn premierschap is Rutte ook eerlijk over zijn gebrek aan kennis over de Europese Unie, zo staat te lezen in de Rutte-biografie van Petra de Koning. Rutte weet alles van Amerikaanse politiek, maar in Brussel is hij als Alice in Wonderland. Tot vermaak en soms ergernis van eurofiele partijgenoten als Neelie Kroes en Jeanine Hennis-Plasschaert.

Premier Rutte (rechtsboven) tijdens een digitale vergadering van de Europese top van afgelopen juni. Beeld ANP
Premier Rutte (rechtsboven) tijdens een digitale vergadering van de Europese top van afgelopen juni.Beeld ANP

‘Markos Ruttos’

Uiteraard verandert dat snel, maar echte interesse voor Brusselse zaken heeft Rutte lange tijd niet. Zijn eerste twee kabinetten en het grootste deel van zijn derde worden gedomineerd door de naweeën van de financiële crisis en grote bezuinigingen. De Griekse schuldencrisis brengt de stabiliteit van de euro in gevaar. Rutte moet in eigen huis de miljarden verantwoorden die naar de Grieken gaan, maar dat gaat hem niet altijd goed af. Zijn uitspraak ‘geen cent meer naar Griekenland’ uit de verkiezingscampagne van 2012 blijft ‘Markos Ruttos’ (aldus Geert Wilders) lang achtervolgen.

De Griekse crisis komt in 2015 tot een climax. Nederland bevestigt met minister van financiën Jeroen Dijsselbloem als eurogroep-voorzitter nog eens extra zijn reputatie van strenge boekhouder bij de andere lidstaten. Rutte zelf treedt in die jaren niet vaak op de voorgrond. Andere Europese leiders weten hem in die jaren wel te vinden als er brandjes geblust moeten worden, of plooien gladgestreken.

Zijn belangstelling voor de politieke rol van Europa wordt pas echt gewekt in 2016. In de nasleep van de vluchtelingencrisis van 2015 neemt Rutte met Merkel het voortouw in de deal met Turkije over asielzoekers. De Britten stemmen datzelfde jaar in een referendum vóór de brexit, een uitslag waar Rutte erg van schrikt. In de Rutte-biografie zeggen VVD’ers dat de premier door deze gebeurtenissen voor het eerst écht gaat nadenken over het belang van Europa. Door het Oekraïne-referendum in datzelfde jaar beseft Rutte dat hij de pro-Europese meerderheid in Nederland niet langer als vanzelfsprekend kan beschouwen. In Brussel halen ze opgelucht adem als Ruttes VVD bij de verkiezingen in 2017 zich de anti-Europese populisten van het lijf weet te houden. Uit vrees dat Nederland de ‘volgende dominosteen’ zou worden – na de brexit en de verkiezing van Donald Trump in de VS – is de buitenlandse pers massaal uitgerukt.

Stoere taal over Brussel

Voortaan slikt Rutte zijn stoere taal over ‘Brussel’ in en zint hij met zijn kabinet en medewerkers op manieren waarop Nederland het verlies van de Britten als Europese partners kan compenseren. Ondanks zijn hechte vriendschap met Merkel beseft Rutte dat Nederland na de brexit geen vanzelfsprekende ‘back-up’ meer heeft aan de andere kant van de Noordzee.

Het leidt onder meer tot de al genoemde Europa-toespraken van Rutte. Nederland zoekt sindsdien nadrukkelijk naar nieuwe bondgenoten in de EU, naast Duitsland. Minister Hoekstra van financiën neemt het voortouw bij het smeden van een ‘Hanze-coalitie’, waarin Nederland de grootste van een zevental kleinere landen is. De landen delen hun voorliefde voor begrotingsdiscipline. Maar ook landen als Oostenrijk of Spanje krijgen meer aandacht van Rutte.

Geen ‘wir schaffen das’

Rutte zal deze lijn hoogstwaarschijnlijk voortzetten, mocht het tot een vierde kabinet onder zijn leiding komen. Het moreel leiderschap zoals Angela Merkel dat de laatste jaren uitoefende in Europa, zal hij niet zoeken. Een ‘wir schaffen das’, bijvoorbeeld voor de aanpak van klimaatverandering, is uit zijn mond ook moeilijk voor te stellen. De zuidelijke lidstaten en zeker die in het oosten zullen het veel kleinere Nederland zo’n voortrekkersrol ook niet gunnen. Wat de coronacrisis Rutte – en ook de meeste andere politieke partijen in Nederland – wel duidelijk heeft gemaakt, is dat Europa keihard moet werken wil ze in de verschuivende geopolitieke machtsverhoudingen een belangrijke rol blijven spelen.

Zoveel werd ook duidelijk afgelopen september, toen de Tweede Kamer debatteerde over het Europees herstelfonds. Het gevoel dat Nederland veel te winnen heeft bij Europese eensgezindheid domineerde daar, ondanks de scepsis die bij veel partijen leeft over verdere Europese uitbreiding en politieke integratie. Rutte vatte het zelf pragmatisch samen: “Het belangrijkste voor u en voor mij is het land veilig houden, ook in een onzekere wereld. Dat kunnen we niet in ons eentje.”

Lees ook:

Een sterker Europa? Dat komt wel na de verkiezingen

Met het land in lockdown lijken Europa en de rest van het buitenland in de Nederlandse verkiezingen opnieuw ver weg. Toch zien politieke partijen juist vanwege de pandemie de noodzaak in van hechtere samenwerking.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden