Politiek en racisme

Rutte’s ongemak tegenover racisme is tekenend voor de VVD (en Den Haag)

Anti-racismedemonstratie, donderdag, bij de Erasmusbrug in Rotterdam.Beeld ANP

Wat betekenen de uitspraken van premier Rutte over ‘systemisch’ racisme?

“Ook hier is racisme, ook hier is discriminatie”. De uitspraken van premier Rutte over de ‘systemische problemen in de samenleving’, naar aanleiding van de Damdemonstratie, laat aan duidelijkheid niets te wensen over. Tegelijkertijd tekenen ze ook ongemak bij de premier, en bij zijn partij, om de dieperliggende problematiek van racisme te bespreken en te bestrijden.

Het is de moeite van het terugluisteren waard. Op de voorlopig laatste corona-persconferentie leidt het onderwerp racisme de aandacht van de zomervakantie af. Gevraagd naar de gebeurtenissen in de VS, de dood van de zwarte George Floyd door politiegeweld en het protest op de Dam zegt Rutte: “Wat mensen daar meemaken, maken mensen ook in Nederland mee. Ook in Nederland zijn er mensen die niet beoordeeld worden op hun toekomst, maar op hun verleden, op hun afkomst. Die niet als individu worden aangesproken, maar op de groep waar ze uit voortkomen. En niet op hun gedrag maar op hun geloof. Dat gebeurt ook in Nederland.” En even later: “Dat mensen daartegen protesteren, snap ik duizend procent.”

Duidelijke taal, is de eerste indruk. Taal die de premier niet voor het eerst gebruikt. De erkenning dat deze problemen ‘systemisch’ zijn, ingebakken in de samenleving, wijst op een indalend besef bij politieke partijen. Bij links is dat eerder gebeurd dan bij de middenpartijen op de rechterflank. Op de vraag wat de politiek – en Rutte als premier – daartegen doet, is hij overigens even kort van stof als altijd. Hij ‘normeert’ en: “We accepteren dit niet”. Op een volgende vraag, of dit geïnstitutionaliseerd racisme betreft, reageert Rutte zelfs ronduit korzelig. “Ik wil nu even wegblijven van sociologenjargon.”

Het ‘af en toe’ van Grapperhaus

Rutte’s houding op dit punt is tekenend voor het brede ongemak – in Den Haag, maar zeker binnen de VVD – om te praten over de dieperliggende oorzaken van racisme. Anders dan bijvoorbeeld emancipatie is voor bestrijding van racisme geen apart beleid op de ministeries. Er wordt rond Prinsjesdag nauwelijks over gesproken.

Minister van justitie Grapperhaus gaf deze week als enig inhoudelijk commentaar op het Damprotest dat er in de samenleving “nog af en toe dingen niet goed gaan en mensen elkaar discrimineren”. Het ‘af en toe’ van de CDA-minister is in tegenspraak met de hoger wordende stapel onderzoeken waaruit blijkt dat racisme en discriminatie wortelen in alle geledingen van de samenleving, van de woning- en arbeidsmarkt, tot de politie en de Belastingdienst.

Het wijkenplan van Dijkhoff

Bij de VVD overheerst het idee dat de rol en invloed van de politiek bij de bestrijding van dit racisme gering is – los van de handhaving van normen die de wet stelt. Het beste voorbeeld is het maatschappelijk debat over Zwarte Piet de afgelopen jaren, waar Rutte vaak met tegenzin aan deel lijkt te nemen. De laconieke houding die hij in het begin had is weliswaar verdwenen, maar het uiterlijk van Piet is een zaak van de samenleving zelf, zo klinkt het keer op keer. Dit ongemak komt ook naar boven op momenten dat er over racistische uitwassen wordt gesproken in de Kamer, zoals het debat over racistische spreekkoren tijdens voetbalwedstrijden afgelopen november. Rutte wil eerst zijn minister van sport sturen, maar moet zelf naar de Kamer komen. Hij spreekt zijn afkeuring uit, maar “mensen moeten elkaar ook aanspreken op gedrag. De politiek kan racisme niet doen verdwijnen”.

Update: Rutte denkt niet langer onbekommerd over Zwarte Piet

Premier Mark Rutte is van gedachten veranderd over Zwarte Piet. Verklaarde hij in 2013 nog onbekommerd dat “Zwarte Piet nu eenmaal zwart” is, inmiddels heeft hij “een grote verandering doorgemaakt”.

Rutte kwam tot inkeer doordat hij mensen ontmoette “met een donkere huidskleur, met kinderen, die zeiden: ik voel me ongelooflijk gediscrimineerd omdat die Piet zwart is”, zei hij donderdag in de Tweede Kamer. “Toen dacht ik: dat is het laatste wat je wilt bij het sinterklaasfeest.” Zwarte Piet zal de komende jaren uit beeld verdwijnen, verwacht Rutte. “Onder druk van het maatschappelijk debat. Mensen willen die pijn niet.”

De minister-president erkent dat er in Nederland “plaatsen zijn waar institutioneel racisme voorkomt”. Toch wil hij die term, die uitdrukt dat niet alleen individuen maar ook overheden en andere belangrijke organisaties zich aan racisme bezondigen, niet gebruiken. Ook al kan dat mensen helpen die tegen die wantoestand te hoop lopen. De premier is bang mensen die helemaal geen racistische inborst hebben, te vervreemden door hun dat etiket op te drukken.

Wat meespeelt is de vermenging van het racismedebat met het debat over migratie en integratie. Beide discussies zijn verhard. Lang niet altijd wordt er daarbij onderscheid gemaakt tussen nieuwkomers en Nederlanders met een migratieachtergrond of dubbele nationaliteit, die hier (soms al meerdere generaties) wonen. De opkomst van populistische anti-migratiepartijen versterkt bovendien de rechterflank van de VVD, waar meer nadruk wordt gelegd op de eigen natie, veiligheid en handhaving van de regels. Zie bijvoorbeeld de discussie rond het omstreden wijkenplan van VVD-fractievoorzitter Klaas Dijkhoff. Dat levert vaak spanning op met de meer klassiek liberale opvatting van een open samenleving, ook economisch. Daarin ligt een sterkere nadruk op eigen verantwoordelijkheid en gelijke kansen voor ieder individu.

Homohaters, racismeroepers en capuchonklootzakjes

Zo komt het dat de premier van ‘normale’, gewone Nederlanders zich soms genoodzaakt ziet uit te leggen dat zijn ‘gewoon’ inclusief is bedoeld, dat het niet uitmaakt waar je wortels liggen, waar je woont, wat je gelooft of hoe je in het leven staat. Maar het is diezelfde Rutte die als VVD-leider op campagne zegt: “Doe normaal of ga weg”. Daarbij richtte hij zich tot homohaters, maar ook tot ‘mensen die gewone Nederlanders uitmaken voor racisten’. Gekleurde Nederlanders zullen de norm die op zo’n moment wordt gesteld vooral zien als de norm van de witte meerderheid.

Premier Rutte gelooft dat ‘iedereen die zijn best doet’ kansen krijgt in Nederland. Hijzelf brengt dat iedere week in de praktijk als docent op een Haagse middelbare school. Bij de VVD wordt de veroordeling van discriminatie en vooroordelen niet geschuwd. Zo zei Dijkhoff op een partijcongres: “Het is niet eerlijk dat het ‘afgestudeerde Marokkaanse meisje’ verantwoordelijk wordt gehouden voor de wandaden van een ‘capuchonklootzakje’.” Maar het besef dat de afgestudeerde Marokkaans-Nederlandse vrouw – geen meisje – om een andere, dieper in de maatschappij gewortelde reden wordt achtergesteld, is nieuw. En die systemische oorzaak maakt het niet alleen een zaak van mensen onderling, maar ook van de politiek.

Lees ook: 

Rutte geeft toe: Hij is van gedachte veranderd over Zwarte Piet

Rutte kwam tot inkeer doordat hij mensen ontmoette “met een donkere huidskleur, met kinderen, die zeiden: ik voel me ongelooflijk gediscrimineerd omdat die Piet zwart is”, zei hij donderdag in de Tweede Kamer. 

Te veel mensen op de Dam? Onzin, zegt activist Naomie Pieter. ‘We stonden daar voor onze grondrechten’

Naomie Pieter (30) is een van de drijvende krachten achter de demonstraties van BlackLivesMatter in Nederland. Na het protest in Rotterdam zullen meer acties volgen, zegt ze. “Ik zie zoveel onrecht om me heen. Ik kan mijn ogen er niet voor sluiten.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden