Analyse Marianne Thieme

Thieme liet haar partij groeien, maar kon een scheuring niet voorkomen

Beeld ANP / REMKO DE WAAL

Marianne Thieme, oprichter van de Partij voor de Dieren, vertrekt na dertien jaar uit de Tweede Kamer. Ze heeft de partij een stabiele basis bezorgd, op en buiten het Binnenhof. Haar opvolger wacht een spannende discussie over de koers van de partij.

Vasthoudendheid kan Marianne Thieme niet worden ontzegd. Haar allereerste debat in Tweede Kamer, op de avond van donderdag 30 november 2006, over een generaal pardon voor asielzoekers, sloot ze af met de woorden: “Overigens zijn wij van mening dat er een eind moet komen aan de bio-industrie.” De Algemene Politieke Beschouwingen van anderhalve week geleden waren vermoedelijk haar laatste optreden als fractievoorzitter namens de Partij voor de Dieren. Haar slotzin, die bewuste woensdagavond: “Daarom ben ik van mening dat de bio-industrie moet worden afgeschaft.”

Marianne Thieme (47) neemt dinsdag 8 oktober afscheid als fractieleider van de partij, na 4472 dagen Kamerlidmaatschap. Niet meer dan zestien van de huidige Tweede Kamer­leden zitten er langer. Thieme is een veteraan. Niemand die dat dertien jaar geleden bij haar entree zag aankomen.

Doodlopende weg

De term ‘dierenpartij’ volstaat inmiddels niet meer helemaal. De partij is zich in toenemende mate op de toekomst van de hele planeet gaan richten, en keert zich nadrukkelijk tegen het economische groeimodel. Dat is een doodlopende weg, aldus Thieme. Ze pleit voor ‘ecocentrisch denken’ in plaats van egocentrisch.

De afgelopen jaren is die boodschap vooral door de nummer twee van de fractie, Esther Ouwehand, verkondigd in de Tweede Kamer. Thieme richtte haar blik naar buiten. Zij deed het buitenparlementaire werk en bouwde aan een internationale beweging. Een ‘revolutie’, noemt ze het zelf. Die beweging wordt stapje voor stapje, heel behoedzaam, steeds iets groter. In Nederland groeide de partij bij de laatste Kamerverkiezingen naar vijf zetels. De Partij voor de Dieren heeft drie mensen in de senaat en iets meer dan dertig in de gemeenteraden verspreid over het land. Het zijn bescheiden aantallen. Thieme heeft altijd gewaakt voor te snelle uitbreiding om conflicten of zelfs scheuringen te voorkomen. “We zijn tegen plofkippen en ook tegen plofpartijen”, aldus Thieme.

Marianne Thieme op Prinsjesdag 2018 in een speciale jurk die een aanklacht vormde tegen de vleesindustrie. Beeld Hollandse Hoogte, Pim Ras

Die revolutie heeft voorlopig geresulteerd in achttien zusterpartijen in het buitenland, in landen als Portugal, Duitsland, Australië en Taiwan. Thieme bezoekt die afdelingen, houdt lezingen, schrijft boeken en brengt documentaires uit, allemaal ten faveure van dier, natuur en milieu. Thieme is een merk geworden.

Wereldwijde strijd tegen dierenleed en voor duurzaamheid

Die dubbelrol – fractievoorzitter in de Tweede Kamer én boegbeeld van een internationale beweging – leidde de laatste jaren tot steeds meer spanningen. Thieme neemt het vliegtuig om lezingen te geven in het buitenland (Verenigde Staten, Mexico, Australië). Kritiek hierop pareerde ze onlangs tegenover nieuwssite Nu.nl door te stellen dat ze de afgelopen twaalf jaar ‘twee tot drie reizen per jaar’ heeft gemaakt. “Ik hoor vooral van mensen dat ze het goed vinden dat ik wereldwijd strijd tegen dierenleed en voor duurzaamheid. Ze snappen dat ik dat zo milieuvriendelijk mogelijk probeer te doen.”

Thieme verdedigde zich in datzelfde interview voor haar afwezigheid tijdens belangrijke debatten. “Er was een lijstje waarop je kon zien dat ook Klaas Dijkhoff en Alexander Pechtold er weinig waren. Maar ik word eruit gepikt, terwijl ik nota bene een internationale revolutie aan het organiseren ben.”

Geboorte van de partij

In haar begin dit jaar verschenen boek ‘Groeiend Verzet’ beschrijft Thieme de geboorte van de partij. Het gebeurde op 24 oktober 2002, in de trein tussen Den Haag en Amsterdam. Thieme werkte destijds bij Bont voor Dieren, net als Lieke Keller. Die dag had het tweetal bij de Canadese ambassade actie gevoerd tegen de zeehondenjacht. Op het spoor terug naar Amsterdam kwamen beiden tot dezelfde conclusie. “Het was genoeg, besloten wij toen en daar.” Het dieren­activisme moest het parlement in om tot substantiële veranderingen te komen.

De Tweede Kamerverkiezingen van 2003 leverden een kleine 50.000 stemmen op, te weinig voor een zetel. Drie jaar later werden dat er 180.000, geholpen door bekende lijst­duwers als Kees van Kooten, Jan Wolkers en Maarten ’t Hart. Het was voldoende voor twee zetels. En ook genoeg om de 148 collega’s van Thieme en Ouwehand fronsende wenkbrauwen te bezorgen. Wat kwamen deze dierenmeisjes doen in ’s lands belangrijkste vergaderzaal? Dat gevoel leefde sterk en langdurig. Nog in 2015 liet premier Mark Rutte zich ontvallen dat hij de Partij voor de Dieren eigenlijk een ‘welvaartsverschijnsel’ vindt. “Daarmee is het land eigenlijk wel af. Laten we respectvol naar hen luisteren. En dat is het dan.”

Thieme is nooit erg gevoelig geweest voor badinerende opmerkingen. Ook niet toen andere Kamerleden zich hardop afvroegen of er straks ook een partij voor de fietsen komt. Of toen de Kamer debatteerde over Walrusonderzeeërs en een aanwezige riep: “Nu moeten de dierenmeisjes even opletten.”

Wars van ‘compromisme’

Sinds de oprichting in 2002 vaart de partij haar eigen koers, op enige afstand van het politieke geweld op het Binnenhof. Marianne Thieme is nooit in beeld als er akkoorden worden gesloten of als de coalitie in tijden van crisis ergens steun moet vinden. Ze heeft niets met het ‘compromisme’, oftewel de gebruikelijke manier waarop partijen in de Nederlandse parlementaire democratie zakendoen. Thieme: “Wij handelen op basis van gevoel, overtuiging, geweten en visie.” Ze noemt het ‘tegendraadse politiek bedrijven’. Ze wilde nooit ‘de constructieve oppositie uithangen’, zei ze eerder dit jaar in deze krant. “Ben je wel constructief als je een kabinet in het zadel houdt? Wij kijken daar iets anders tegenaan.”

Thieme heeft altijd bezwaar gemaakt tegen het stempel ‘single issue-partij’. Die anderen, redeneert zij, dat zijn de partijen die zich blindstaren op doelgroepen. Op armen, op gereformeerden, op ouderen. “Allemaal gericht op een korte termijn deelbelang van de westerse mens en zijn geld.”

Marianne Thieme arriveert bij de Ridderzaal op Prinsjesdag in 2015. Beeld ANP

De Partij voor de Dieren beloofde het helemaal anders te doen. Veel liever dan aanschurken tegen de macht wilde Thieme de agenda van anderen beïnvloeden, ‘het ontmaskeren van zogenaamd diervriendelijke partijen’. Het had effect. Andere fracties voelden zich gedwongen meer aandacht aan dierenwelzijn te besteden, het werd een vast onderwerp in de regeerakkoorden van de kabinetten-Rutte. Landbouwdebatten gingen niet langer over kentekens voor trekkers, maar ook over de bedreigde positie van de bij en de gevaren van bestrijdingsmiddelen. De opgelaaide discussie over de vleesconsumptie rekent Thieme tot een van haar grootste verdiensten. Net als het door de Tweede Kamer krijgen van het wetsvoorstel dat een verbod op de onverdoofde, rituele slacht regelt, een plan dat een jaar later overigens alsnog door de senaat zou worden tegengehouden.

Terugkerende discussie over partijnaam

Op gezette tijden laait de discussie over de partijnaam op. Voldoet deze nog wel? Schrikt het potentiële kiezers niet af? Thieme heeft nooit getwijfeld aan de kracht van deze naam. De Partij voor de Dieren heeft een ‘smalle voordeur’, legde ze dan uit, met daarachter een ‘brede, duurzame boodschap’. “Geen enkele andere partij heeft zijn hele partijprogramma in zijn naam zitten.”

In oktober 2018 verliet Thieme voor enkele maanden de Tweede Kamer wegens ziekte. Wat ze precies mankeerde wilde de fractievoorzitter niet zeggen. Ze beschouwt het als een ‘privékwestie’. Er waren meer momenten dat de partij ervoor koos om niet alles te delen met het publiek. In de beginjaren was de pers niet welkom op congressen en andere bijeenkomsten. De partij opereerde aanvankelijk als een oester. In 2010 kwam Thieme met Ouwehand in botsing toen bleek dat laatstgenoemde in aanloop naar de verkiezingen op een onverkiesbare plek van de kandidatenlijst was gezet. Het congres waar dit werd uitgevochten vond achter gesloten deuren plaats. Ouwehand belandde na tussenkomst van de leden alsnog op plaats twee.

Unicum

Hoe voorzichtig Thieme de partij ook heeft laten groeien, ze kon niet voorkomen dat er alsnog een scheuring heeft plaatsgevonden. Deze zomer besloot Femke Merel van Kooten uit de fractie te stappen en zelfstandig verder te gaan als Tweede Kamerlid. Een unicum. Niet eerder verliet een politicus met slaande deuren de Partij voor de Dieren. Van Kooten werd in 2017 Kamerlid met de gedachte dat de partij klaar was, zoals ze in een interview met het AD uitlegde, ‘om verder te kijken dan de partijnaam lang is’. En volgens haar besloot Thieme juist om te gaan ‘versmallen’.

De breuk tussen de partij en Van Kooten legde bloot dat er achter de schermen een discussie gaande is over de koers. In het AD-interview reageerde het vertrokken Kamerlid zich af. Thieme zou de partij en de fractie met ijzeren hand leiden. Bovendien mochten fractieleden zich niet bezighouden met ‘futiele mensendingen’, vertelde Van Kooten. Thieme wilde terug naar de kern: dier, natuur en milieu.

De partijleider bleek, volgens Van Kooten, gevoelig voor de constatering van politicoloog Simon Otjes, die in al 2012 vaststelde dat de Partij voor de Dieren ‘haar unieke karakter lijkt op te geven’, door een ‘groen en sociaal programma’ te presenteren dat de partij dichterbij D66, PvdA, GroenLinks en de SP brengt. Voor Thieme, die zich juist afzet tegen deze partijen, moet dat een vervelende constatering zijn geweest. De partij heeft nooit inhoudelijk in willen gaan op de kritiek van Van Kooten en deed de breuk af als een ‘persoonlijke kwestie’. Thieme zei deze zomer in het tv-programma ‘Buitenhof’: “Er wordt met zo veel modder gegooid, het is niet passend om daarop te reageren.”

Daarmee is de zaak niet afgedaan. Voorzitter Sebastiaan Wolswinkel van de partij wil een discussie onder de leden over de koers. In het AD zei hij onlangs: “De grote vraag is: zijn er ook andere dingen waar wij ons als partij mee bezig kunnen houden? Gaan we verbreden?”

Die vraag moet de Partij voor de Dieren beantwoorden met een nieuwe leider. Thieme verdwijnt naar de achtergrond, hoewel het onwaarschijnlijk is dat zij zich in deze belangrijke discussie afzijdig zal houden.

Op Prinsjesdag, 2009. Beeld ANP

Biografie Marianne Thieme

Geboren in Ede, 1972

Studeerde rechten aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam en Frans aan de Sorbonne in Parijs.

Van 1997 tot 2001 was zij werkzaam bij onderzoeks­bureau B&A Groep en tussen 2001 en 2004 beleidsmedewerker bij de stichting Bont voor Dieren.

2002: mede-oprichter van de Partij voor de Dieren.

2004–2006: directeur stichting Wakker Dier.

2006-2019: Leider Tweede Kamerfractie Partij voor de Dieren.

Ze bracht in die periode vijf documentaires uit: ‘Meat the Truth’ (2007), ‘Sea the Truth’ (2010), ‘Haas in de Marathon’ (2012), ‘One Single Planet’ (2015) en ‘#Powerplant’ (2019).

Thieme heeft twee dochters uit een eerder huwelijk. Ze heeft een relatie met hoog­leraar financiële geografie en publicist Ewald Engelen.

Lees ook:

Is er plek voor mensen in de Partij voor de Dieren?

De Partij voor de Dieren moet een debat voeren over de koers, vindt de nieuwe partijvoorzitter. Zo’n discussie zal onvermijdelijk afstralen op partijleider Marianne Thieme.

Verrassing bij Partij voor de Dieren: de leden kiezen een 24-jarige outsider als voorzitter

De nieuwe voorzitter van de Partij voor de Dieren wil dat lokale afdelingen meer autonomie krijgen. Jeugdig elan in plaats van een PvdD’er van het eerste uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden