Artikel 23

PvdA wil Grondwet wijzigen zodat scholen leerlingen móeten accepteren

Tweede Kamerlid voor de PvdA Habtamu de Hoop, indiener van het wetsvoorstel.  Beeld Werry Crone
Tweede Kamerlid voor de PvdA Habtamu de Hoop, indiener van het wetsvoorstel.Beeld Werry Crone

De PvdA wil de vrijheid van onderwijs, artikel 23 van de Grondwet, moderniseren en vindt VVD en D66 aan haar zijde. Aan de formatietafel ligt deze kwestie gevoelig bij de christelijke partijen.

Wendelmoet Boersema

De PvdA diende dinsdag een wetsvoorstel in waarin onder meer een acceptatieplicht voor scholen staat. Dat is koren op de molen van VVD en D66. Die spraken in de zomer in hun gezamenlijke liberale notitie ook een ‘modernisering van de grondwettelijke vrijheid van onderwijs’ af. Of het wetsvoorstel snel in behandeling komt, hangt af van de afspraken in de formatie. CDA en ChristenUnie zijn fel tegen een acceptatieplicht.

Bijzondere scholen, zoals protestantse of islamitische, mogen bij zo’n plicht niet langer kinderen weigeren die de grondslag van de school niet respecteren. Ook wil de PvdA met haar voorstel de kansengelijkheid voor kinderen bevorderen, door in de Grondwet de wetgever te verplichten hiervoor regels te maken. Scholen moeten zich houden aan de waarden van de democratische rechtsstaat, zoals gelijkheid en het tegengaan van discriminatie.

Nu nog mogen bijzondere scholen leerlingen weigeren met een beroep op hun grondslag, bijvoorbeeld omdat ouders en hun kind andere religieus geïnspireerde opvattingen hebben. Zes procent van de basisscholen en drie procent van de scholen in het voortgezet onderwijs doet dat weleens.

Refoscholen en salafisten

Artikel 23 van de Nederlandse Grondwet regelt de gelijke bekostiging van openbaar en bijzonder onderwijs. Maar de overheid heeft bij openbare scholen meer te zeggen over de inhoud van het onderwijs. Over die grotere vrijheden voor het bijzonder onderwijs is het laatste decennium steeds vaker verhit politiek debat.

Vaak na ophef, bijvoorbeeld over de invloed van anti-democratische en salafistische denkbeelden op het Amsterdamse Haga Lyceum. Of over de verklaringen tegen seksualiteit, die enkele reformatorische scholen van ouders en leerlingen eisten. Onderwijsminister Arie Slob van de ChristenUnie verdedigde deze verklaringen eerst met een beroep op artikel 23, maar haalde later bakzeil.

Het Openbaar Ministerie startte onlangs voor het eerst een strafrechtelijk onderzoek naar de gereformeerde scholengemeenschap Gomarus, vanwege discriminatie op seksuele geaardheid. Deze school dwong kinderen uit de kast te komen tegenover hun ouders.

‘We moeten grenzen stellen’

Kamerlid Habtamu de Hoop (PvdA), indiener van het wetsvoorstel, ziet dat de Tweede Kamer telkens weer over dit soort incidenten moet debatteren. “‘Daarom willen wij de Grondwet aanpassen, om te voorkomen dat leerlingen buitengesloten worden. Ik zie het als verbetering van het onderwijs. Scholen moeten de ruimte houden, maar we moeten ook grenzen stellen.” Voormalig PvdA-leider Lodewijk Asscher stond aan de wieg van het voorstel.

Het vorige kabinet van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie sprak af niet te morrelen aan het toelatingsbeleid van bijzondere scholen. Desondanks was er eind 2020 een meerderheid in de Tweede Kamer te vinden voor de acceptatieplicht. Een motie van de SP kreeg steun van VVD, D66, PvdA en GroenLinks, maar niet van CDA en ChristenUnie. Die motie werd nooit uitgevoerd, het kabinet viel.

Kamerlid René Peters van het CDA stelt dat discriminatie in het onderwijs nu al verboden is. “Als je kinderen met artikel 23 in de hand wilt koeioneren, heb je het gewoon niet begrepen. Zonder mitsen en maren moet ieder kind veilig zijn.” Alleen is volgens Peters een Grondwetswijziging niet nodig om discriminatie te bestrijden. Dat kan ook door betere handhaving.

Dat vindt ook de Onderwijsraad. In een dinsdag gepubliceerd advies aan het kabinet stelt het adviesorgaan dat de overheid scherp moet afbakenen wat wel en niet mag als het gaat om vrijheid van onderwijs. En dat ze die grenzen strenger moet handhaven. Een Grondwetswijziging zou dan niet nodig zijn. De Onderwijsraad vindt dat de overheid beter de inhoud van het verplichte onderwijs in democratisch burgerschap moet vastleggen.

“Goed om te zien dat vrijheid en verantwoordelijkheid volgens de Onderwijsraad hand in hand kunnen gaan in dit stelsel”, reageert ChristenUnie-leider Gert-Jan Segers. Hij zegt ‘graag het gesprek aan te gaan’ hoe er ‘eerder en effectiever kan worden ingegrepen als een school voor sommigen een onveilige plek is.”

Zes vragen aan de indiener van het wetsvoorstel, PvdA-Kamerlid Habtamu de Hoop.

Habtamu de Hoop. Beeld Werry Crone
Habtamu de Hoop.Beeld Werry Crone

Nog geen half jaar in de Tweede Kamer zet Kamerlid Habtamu de Hoop van de PvdA zich aan een herculestaak: aanpassing van het beroemde Grondwetsartikel 23 over de vrijheid van onderwijs

Wat heeft u zich op de hals gehaald?

“Oud-partijleider Lodewijk Asscher heeft dit wetsvoorstel in gang gezet, ik heb het van hem overgenomen. De discussie speelt al langer, ook Klaas Dijkhoff (oud-fractievoorzitter van de VVD) heeft hier al voor gepleit. Dat wij de Grondwet ‘op de schop’ willen nemen, zoals sommigen zeggen... Scholen moeten de ruimte houden, maar we moeten ook grenzen stellen. In de Tweede Kamer hebben we telkens weer debatten naar aanleiding van incidenten. Vorige week nog over het Gomarus, waar zelfs een strafrechtelijk onderzoek wegens discriminatie op seksuele geaardheid is gestart ( homoseksuele leerlingen moesten gedwongen uit de kast komen tegenover hun ouders, red.). Ik wil aan de voorkant de Grondwet verbeteren, om te voorkomen dat er leerlingen buitengesloten worden.”

Wat houdt de wijziging van de Grondwet precies in?

“We willen drie punten toevoegen. Dat ieder kind recht heeft op onderwijs en kansengelijkheid. Dat iedere school zich moet houden heeft aan de waarden van de democratische rechtsstaat, zoals non-discriminatie. En een acceptatieplicht voor scholen.”

Hoe werkt zo’n acceptatieplicht?

“Als leerling en ouders weet je dat een school bepaalde waarden heeft: joodse, islamitisch of christelijke. Dat kan ook inhouden dat ze een homohuwelijk niet zien als door God gewild. Maar een school mag niet van een kind vragen om dat rechtstreeks te onderschrijven. Een school moet respecteren dat een leerling daar een eigen opvatting over mag ontwikkelen, zichzelf mag zijn en daarvoor de ruimte krijgt. Dat is de nuance die we erin willen brengen.”

Zo verwoord klinkt het alsof niemand daar tegen kan zijn, maar de christelijke partijen in de Tweede Kamer zijn tegen zo’n acceptatieplicht. Twee daarvan, CDA en ChristenUnie, zitten aan de formatietafel.

“Ik ben optimistisch, er zit beweging in de discussie. Zo heeft het CDA dit voorjaar het Regenboogakkoord ondertekend tegen discriminatie van lhbti’ers. Op ons wetsvoorstel kreeg ik in de consultatieronde veel positieve reacties, opvallend vaak van christelijke scholen. Het gaat om acceptatie van wie je bent, op een plek die heel belangrijk is voor de ontwikkeling van kinderen. Nog steeds weigert een paar procent van de scholen leerlingen op grond van hun grondslag. Elke school die dat doet, is er één te veel.”

Een Grondwetswijziging duurt jaren en jaren, ook een nieuwe Tweede Kamer na de volgende verkiezingen moet er nog over stemmen. Wat lost dat nu op?

“Natuurlijk vind ik ook dat er eerst betere handhaving moet komen, of bijvoorbeeld betere voorlichting op Pabo’s. Discriminatie is ook nu al verboden. Maar ik geloof dat hiermee de vrijheid van onderwijs zal verbeteren. En we houden ons beter aan de waarden van de democratische rechtsstaat.”

U wilt hiermee ook kansengelijkheid bevorderen. Daarvoor is toch meer nodig dan een aangepast artikel 23?

“Het gaat mij niet zozeer over bijzonder onderwijs op zichzelf. Dat is een groot goed. Kijk naar islamitisch onderwijs, daarbinnen is segregatie juist klein: leerlingen van praktisch geschoold tot gymnasium komen daar samen. Toch zijn er nog steeds scholen die zich bij kritiek op kwaliteit of discriminatie verschuilen achter artikel 23. Natuurlijk heeft kansenongelijkheid ook te maken met problemen als het lerarentekort. Een op de vier kinderen onder vijftien jaar kan niet goed lezen en schrijven. Daarom ben ik ook voorstander van ongelijk investeren in scholen. Meer geld naar salarissen voor docenten in ‘moeilijke’ wijken, meer geld voor scholen waar achterstanden het grootst zijn. Dat moet je durven. Kansenongelijkheid is een probleem dat breder is dan onderwijs alleen, dat zie ik echt wel. Maar het onderwijs speelt er een cruciale rol in.”

Lees ook:

Edith Hooge van de Onderwijsraad over artikel 23: Treed vaker juridisch op tegen scholen

Er is niets mis met het grondwetsartikel over de vrijheid van onderwijs, vindt de Onderwijsraad. Wel moet duidelijker worden welke burgerschapsvaardigheden scholen leerlingen moeten aanleren en voorleven.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden