Guruh Soekarnoputra in zijn huis in Jakarta: ‘Mijn vader is de grootste founding father van dit land’.

InterviewGuruh Soekarnoputra

Soekarno's zoon: Mijn vader was de architect van de Indonesische onafhankelijkheid

Guruh Soekarnoputra in zijn huis in Jakarta: ‘Mijn vader is de grootste founding father van dit land’.Beeld Suzanne Liem

Soekarno is de iconische onafhankelijkheidsstrijder die de eerste president van Indonesië werd. Op 17 augustus is het precies 75 jaar geleden riep hij de onafhankelijkheid van Indonesië uit. Zijn zoon Guruh Soekarnoputra: ‘Hij was niet alleen mijn vader, maar ook mijn vriend en leraar’. Deel 8 van een serie over de kinderen van de hoofdrolspelers in de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog.

De eerste president van Indonesië staat bekend als de vader des vaderlands, een groot redenaar met een charismatische persoonlijkheid. ­Soekarno (1901-1970) was degene die Indonesië – een land van vele volken, talen en culturen, verspreid over een gebied groter dan de Verenigde Staten – na eeuwenlange overheersing door de Nederlanders naar de onafhankelijkheid leidde. “Hij heeft veel voor zijn land gedaan, voor zijn volk”, zegt zijn zoon Guruh Soekarnoputra over hem. 

Tijdens zijn studie aan de Technische Hogeschool in Bandung richtte Soekarno eind 1925 de Algemeene Studieclub op, die in 1927 zou uitgroeien tot de Partai Nasional Indonesia, de eerste nationalistische massabeweging. Soekarno’s rol werd steeds groter. In de jaren dertig werd hij zo’n bedreiging voor de koloniale autoriteiten dat hij gevangen werd gezet en zelfs verbannen naar ­Flores en Zuidwest-Sumatra.

Samenwerken met Japan

Toen de Japanners in 1942 Nederlands-Indië binnenvielen, besloot Soekarno met hen samen te werken om de onafhankelijkheid van Indonesië te verkrijgen. Hij werd in Nederland als collaborateur gezien. Soekarno schroomde niet om propaganda te voeren voor de Japanse werving van Indonesische arbeidskrachten, romusha genaamd, van wie er velen aan het werk zouden bezwijken. Op 17 augustus 1945 riep Soekarno samen met Mohammad Hatta de onafhankelijkheid uit. Nog diezelfde maand werd hij president. Vier jaar strijd volgde totdat Nederland, gedwongen door de internationale gemeenschap, op 27 december 1949 de soevereiniteit overdroeg.

Vanaf 1955 trok Soekarno steeds meer macht naar zich toe; in 1959 ontbond hij het gekozen parlement en voerde hij de ‘geleide democratie’ in, waarin de president het voor het zeggen kreeg met als doel meer politieke stabiliteit. Intussen woedde er een machtsstrijd tussen het leger en de communistische partij PKI, waarin Soekarno een verzoenende rol trachtte te spelen.

De verhouding met Nederland, dat nog altijd grote economische belangen had, verslechterde in die tijd. Dieptepunten: de nationalisatie van Nederlandse bedrijven in 1957 en een op het allerlaatst afgewende oorlog tussen Nederland en Indonesië over Nieuw-Guinea in 1962. In 1965 viel Indonesië ten prooi aan een mislukte staatsgreep, die resulteerde in een de facto machtsovername door het leger. Soekarno’s rol was uitgespeeld en in de daaropvolgende periode zijn minstens een half miljoen met de PKI geassocieerde Indonesiërs vermoord. In 1966 werd Soekarno door zijn opvolger ­Soeharto gedwongen af te treden.

De eerste first lady van Indonesië

Een hoge vlaggemast met de Indonesische vlag in top markeert de ingang van de villa waar Muhammad Guruh Irianto Soekarnoputra (1953), de zoon van Soekarno, in Jakarta woont. Het interview vindt plaats in een ontvangstruimte, door een kamer­scherm afgescheiden van de rest van het huis. Links aan de muur hangen twee schilderijen: van Soekarno en van zijn echtgenote Fatmawati. Eronder een met goud omrand zitje.

Vriendelijk wordt door zijn persoonlijk assistent verzocht één van de stoelen vrij te laten voor de zoon van Soekarno. Guruh woont in het huis waar zijn moeder Fatmawati (1923-1980), de eerste first lady van Indonesië, in het verleden woonde. Opvallend in het vertrek: een kunstzinnige wand van glas-in-lood in geeltinten.

Guruh koos voor een carrière in de kunsten. Hij is onder meer choreograaf, componist en tekstschrijver. In 1992 begon hij zijn politieke loopbaan in het Huis van Afgevaardigden. Hij zit daar voor de PDI-P, de partij waarvan zijn zus, oud-president Megawati Soekarnoputri, partijvoorzitter is: “De meeste mensen kennen mij van mijn activiteiten op het gebied van kunst en cultuur, maar eigenlijk ben ik het meest geïnteresseerd in politiek”, aldus Guruh.

De familie Soekarno met Guruh Soekarnoputra in de armen van zijn moeder Fatmawati. Links zijn zus, oud-president Megawati Soekarnoputri.Beeld Nikola Drakulic

Hij is de jongste van vijf kinderen uit het huwelijk van Soekarno met zijn derde echtgenote Fatmawati. Zijn moeder naaide op haar Singer naaimachine eigenhandig de vlag die na het uitroepen van de onafhankelijkheid op 17 augustus 1945 bij hun huis werd gehesen. Ook Fatmawati heeft in Indonesië de status van nationale held gekregen. “Ik vond altijd dat mijn vader en moeder in harmonie waren met elkaar. Ik bewonder mijn moeder zeer, net zoals ik mijn vader bewonder. Ze kwam uit een klein dorp, Bengkulu, en was pas 22 jaar oud toen ze de first lady van Indonesië werd.”

Het is moeilijk voor Guruh om in enkele woorden het belang van zijn vader te omschrijven: “Hij was de architect van de Indonesische onafhankelijkheid. Hij maakte de mensen bewust van de noodzaak hiervan, het belang van vrijheid voor een land, in dit geval Indonesië. Want vóór die tijd beseften veel Indonesiërs waarschijnlijk niet dat ze als natie bezet waren. Gekoloniseerd door de Nederlanders en daarna korte tijd door Japan.”

Pancasila, de staatsideologie

Guruh was zeventien toen zijn vader in 1970 overleed. Hij leerde veel van hem over de mensheid, over zijn principes. “Vanaf mijn vijfde levensjaar realiseerde ik mij dat mijn vader een groot man was. Hij was niet alleen mijn vader, maar ook mijn vriend en leraar. Een religieuze persoon, en ook zeer spiritueel. Het meeste heb ik geleerd van de gesprekken die we voerden tijdens de lunch. Dan was mijn vader vrij en ontving hij geen bezoek. Mijn ouders namen uitgebreid de tijd om met hun kinderen thuis te lunchen. Dat was toen we in het paleis woonden.” Guruh heeft gemengde gevoelens over zijn tijd in het Merdeka-­paleis, het presidentiële paleis. “Het was dubbel. Ik vond het fijn, maar voelde me er niet vrij, omdat ik constant met protocollen moest leven.”

Voor Nederland was Soekarno de duivel in hoogsteigen persoon

Misschien waren er in augustus 1945 nog andere nationalisten, die uit het juiste hout waren gesneden om de Republiek Indonesië te leiden, maar Koesnoe Sosrodihardo (beter bekend als Soekarno) was het beste in staat om de massa’s te begeesteren. Hij blonk uit als spreker, maakte geregeld een grapje en zag er goed uit. Vrouwen liepen met hem weg en hij met de vrouwen.

Soekarno werd wel Bung Karno genoemd. In dat ‘Bung’ zat de waardering voor zijn rol als ­Vader des Vaderlands vervat. Het land beschouwde hem als een van de spilfiguren, zo niet de meest cruciale persoon op weg naar zelfstandigheid van de natie.

Nederland kwam lastig los van het koloniale perspectief. Voor de Tweede Wereldoorlog was Soekarno al vastgezet als opruiend element. Na zijn samenwerking met de Japanse bezetters tussen 1942 en 1945 en de onafhankelijkheidsverklaring kon hij helemaal geen goed meer doen. Soekarno was de duivel in hoogsteigen persoon. Hij werd afgeschilderd als een terrorist en de Indische Mussert. “De brutale mond van Hitler, de kaak van Mussolini en de methodes van de Japanse krijgsheren”, schreef de Volkskrant eind 1945 onder een foto van Soekarno.

Dat beeld bleef ook bestaan na de soevereiniteitsoverdracht in 1949. In Nederland was de lang zittende minister van buitenlandse zaken Joseph Luns een van de meest prominente Soekarno-haters. De journalist Willem Oltmans heeft het geweten na een interview met de Indonesische leider in 1956.

Ook Amerika had het niet erg op Soekarno. In Washington werd hij onbetrouwbaar en hysterisch genoemd. Maar de Verenigde Staten hadden er ondertussen wel alle belang bij om hem en zijn enorme land op een strategische plek in Azië in het westerse kamp te trekken.

Soekarno nam echter het initiatief voor de oprichting van de Organisatie van Ongebonden Landen en liet binnenlands enige ruimte voor de communisten. Zoveel eigenzinnigheid pruimde Amerika niet. Bij de staatsgreep en moordpartijen op linkse elementen midden ­jaren zestig keek de CIA goedkeurend toe en hielp de dienst mee door het doorspelen van namen.

Paul van der Steen

De drie zussen van Guruh – Megawati, Rachmawati en Sukmawati – maakten carrière in de politiek. Volgens Guruh streven ze allemaal het gedachtengoed van hun vader na, ook al zitten ze bij verschillende partijen. Tijdens de laatste maanden van de Japanse bezetting (1945) introduceerde Soekarno de staatsideologie, de Pancasila genaamd. De ideologie van de PDI-P, de partij van Guruh en Megawati, is daarop gebaseerd. De vijf grondbeginselen: geloof in één God, nationalisme, internationaal humanisme, sociale rechtvaardigheid en consensusdemocratie (een typisch Indonesisch begrip dat neerkomt op langdurig overleg met alle partijen om vervolgens overeenstemming te bereiken).

Dankzij Soekarno heeft Indonesië een scheiding van godsdienst en staat. “Mijn vader is de grootste founding father van dit land. Hij heeft de Pancasila bedacht, maar ik hoop dat ook de rest van mijn vaders gedachtengoed ooit de officiële ideologie van dit land zal worden, net zoals die van Ho Chi Minh in Vietnam, die van Mao Zedong in China of die van Kim Il-Sung in Noord-Korea. Mijn vaders gedachtengoed kan Indonesië leiden en Indonesië kan zo een lichtend voorbeeld worden voor andere landen. Hij heeft dit vastgelegd in zijn dikke boek: ‘Dibawah Bendera Revolusi, Onder de Vlag van Revolutie’.”

Geen wrok tegenover Nederlanders

De relatie tussen Indonesië en Nederland is volgens Guruh inmiddels genormaliseerd. “De meeste Indonesiërs zijn vriendelijke mensen. Zij koesteren geen wrok tegenover de Nederlanders. Wij Indonesiërs weten dat vroegere generaties Nederlanders ons land hebben gekoloniseerd. Nu is de situatie anders: zelfs ik geloof dat de nieuwe generatie Nederlanders het niet eens is met wat hun voorouders hebben gedaan met ons land.”

TIJDLIJN

17 augustus 1945

Soekarno en Hatta roepen de ­Republiek Indonesië uit, onder druk van nationalistische jongeren. Mohammad Hatta wordt ­vicepresident. 

oktober 1945-begin 1946

Bersiap-periode, met massale ­gewelddadigheden van Indonesische strijdgroepen gericht tegen elk buitenlands gezag. Daarbij ­vallen mogelijk meer dan 35.000 dodelijke slachtoffers, onder wie veel (Indische) Nederlanders.

maart 1946

Koloniaal bestuurder Huib van Mook stelt voor de Republiek ­Indonesië te erkennen. Nederlandse troepen worden in Indonesië toegelaten om Britse posities over te nemen.

15 november 1946

Ondertekening Akkoord van ­Linggadjati. Doel is een Verenigde Staten van Indonesië, dat samen met Nederland de Nederlands-­Indonesische Unie vormt. Dat gaat veel Nederlanders te ver.

25 maart 1947

De Nederlandse Tweede Kamer ratificeert het Akkoord van ­Linggadjati, dat echter flink is ­bijgesteld. In Indonesië is het ­intussen permanent oorlog.

21 juli-5 augustus 1947

Operatie Product (eerste politionele actie) op Java en Sumatra door Nederlandse strijdkrachten. 

19 december 1948-5 januari 1949

Operatie Kraai (tweede politionele actie). Hiermee wilde legercommandant Spoor een einde maken aan Soekarno’s Republiek Indonesië. De internationale reacties zijn furieus, de VN-Veiligheidsraad dreigt met sancties.

7 mei 1949

Nederland en de Republiek Indonesië sluiten een akkoord (de Van Roijen-Roem-overeenkomst). Daarmee wordt gehoor gegeven aan de resolutie van de Veiligheidsraad. 

23 augustus-2 november 1949 

Rondetafelconferentie in Den Haag voor een definitieve ­regeling van het conflict.

27 december 1949

Soevereiniteitsoverdracht aan de Verenigde Staten van Indonesië. Die wordt door Soekarno binnen een jaar omgevormd tot eenheidsstaat.

Dit interview is mede tot stand gekomen met financiële steun van het Koninklijk Instituut voor Taal Land en Volkenkunde en met medewerking van Marjolein van Asdonck en Kees Snoek. Het maakt deel uit van het project Kinderen van de Oorlog. Hiervoor fotografeert en interviewt Suzanne Liem nazaten van grote spelers tijdens het dekolonisatieproces, aan Indonesische en aan Nederlandse zijde. Het project verschijnt volgend jaar in boekvorm bij uitgeverij Walburg Pers. 

Ga naar Trouw.nl/Indonesie voor alle andere verhalen in de serie, en extra’s. Daar is ook het interview met Guruh Soekarnoputra te lezen en kunt u een korte video bekijken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden