Afghaanse vluchtelingen

Sinds Jawid als oorlogsmisdadiger is bestempeld staat zijn leven stil

Jawid wordt door de Nederlandse staat verdacht van oorlogsmisdaden omdat hij in dienst was van de Afghaanse Khad/Wad.  Beeld Merlin Daleman
Jawid wordt door de Nederlandse staat verdacht van oorlogsmisdaden omdat hij in dienst was van de Afghaanse Khad/Wad.Beeld Merlin Daleman

Terwijl de Tweede Kamer zich buigt over de evaluatie van de evacuatiemissie uit Afghanistan vragen Afghanen die al langer in Nederland zijn zich af of er nog wat gebeurt met het omstreden ambtsbericht dat hen tot oorlogsmisdadiger bestempelde.

Jeannine Julen

Afghanen die zich in paniek vastklampen aan een Amerikaans gevechtsvliegtuig. Om minuten later op ingezoomde camerabeelden als zwarte puntjes honderden meters naar beneden te vallen. Die beelden van halverwege augustus brengen Jawid en zijn gezin een paar weken lang terug naar het Afghanistan van 1997.

De eerste keer dat de Taliban Afghanistan binnenvielen. “Toen was het erger dan nu”, snikt Mastura, de vrouw van Jawid. “Er waren geen mobieltjes om mee te filmen. De Taliban konden doen wat ze wilden. Het was erger dan nu.”

Het gezin vertelt erover in hun woning in het Zuid-Hollandse Hardinxveld-Giessendam, een dorpje onder de rook van Rotterdam. Ze gaan terug naar het moment dat vader Jawid, toen in de dertig en inmiddels 62 jaar oud, ondergedoken zat bij familieleden, op de vlucht voor de Taliban.

Voor hun drie zonen nog traumatisch

Ze vertellen over die keer dat Talibanstrijders hun huis binnenvielen, alles overhoop haalden, de gedichten die Jawid geschreven had in beslag namen, net als een hoop andere privéspullen. En ze hebben het over de gesprekken die ze voerden met mensensmokkelaars, de 26.000 dollar die ze toentertijd moesten neertellen voor het ontvluchten van hun thuisland. 33 dagen duurde de reis van Afghanistan naar Nederland. Het was emotioneel, angstaanjagend en voor hun drie zonen nog traumatisch.

Hoe die reis precies was? “Als je dat wil weten, moet je maar een andere keer terug komen”, zegt Jawid in eerste instantie. “Om het hele verhaal te horen.” Maar uiteindelijk branden hij en zijn vrouw los. Op een bepaald moment tijdens de reis begon hun jongste zoon Ali, toen een jaar of vier, te huilen.

Hij had, na dagen door de sneeuw te hebben gelopen pijn aan zijn voeten. Die zaten inmiddels vastgevroren aan zijn schoenen. Maar onderweg duldden de smokkelaars geen geluid, al helemaal geen gehuil. Ze dreigden de jongen achter te laten als hij niet zweeg. Dus deed Jawid die ijskoude voetjes onder zijn oksels. En zijn handen voor Ali's mond, om het gehuil te dempen.

Als oorlogsmisdadiger bestempeld

Het nieuws uit Afghanistan, de verhalen over vroeger; ze brengen oude emoties naar boven. Maar dit verhaal gaat niet over de Taliban in Afghanistan. Ook niet over wat de aanwezigheid van de Taliban in Afghanistan met Afghaanse Nederlanders doet. Het gaat over Jawid, die bijna twintig jaar geleden als oorlogsmisdadiger werd bestempeld.

Het is ook de reden waarom hij niet met zijn achternaam in de krant wil. En het maakt – hij benadrukt overigens niks te verlangen van de Nederlandse staat – dat hij al een jaar of twintig geen recht heeft op Nederlandse zorg, een overlijdensverzekering, huurtoeslag, zorgtoeslag of andere sociale voorzieningen en op een baan.


Jawid met zijn zoon Ali Sina in het blauwe pak.
 Beeld Merlin Daleman
Jawid met zijn zoon Ali Sina in het blauwe pak.Beeld Merlin Daleman

Terwijl zijn vrouw en kinderen in 2005 de Nederlandse nationaliteit kregen, krijgt Jawid jaar op jaar van de IND te horen hier niet te mogen zijn. Terugsturen doet de dienst ook niet, omdat Afghanistan onveilig is verklaard. Ondertussen heeft ook zijn vrouw - van huis uit een ingenieur, nu werkzaam in de linnenkamer van een bejaardentehuis - al jaren geen recht op sociale bijdrages, omdat ze in huis woont met iemand zonder verblijfsvergunning.

Opmerkelijk roulatiesysteem

Vlak voor Jawid en zijn gezin Afghanistan ontvluchtten, was hij tien jaar lang werkzaam voor KhAD/Wad, de omstreden Afghaanse inlichtingendienst. In het Afghanistan van de late jaren zeventig en de jaren tachtig zouden medewerkers van de dienst zich schuldig hebben gemaakt aan oorlogsmisdaden, beweert het ministerie van buitenlandse zaken.

Op 29 februari 2000 publiceerde het ministerie een ambtsbericht waarin die oorlogsmisdaden werden aangestipt. De inlichtingendienst zou het gemunt hebben op vijanden van het communistische bewind in Afghanistan, zo staat in het ambtsbericht. En, schreef het ministerie, door een opmerkelijk roulatiesysteem maakten alle officieren die tussen 1978 en 1992 in dienst waren van KhAD/Wad zich schuldig aan martelpraktijken en zelfs executies.

Gevangenen kregen volgens het ambtsbericht vuistslagen in het gezicht, werden aan de nek opgehangen aan draaiende ventilatoren, zagen hoe hun vingernagels werden afgetrokken of moesten toekijken terwijl hun vrouw door een van de officieren werd verkracht.

Stapels multomappen en plastic tassen

“Ze geven me de schuld van dingen die ik niet eens hardop durf uit te spreken. Zo erg schaam ik me ervoor”, zegt Jawid. Op zijn eettafel staan stapels multomappen en plastic tassen met documenten. Zijn dossier, legt hij uit. Met daarin onder meer een brief van het Nederlandse Openbaar Ministerie dat schrijft geen bewijs te kunnen vinden voor de misdaden waar hij van beschuldigd wordt. En een document van het Afghaanse parlement, dat voor de val van Kaboel nog actief was, dat hem vrij pleit.

In zijn tien jaar als KhAD/Wad-officier was hij geen beul, zegt hij. Maar hoofd van de beveiliging. Zijn mannen bewaakten hotels waarin toeristen, journalisten en ook diplomaten verbleven.

Van het in het ambtsbericht gerepte roulatiesysteem heeft hij nooit kennis genomen, stelt Jawid. Zo’n systeem is ook niet logisch, zegt hij. “Als iemand werkt op de afdeling voor economische fraude, hoe kan hij zich dan tegelijkertijd bezig houden met terrorisme?”

Hoe hij zijn hotels beveiligde, was zíjn geheim

En, zegt Jawid, het is tegen de natuur van een inlichtingendienst om veel te rouleren en veel informatie uit te wisselen. Hoe hij zijn hotels beveiligde, was zíjn geheim. Daar had maar een handjevol collega’s weet van. Zomaar overgeplaatst worden naar een andere afdeling was met alle verschillende culturen en talen in Afghanistan ongebruikelijk, vertelt hij ook.

Jawids verhaal is niet uniek. Sinds het ambtsbericht op 29 februari 2000 in werking trad, nam de Immigratie- en Naturalisatiedienst de verblijfsvergunning af van 500 tot 700 Afghanen (de cijfers veranderen door de jaren heen en het ministerie van justitie kan geen duidelijkheid verschaffen) die voor KhAD/Wad hadden gewerkt. Van die 500 tot 700 zijn tot op heden nog geen tien vervolgd.

Onbekend is de situatie waarin deze Afghanen verkeren ook niet. Jawid vertelde er al over in 2011 in het radioprogramma Argos. Vier jaar later, in 2015, werd de uitzetting van Feda Amiri, ook een oud-medewerker van de Khad/Wad, breed uitgemeten in verschillende media. En in 2018 bracht Argos de kwestie opnieuw aan het licht toen zelfstandig wetenschapper Joost Brouwer en vreemdelingenadvocaat Pieter Bogaers in een wetenschappelijk artikel in het Nederlandse Juristenblad schreven met de titel ‘Waarom het KhAD/WAD-ambtsbericht van 29 februari 2000 onjuist en onbetrouwbaar is’.

Weinig Afghanen werden vervolgd

In het bijna 22-jarige bestaan van het ambtsbericht hebben verschillende instanties en experts zich er kritisch over uitgelaten. Zo schreef het Nederlands Juristen Comité, twee jaar nadat het ambtsbericht in werking trad, dat het opmerkelijk was dat er zo weinig Afghanen werden vervolgd, maar Nederland in veel gevallen vasthield aan hun status van oorlogsmisdadiger.

Een jaar later, in 2003, noemde Afghanistan-expert Antonio Giuztozzi de aantijging dat alle officieren oorlogsmisdaden hadden gepleegd propaganda en hoogst onwaarschijnlijk. De VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR schreef in 2008, na grondig onderzoek, geen bewijs te vinden voor het door Nederland omschreven roulatiesysteem. Houd die passage uit het ambtsbericht nog eens tegen het licht, adviseerde de vluchtelingenorganisatie het Nederlandse kabinet dan ook. Ook Amnesty International, Vluchtelingenwerk Nederland en de Adviescommissie Vreemdelingenzaken uitten kritiek.

De gemene deler van al die kritische geluiden is de vraag of de bronnen die geraadpleegd werden voor de hardste conclusies in het ambtsbericht betrouwbaar genoeg waren. Twijfels daarover waren er overigens al voor het bericht op 29 februari 2000 uitkwam.

Deskundigheid en objectiviteit van bronnen

Dat blijkt uit stukken die zijn vrijgekomen op basis van de Wet Openbaarheid van Bestuur. In januari, iets meer dan een maand voor de publicatie, vraagt een ambtenaar van Buitenlandse Zaken aan een ambassademedewerker in het Pakistaanse Islamabad (de vervaardiger van het ambtsbericht) om de conclusies over het bestaan van een roulatiesysteem schriftelijk te bevestigen.

Twee maanden later – het bericht is inmiddels al in de lucht- wordt die vraag nog eens gesteld. “Ik merk echter dat in uw memo niet specifiek wordt ingegaan op de deskundigheid en objectiviteit van deze bronnen”, schrijft de ambtenaar van Buitenlandse Zaken nog eens naar de ambassademedewerker. En: “Vanwege de verwachte commotie wordt het dezerzijds wenselijk geacht de formulering van de deskundigheid en objectiviteit van deze bronnen expliciet op deze hoofdconclusie toe te spitsen.”

Die gewenste formulering blijft uit, blijkt uit de vrijgegeven documenten. Het ministerie krijgt vanaf de ambassade in Pakistan opnieuw de namen van de bronnen opgestuurd en een geraadpleegde literatuurlijst. Met daarbij de mededeling – wat jaren later onjuist zal blijken– dat in de nageplozen boeken niet werd afgeweken van de conclusies in het ambtsbericht. Aan het eind van zijn schrijven meldt de ambassademedewerker het “zorgwekkend” te vinden dat “voormalige medewerkers van KhAD/Wad op geen enkele wijze verantwoordelijkheid willen nemen voor de misdaden die namens hun dienst zijn gepleegd”.

Moeiteloos onderdak als politiek vluchteling

Het zijn woorden die geuit worden in een tijd dat Afghaanse asielzoekers in Nederland sowieso al onder een vergrootglas liggen. ‘Het barst hier van de Afghaanse oorlogsmisdadigers’, kopt Vrij Nederland in februari drie jaar voor de publicatie van het ambtsbericht. Kopstukken van het Afghaanse schrikbewind en dus verantwoordelijken voor oorlogsmisdaden, zo schrijft journalist Jos Slats, vinden hier moeiteloos onderdak als politiek vluchteling.

Afghanen die de repressie in hun land waren ontvlucht, komen daardoor in Nederland hun beulen weer tegen, schrijft Slats. PvdA-staatssecretaris Elizabeth Schmitz van justitie haast zich te reageren op de commotie die het artikel teweeg brengt. “Het kan niet zo zijn dat waar Nederland aan de ene kant zich moreel én juridisch verplicht heeft gesteld dergelijke misdrijven te voorkomen, het aan de andere kant personen die deze misdrijven elders gepleegd hebben toelaat als vluchteling”, schrijft ze in 1997 aan de Kamer.

Terug naar 2021, naar de eettafel waaraan Jawid, zijn vrouw en jongste zoon zitten. Zoon Ali kijkt verrast als hij een artikel doorgestuurd krijgt van Pieter van Reenen, wetenschappelijk medewerker van de Immigratie en Naturalisatiedienst (IND). Van Reenen betoogt op persoonlijke titel in het blad Migratierecht dat het ambtsbericht niet voldoet aan de Europese Procedurerichtlijnen.

Twintig lagere bestuursrechters

IND-medewerkers kunnen op basis van dat bericht hun werk namelijk niet onpartijdig doen omdat het politiek gekleurd is en gestoeld is op informatie die ‘geen enkele EU-lidstaat, of wie dan ook’ tot haar beschikking heeft. Wat dit artikel betekent voor zijn vader? Ali weet het niet, lijkt die gedachte ook niet aan te durven.

Op dat moment hebben namelijk al bijna twintig lagere bestuursrechters bij zeven verschillende rechtbanken het restrictieve beleid van de Nederlandse regering in de KhAD/Wad-zaken afgewezen, blijkt uit inventarisatie van wetenschapper Brouwer. Maar hun verwerpingen houden geen stand bij de Raad van State, de hoogste bestuursrechter. Die gaat uit van de juistheid van het ambtsbericht.

En ondanks de twijfel, houdt ook de regering nog altijd vast aan het beleid. “Betrouwbare aanvullende informatie over het roulatiesysteem binnen de KhAD/WAD is door UNHCR, noch door mij gevonden”, schreef minister Maxime Verhagen van buitenlandse zaken in reactie op de kritiek van vluchtelingenorganisatie UNHCR in 2009.

‘Ik ben altijd depressief geweest’

“De vraag is of dergelijke betrouwbare informatie anno 2009 nog verkregen kan worden. Vanuit het ministerie van Buitenlandse Zaken moet ik deze vraag negatief beantwoorden.” Het maakt allemaal dat de brieven die Jawid vrijpleiten - normaal netjes opgeborgen in multomappen en nu uitgestald op de eettafel – allemaal niet zoveel waard zijn, zegt het gezin.

“Ik voel me rot”, zegt Jawid uiteindelijk met betraande ogen. Hij vertelt over de andere oud-collega’s die naar België of Engeland zijn afgereisd en daar wel een vergunning hebben gekregen. Over vrienden van hem in dezelfde situatie, die zichzelf van het leven hebben beroofd. Zegt dat hij al die jaren sterk heeft proberen te zijn. “Maar ik ben altijd depressief geweest”, bekent hij uiteindelijk aan vrouw en kind. “Ik wilde jullie niks laten zien.”

Als iemand jarig is, wil hij ook een keer een bos bloemen kopen van zijn eigen geld. Als hij in de trein zit, wil hij ook eens kunnen bewijzen dat hij is wie hij is. “Ik heb geen spijt dat ik voor KhAD/Wad heb gewerkt”, besluit hij. “Ik heb spijt dat ik een mens ben zonder rechten. Was ik maar een dier. Dat was beter. Een hond, een kat, een papegaai; het maakt niet uit. Zij hebben tenminste rechten in de natuur.”

De werkelijke naam van Jawid is bij de hoofdredactie bekend.

Lees ook:

Hoe kan het dat niemand twijfelt aan dit document?

‘Ik denk dat iedereen weleens zo’n gevoel heeft’, schrijft columnist Tinkebell over e KhAD/Wad-zaken. ‘Dat je de krant leest of iets hoort en denkt: ‘Dit kán niet waar zijn.’ De vraag is wat er gebeurt wanneer je gaat uitzoeken of het klopt wat je onderbuik je eigenlijk al direct vertelde. En nee, dan bedoel ik niet een avondje googelen, maar echt onderzoek doen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden