Transparantie

Raad van State stelt De Jonge ultimatum over beslissing in afhandelen Wob-verzoeken

Demissionair Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA). Beeld ANP
Demissionair Minister Hugo de Jonge van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (CDA).Beeld ANP

Demissionair minister Hugo de Jonge van volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) heeft tot 30 november om te bepalen of hij alle documenten vrijgeeft die de NOS en NTR hebben opgevraagd via de Wet openbaarheid van bestuur (Wob).

Dat oordeelt de Raad van State in een vonnis dat woensdag is gepubliceerd. Als de Jonge voor 30 november geen besluit neemt, moet hij de NOS en NTR een dwangsom betalen.

Het betreft een langlopend conflict. In mei 2020 dienden de NOS en NTR voor het programma Nieuwsuur drie Wob-verzoeken in. Via de Wet openbaarheid van bestuur kunnen media en burgers de overheid verzoeken informatie openbaar te maken. De Wob-verzoeken gingen over de corona-app, het overleg van het Outbreak Management Team (OMT) en over een onderzoek naar hoe besmettelijk kinderen met corona zijn. Het ministerie had daar uiterlijk op 1 juli 2020 gehoor aan moeten geven.

Dat gebeurde niet, in plaats daarvan besloot het ministerie een alternatieve werkwijze te hanteren en niet in één keer alles te openbaren maar gefaseerd de informatie vrij te geven. Vanwege het grote aantal documenten over het coronavirus en de hoge werkdruk op zijn ministerie vond De Jonge dat het anders onoverzichtelijk en niet haalbaar was voor zijn ambtenaren. Volgens de coronaminister liggen er, naast de wob-verzoeken van NOS en NTR, zo’n 240 gelijksoortige verzoeken. In totaal zou het om 1,8 miljoen documenten gaan.

Het ministerie zag de ernst niet op tijd in

Omdat De Jonge zich niet aan de regels had gehouden, spanden NOS en NTR een rechtszaak aan. De rechtbank Midden-Nederland oordeelde in juni van dit jaar dat VWS twee maanden had om de documenten te verstrekken. Het ministerie ging in hoger beroep, en stapte naar de Raad van State. Die oordeelt nu dat De Jonge voor 30 november een definitief besluit moet nemen. Het is vervolgens aan de bestuursrechter om de minister op te leggen dat alsnog te doen, en om te beslissen binnen welke termijn dat moet.

De Raad van State zegt begrip te hebben dat VWS door de crisis Wob-verzoeken langzamer behandelt en naar een alternatieve werkwijze heeft gezocht, maar stelt ook dat het ministerie pas na de rechterlijke uitspraak van juni 2021 de ernst van de situatie inzag. De minister heeft hiermee “onvoldoende rekening gehouden met het feit dat de coronapandemie voor burgers en ondernemingen tot ingrijpende maatregelen en hevige maatschappelijke discussies heeft geleid”. De media moeten hun taak als publieke waakhond goed kunnen vervullen, schrijft de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad.

Het ministerie van VWS is blij met de uitspraak, omdat de Raad van State heeft bepaald dat de werkwijze van het ministerie niet onwettelijk is. Het ministerie gaat de uitspraak bestuderen en zegt voor de deadline van 30 november duidelijkheid te geven. “Het staat voor ons voorop dat we zo snel mogelijk en maximaal transparant willen zijn over de bestrijding van het coronavirus.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden