AnalyseCrisiscommunicatie

Rutte wil liever overtuigen dan afdwingen; is dat de goede corona-aanpak?

Gebarentolk Irma Sluis en premier Mark Rutte. Beeld ANP

Het leek of het kabinet lang achter de feiten aanholde, in de eerste vier weken van de coronacrisis. Besluiten waren goed afgewogen, maar werden slecht gecommuniceerd, in wat premier Rutte ‘de grootste crisis sinds de oorlog’ noemt. Een terugblik.

Persconferenties van premier Rutte geven soms onverwachte inkijkjes in zijn politieke brein. Zoals vorige week vrijdag, 20 maart. Het is de derde week van de coronacrisis. Terwijl Brabantse ic-artsen dramatische verhalen vertellen, maakt de rest van Nederland zich op voor een zonnig weekeinde. Een ANP-journalist wil weten: de toespraak van koning Willem-Alexander, die is zeker óók bedoeld om Nederlanders indringend te waarschuwen dat ze ondanks het heerlijke lenteweer elkaar niet moeten gaan opzoeken?

De premier peinst. “Gut, dat is een idee.” Net als altijd is hij betrokken geweest bij de tekst van de koning, die al af is. “Het is eigenlijk wel goed ja, dat hij vanavond spreekt. Die timing… maar ik weet niet of het ook zo briljant bedacht was”, zegt Rutte, met een kwinkslag. Er is niet overwogen het goedbekeken tv-moment te gebruiken om een dringende voorlichtingsboodschap het land in te slingeren.

Had het verschil gemaakt? Of was Nederland die vrijdag sowieso nog doof geweest voor zo’n oproep? In de coronacrisis valt niets met zekerheid te zeggen. Behalve dat met vallen en opstaan geprobeerd wordt het virus af te remmen.

Klemmend beroep

Op 20 maart volstaat de premier met zijn eigen klemmende beroep op de mensen in het land. Hij heeft zich verbaasd en verbeten, over hoe slecht het advies om 1,5 meter afstand te houden wordt nageleefd. Hij roept mensen op anderen aan te spreken, een oproep die hij in vroeger tijden hooguit tevoorschijn haalde bij hufterig gedrag. Nu moet hij opeens alledaags, onschuldig gedrag verbieden. Het is telkens weer zoeken naar de juiste toon, in deze coronacrisis, waar de ontwikkelingen elke dag over elkaar heen buitelen.

Gebarentolk Irma Sluis en minister Grapperhaus. Beeld ANP

Rutte houdt het maar klein. Toen hij ’s avonds naar huis fietste, herkenden jongeren hem op de fiets. “Ze riepen ‘hé Mark’. Ik zei: ‘Leuk, maar doe even handig, ga uit elkaar staan!” Zo moet het, vindt de premier. Zijn tip blijft niet hangen. Drie dagen later, afgelopen maandag 23 maart, moet het kabinet alsnog zware boetes en beperkingen afkondigen om Nederland te dwingen niet zo samen te klitten.

Het is een herhaald patroon geworden. Steeds kondigt het kabinet een maatregel af waarvan het land verzucht: had dat niet een paar dagen eerder gekund en gemoeten? En steeds vraagt het kabinet zich af: hoe krijgen wij het land zover om de instructies van deskundigen goed na te leven? Vanaf de eerste dag van de coronacrisis steunt het kabinet op het RIVM, waar directeur infectieziektebestrijding Jaap van Dissel een speciaal voor Nederland op maat gemaakte strategie probeert te bedenken. Op zijn kompas vaart het kabinet.

Het is een eigenzinnige koers die Nederland vaart, zeker in die eerste weken, samen met enkele andere Noordwest-Europese landen. Niet alleen vanwege de stap-voor-stap adviezen van het RIVM. Maar ook omdat het kabinet meer is van het ‘overtuigen’ dan van het ‘afdwingen’. Is het de liberale achtergrond van de premier die meespreekt? “Heb nou niet de overheid nodig om te zeggen hoe we die afstand gaan houden”, vindt Rutte. Mensen moeten zelf het belang van strikte naleving gaan snappen. Pas dan werkt het. Nederlanders zijn een gezagsgetrouw volkje, maar als je te vroeg met betuttelen begint, ook een volkje dat in opstand kan komen. Je moet ze wel meenemen.

Sprint en marathon tegelijk

Een ‘sprint en marathon tegelijk’, is de bestrijding van het coronavirus voor het kabinet en het parlement. Als eind januari het virus voor het eerst Europa bereikt, met drie besmette Chinezen, voelt Nederland zich er op zichzelf klaar voor. Op 24 januari komt voor het eerst het ‘Outbreak managementteam’ van het RIVM bijeen, het onafhankelijke wetenschappelijke instituut dat het kabinet gaat adviseren over de te volgen strategie.

Er is ook in China zelf dan nog nauwelijks iets bekend over het gedrag van het virus. Minister Bruno Bruins van medische zorg neemt in eerste instantie de leiding. Het ECDC, het Europese centrum voor infectieziekten, meldt dat ‘de kans dat het naar Europa komt klein’ is, omdat China (dan nog) aangeeft dat het virus niet zo makkelijk van mens tot mens lijkt te gaan. Bruins geeft dat door aan de Tweede Kamer. Hij zal het later als een boemerang terugkrijgen. Bruins wordt met name door de PVV weggehoond met dat Nederland de ‘gekke Henkie’ van Europa is.

Speciale meetstations

Nederland staat paraat, omdat het als een van de weinige landen speciale meetstations heeft bij huisartsen, waar nieuwe virussen snel in beeld komen. Het lijkt nog rustig daar. Op 27 februari is de eerste patiënt met het nieuwe coronavirus bekend, een man uit Loon op Zand, die in een ziekenhuis ligt in Tilburg.

Gebarentolk Irma Sluis.Beeld ANP

Aan een duidelijke koers ontbreekt het niet, qua inhoudelijke keuzes. Vanaf het begin volgt minister Bruins strikt de drie stappen die de deskundigen van het RIVM nodig achten.

1. Indammen, zo lang als het gaat. 2. Beperken van de piek (de huidige fase). 3. Adaptatie zolang er nog geen vaccin is. Stap 4, een complete lockdown, is geen werkbare strategie, omdat mensen dan een jaar thuis opgesloten zitten, tot er een vaccin is. 

Premier Rutte staat pal voor die wetenschappers, ook als er in de Tweede Kamer groeiende kritiek is dat het veiliger is om méér maatregelen te nemen dan de experts adviseren. “Wij als politici moeten niet zelf gaan verzinnen wat verstandig is, maar ons baseren op kundige adviezen”, hamert de premier.

Gevoelsmatig zijn voor het grote publiek veel maatregelen in het begin nogal soft. ‘Blijf thuis bij hoesten’, is het eerste advies, maar alleen gericht aan mensen die in Lombardije zijn geweest. Wetenschappelijk is het onderbouwd, maar minister Bruins heeft de grootste moeite om op donderdag 5 maart Kamerleden te overtuigen dat het genoeg is. Bruins is geen grote prater, wat hem in deze crisis regelmatig opbreekt, ook bij persconferenties en televisieoptredens. Hij legt weinig uit over het wat en waarom van maatregelen, en leest vaak voor van papier.

De oppositie, en ook coalitiepartijen willen grotere stappen: mondkapjes vorderen, scholen sluiten, een vliegverbod. Deskundigen verwachten er relatief minder effect van, om allerlei redenen. Toch is Nederland in die eerste weken ook weleens strenger dan de rest van Europa, zoals begin maart, als reizen naar Noord-Italië niet meer mag.

Handen wassen is een ander voorbeeld van een slappe maatregel, in de ogen van het publiek. RIVM-baas Van Dissel zal weken later zeggen: juist dit handen wassen ‘heeft veel bijgedragen’. Afgelopen week heeft hij voor het eerst een sprankje positief nieuws. De ‘exponentiële groei’ van het virus lijkt gestuit, het virus verspreidt zich iets minder snel.

Door het stof

Het kabinet lijkt soms ook te optimistisch over het gedrag van Nederlanders. Terwijl RIVM-baas Van Dissel steeds zegt dat juist dat gedrag de belangrijkste factor is om een ramp af te wenden. Het kabinet maakt géén filmpjes met instructies om handen te wassen, zoals in Groot-Brittannië. Vier weken lang is er geen publieksvriendelijke website met informatie in begrijpelijk taal. Op ‘rijksoverheid.nl’ staan dorre mededelingen. De premier moest er voor door het stof.

Het kabinet durft ook de scholen niet te sluiten, terwijl ouders en leraren daar massaal om vragen. “Soms corrigeert de samenleving ons. Dan moet je niet eigenwijs zijn”, zal Rutte daar achteraf over zeggen. Zondag 15 maart volgt halsoverkop het besluit. Ook de horeca gaat dicht.

Toch lijkt de echte omvang van de corona-uitbraak ook dan nog steeds niet door te dringen, niet in het land, maar ook niet op het Binnenhof. Stond Rutte eerder lachend handen te schudden, pal na zijn oproep dat dat niet meer mag, nu vergaloppeert minister Wiebes van economische zaken zich met opmerkingen over zzp’ers die geen steun nodig hebben omdat ze ‘bewust een risico nemen’ door niet in loondienst te werken.

Kantelpunt

Politiek komt het kantelpunt pas op 16 maart, tweeënhalve week na de eerste patiënt. Premier Rutte geeft in het Torentje een tv-toespraak, iets wat hij zelf eigenlijk ‘nogal arrogant vindt’. Het is ernst.

De bijna-presidentiële Rutte die het land toespreekt, is somber en heeft slecht nieuws. De uitbraak gaat maanden, of misschien zelfs langer duren. De uitbraak zal iedereen raken. Meer dan de helft van de Nederlanders kan besmet raken, want er is nog geen zicht op een vaccin. Dat is iets wat de deskundigen van het RIVM al langer zeggen, maar wat het kabinet nog niet vaak zo duidelijk heeft gecommuniceerd. Het enige wat het kabinet kan doen, is eigenlijk: de piek afvlakken in het aantal besmettingen, zodat er genoeg ic-capaciteit is, en kwetsbare ouderen beschermen. Dat is wat deskundigen het kabinet al vanaf het begin adviseren.

Die boodschap over de omvang en duur van de crisis, gaat echter verloren. Er breekt politiek tumult uit over een verkeerd gekozen woord uit de speech, ‘groepsimmuniteit’.

Mede daardoor duurt het Kamerdebat op woensdag 18 maart wel tien uur. Minister Bruins staart halverwege naar het plafond, met een blik van ‘Mag ik weg om spoedzaken te regelen?’. ’s Avonds zakt hij van vermoeidheid door zijn benen. Dit zo niet weer, neemt de hele Tweede Kamer zich voor.

Ter discussie staan

Het besef dringt door dat ook op het Binnenhof zelf alles ter discussie staat. Over de stikstofcrisis heeft niemand het meer, besluiten kunnen wachten. Partijpolitieke ballast gaat overboord. VVD-minister Bruins stapt op en geeft zijn post nog dezelfde dag aan een CDA’er, minister Hugo de Jonge. Een oud-staatssecretaris van de PvdA, Martin van Rijn, komt ‘op persoonlijke titel’ het kabinet versterken. Hij wordt de tijdelijke minister voor medische zorg. Zijn eigen partij PvdA zit weliswaar in de oppositie, maar zulke dingen zijn een detail geworden. De laatste keer dat zoiets gebeurde, was in 1945, toen de gereformeerde oud-verzetsman Jo Meynen minister werd in het naoorlogse noodkabinet. Het is veelzeggend.

Premier Rutte noemt de coronacrisis ‘misschien wel de grootste crisis die ons als samenleving raakt, sinds de oorlog’. Waarin de politiek ‘met vijftig procent van de kennis, honderd procent van de besluiten moet nemen’. Iedereen is nodig, alleen met 17 miljoen mensen lukt het, smeekt hij het land.

Lees ook: 

Democratie in quarantaine: overleeft de rechtsstaat corona?

China wekt bewondering met zijn rigoureuze bestrijding van het coronavirus, overal ter wereld vaardigen regeringen de ene noodmaatregel na de andere uiten beperken burgerlijke vrijheden. Toch was het niet de minste politicus die waarschuwing liet horen. Angela Merkel spreekt nu al over de noodzaak om in een open democratie politieke besluiten transparant te nemen en te voorzien van uitgebreide verantwoording.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden