Vluchtelingenopvang

Vier mythes over de hulp aan de kinderen in Griekse opvangkampen ontrafeld

Minderjarige vluchtelingenkinderen wachten op het vliegveld van Athene op hun papieren om naar Luxemburg af te reizen.Beeld AFP

Is de financiële steun aan Griekenland een goed alternatief voor het ophalen van 500 vluchtelingenkinderen? Is het Griekse voogdijsysteem wel te fixen? Vier mythes ontrafeld over het plan van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol.

Oorverdovend stil blijft het in september vorig jaar, als de Griekse regering voor het eerst om hulp vraagt voor de kinderen in de Griekse opvangkampen. ‘Tikkende tijdbommen’ noemen de Griekse autoriteiten de opvanglocaties op de Griekse eilanden. De hygiëne is erbarmelijk. Vooral minderjarigen zonder begeleiding lopen er grote kans op verwaarlozing en misbruik. In november galmt nogmaals een oproep vanuit Athene langs de Europese hoofdsteden.

Middenin de winter zitten de kinderen er nog steeds. Unicef telt er 5463, meest jongens, van wie ruim 1700 leven in de opvangkampen op de eilanden waar de omstandigheden het beroerdst zijn.

Pas in maart zegt een aantal lidstaten toe om 1600 kinderen op te halen. Nederland wil niet meedoen. Binnen de coalitie ligt het vrijwillig ophalen van asielzoekers, ook al zijn het minderjarigen, gevoelig bij VVD en CDA. Er is angst dat deze kinderen om gezinshereniging zullen vragen, dat de jongeren te oud zijn of dat ze geen recht op asiel hebben en dan niet terug kunnen. Onder groeiende druk vanuit de samenleving en politiek moet staatssecretaris Ankie Broekers-Knol van migratie wel iets doen. 

Begin juni komt ze met een plan: ze trekt 3,5 tot vier miljoen uit om de Grieken te helpen met het opzetten van een voogdijsysteem, onder meer door voogden te trainen. Met dit Nederlandse geld worden ook 48 opvangplekken ingericht voor een periode van drie jaar. Meer details volgen snel, belooft Broekers-Knol. Afgelopen week gaven Nederland en Griekenland het officiële startschot voor de samenwerking. In de afspraken staan nog niet veel meer details, wel de partners waarmee Nederland wil samenwerken. “We gaan niet over één nacht ijs”, aldus het ministerie.

Is deze financiële steun aan Griekenland een alternatief voor het ophalen van 500 vluchtelingenkinderen? En kan er in deze vorm wel haast worden gemaakt, iets waar vooral coalitiepartijen D66 en ChristenUnie bij de staatssecretaris op aandringen? En de onderliggende vraag: is het Griekse voogdijsysteem wel te fixen? Vier mythes ontrafeld over het plan van staatssecretaris Ankie Broekers-Knol (VVD).

Mythe 1: Kinderen ophalen is een lapmiddel, ter plekke helpen is beter

Nederland wil een ‘structurele’ oplossing voor minderjarigen in Griekse opvangkampen en geen ‘tijdelijke’, zegt staatssecretaris Broekers-Knol in mei tegen de Tweede Kamer. Geen ‘ad hoc’ herplaatsing van 500 kinderen naar hier, maar ‘structurele verbeteringen’, schrijft haar ministerie vorige week. “We werken aan een oplossing voor alle kinderen”, houdt CDA-Kamerlid Madeleine van Toorenburg haar bezorgde partijleden voor. Van het CDA hebben zich inmiddels bijna tachtig afdelingen geschaard achter de oproep alsnog kinderen op te halen. 

Zij verwijzen naar het partijprogramma met de waarden van CDA, waarin staat: ‘Voor vluchtelingen, in het bijzonder kinderen die werkelijk in nood verkeren bieden wij altijd hulp en bescherming’. Maar Van Toorenburg vult dat anders in: “Dat bekent niet automatisch dat we hen naar Nederland moeten halen. Er is veel meer nodig dan dat.” Ook VVD-Kamerlid Bente Becker laat zich in deze bewoording uit: “Niet wegkijken, maar verder kijken”.

De geschetste tegenstelling in de beeldvorming laat hiermee aan duidelijkheid niets te wensen over. Aan de ene kant zijn er de ‘lapmiddelen’ die inmiddels twaalf Europese lidstaten hebben toegezegd – kinderen hierheen halen – terwijl er ‘betere’ steun nodig is. Wat Griekenland nodig heeft – zo stelt het kabinet – is steun bij het versterken van het hele asielsysteem. In het bijzonder voor de opvang en een landelijk voogdijsysteem voor onbegeleide vluchtelingenkinderen.

De vraag is of in de gepresenteerde oplossing geen valse tegenstelling wordt neergezet. Andere lidstaten doen immers ook beide: groepjes kinderen ophalen en al langer structurele hulp bieden. Lastiger is de vraag of het plan van Broekers-Knol niet te veel tegelijk belooft: snelle hulp aan de kinderen én structurele verbeteringen aan een asielsysteem dat al zo lang overbelast is.

Unicef beantwoordt die vraag volmondig met ja. De VN-kinderrechtenorganisatie heeft recht van spreken, want zij doet al jaren precies wat Broekers-Knol nu wil: de Griekse autoriteiten helpen bij het versterken van het voogdijsysteem en betere opvang. “Het plan van Broekers-Knol wordt echter onterecht gepresenteerd als een vervanging voor het opnemen van kwetsbare niet-begeleide kinderen. Het opzetten van een voogdijsysteem is een langdurig proces en geen kortetermijnoplossing voor de kinderen die in zeer slechte omstandigheden in overvolle Griekse kampen zitten en acute hulp nodig hebben”, zegt Unicef. En Unicef – overigens niet geraadpleegd door de staatssecretaris – is niet de enige organisatie die al jarenlang steun verleent aan de Grieken, onder meer door het trainen van voogden. Defence for Children zegt: “Er is nu niet de tijd om rustig iets nieuws op te bouwen. Dat is waar de schoen wringt”.

Het plan Broekers-Knol is vooral ook een politiek compromis. Coalitiepartijen D66 en ChristenUnie zijn wél voor ophalen van kinderen, mede uit solidariteit met Griekenland dat de grootste last van de vluchtelingenproblematiek draagt. Zij dringen daarom aan op snelheid. “Dit mag geen weken of maanden duren”, houdt D66-Kamerlid Maarten Groothuizen de staatssecretaris begin juni voor. “Uiteindelijk willen we de kinderen zo snel mogelijk uit die rotkampen. Liever vandaag dan morgen”, zegt hij nu in een toelichting. “We hebben heel vaak gevraagd: is dit realistisch? Zo niet, dan moet ze dat meteen melden.” Groothuizen heeft samen met Kamerleden Joël Voordewind (ChristenUnie) en SP-Kamerlid Jasper van Dijk een reeks vragen bij Broekers-Knol neergelegd, onder meer naar het tijdpad en waarom de staatsecretaris niet aansluit bij eerdere initiatieven op dit terrein.

Mythe 2: Hiermee zijn 500 kinderen in Griekenland meteen geholpen

Onduidelijk is wanneer het project van Broekers-Knol echt van start gaat. Nederland zette vorige week samen met Griekenland de handtekeningen onder de samenwerking voor drie jaar, waarmee 3,5 tot 4 miljoen euro is gemoeid. Het ministerie houdt desgevraagd vast aan de periode 2020-2023. Nog steeds zijn niet veel meer details bekend dan begin mei, of het moeten de hele reeks beoogde partners zijn waarmee Broekers-Knol wil samenwerken, zoals de voogdij-instelling Nidos, het COA en aan de Griekse kant de overheidsinstantie EKKA (onder meer verantwoordelijk voor voogdij), de speciale secretaris voor minderjarige asielzoekers en diverse Griekse ministeries. Broekers-Knols ministerie lijkt voortdurend te schipperen tussen beloftes van grote haast die ook aan de Kamer zijn gedaan (‘In de aanloop naar de ondertekening is continu gewerkt aan de voorbereiding’) en het hameren op zorgvuldigheid (‘We gaan niet over één nacht ijs’). Hier spelen ook de coronabeperkingen een rol. Een woordvoerder zegt desgevraagd dat er in juni een paar keer per videoverbinding is overlegd. De gesprekken met de partners gaan pas vanaf nu beginnen, bevestigt ook Nidos. Aan de Griekse kant was tot vorige week geen helderheid te krijgen over de voortgang van de plannen. Ook gaf het ministerie van migratie geen antwoord op de vraag of Griekenland door dit project vindt dat Nederland geen kinderen meer hoeft op te nemen.

Opvallend is dat in de letterlijke tekst van het ‘Memorandum of Understanding’ – dat pas dinsdag na aandringen werd vrijgegeven – het aantal van 500 kinderen niet terug te vinden is. Broekers-Knol vermeldde dat eerder wel aan de Tweede Kamer en in persberichten. Alleen het inrichten van 48 opvangplekken met Nederlands geld staat zwart op wit.

Op de vraag of deze afgesproken opvangplekken wel soelaas kunnen bieden aan 500 kinderen, antwoordt de woordvoerder van Broekers-Knol dat ‘bij het opstellen van deze plannen is uitgegaan van een gemiddelde duur van drie maanden’. Daarna zou het kind moeten weten of het mag blijven, en kan het met begeleiding zelfstandig gaan wonen, of naar een pleeggezin (tot nu toe zijn er niet genoeg) of zelfs ‘in aanmerking komen voor gezinshereniging elders in Europa’. Of het mag niet blijven, en wordt dan begeleid bij terugkeer naar het land van herkomst. Op die manier kunnen volgens het ministerie in drie jaar in totaal 500 kinderen worden opgevangen. Al komen dan dus wel de laatste kinderen pas na jaren wachten aan de beurt.

Defence for Children, dat ook samenwerkt met partners in Griekenland, noemt deze beoogde doorstroming ‘volkomen irrealistisch’. “Ondenkbaar dat het zo snel lukt.”

Organisaties die in Griekenland werken, wijzen daarbij op de jarenlange overbelasting van het Griekse asielsysteem en de traagheid van de Griekse bureaucratie. Met sommige praktische belemmeringen heeft ook Nederland al jaren te kampen, zoals de moeizame terugkeer van mensen – en minderjarigen in het bijzonder – die geen recht op asiel hebben. Toch lijkt het: liever daar dan hier. CDA-Kamerlid Van Toorenburg schrijft op de website van de partij: “We moeten er namelijk ook voor waken dat kinderen zonder status naar Nederland komen en vervolgens te horen krijgen dat ze alsnog zouden moeten terugkeren naar het land van herkomst, met alle uitvoeringsproblemen die daar dan bij komen kijken.”

Overigens loopt ook de opname van kinderen door andere lidstaten niet zo snel als de Grieken zouden willen zien. Twaalf Europese landen deden inmiddels beloftes voor in totaal meer dan tweeduizend kinderen, soms met hun ouders, slechts vier haalden in de coronatijd ook daadwerkelijk kleine groepjes alleenstaande kinderen op. Luxemburg in april 12 kinderen, Duitsland die maand 47, Zwitserland 23 en Ierland in juni acht kinderen. Frankrijk, Finland en Portugal hebben hun vluchten eind deze maand gepland. Noorwegen en ook Duitsland maakten hun belofte (deels) afhankelijk van wat andere lidstaten doen.

Mythe 3: Het Griekse voogdijsysteem is (snel) te fixen

Zoals gezegd, het is niet de eerste keer dat Nederland of een Nederlandse organisatie hulp biedt aan de Grieken voor minderjarige asielzoekers. De Nederlandse partners waarmee de staatssecretaris haar programma nu wil opzetten zijn gepokt en gemazeld in het Griekse systeem. Dat zucht onder overbelasting van de tienduizenden asielzoekers, maar ook onder juridische onduidelijkheid en een voortdurende overdracht van bevoegdheden tussen diverse ministeries.

De nieuwe conservatieve regering Kyriakos Mitsotakis schafte bijvoorbeeld bij haar aantreden in juli 2019 het ministerie van migratie af, dat niet langer nodig zou zijn.

Daar kwam de regering niet alleen na enige maanden van terug, ze stelde zelfs een speciale secretaris in voor de bescherming van alleenstaande minderjarige asielzoekers. De premier lanceerde in november het programma ‘Geen kind alleen’ waarbij kwetsbare kinderen van de eilanden zouden worden gehaald en naar betere opvang op het vasteland worden gebracht. Daar is nog te weinig van terecht gekomen, mede vanwege het gebrek aan goede opvangplekken.

De nieuwe secretaris Eirini Agapidaki kreeg een deel van de bevoegdheden van het EKKA (het nationale centrum voor sociale solidariteit, dat professionele voogden hoort aan te stellen) toebedeeld, maar moet het tot de dag van vandaag zonder staf doen. Agapidaki gaat samenwerken met Nederland, maar kan desgevraagd nog geen reactie geven.

Wat ook niet helpt: de vorige regering nam een nieuwe voogdijwet aan, maar die werkt nog niet, onder meer door administratieve rompslomp. Onder meer EKKA zou er niet in slagen professionele voogden als ambtenaren aan te stellen. Volgens Unicef wordt daarom nu gewerkt met een systeem waarin officieren van justitie wettelijk voogd zijn en non-gouvernementele organisaties tijdelijke voogden leveren. Die zijn ook nodig voor de begeleiding van kinderen die door de andere EU-lidstaten worden opgenomen, een proces dat Unicef en UNHCR nu actief begeleiden. Unicef en ook Nidos (met Europees geld) hebben in het recente verleden trainingen gegeven aan tijdelijke voogden van de Griekse ngo Metadrasi.

Mythe 4: De politieke discussie is hiermee voorlopig gesloten

Ook al is het plan Broekers-Knol voor nu een afgesloten politiek compromis, de discussie over de kinderen in de opvangkampen gaat door zolang ze er zitten. De kans is weliswaar heel klein dat VVD of CDA hun standpunt nu nog wijzigen onder de maatschappelijke druk, toch kan opname van kinderen uit Griekenland langs een andere weg weer snel in beeld komen. De EU wacht momenteel op het nieuwe migratieplan van eurocommissaris Ylva Johansson. Daarin staan naar verwachting nieuwe afspraken over eerlijke herverdeling van asielzoekers. En dan zal – aldus CDA-Kamerlid Van Toorenburg onlangs in de Kamer – ‘ook Nederland aan de lat moeten staan’.

Steun voor ophalen kinderen neemt toe

Ruim een derde van alle Nederlandse gemeenten heeft tot nu toe een oproep aan het kabinet gesteund om 500 kinderen uit de Griekse kampen op te nemen. Onder die 137 gemeenten zijn alle grote steden.

In een twintigtal steden waren begin juni stille protesten. Het kabinet besloot in mei Griekenland lokaal te steunen en geen kinderen hier op te vangen, iets waar vluchtelingenorganisaties, instanties en tal van bekende Nederlanders sinds maart voor pleiten.

ChristenUnie-Kamerlid Joël Voordenwind noemt de oplossing van het kabinet ‘verre van ideaal’. Ook D66 had liever wel kinderen overgenomen. Beide coalitiepartijen zien het kabinet alleen omgaan als het CDA zijn standpunt wijzigt, maar die partij wil dat niet.

Binnen de CDA-achterban groeit de druk op de Kamerfractie. Bij het initiatief van de Bergense CDA-wethouder Klaas Valkering sloten zich inmiddels bijna 80 lokale en regionale CDA-afdelingen aan. Volgens Valkering wachten ze nog op een reactie van de partijvoorzitter, met de fractie is een ‘goed gesprek’ gevoerd. “Maar er zit helaas geen beweging in.”

Lees ook: 

Interne kritiek op CDA-partijtop: Haal weeskinderen uit Griekenland hierheen

Weer is er kritiek op de harde lijn van het CDA jegens asielkinderen. Partijleden komen in opstand. 

CDA-wethouder komt in opstand: ‘Omdat het vijfhonderd weeskinderen zijn, daarom!’

CDA-wethouder Klaas Valkering is de motor achter de oproep aan het landelijk CDA om vijfhonderd weeskinderen uit Griekse vluchtelingenkampen op te nemen. “Het kan niet zo zijn dat iedereen zijn mond hierover moet houden binnen het CDA.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden