Jasper van Dijk zit dertien jaar voor de SP in de Tweede Kamer.

Interview Kamerveteraan Jasper van Dijk

‘Voor de oppositie is het werk leuker geworden’

Jasper van Dijk zit dertien jaar voor de SP in de Tweede Kamer. Beeld Judith Jockel

De Tweede Kamer lijkt soms een duiventil, waar politici in- en uitvliegen. Deze zomer praten ervaren Kamerleden over hun werk en hun ontwikkeling. Vandaag: Jasper van Dijk (SP).

Een uur voor aanvang van het interview stuurt Jasper van Dijk een filmpje op. Te zien is hoe hij in 2006 campagne voert op straat in Amsterdam. Op de markt hebben veel mensen sympathie voor de SP. In het filmpje vertelt de 35-jarige Van Dijk dat hij campagnevoeren ‘het leukste’ vindt aan politiek: “Politiek is mijn beroep en hobby. En ik vind het erg belangrijk, want het gaat over de inrichting van de samenleving”.

De SP zou dat jaar een recordaantal van 25 zetels halen en Van Dijk zou lid van de Tweede Kamer worden. Dertien jaar later is hij dat nog steeds. Inmiddels is hij een van de veteranen aan het Binnenhof. Hoe kijkt hij nu naar het filmpje, is hij in die dertien jaar erg veranderd? Lachend: “Ik had toen wat meer haar. Verder valt het wel mee geloof ik. Het voelt als de dag van gisteren.” In het filmpje ziet hij een ‘enorm enthousiast’ Amsterdams raadslid, dat de stap wil maken naar het nationale parlement. “Ik was er ook aan toe.”

Twintig jaar aan het Binnenhof

Van Dijk loopt namelijk al langer mee in Den Haag. In 1999 werd hij beleidsmedewerker onderwijs voor de socialisten. In oktober viert hij daarom zijn twintigjarig jubileum aan het Binnenhof, als je een Brusselse onderbreking van twee jaar buiten beschouwing laat.

De sfeer en manier van werken is in die decennia compleet veranderd, zegt Van Dijk. “In 1999 was Paars II nog aan de macht. Er lag toen een dikke, verstikkende wollen deken over de politiek.” Dualisme – de regering regeert, het parlement controleert – was ver te zoeken, elk besluit was ‘vakkundig dichtgetimmerd’. “Als SP konden we zeggen wat we wilden, maar het Paarse stoomschip bleef op koers.”

Met de opkomst van Pim Fortuyn in 2002 werd de deken er in één keer afgerukt. “De arrogantie van politici als Ad Melkert kon toen niet meer. Die hele generatie, Hans Dijkstal, Thom de Graaf, Paul Rosenmöller, ze zijn allemaal opgestapt. En er kwam een nieuwe generatie voor in de plaats.”

Het werk in de Kamer veranderde ingrijpend. “Frits Bolkestein zei ooit dat er maar één partij niet liberaal is: de SP. Wij waren het enige kleine partijtje dat zich verzette tegen het establishment. Nu is er veel meer onderling debat.”

Rimpelingen in de Haagse vijver

Vanaf Fortuyn ging politiek meer om personen draaien, merkte de SP’er. “Wilders gooide daar een schepje bovenop en speelde nog meer op de man. Hij noemde Ella Vogelaar ‘knettergek’. Daarna kwam zijn ‘doe normaal man’ tegen Mark Rutte.” Oók voormalig SP-leider Jan Marijnissen had eerder al rimpelingen in de Haagse vijver doen ontstaan, toen hij zei dat Kamervoorzitter Frans Weisglas even moest ‘dimmen’.

Desondanks is Van Dijk het Kamerwerk alleen maar leuker gaan vinden. “Er zijn meer mogelijkheden voor oppositiepartijen om het beleid te beïnvloeden.” Zo hoorde hij deze kabinetsperiode zorgminister Hugo de Jonge voorstellen doen om de marktwerking in de zorg te verminderen, premier Rutte oproepen om de lonen te verhogen en hij hoorde coalitiepartijen ervoor pleiten om de schaalvergroting in het onderwijs aan banden te leggen. “Het is lastig hard te maken, maar hier zie ik de invloed van de SP in.” Maar je moet het ook niet groter maken dan het is, tekent hij aan. “Het gros van de voorstellen die we doen wordt nog verworpen.”

Tegenwoordig is er bovendien veel meer dualisme dan twintig jaar geleden, zegt Van Dijk. Daarvan zag hij laatst een mooi voorbeeld. Tijdens een debat over het vluchtelingenschip ­SeaWatch-3 tekende zich openlijke verdeeldheid af tussen de coalitiepartijen. De VVD had voorgesteld om het redden van drenkelingen uit zee strafbaar te stellen. De ChristenUnie dreigde daarop het kabinet op te blazen. Van Dijk: “Ik keek daar wel van op. Dat de coalitie zó openlijk tegen elkaar tekeerging.”

Ankie Broekers-Knol

Dat asieldebat was ook het debuut van de nieuwe staatssecretaris Ankie Broekers-Knol. Zij is een van de vele bewindslieden die Van Dijk aan zich voorbij zag trekken, sinds hij het woord voerde over achtereenvolgens onderwijs, defensie, migratie en sociale zaken. Nu hij een veteraan is, ziet Van Dijk scherper hoe bewindslieden het doen, waar hun sterke en zwakke kanten liggen.

Het viel hem op hoe voorzichtig Broekers-Knol opereerde, in contrast met haar optreden als voorzitter van de Eerste Kamer, waar ze veel ruimte nam om die functie vrijelijk uit te voeren. “Ze las alles van papier, nam geen ruimte om daarvan af te wijken. Gek is dat niet, ze moet vanuit het niets beginnen en het asieldossier ligt natuurlijk buitengewoon gevoelig. Eén struikelpartij en ze wordt keihard afgerekend, door de Kamer en door de pers.”

Jasper van Dijk Beeld Judith Jockel

Of hij milder is geworden tegenover nieuwe bewindslieden? “Ik ben meer gaan doseren. Vroeger was ik er waarschijnlijk sneller met gestrekt been ingegaan.” Hij geeft Broekers-Knol vooralsnog het voordeel van de twijfel. “Laten we helder zijn: het was Rutte zijn beslissing om een onervaren staatssecretaris aan te stellen, en ik zal haar afrekenen op het beleid. If you can’t stand the heat, stay out of the kitchen. Maar vroeger zat ik er veel eendimensionaler in. Toen ik onderwijs deed, was dat een hot issue. Ik dacht: wij zijn de SP, we zullen ons laten horen.”

Zo herinnert hij zich de eerste debatten met minister Ronald Plasterk in 2007 nog levendig. “Hij is iemand die zichzelf graag hoort praten. Hoe zeg je dat? Hij is een beetje ijdel.” Van Dijk vond dat Plasterk zich opwierp als ‘de redder van de leraar’. “Ik dacht: ‘zo makkelijk gaat dat niet’.” De SP’er was goed ingevoerd, omdat hij de jaren daarvoor als fractiemedewerker al intensief met onderwijs bezig was geweest. Het leidde tot een harde confrontatie. “In zijn onervarenheid zei Plasterk dingen tegen mij zoals: ‘het enige wat u wilt is een vol Malieveld’. Nou, dat hebben we die avond teruggezien in het Journaal.”

In 2012 realiseert Van Dijk zich dat hij bij de oudgedienden van de Kamer is gaan horen. Bij de verkiezingen in dat jaar vertrokken veel Kamerleden, en in de onderwijsdebatten was hij de langstzittende woordvoerder. “Dat heeft voordelen. Je krijgt gezag, zonder dat je er iets voor hoeft te doen. Bovendien heb je een grote informatievoorsprong. Je weet precies hoe het zit, ook ten opzichte van ministers.”

Tips van de Kamerveteraan

1. In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister

“Verval niet in details. In mijn eerste jaren als Tweede Kamerlid had ik soms de neiging om elk wetje tot artikel zoveel te doorlopen. Maar je verhaal maakt veel meer indruk als je niet vervalt in bijzaken.”

2. Koester het dualisme

“Dit geldt met name voor de coalitiepartijen. Geneer je niet een eigen standpunt in te nemen. Als je je zachter opstelt omdat het goed is voor de verhoudingen, is dat onecht en je verzwakt het debat. Soms hoor je een coalitie-Kamerlid vijf minuten lang in gezwollen taal de minister bedanken en complimenteren. Dat is zinloos. Zeg dan gewoon: ‘voorzitter, ik steun het beleid van de minister’.”

3. Wees onvoorspelbaar

“Het gevaar ligt altijd op de loer dat collega’s en journalisten kunnen invullen wat je gaat zeggen. Dan haken ze af. Dat risico bestaat zeker bij de SP. Wij zijn tegen marktwerking in de zorg, tegen het neoliberalisme, tegen armoede. Ook als je iets al honderd keer gezegd hebt, moet je proberen het op een andere manier te brengen. Ooit wilden we de eerste klasse in de trein afschaffen, omdat we dat verschil verkeerd vonden. De vraag was toen: moet iedereen dan met de tweede klasse reizen? Nee, die schaffen we af, zodat iedereen in de eerste zit!”

Ook de zenuwen worden minder. In de begintijd was Van Dijk vaak gestrest. Hij bereidde alle debatten tot in de puntjes voor en ging er vaak nerveus naartoe. “Alles was nieuw, die grote plenaire zaal is best intimiderend. Ik nam toen, net als Ankie Broekers-Knol nu, weinig ruimte om te improviseren.”

Die zenuwen zijn er nog steeds af en toe. Niet tijdens de kleine commissievergaderingen, wel bij belangrijke grote debatten, zoals die er afgelopen jaar waren over het kinderpardon en het pact van Marrakesh. “Onlangs nog was er een debat over mijn initiatiefnota voor de verhoging van het minimumloon. Dan komt de Tweede Kamer speciaal voor jouw plan bij elkaar. Dan moet je écht heel goed opletten. Maar over het algemeen kan ik nu veel beter selecteren tussen wat belangrijk is en wat niet.”

Debatten met je ogen dicht

Dat zijn de voordelen van ervaring, maar als je zo lang het woord voert over een onderwerp, brengt dat ook valkuilen met zich mee. “Op een gegeven moment loop je het risico dat je debatten op de automatische piloot gaat doen.” Hij is nooit onverschillig geworden, zegt hij, maar dat was waarschijnlijk wel gebeurd als hij ook deze kabinetsperiode onderwijs was blijven doen: “Op een gegeven moment komen alle onderwerpen weer terug, dan kun je een oude spreektekst uit je archief pakken en die voorlezen. Dan doe je de debatten met je ogen dicht.”

Na de verkiezingen van 2017 schudde de SP de woordvoerderschappen op. Van Dijk kreeg migratie en sociale zaken. “Toen begon ik weer bij nul. Ik voelde me de brugklasser voor wie alles de eerste keer is.” Hij kwam in debatten tegenover Kamerleden als Pieter Heerma, Steven van Weyenberg, Pieter Omtzigt en Malik Azmani te zitten. “Die zijn op hun terreinen gepokt en gemazeld.” Doordat hij vers in zijn portefeuilles zit, kijkt hij ‘fris’ tegen de onderwerpen aan.

Als je zo lang in de Kamer werkt, dan kun je verwijten verwachten over ‘plucheplakken’. Ze gaan niet voor hem op, zegt Van Dijk. “Om twee redenen. Eén: de SP zit in de oppositie, bij plucheplakken denk je toch eerder aan coalitiepolitici die bestuurder willen worden. En ten tweede: je kunt heel veel zeggen over SP-Kamerleden, maar ze zitten er niet voor het geld.” De socialistische partij heeft nog steeds zijn afdrachtregeling voor politici.

Nog een periode

De komende tijd gaat Van Dijk nadenken of hij nóg een periode Kamerlid wil zijn. “Wat ik in het filmpje zei, gaat nog steeds op. Meedenken over het inrichten van de samenleving, is het mooiste wat er is. Soms zit ik aan het ontbijt en dan realiseer ik mij dat weer, het is dag in, dag uit een enorme eer en ik leer nog elke dag bij.”

Aan de andere kant, als het kabinet de rit uitzit, is hij vijftien jaar Kamerlid. “Dat is heel lang. Ik moet er goed over nadenken.” Hij ziet wel hoe Kamerleden steeds sneller vertrekken, ook steeds vaker halverwege kabinetsperiodes. “De Tweede Kamer moet geen duiventil zijn. Steeds meer mensen lijken te denken: leuk, een periode Kamerlid zijn. Dat is niet goed voor het aanzien van de Kamer.”

De Kamer heeft leden met geschiedenis en gezag nodig. “Toen ik kwam was SGP’er Bas van der Vlies het langstzittende Kamerlid. Nu is dat zijn partijgenoot Kees van der Staaij. Die Kamerleden, net als journalisten die lang rondlopen op het Binnenhof, heb je nodig. Die kennen de spelregels, de anekdotes en de geschiedenis.”

Lees ook:

Het gaat om de grote lijn, houdt Kamerveteraan Bram van Ojik zijn collega’s voor, niet om de details

Toen Bram van Ojik (GroenLinks) voor het eerst in de Kamer kwam, was Lubbers premier en hadden coalities zulke grote meerderheden dat ze de oppositie konden negeren. 

Kamerveteraan Esther Ouwehand haalt lol uit ‘terugvechten’

Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren): ‘Journalisten weten nóg niet waarom ons verhaal aanslaat’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden