Gunay Ulsu: ‘Wat me wel in landen als Frankrijk en Duitsland opvalt, is dat cultuur daar een vast onderdeel van het onderwijs is.’

InterviewGunay Uslu

Staatssecretaris Gunay Uslu wil knokken voor de cultuursector. ‘Cultuur was onzichtbaar, zo droevig’

Gunay Ulsu: ‘Wat me wel in landen als Frankrijk en Duitsland opvalt, is dat cultuur daar een vast onderdeel van het onderwijs is.’Beeld Phil Nijhuis

Gunay Uslu trof een diep geraakte, ontmoedigde culturele sector aan toen ze begin dit jaar aantrad als staatssecretaris voor cultuur en media. Ze wil vooral de positie van de makers verstevigen. ‘Ik krijg er soms buikpijn van.’

Iris Pronk en Bart Zuidervaart

Een baan als staatssecretaris? Het paste totaal niet in het plan van Gunay Uslu. Ze wilde juist een sabbatical nemen, reizen, een boek schrijven, tijd uittrekken voor familie en vrienden. En toen belde Rob Jetten, die samen met D66-leider Sigrid Kaag op zoek was naar nieuwe bewindslieden. Of ze staatssecretaris van cultuur en media wilde worden in het kabinet-Rutte IV.

Waarom zei ze ja op zijn verzoek? “Het streelde natuurlijk mijn ego”, zegt Uslu. Maar onmiddellijk sloeg de twijfel toe. “Wil ik dit? Waarom zou ik het doen?” Ze maakte een lijstje met voors en tegens: “Heel meisjesachtig, maar het werkte wel.”

Het rijtje met tegens was lang: de tijd die het kost, het boek dat er voorlopig niet komt, gebrek aan privacy. Maar één argument om het wel te doen gaf de doorslag: ze wilde na twee jaar coronacrisis iets voor de culturele sector betekenen.

Kunstenaars, dansers, muzikanten, acteurs, decorbouwers, lichttechnici, ze zaten werkloos thuis, of kozen noodgedwongen een ander beroep. “Cultuur was onzichtbaar, ook in de politiek. Ik vond dat zo droevig”, zegt Uslu. “Ik vroeg me af: Hoe gaan we om met onze cultuur? Waar is die aandacht toch?”

Zelf is ze stevig geworteld in het culturele leven. Naast directielid bij reisorganisatie Corendon was ze docent cultuurwetenschappen aan de universiteit van Amsterdam. Ook maakte ze tentoonstellingen voor verschillende musea en zat ze in de Raad van Toezicht van Filmmuseum Eye.

Het is een Haagse wijsheid dat politici altijd op de eerste rij in de schouwburg willen zitten, maar dat de artiesten en kunstenaars op het Binnenhof op de achterste rij mogen plaatsnemen. Uslu had het met lede ogen aangezien: zodra het virus opleefde en het vorige kabinet maatregelen trof, was de culturele sector het eerste slachtoffer.

Waar komt dat gebrek aan waardering vandaan? De staatssecretaris kan er geen goede verklaring voor geven, zegt ze. “Kunst en cultuur zijn zo ontzettend belangrijk voor ons. Het bepaalt hoe we naar de wereld kijken, het ontregelt, het maakt ons gelukkig. Als het goed is zijn er in 2025 weer nieuwe verkiezingen. In de tussentijd zal ik een lopende ambassadeur van de culturele sector zijn.”

Hoe trof u die sector bij uw aantreden aan, na twee jaar coronacrisis?

“Geraakt. In meerdere lagen. Ten eerste door de klappen die instellingen en kunstenaars hebben gekregen vanwege het moeten sluiten, weer open mogen, minder mensen welkom, toch weer eerder dicht. Zoiets valt heel moeilijk te managen. Maar ook geraakt door de geringe aandacht die er was voor cultuur en de pijn die dat veroorzaakte.”

Zou je het ook minachting van politici kunnen noemen?

“Nee, zover wil ik niet gaan. Ik zie ook enthousiasme bij de andere kabinetsleden. Als ik vertel over mijn werkbezoeken, zijn ze echt geïnteresseerd. Ik nodig ze ook zelf uit, hè. Mark Rutte heb ik meegenomen naar een voorstelling van Sanne Wallis de Vries. Met Ernst Kuipers, de minister van zorg, ga ik naar The Damned, een voorstelling van het Internationaal Theater Amsterdam. Met Rob Jetten, inmiddels de minister van klimaat, heb ik een dansvoorstelling gezocht. En voor Dennis Wiersma, onderwijsminister, ben ik nog iets aan het uitzoeken. Mijn doel is om ze kennis te laten maken met iets waar ze zelf niet zo snel naartoe zouden gaan.”

Waarom koos u bij Rutte voor Sanne Wallis de Vries, een cabaretier?

“Zij liet tijdens de crisis duidelijk van zich horen, ze was heel kritisch op het kabinet. En terecht. Niets voor niets was ze één van de drijvende krachten achter Theater Kapsalon, de protestactie tegen de gedwongen sluiting van de cultuur. Het leek me wel een goed idee om de leider van het land mee te nemen naar haar voorstelling. Ik informeerde Sanne Wallis de Vries pas op het laatste moment. Ze appte terug: ‘Wat een leuke introducé neem je mee!’ Rutte vond het een geweldig optreden.”

Er is dus nog geen sluitende verklaring voor de onderwaardering van kunst en cultuur, maar heeft u wel een begin van een idee?

“Het is een onderzoek waard, ik wil me er meer in gaan verdiepen. Wat me wel in landen als Frankrijk en Duitsland opvalt, is dat cultuur daar een vast onderdeel van het onderwijs is. In veel landen is geschiedenis is een verplicht vak, net als muziek. Ik denk dat Nederland in de basis tekortschiet.

“En dan is er het liberale idee dat de overheid zich niet moet mengen met cultuur. Terwijl die mensen bij elkaar brengt, en daar heeft de samenleving grote behoefte aan. Tijdens de pandemie is dat wel gebleken.

“We hebben in dit land een vreemde relatie met cultuur. We eigenen het ons niet toe. Het gaat al snel over frames, zoals dat kunst iets voor de linkse elite zou zijn. Terwijl in een bandje spelen of in een koor zingen óók cultuur is.”

Toen er op enig moment tijdens de coronacrisis versoepeld kon worden, gingen de winkels open en bleven de musea en bibliotheken dicht. Hoe overtuigt u de collega’s dat zoiets niet weer moet gebeuren?

“Ik hoef ze niet te overtuigen, binnen het kabinet is veel enthousiasme voor cultuur, dat wil ik nogmaals onderstrepen. Op dit moment is het beleid dat lockdowns in de toekomst voorkomen moeten worden. Sectoren zijn gevraagd om plannen te maken mocht het virus weer opleven.

“En dan zie je dat de creatieve sector weer als eerste met een routekaart komt, daar zitten de voorlopers en de aanjagers. Maar weet je, ik kan natuurlijk niets garanderen. Wat ik kan en ga doen, is knokken voor deze sector. Dat ze niet meer onderaan de lijst met prioriteiten staat.”

Creatieve geesten bedachten veel nieuwe oplossingen tijdens de pandemie, van coronaproof theaters tot livestreamconcerten. Maar ze zijn ontmoedigd geraakt, er mocht haast niks. Cabaretier Guido Weijers liep daar bijvoorbeeld op stuk.

“Ik weet het, ik heb zelf ook concerten georganiseerd vorig jaar. Je probeert steeds met de regels mee te bewegen: oké, dan doen we het op die manier, of op die manier. Maar vooral bij die laatste lockdown was iedereen murw. Dat is echt droevig, ik gebruik dat woord niet voor niets. Op een gegeven moment is het op, je kan niet meer.”

Kunstenaars en artiesten zijn enorm gedreven in hun werk. De misvatting lijkt te zijn: ze vinden het leuk dús kunnen ze het wel voor niks doen. Bij gratis lunchconcerten krijgt vaak iedereen betaald behálve de musici.

“Ja, dat is een heel gekke gedachte. Ik roep ook iedereen op om meer compassie te hebben voor de makers. We moeten die discussie echt voeren: wat betekent cultuur voor ons? Daarbij gaat het in de eerste plaats om begrip, om kénnen. De jurk die ik aanheb – nou ja, op dit moment een broek – die is gemaakt door een modeontwerper, die is ook cultuur. Net als de film waar we naartoe gaan en het fanfare-orkest. Cultuur is onderdeel van alles wat we doen.”

Dat wordt dus drie jaar lang zendingswerk.

“Maar ik vind dat leuk om te doen.”

Er is Uslu veel aan gelegen om de culturele sector nieuw leven in te blazen. Haar ‘Hoofdlijnenbrief’, die ze maandag naar de Tweede Kamer stuurde, zou je een reddingsplan kunnen noemen. Dit jaar trekt het kabinet 135 miljoen euro extra uit voor hulp aan de sector, de jaren erna loopt dat op naar 170 miljoen. Uslu richt zich specifiek op de makers, vertelt ze.

“Wat ik wil doen is de opdrachtenstroom op gang helpen, de artiesten en kunstenaars aan het werk krijgen én houden, met allerlei regelingen. Het gaat om mensen. Je kunt het ook over gebouwen hebben bijvoorbeeld, maar dan heb je niet de verhalen.”

Wat is uw grootste zorg op dit moment?

“De positie die creatieve mensen op de arbeidsmarkt hebben, daar krijg ik buikpijn van. Tijdens de crisis werd pijnlijk duidelijk hoe zwak vooral de zzp’ers staan. Ik werk nauw samen met de minister van sociale zaken en met de sociale partners aan oplossingen. Er komen in ieder geval twee pilots.

“De eerste is bedoeld voor werkgevers, om het voor hen aantrekkelijker te maken om gezamenlijk freelancers in dienst te nemen. De ander richt zich specifiek op de zzp’ers, die hard zijn geraakt door de coronacrisis. Zij hebben veelal hun spaargeld moeten opmaken. Ik wil hen helpen met de kosten voor een arbeidsongeschiktheidsverzekering en met hun pensioenverzekering. Het zijn pilots. Ik hoop dat dit goed gaat landen.”

Er is de afgelopen twee jaar veel steungeld naar cultuur gegaan, maar dat druppelde niet door naar de zzp’ers. Terwijl er daar zoveel van zijn.

“Ja, bijvoorbeeld bij de geannuleerde voorstellingen werd lang niet iedereen doorbetaald vanuit de zogeheten suppletieregeling. Sinds eind vorig jaar gaat dat beter, er komen nauwelijks nog klachten over binnen. Maar in de periode daarvoor zijn veel mensen in financiële problemen geraakt. En dat doet pijn.”

Pijn in de buik dus, zei u net. Komt dat ook door de beperkingen waar u tegenaan loopt, dat u afhankelijk bent van de minister van sociale zaken?

“De minister wil gelukkig ook heel graag de arbeidsmarktpositie van de makers verbeteren, het gaat gebeuren, het staat ook in het coalitieakkoord. Ik kom uit een commerciële wereld, ik ben gewend om snel te schakelen. Als er iets was, loste ik het zo snel mogelijk op. Maar in de politiek werkt het echt anders. Ik ben nog zoekende: wat kan ik? Ik voel ook de beperking.”

Klopt het dat u, ook als u niet bent uitgenodigd voor de ministerraad, toch aanschuift in de Trêveszaal?

“Zeker in het begin van dit jaar, toen het nog veel over het corona ging, nodigde ik mezelf gewoon uit. Ik dacht: daar moet ik bij zijn, ze praten over mijn sector. Ik vind dat niet heel gek, je bent als kabinet toch een team. Ik pak iedere gelegenheid aan om me ermee te bemoeien.”

Uw brief gaat vooral over geld en waar u dat aan wilt besteden. Maar is dat het enige antwoord op de teleurgestelde sector? Je proeft wel cynisme bij artiesten en kunstenaars.

“Nogmaals: het gaat ook om aandacht geven aan de sector en erkenning. Ik hoop zo dat we dat cynisme eruit kunnen halen. Bij de makers en bij een hele grote groep die niet in aanraking komt met kunst en cultuur. Althans, die dénkt geen cultuur tegen te komen. Dat klinkt wel belerend, eigenlijk, maar zo bedoel ik het natuurlijk niet.”

Hoe krijg je de mensen weer naar het museum, het theater en het concert?

“De bezoekersaantallen zijn nog niet op het oude niveau. Mensen zijn soms nog huiverig om te gaan. Poppodia gaan weer goed, festivals ook. In musea wordt het al iets drukker nu het toerisme weer aantrekt. We zetten nu in op allerlei campagnes. We moeten de boel weer helemaal laten bewegen en bruisen.”

Lees ook:

Staatssecretaris komt met een herstelplan voor de cultuursector: miljoenen extra

De culturele sector kwam zwaar gehavend uit de coronacrisis. Om de sector te herstellen is dit jaar 135 miljoen extra uitgetrokken, daarna loopt het bedrag op tot 170 miljoen structureel per jaar.

Een absurd tafereel: de geknipte krullen vliegen in het rond terwijl het Concertgebouworkest speelt

Theaters en concertzalen openden eenmalig de deuren als ‘kapsalon’, musea werden ‘sportscholen’. Ludiek protest uit noodzaak.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden