Theo Hiddema: ‘Ik kan heel goed met mezelf door één deur’

Theo Hiddema (FvD) Beeld ANP
Theo Hiddema (FvD)Beeld ANP

Theo Hiddema (Medwert-Holwerd, 1944) is advocaat. Hij heeft nationale bekendheid verworven door zijn optreden in talloze spraakmakende zaken.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben
"Gij zult dit, gij zult dat - ik snap werkelijk niet waar al die dwangbevelen en oekazes goed voor zijn. God is toch almachtig en alziend? De pakkans is dus honderd procent en het sanctiebeleid liegt er ook niet om: rampen, ziektes, hel en verdoemenis! En vanwaar dat gehengel naar waardering en complimentjes? Waarom zou Hij, als Hij toch onkrenkbaar is, bevestiging nodig hebben van een stelletje nietige aardwurmen zoals wij? Het zou Hem worst moeten zijn hoe wij naar Hem opkijken en hoe wij onze bewondering verkiezen vorm te geven. Het lijkt verdorie wel alsof Hij vindt dat Hij te weinig aandacht krijgt. En u weet toch wat mensen doen die aandacht tekort komen? Ze gaan zich aanstellen. Aanstellerij, dat is het."

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is
"Dat bedoel ik nou! Dus je zorgt er eerst voor dat mensen zich ontwikkelen tot grote kunstenaars en vervolgens verbied je ze mooie dingen te maken.
"Ik houd van mensen die prestaties leveren die ik op esthetische kwaliteiten kan beoordelen; wie niet kan bewonderen is als mens gemankeerd. Bovenaan staat voor mij, als heteroseksuele dondersteen, natuurlijk het vrouwmens. Daarna komen de schilderkunst, literatuur en muziek. Weet u wie ik laatst heb ontdekt? Helene Fischer. Ik luisterde altijd naar Radio 1 maar ik kan al die ditjes en datjes, de stompzinnige rondjes langs Kamerleden - de één heeft een lange teen, de ander overweegt een Kamervraag - dat oeverloze gezwam, niet meer verdragen. Dus ben ik op die schaal gaan zoeken en kwam uit bij Radio Fip waar van alles te horen was: walsjes van de Balkan, jazz, oude chansons en ga zo maar door. Prachtig. Tot UPC, dat goddeloze instituut, Fip er zomaar ineens, zonder overleg, vanaf gooide. Moest ik wéér een ander zendertje zoeken. Zo ben ik bij WDR4 terecht gekomen. Wat een verrukking. Ze spreken je toe als een volwassene, je wordt prettig geïnformeerd over stokkend verkeer en tussendoor draaien ze de mooiste schlagermuziek. Op een dag kwam daar dus Helene Fischer voorbij. Ik werd totaal verpletterd. Je kunt wel verklaren hoe zo'n stem zo mooi kan klinken - dat is een kwestie van huig en klankkast - maar als we het woord goddelijk een keer mogen gebruiken, dan zou ik dat graag in dit geval willen doen."

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken
"Moet u eens horen: ik vind het prima als iemand in een God wil geloven maar vanwaar dat larmoyante gedoe, dat eeuwige gejeremieer over Zijn grootsheid? En waar leidt het allemaal toe? Tot opgeblazen nederigheid en humorloze slaafsheid bij de één - moet je al die vrome tronies op zondag eens naar de kerk zien gaan - en tot pure haat bij de ander. Enig idee hoeveel zelfmoordaanslagen er de laatste jaren zijn gepleegd? De islam kent ook een ideologie van haatdragende idioten; iedereen die het met hen oneens is wordt in naam van Allah - Allahoe akbar - opgeblazen. Waarom al dat gedoe? Waarom zou je een mes in een ongelovige steken als de Almachtige zo'n vent met één losse dakpan kan uitschakelen? Ik heb wel een idee. Ik vermoed dat alles - de bekeringsijver, maar ook de wijze waarop ongelovigen kennelijk terechtgewezen dienen te worden - te maken heeft met angst en twijfel. Wie zelf voortdurend denkt tekort te schieten en op zijn tenen loopt kan niet verdragen dat een ander er lustig op los leeft."

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen
"Ik heb een nomadenbestaan opgebouwd; ik ben verslaafd geraakt aan reizen met de spoorwegen, optreden in het hele land. Mijn dagen beginnen als een zonnetje: als ik, bijvoorbeeld, in Leeuwarden moet pleiten, loop ik hier 's ochtends om zeven uur al over het Singel naar het Centraal Station, nagestaard door een paar katten, toegezwaaid door de hoeren die daar nog niet gesaneerd zijn en op een paar late klanten wachten. Op het station maak ik een praatje met de dames van de kiosk, in de trein klets ik wat met de conducteur en eenmaal op de rechtbank - waar iedereen me kent - zet ik mijn hersens in beweging en ga ik pleiten. Stelt u zich nou eens voor dat ik die binding met de samenleving niet meer zou hebben, of dat ik niet langer de hete adem van mijn agenda in mijn nek zou voelen? Ik zal op den duur wel minder moeten gaan werken, maar vooralsnog moet ik daar niet aan denken. Ik geniet veel meer van de gestolde momenten doordat tijdens een strafzaak een verdachte niet komt opdagen - uurtje vrij, taxi pakken, boekje lezen aan het strand - dan van vakanties die ruim van tevoren zijn gepland.

"Hard werken geeft een boost aan je zelfbeeld: hier ben ik en ik doe er nog toe. Geen tijd verknoeien en trots zijn op het product dat je levert. Dat heb ik van geen vreemde, het is het arbeidsethos van mijn ouders."

V Eer uw vader en uw moeder
"Mijn vader had een boerderij. Het stamboekvee was van superieure kwaliteit en de gewassen stonden erbij als om door een ringetje te halen. Het productieproces werd dagelijks, monomaan, aan allerlei controles onderworpen. Die man was zo bezeten van wat hij, werkenderwijs, teweegbracht dat kwesties als genegenheid, geborgenheid, opgaan in kindersentimenten niet bepaald aan hem besteed waren.
"Het identificatieproces met de vaderfiguur - dat heel vormend schijnt te wezen - was in mijn geval tot mislukken gedoemd omdat mijn pa er helemaal niet de man voor was om zich te richten op de opvoeding van alweer zo'n kind. Ik was de derde, en een nakomer bovendien.
"Mijn moeder was een zeer prestatiegerichte mevrouw, een sieraad in de formele omgang, iemand die zich met ziel en zaligheid op het pianospel stortte, oog had voor esthetische zaken, maar zich met mij niet heel erg bezighield. Daar had ze kindermeisjes voor ingehuurd.

"Ik was een dromerig type. Geboren aan de Friese wadden, op een boerderij, kind van ouders die - enfin, dat schets ik u net - genoeg hadden aan hun eigen besognes. Ik had weinig vriendjes in de buurt en moest dus, voor mijn vertier, zwengelen aan de pomp van de verbeelding. Het is een grote, kale vlakte, daar in het noorden; ik bedacht een andere wereld áchter de horizon.
"Ik zal, zoals ieder kind, gehunkerd hebben naar liefde en aandacht, maar ik kan mij niet herinneren dat ik, bij het uitblijven van die zaken, lag te jammeren in mijn jongenskamertje: waarom houdt er niemand van mij?! Ik herinner mij wel dat ik heimwee heb gehad toen ik op mijn elfde naar de zogenaamde Franse school in Leeuwarden werd gestuurd en bij een kostgezin moest gaan wonen. Maar goed, hoeveel mensen zijn niet, juist door hun langdurige omgang met gezinsleden, totaal verknipt uit hun jeugd tevoorschijn gekomen? Alsjeblieft zeg!
"Na die Franse school kwam ik op het christelijk lyceum in Dokkum, waar ik al snel met allemaal enen - zelfs de gymnastiekleraar deed mee in zijn afkeer jegens mijn prestaties - vanaf werd getrapt. Daarna werd ik naar een kostschool in Hoogezand-Sappemeer gestuurd. Zestig, zeventig jongens van 15 tot 23 jaar op een kluitje. Oppassen dat je in het juiste kamp terechtkomt, anders word je getreiterd dat het een aard heeft. Ik? Ik was 15 toen ik daar kwam, dus ik zal heus wel eens gepest zijn - ik weet het niet meer. Je zit in een dwangregime en je probeert er onderuit te komen, je wordt inventief in het zoeken van sluipwegen, en de vrees voor autoriteiten verdwijnt vanzelf, want je hebt ze door, die boven jou gestelden. Als je zo geschoold wordt, in zo'n gestructureerde setting, in die vormende jaren, dan krijg je een scherp oog voor de mankementen en de pluspunten van je medemens.
"Zo'n instelling zou vandaag de dag onmiddellijk door de onderwijsinspectie, met behulp van de ME, worden ontruimd, maar ik kan mijn oude kostschool, ook in het huidige pedagogische klimaat, nog altijd van harte aanbevelen. Ik ben er beslist niet slechter van geworden. Het enige wat ik er aan heb overgehouden is het onvermogen om in echte vriendschappen op te gaan. Lukt me gewoon niet. Niet dat ik daar last van heb hoor; ik houd er wel van om mij een beetje aan de rand van het gewoel op te houden. Wat moet ik met een boezemvriend? Het lijkt me vermoeiend om je hele innerlijke hebben en houden met zo iemand te moeten delen. Eenzaamheid is een zegen. Ik kan heel goed met mezelf door één deur."

VI Gij zult niet doodslaan
"Levensdelicten zijn mijn core business. Ik heb wekelijks minstens één doodslagzaak. Veel moorden worden gepleegd uit pure drift en eh... mag ik even kijken wat ik hierover heb opgeschreven? Dit zijn natuurlijk geen onderwerpen waar je zomaar, à l'improviste, iets over kunt zeggen. Daarbij komt dat ik gisteravond iets te lang in het café om de hoek heb gezeten en... ah, hier heb ik het: drift is de toestand waarin je tot het ergste in staat bent en waarin de daad niet meer betekent dan een loos gebaar. Handeling en verblinding vloeien in elkaar over; het verlamt iedere bezinning. Drift kent alleen maar de kater, en spijt achteraf. Iedereen kan uit drift een moord begaan, gelooft u mij nou maar. Ik hoop waarachtig dat het mij niet overkomt."

VII Gij zult niet echtbreken
"Ik zou niet eens meer kunnen reconstrueren langs de weg van welke, mij persoonlijk aanklevende behoeftes zich mijn huwelijk heeft voltrokken, want volgens mij was ik niet echt verliefd op mijn eerste vrouw. Ik had net een baan bij de oude Moszkowicz in Maastricht. Zij woonde nog in Groningen. Nou, dan maar trouwen. Toen zaten we daar, met z'n tweeën, in dat huis. Ik vond het een zeer beklemmende aangelegenheid, moet ik u zeggen. Dat hele huwelijk heeft maar twee jaar geduurd, geloof ik. Ik werd al snel verliefd op een andere vrouw. Overspel gepleegd. Mag niet, maar het kan wel zeer louterend werken. Ik voel mij er al lang niet meer schuldig over, maar dat heb ik toen wel gedaan. Het is verraad, nogal wiedes. Je laat een ander in de waan dat je voor honderd procent aanwezig bent en in het geniep doe je allerlei andere dingen. Ik heb het opgebiecht, we zijn gescheiden en ik ben in 1984 voor een tweede keer getrouwd.

"Dit is de liefde van mijn leven. Ik zal haar nooit ontrouw zijn. Dat hoeft ook niet, want er is geen mooiere, lievere vrouw dan deze. Hebt u haar wel eens gezien? Ik heb hier een foto... Voilà. Lijkt me een uitgemaakte zaak, toch?"

VIII Gij zult niet stelen
"Diefstal vind ik een zeer ordinair en smakeloos bedrijf. Dat gaat volledig ten koste van je eigendunk. Door mijn werkzaamheden - het zoeken naar sluipwegen, deduceren, betogen voorbereiden - ben ik, intellectueel bezien, zo vervuld dat ik niet eens tijd overhoud om te bedenken wat ik nog meer - en dan ook nog langs misdadige weg - zou willen verkrijgen. Wat de dief uitspookt, moet hij zelf weten. Ik veroordeel hem niet, maar zijn activiteiten dienen mij wel tot spiegel; het houdt mij op de been in dit baantje, het is een drijvende kracht van jewelste. De psychiater die mij afpelt zal wellicht tot de conclusie komen dat ik mijn eigen driften - want die hebt u heus wel, meneer - onder de pet houd dankzij de misère van mijn klandizie. Soit. Ik poets die spiegel iedere morgen op, stel vast dat alles in orde is en stap blijmoedig naar buiten, klaar voor een nieuwe dag. Ik ben een zeer tevreden man, moet u weten. Van nature voorbestemd tot een volgzaam, braaf bestaan. Om Woutertje Pieterse te parafraseren: het leven is een schone zaak en schenkt het mensdom veel vermaak."

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste
"De valse getuigenis komt waarschijnlijk voort uit een behoefte om, ten koste van een ander, in hiërarchisch verband een trede hoger uit te komen. Voor dergelijke abjecte zaken bent u bij mij aan het verkeerde adres. Ik ben namelijk baas op eigen erf, van niets of niemand afhankelijk. Natuurlijk stel ik het op prijs als er waarderend tegen mij wordt opgekeken, maar het kan mij tegelijkertijd niets schelen wat er over mij wordt gezegd. Vanuit die positie is het ook heerlijk om vrijuit te kunnen spreken. U hebt gelijk: ik houd er van om te chargeren, maar let wel: alleen als het cachet geeft aan iets wat inhoudelijk staat als een huis - anders word je alleen maar een roeptoeter. Als je een sterk argument hebt mag daar best een feestelijk strikje omheen.
"De mensen die bij mij over de vloer komen, leggen juridisch gesproken nog geen getuigenis af; het is een verklaring. Die kan evengoed vals zijn, da's waar. Als zo'n figuur opzichtig zit te jokken, grijp ik in. Een rechter heeft zoiets namelijk onmiddellijk in de gaten. Dus gaan we samen zagen en schaven aan dat verhaal. Ik probeer ervoor te zorgen dat de rechter een gereduceerd zicht heeft op de werkelijkheid en daardoor mijn cliënt vrijspreekt. Ja, ook als ik weet dat hij de waarheid voor zich houdt. Waarom zou ik mij daar bezwaard over moeten voelen? Ik ben toch geen pastoor, of een dominee? Je moet er als advocaat een beetje een schizofrene huishouding op nahouden in je brein, anders werkt het niet. Ik heb geen zin om mij te verschuilen achter het verhaal waar veel collega's mee aankomen: ik heb hem niet vrijgesproken, dat heeft de rechter gedaan! Feitelijk is dat juist, maar je weet natuurlijk donders goed hoe die vrijspraak tot stand is gekomen. Als strafpleiter wil ik, ondanks alles, trots kunnen zijn op het behaalde resultaat. Het is natuurlijk verschrikkelijk als de man die door mijn toedoen in vrijheid wordt gesteld uw moeder komt vermoorden, maar ik voel mij daar niet verantwoordelijk voor. Ik zal u troostend over de bol aaien en daarna moeten doorverwijzen naar de Schepper: Hij heeft de crimineel geschapen. Aan Hem de taak om de boel een beetje beter in de gaten te houden."

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

"Stel je nou eens voor dat ik een matig praktijkje bestier. Ik maak mezelf wijs dat ik behoorlijk kan pleiten, maar ik weet, diep van binnen, dat ik minder goed ben dan mijn collega's. Het is een sluimerend gevoel dat ik met moeite weet te onderdrukken. En dan, op een dag, midden in een betoog...verrek, daar komt Bram Moszkowicz de rechtbank binnenstappen en hij blaast mij, met een schitterend betoog, helemaal omver. En dan heeft hij ook nog eens een spetter van een meid terwijl ik met een vrouw met krulspelden en een abonnement op Opzij zit opgescheept. Dan denk je toch: laat in godsnaam een omgewaaide boom zijn Aston Martin splijten! Laat de ratelbliksem die bloedmooie mevrouw Jinek treffen en laat die man met zijn hele hebben en houden onmiddellijk tot de bedelstaf geraken!? Zou kunnen, toch? Maar nu komt u bij mij terecht: mijn tent floreert als een tierelier, ik heb de mooiste huizen van Amsterdam en Maastricht, ik bezit vier antieke wagens, ik ben gezond van lijf en leden en wat mijn vrouw betreft kan ik u melden dat er in de regio Zuid-Zuid Limburg, waar zij vandaan komt, in de afgelopen decennia niet eerder zó'n schitterende vrouw het levenslicht heeft aanschouwd. Meneer, ik krijg niet eens de káns om gevoelens van jaloezie te ontwikkelen. Het gaat mij al vele jaren voor de wind; goddank...wellicht.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden