ColumnHans Goslinga

Rutte wacht een duivels dilemma

Doorgaan of niet doorgaan, dat is de vraag. Mark Rutte, de onbetwiste VVD-leider, heeft beloofd er voor het eind van het jaar een antwoord op te geven. Een kwestie van uitgekiende strategie of een ernstige, persoonlijke en politieke afweging?

Doorgaan betekent in het geval van Rutte bij gebrek aan serieuze rivalen zo goed als zeker voortzetting van het premierschap, een functie die hij nu tien jaar vervult. Dat is geen sinecure, hoe fris hij zich deze week ook aan de natie en de Tweede Kamer presenteerde. Een wijs man als de staatsrecht­geleerde André Donner besloot een ­beschouwing over het premierschap aldus: ‘Het is een taak waarbij ieder binnen kortere of langere tijd ‘opgebrand’ raakt. Gelukkig hij of zij bij wie dat langzaam gaat en naar wie nog wel eens terugverlangd wordt, doch het blijft geluk (genade?) en daar moet men zuinig op zijn en niet op gaan vertrouwen’.

De recente geschiedenis heeft geleerd hoe moeilijk het voor de hoofdrolspelers is het juiste moment van vertrek te bepalen en daarmee van de macht afstand te doen. Er bestaat geen handboek voor. De sociaaldemocraat Wim Kok besloot in het zevende jaar van zijn premierschap na de tweede termijn te stoppen. Maar twee weken na deze aankondiging volgde 9/11 en had hij van dat besluit al spijt. In een periode waarin het wereldbeeld kantelde, ontstond hier een free-for-allsituatie, die in het voordeel werkte van een nieuwkomer die Koks politiek-bestuurlijke erfenis beschimpte als ‘de puinhopen van acht jaar Paars’. PVV-voorman Geert Wilders gaf deze week de aanzet voor een herhaling met een scheldpartij over ‘de puinhopen van tien jaar Rutte’.

De geschiedenis maakt duidelijk dat een besluit tot stoppen nauw is verbonden met de vraag naar de opvolging en naar de politieke consequenties, al zijn die nooit helemaal te voorzien, zoals Kok ondervond. Met Brinkman en Melkert, de kroonprinsen van Lubbers en Kok, liep het meteen slecht af, Balkenende’s opvolger Verhagen ging met zijn gedroomde gedoogkabinet ten onder. In alle drie deze gevallen leden de partijen van de gaande premiers grote verliezen.

Dat laat zien dat het premierschap, niet alleen aan politiek gewicht in Den Haag, maar ook aan electoraal gewicht heeft gewonnen. Nederland is een coalitieland, maar het is ook een land waar de minister-president bij uitstek de blikvanger en spilfiguur is geworden. Dat is niet onverdeeld gunstig, omdat het de controle van de macht ondergeschikt maakt, maar het is vooralsnog een gegeven. De partijen zelf dragen aan deze scheefgroei bij door zich in verkiezingstijd om het Torentje te verdringen.

In het debat over de Miljoenennota was de teneur dat Rutte de afgelopen tien jaar een goede crisismanager was, maar dat het nu tijd is voor visionair leiderschap, waarbij Klaver (GroenLinks) het oog had op de klimaatpolitiek en Heerma (CDA) op een ‘coöperatieve revolutie’, een stelsel van publieke besluitvorming van onderop. Mooie gedachten, maar ten onrechte gekoppeld aan het premierschap, omdat dit naar zijn aard en in altijd delicate coalitieverhoudingen een vorm van permanent crisismanagement is. Rutte ging daarin zelfs zo ver dat hij veinsde geen visie te hebben, waardoor hij zich vrijwel ongrijpbaar maakte, maar daardoor juist gemakkelijker in staat was een ‘middelende premier’ te zijn.

Hij toonde in feite de keerzijde van de ervaring dat premiers met een uitgesproken visie, zoals Kuyper, Cals en Den Uyl, geen lang leven was beschoren. Niet voor niets spiegelde Rutte zich bij het aantreden van zijn tweede kabinet in 2012 aan zijn voorgangers Cort van der Linden, Drees en Lubbers. Zij waren typische compromissensluiters, die het nochtans niet ontbrak aan slagvaardigheid. Tweede overeenkomst: zij opereerden alle drie in crisistijd, Cort tijdens de Eerste Wereldoorlog, Drees in de naoorlogse wederopbouwperiode en Lubbers tijdens een ernstige economisch recessie. Rutte heeft met vier grote crises en hun naweeën te maken en logenstraft met zijn vitaliteit nog altijd de les van Macbeth dat regeren ‘nooit meer slapen’ betekent. Hij heeft zelfs aan rust gewonnen, zoals Wilders met zijn vruchteloze getier ondervond.

Hoe hoger de politieke zon van de premier klimt, hoe sterker de aandrang van diens partij door te gaan, hoe moeilijker voor de betrokkene te stoppen. De machtsdenkers in de PvdA oefenden in de zomer van 2001 druk op Kok uit nog een keer de lijst te trekken en na de verkiezingen het stokje over te dragen aan een ander, zoals Van Agt het had gedaan in 1982. Laakbaar, maar succesvol en dus verleidelijk, maar Kok wilde er niet van weten; zo kon je niet met een mandaat van de kiezers omgaan.

De krachten zijn dus sterk en scheppen een duivels dilemma. Wat Rutte straks ook beslist, vanzelfsprekend zal zijn keuze niet zijn.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden