AnalyseTien jaar Rutte

Rutte is geen Merkel, en wil dat ook niet zijn

Beeld Brechtje Rood

Een terugblik op 10 jaar premierschap, waarin hij samenwerken tot politieke norm verhief, in een wereld waar de confrontatiepolitiek in opmars is. Maar waar hij terugdeinsde voor moreel leiderschap.

Opgewekt kijkt premier Mark Rutte de camera in, voor een videoboodschap aan de Verenigde Naties. Hij wipt kort op zijn tenen, gooit het hoofd in de nek en steekt van wal. Het is woensdag 30 september, midden in een oplopende coronacrisis. Rutte heeft tijd gevonden voor een onderwerp waar hij nog weinig openbare toespraken over heeft afgeleverd: die andere wereldwijde crisis, van de teloorgang van de natuur. “Dames en heren”, begint hij. “Ik neem u mee naar de nieuwe natuur van de Markerwadden!”

Een paar honderd kilometer verderop spreekt de Duitse bondskanselier Angela Merkel die dag ook een videoboodschap uit. Maar die klinkt héél anders. Merkel kijkt ernstig, de handen gevouwen. “In de geschiedenis van de mensheid”, begint zij, “is er nog niet eerder zoveel razendsnelle achteruitgang geweest in milieu, klimaat en biodiversiteit. (…) We moeten handelen om ons levensfundament te beschermen.” In drie zinnen heeft de Duitse premier zichzelf en de wereld een grote opdracht gegeven.

Rutte houdt het klein

Wat is de rol van een premier? Voor welk soort leiderschap koos premier Rutte de tien jaar dat hij minister-president is? Het is deze week een decennium geleden dat hij op 14 oktober 2010 zijn kabinet presenteerde.

Alleen al die toevallige video voor de Verenigde Naties is een aardige staalkaart van zijn opvattingen over politiek leiderschap. Rutte is de premier van praktische oplossingen, met een behapbare horizon, en een boodschap van optimisme. Rutte houdt het liever klein.

Beeld Sander Soewargana

‘Perspectief bieden’, heeft hij vaak gezegd in de tien jaar van zijn premierschap, ziet hij als zijn belangrijkste taak. Vaak doelt hij daarmee op het perspectief van een sterke economie. Is die economie in orde, dan opent zich vanzelf de uitweg in andere, maatschappelijke, brandende kwesties. In zijn VN-boodschap vertelt hij hoe Nederland de bedreigde natuur redt: door nieuwe wadden aan te leggen en door vijf miljard euro “te investeren in de landbouw, een zeer belangrijke sector”. Hij heeft er flitsende beelden onder laten monteren, van majestueuze landbouwvoertuigen op weidse akkers. Een stukje Holland-promotie.

Pragmatisme en dadendrang

Het is een rode draad in Ruttes premierschap. De Nederlandse minister-president wil niet in de rol van de regeringsleider die het land de weg wijst. Niet zoals Angela Merkel, met wie hij samen inmiddels tot de langstzittende regeringsleiders in Europa hoort. Door hun lange staat van dienst wordt er steeds meer naar hen gekeken. Rutte verzet zich daar tegen. Zijn eigen rol pleegt hij te bagatelliseren: het premierschap is ‘gewoon een baan’ en de premier slechts ‘de baas van het spul’. Het is het kabinét dat besluiten neemt, niet één man. Dat is niet alleen pragmatisme, dat hij dat zo ziet. Het is minstens zoveel de liberale overtuiging die hij als VVD-premier meebrengt, over de relatief beperkte rol van de politiek en de overheid in de samenleving.

“Ik ben enorm praktisch ingesteld. Dat heb ik van huis meegekregen: niet te veel naar de toekomst kijken, niet te veel zeuren en op de kleine steentjes blijven lopen”, zei Rutte in 2004, toen het voor de VVD nog verre toekomstmuziek was een minister-president te leveren. Die positie was in Nederland bijna altijd het domein van het CDA. Dat veranderde in één keer bij de verkiezingen van 2010 waar Rutte als lijsttrekker de VVD de grootste maakte. Veel kiezers wilden iets anders dan het CDA, na vier kabinetten-Balkenende. Voor het eerst in zeventig jaar kreeg Nederland een liberale minister-president.

In het Torentje hing hij het portret op van zijn voorbeeld en voorganger, de liberale premier Cort van der Linden – die het politieke verbinden uitvond, in 1917, en voor het eerst de brug sloeg tussen socialisten, liberalen en christen-democraten. Verder hing Rutte het portret terug van Thorbecke. Dat portret was onder premier Balkenende op raadselachtige wijze uit het Torentje verdwenen. Tegenwoordig staat er trouwens ook een foto van bondskanselier Merkel bij de portretten, vanwege de band die door jarenlang samenwerken in Europa is ontstaan.

Twee dingen nam Rutte zich voor: hij zou de premier worden van pragmatisme en van dadendrang. “Daarmee hebben mijn liberale voorgangers in hún tijd het systeem echt veranderd”, zei hij bij zijn Thorbeckelezing in 2016, zijn grote essay over de aard van het Nederlandse premierschap . ‘Pragmatisme’ betekende in de praktijk dat Rutte politiek openstond en -staat voor samenwerking met totaal verschillende partijen. Met zijn Nokia-telefoon houdt hij al bellend en sms’end zijn kabinetten bij elkaar. Recent nog prezen bronnen in het kabinet, volgens De Telegraaf, zijn ‘magistrale’ talent om mensen bij elkaar te houden. Ook de buitenwereld ziet al tien jaar: Rutte weet voor elk meningsverschil een oplossing.

Die pragmatische rol die hij verkoos vanaf dag één, had mede een aardse reden: zo stabiel is de machtsbasis van Rutte helemaal niet. Hij begon als de man van de nipte overwinningen. Geen van zijn kabinetten had een meerderheid in zowel de Tweede als Eerste Kamer. Hij is eerder de premier van de ‘grootst mogelijke minderheid’.

Al lang weer vergeten is dat hij de verkiezingen van 2010 maar net won van de PvdA; het scheelde weinig of Job Cohen was premier geworden. Binnen zijn partij werd zijn leiderschap betwist. Kiezers stemden liever op Rita Verdonk, VVD-kopstukken vonden hem te links, ‘het broertje van PvdA’er Wouter Bos’.

Dat hij de PVV aan de borst drukte, met zijn gedoogconstructie van VVD, CDA en PVV (2010-2012) was óók een manier zijn eigen leiderschap bij de VVD te vestigen. “Rechts Nederland kan zijn vingers aflikken”, sprak Rutte. Van zijn linkse imago was hij in één keer af. Inhoudelijk zag hij er ook een – pragmatische – oplossing in om het populisme de wind uit de zeilen te houden. Iets dat niet lukte. Wilders deed de ene na de andere grove uitspraak over moslims en de islam. Samen stonden ze in de Tweede Kamer te bekvechten: “Doe es normaal”, “Doe zelf eens normaal, man”. De politieke polarisatie en maatschappelijke onrust groeiden.

Mark Rutte groet zijn Duitse collega Angela Merkel op de G20-top in Hamburg, in 2017.Beeld AFP

Versplinterd politiek landschap

De paradox van Rutte is dat zijn vermeend kleine rol hem steeds meer macht gaf. Rutte is dan volgens hemzelf slechts een soort personeelschef, maar ondertussen kreeg elke partij die met hem in een kabinet stapte, daarna harde klappen bij de verkiezingen. Eerst het CDA en de PVV, daarna de PvdA, met wie hij in economische crisistijd een kabinet vormde tussen 2012 en 2017. Dat Rutte-effect maakte hem gevreesd. PvdA-leider Lodewijk Asscher had jaren nodig om weer op te krabbelen in de peilingen.

Rutte had van zijn nadeel zijn voordeel gemaakt. Zijn tweede kabinet stond op smalle poten; VVD en PvdA hadden geen meerderheid in de Eerste Kamer. Meerderheden bestonden niet meer, in een versplinterd politiek landschap waar populistische partijen groeiden door de eurocrisis en de vluchtelingencrisis.

“Bent u de machtigste man van Nederland?”, kreeg Rutte als vraag toen hij in 2015 optrad bij VPRO’s ‘Zomergasten’. Dat gaf aardig weer hoe snel hij furore had gemaakt. Zijn kabinet met de PvdA had het land door een economische crisis geleid, met hulp van de ‘constructieve’ oppositie van D66, SGP en GroenLinks. Zijn premierschap had meer diepte gekregen door de manier waarop hij de leiding nam na de aanslag op de MH17.

Machtiger? Nee, dat idee verwerpt hij. Politiek gaat niet om macht maar om de ‘gezamenlijke prestatie’, van ‘mensen bij elkaar brengen, tegenstellingen overbruggen, zorgen voor gedragen besluiten en verstandige compromissen’, noteert hij in zijn Thorbecke-essay over het Nederlandse premierschap. “Wie in het politieke landschap van nu resultaat wil boeken, moet over overtuigingskracht beschikken.”

Onder Rutte beproeft Nederland al tien jaar het alternatief voor het populistische model. Samenwerken in plaats van confrontatie. Coalities en akkoorden in plaats van een politiek van ‘winner takes all’ van sterke mannen als Trump en Johnson. Het is iets dat Rutte deelt met bondskanselier Merkel, met haar Schritt für Schritt. Het verschil: zij zou dat niet zo makkelijke combineren met uitspraken als ‘Pleur op’, waarmee Rutte uitviel naar Turkse Nederlanders die zich misdroegen bij een pro-Erdogandemonstratie. Hij maakte er zelfs de VVD-verkiezingsslogan van: “Doe normaal of ga weg”.

Wat hem parten speelt, is dat de wereld ondertussen instabieler, onzekerder en onveiliger wordt, met grote vraagstukken die op Nederland en de Nederlanders afkomen. Een premier die zijn rol klein houdt, is dat nog wel van deze tijd? Die loopt het risico dat hij ook zijn verhaal klein houdt.

Als liberaal heeft premier Rutte altijd gevonden dat de samenleving het meest floreert als mensen en bedrijven de vrijheid krijgen. Dat betekent automatisch dat de overheid niet teveel moet willen opleggen van bovenaf. Het is een consistente lijn van denken die hij als jonge VVD-staatssecretaris al neerzette: de overheid moet zorgen dat mensen het beste uit zichzelf kunnen halen, dan zullen die mensen daarna zelf een vitale samenleving vormen. Sociale verbanden ontstaan door persoonlijke vrijheid. “Zodra mensen het vertrouwen wordt gegeven dat ze hun eigen leven kunnen leiden”, schrijft hij in 2007 in een essay in Elsevier “zal de maatschappelijke samenhang toenemen”.

Visie is in de politiek al snel een sta-in-de-weg, vindt Rutte. Een overheid die meer doet dan praktische zaken regelen, wordt een “verstikkende moltondeken”, zegt hij in 2014 in de Karl-Popperlezing. Van dat laatste is hij in de huidige coronacrisis teruggekomen.

Premier Mark Rutte in 2014, tijdens de onthulling in het Tweede Kamergebouw van een replica van het schilderij van kabinet-Cort van der Linden. Beeld ANP

Politieke behendigheid

Dat alles leidde tot aanhoudende kritiek: dat hij in grote kwesties vaak onzichtbaar blijft. Over integratie roert hij zich, maar over die andere kwesties is de premier stiller. En juist in de jaren van economische voorspoed onder het kabinet Rutte-III waren die kwesties de belangrijkste. De economische ongelijkheid, de discussies over racisme, toen het Malieveld vol stond met ongeruste leraren, de klimaatcrisis, de stikstofcrisis, steeds weer klonk het: zou Rutte niet wat méér leiderschap kunnen tonen? Wat compassie? Zou hij niet wat richting moeten geven aan het onzekere volk? Publicist Paul Scheffer verweet hem eind 2019: “Een beetje leading from behind, verder gaat hij niet.” De premier had zijn handen vol aan het bij elkaar houden van de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie, die hij sinds 2017 leidt, en die het met veel moeite toch eens werd over klimaatbeleid en kinderpardon. Rutte moest zelf zijn VVD-kroonjuweel, de dividendbelasting, offeren.

Vaak wordt dan naar Merkel gewezen. Zij spreekt veel duidelijker uit waar zij heen wil met grote kwesties. Rutte vond zelf alleen de brexit en de vluchtelingencrisis van 2015, en nu de coronacrisis, chefsache. Even maakte hij zich daar groot, bij zijn televisietoespraak vanuit het Torentje, waarin hij voor het eerst het land rechtstreeks toesprak. Hij won er zoveel respect mee dat hij kan bogen op de hoogste vertrouwensscore van een premier in lange tijd.

Tegelijkertijd betrapte politiek commentator Lex Oomkes Rutte de premier op een oude reflex. Rutte neigt nu de coronacrisis langer duurt weer tot depolitiseren, en houdt het weer klein. “Met zijn bewering dat economie en gezondheid twee kanten van dezelfde medaille zijn, doet hij of een politieke keuze niet nodig is”, schreef Oomkes, die de premier de volle tien jaar meemaakte. 

Zijn politieke ervaring en behendigheid komen in de coronacrisis meer dan ooit van pas. Zijn optimisme kan nog van onschatbare waarde zijn, gezien de enorme taak die er wacht. Maar zijn leiderschap zal heviger worden getest dan ooit. Deze winter neemt Mark Rutte (53) de beslissing of hij verder gaat, en een nieuwe termijn ambieert. Het lijkt bijna ondenkbaar dat hij midden de coronacrisis zou zeggen: nou nee, ik ga wat anders doen. Dat zou niet pragmatisch zijn.

Lees ook:

Hoe ziet Nederland Rutte?

Een rechtse premier die ondanks alles toch ‘de boel bij elkaar houdt’.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden