Levenslessen Splinter Chabot

Splinter Chabot: Laten we huppelend het nieuwe jaar in gaan

Beeld Merlijn Doomernik

Programmamaker, student en oud-JOVD-voorzitter Splinter Chabot (23), uitgeroepen tot best geklede man van 2019, bruist van de plannen. Tussendoor wil hij vooral blijven dollen. ‘Als ik ooit op het Binnenhof beland, hoop ik dat ik daar tussendoor wel even verstoppertje met iemand kan spelen.’

1 Blijf je hele leven leren

“Mijn hoorcolleges volg ik vooral achteraf, digitaal. Dat scheelt tijd. Dan schrijf ik mee, met een pen. De band zet ik dan op snelheid 1,8 of 2. Ik houd van een snel spraaktempo. Omdat ikzelf ook snel praat, denk ik. Bij politicologie aan de Universiteit van Amsterdam, waar ik zit, wordt er gelukkig in goed Engels lesgegeven. Maar door het Engels ontbreekt voor mij toch de nuance, merk ik. Daarom vind ik het vervelend als ook een werkgroep in het Engels is, waarin je met elkaar moet overleggen. Taal kan toveren, en taal tovert minder als je die niet helemaal machtig bent. Boeken moeten voor mij ook echt van papier zijn, dan kan ik in de kantlijn schrijven en tekenen.

De universiteit is voor mij een ballenbak van kennis, heerlijk, ik heb me voor veel extra vakken en een tweede studie – theaterwetenschappen – ingeschreven, waarin ik niet allemaal tentamen doen, maar ik volg wel alle colleges. Ik wilde eigenlijk geschiedenis doen, maar dat deden mijn twee oudste broers al, en dan word je met elkaar een soort Kwik, Kwek en Kwak.

Het vak statistiek heb ik nog niet gehaald, omdat ik in mijn eerste jaar vaak afwezig was. Ik was net voorzitter geworden van de JOVD (de politiek onafhankelijke jongerenafdeling van de VVD, red.) en in het tweede jaar moest ik kiezen om die herkansing te doen of om aan te schuiven bij ‘De wereld draait door’. Raden wat ik liever deed. Een studentenleven? Niet echt. Maar ik maak het wel zijdelings mee. Veel van mijn vriendinnen zitten bij studentenverenigingen, dus ik vergezel ze bij borrels en feesten graag als date.”

2 Dos en leef jezelf uit

“Het pak dat ik op de foto’s aanheb, is van de Haagse modeontwerper Peter George d’Angelino Tap. Hij maakt veel kleding voor opera en theater, ook de pakken voor de pianobroers Jussen. Ik bewonderde hem al een tijd, en heb hem na lang aarzelen een brief geschreven met de vraag of hij iets voor me wilde ontwerpen. Hij woont in Den Haag, vlak bij mijn ouderlijk huis, in het Benoordenhout.

Zijn stijl is prinselijk, hijzelf majestueus. Ik hou van die mooie kraaglijn en de kleuren. Terwijl dit pak gemaakt werd, won ik ook nog de Esquire-prijs voor ‘Best geklede man van 2019’. Zielsblij was ik daarmee, en ik had geduchte concurrenten, zoals voetballer Kenneth Pérez en een van de oprichters van Patta. Ik had nu ook best in een jurk willen poseren. Als kind droeg ik vaak prinsessenjurken, vanwege de kleur en de glamour, liever dan een prinsenpak. Ik zat op paardrijden en vioolles, van mijn zesde tot mijn achttiende. Toen ik dit pak moest passen, zag de ontwerper dat mijn ene schouder hoger is dan de andere. Dat komt door dat vele viool spelen.

Ik had een heel fijne lerares, Heleen. Ik praatte veel met haar, en als ik dan echt eens moest gaan spelen, dan praatte ik als het ware verder met mijn viool. Soms bezoekt de viool mij in mijn dromen, dan zie ik hem liggen in de kist, en dat zegt-ie: ‘Bespeel mij.’ Peter Buwalda beschrijft de vioolkist in zijn laatste boek als een babydoodskistje. Een ontroerend beeld, vond ik dat.

De viool ligt nog bij mijn ouders thuis, heb hem niet meeverhuisd naar Amsterdam, dat doe ik mijn buren niet aan. Als er vroeger bijna niemand thuis was, ging ik soms helemaal naar boven waar niemand me hoorde om van die zigeunermuziek te spelen met veel vibratie, schaatsend over de snaren. Maar ik houd ook van het hele snelle van Vivaldi.”

3 Ontdek wie je echt bent

“Een deel van mijn puberteit was een worsteling, terwijl ik toch in een zeer liberaal gezin opgroeide. Mijn middelbare school, het Vrijzinnig-Christelijk Lyceum in Den Haag was een kakschool, terwijl ik geen kakker was. Toch heb ik er een geweldige tijd gehad. Ik was een druk joch en niet van het podium af te slaan, heb veel mensen nagedaan, de conrectrice is er geloof ik nog steeds boos om hoe ik haar op hakken heb nagedaan. Merkkleren kregen we thuis niet. Dan was je een wandelend reclamebord. In de laatste klassen begon ik overhemden te dragen met veelkleurige prints.

Op school wisten ze wel dat ik anders was, toch wilde ik dat niet zijn. Als ik op pad ga met al mijn ringen aan mijn vingers, voel ik de blikken. Soms maakt het me niet uit. Laatst liep ik door Amsterdam en hoorde de ene jongen tegen de andere zeggen: ‘Kijk, dat is nou een echte homo.’ Ik schoot keihard in de lach. Hij was ook nog een knappe verschijning! Ze waren helemaal verbouwereerd.

Vriendinnen zijn heel belangrijk voor me, met hen kan ik praten. Mijn moeder zei altijd dat ze hoopte dat ze met haar vier zoons toch zeker één schoonzoon erbij zou krijgen. Heel lief bedoeld, maar ik wilde niet afwijken en was toch bang dat ik de teleurstelling zou zijn. Of dat ze er door anderen op zouden worden aangesproken. Aan de ontbijttafel alleen met mijn ouders wilde ik het er niet over hebben. Mag ik de boter, vroeg ik dan. Of de jam.

Op mijn negentiende ontmoette ik in Amsterdam voor het eerst een jongen die ik leuk vond, en dat vertelde ik aan tafel op kerstavond. Niet van: ik ben dit of dat. Ik ben gewoon Splinter. Mijn broers hebben ook niet verklaard: ik ben hetero. Ik had natuurlijk in de krant gelezen over landen waar homo-zijn verboden is. Vrijheid is voor mij dus niet zo’n abstract begrip. Ik was eens in Servië, waar ze nog dol zijn op stereotiepe mannen- en vrouwenrollen, je bent een macho óf een huisvrouw. De politie hangt er op straat, zoals jongeren hier. Toen ik langs een paar agenten liep met mijn roze sokken, schoot door me heen: als me nu iets overkomt, doen zij eerder mee dan dat ze me helpen.” 

4 Blijf spelen

“Dit jaar heb ik de tv-serie ‘Splinter in de politiek’ gemaakt, waarin ik sprak met politici en oud-politici. Nu ben ik in gesprek met Avrotros over een nieuw programma, iets rond het Binnenhof, dat vroeger dus ongeveer onze achtertuin was. Als kind mocht ik met mijn jongere broertje en mijn vader (schrijver Bart Chabot, red.) ook weleens mee naar de Troonrede van koningin Beatrix. Dan speelden we in die gangen. Toen was het Binnenhof toegankelijker dan nu. Ik hoop dat als ik ooit de politiek in ga, ik tussendoor nog wel even verstoppertje met iemand kan spelen in het Kamergebouw.

Het is zo raar: als we ouder worden maken we onze fantasie dood en worden we minder aardig. Ons gezin is wel een uitzondering, ja, dat klopt. Als wij met z’n allen op vakantie gaan, mijn ouders met vier zoons, zoals deze zomer naar Zweden, slapen we nog steeds in stapelbedden en spelen we tikkertje en verstoppertje.”

5 Denk niet in links of rechts

“Zo veel thema’s zijn nu zo grensoverschrijdend, ik denk vaak niet in links of rechts. Bij de JOVD, waar ik twee jaar landelijk voorzitter van was, stemden sommigen GroenLinks of D66. Ik ben een liberaal. Ik geloof dat we als samenleving en overheid individuen moeten inspireren om geen gesloten sieradendoosje te zijn, waarin iets verborgen zit, maar een kerstboom met versiering, die verleidt en doet verwonderen. Net als mijn helden David Bowie en Prince deden. Zij dwongen op het podium vrijheid af, waar anderen vrijer van werden.

Beeld Merlijn Doomernik

Ik ben politiek niet honkvast. Bij alle verkiezingen wil ik me laten verleiden door een partij, waarbij ik heel erg naar personen kijk. Ik was fan van Diederik Samsom (nu rechterhand van EU-vicevoorzitter Frans Timmermans, AS) na zijn eerste termijn met Rutte. Samsom had lef, ik geloofde hem. Zo goed hoe hij, met zijn groene hart, zijn partijbelang even opzij wist te zetten om het land eerst uit de crisis te helpen. En Mark Rutte bewonder ik ook, hij is bijna tien jaar premier, hoe knap. Hoewel ik als liberaal nooit zou kiezen voor een leus als ‘normaal doen’, maar juist voor ‘doe gek’.”

6 Laat de bladeren aan de bomen van confetti zijn

“In mijn zomervakantie heb ik eigenlijk alleen maar boeken gelezen: ‘Sapiens’ en ‘Homo Deus’ van Yuval Noah Harari, over waar we naartoe gaan als mensheid. Ik slurp het op als spaghetti. En Rob de Wijk over China. En Ilja Leonard Pfeijffers ‘Grand Hotel Europa’, dat ook over de grote invloed van China gaat. In bed lees ik nu ‘Otmars zonen’ van Peter Buwalda, lekker bijbeldik. Ik lees boeken altijd uit, ja, liefst met een pen in de aanslag. Geert Mak ligt er nog en Huib Modderkolk over techbedrijven en data heb ik net uit. Techbedrijven weten alles van je, mijn hardloop-app weet waar ik woon. Zijn onze banken en dijken wel digitaal beveiligd? Iedereen kan erbij. Daar moeten we op internationaal niveau iets mee doen. Zelfregulering werkt niet. Overheden moeten de leiding nemen.

Maar ik ben een optimist. Laat iedereen fladderen en huppelen. Laat het elke dag feest zijn. Het weer is grijs genoeg, wij mensen moeten het kleurrijk maken. Mijn fantasie is altijd bij me. Nu in dit gesprek, als we het over een kerstboom hebben, zie ik die ook letterlijk voor me, pinggggg, ineens klikken de kerstballen erin. Het is leuk om met je fantasie te spelen. Als ik in een park sta en ik beeld me in dat de bladeren aan de bomen van confetti zijn, dan ziet de wereld er toch anders uit? Ik werk aan een boek dat hierover gaat. En over politiek. Ik ben nog aan het tikken, ja. De werktitel is: ‘Plas-tic plak-oor-bellen. Een pleidooi voor de vrijheid van het individu.’ Het gaat over de voordelen voor Nederland om een land te zijn vol inspirerende individuen.”

7 Om te reizen hoef je niet altijd ver weg

“Mijn moeder belde gisteren: ‘Ik heb je heel lang niet gesproken.’ Ik zei: ‘Eergisteren nog!’ De anderen belt ze ook wel, maar ik ben de gevoeligste. Mijn andere broers zijn stoerder, hebben baarden, zijn atletischer. Ik ben de tengerste. Zij zijn in tussenjaren ook gaan reizen naar Nieuw-Zeeland en Australië, ik niet. Mijn ouders wilden niet dat ik dat ging doen. Ik had intern een reis af te leggen, dat vonden zij voorlopig genoeg. Mijn reis kun je niet tekenen op een aardbol, en eindeloos de foto’s en filmpjes bekijken, bij mij zit het voor altijd in mijn geheugen met de gevoelens en gedachten die daarbij horen.” 

Splinter Chabot (Den Haag, 1996) komt uit een gezin met vier zoons, van wie hij de derde is. Zijn moeder Yolanda is arts, zijn vader Bart dichter en schrijver. Splinter is student politicologie, programmamaker en tafelheer bij ‘De wereld draait door’. Hij was tot vorige maand voorzitter van de JOVD. In november werd hij door het blad Esquire uitgeroepen tot best geklede man van 2019. Volgens de jury is hij ‘een fakkeldrager van de nieuwe generatie’. Volgens Matthijs van Nieuwkerk heeft hij de naam Splinter, die al uit de Middeleeuwen stamt en ‘kleine jongen’ betekent, ‘aangetrokken als een maatpak en is hij een buitenbeentje in stijl’. Dit jaar maakte hij het programma ‘Splinter in de politiek’. In het voorjaar komt bij Spectrum zijn eerste boek uit met een pleidooi voor de vrijheid van het individu. Splinter Chabot is single en woont in Amsterdam

Trouw vraagt wekelijks een bekende of minder bekende Nederlander: welke levenslessen heeft u geleerd?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden