Déjà VuJongerenbewegingen

Politieke partijen hielden hun jongerenbewegingen het liefst aan een leiband

Leden van ARP-jongerenclub Arjos, de Nationale Organisatie van Anti-Revolutionaire Jongerenstudieclubs, op verkiezingsavond in hotel Krasnapolsky te Amsterdam, 26 januari 1967 Beeld Nationaal Archief
Leden van ARP-jongerenclub Arjos, de Nationale Organisatie van Anti-Revolutionaire Jongerenstudieclubs, op verkiezingsavond in hotel Krasnapolsky te Amsterdam, 26 januari 1967Beeld Nationaal Archief

In een schoolopstel hekelde een veertienjarige Joop den Uyl in 1934 de parlementaire democratie met haar ‘mooi klinkende leuzen en onvervulbare beloften’. De teleurstelling zat als het ware ingebakken in het systeem. Den Uyls leraar beloonde het betoog met een zeven: ‘Over ’t geheel goed geschreven. Maar – is alles nu zo slecht? Je generaliseert te veel.’

Zoals meer jongeren in die tijd flirtte de latere PvdA-voorman met autoritaire denkbeelden. De uit een gereformeerd nest afkomstige Den Uyl was ook een tijdje lid van ARJOS, de Nationale Organisatie van Anti-Revolutionaire Jongerenstudieclubs, de jongerenclub van de ARP. Die partij draaide op dat moment voor een belangrijk deel om haar sterke man, Hendrik Colijn.

De politieke jongerenorganisaties waren sterk in opkomst in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw. Partijen zaten niet te wachten op dissidente geluiden, laat staan potentieel explosieve besluiten en standpunten als die van Rood (de jongerenorganisatie van de SP) en de JFVD deze week. De clubs moesten jongeren vroeg aan de eigen zuil binden en dienden als kweekvijver voor jong talent.

Bij de SGP werden jongeren vooral onderwezen in de beginselen van de partij

Nog een van de organisaties van vandaag de dag heeft haar wortels in het interbellum. De SGP-Jongeren zijn een voortzetting van het Landelijk Verband van Staatkundig Gereformeerde Studieverenigingen, opgericht in 1934, het jaar van Den Uyls opstel. De term ‘studie’ mocht je gerust letterlijk nemen: leden werden geschoold in de beginselen van de partij. Dat was vooral eenrichtingsverkeer: er werd gedoceerd en vooral niet indringend gediscussieerd. De positief-kritische grondhouding waarmee de SGP-jongeren nu schermen op hun website was destijds nog ondenkbaar.

Niet overal lag de nadruk op studie. Bij de Arbeiders Jeugd Centrale, de jongerenbeweging van de Sociaal-Democratische Arbeiderspartij (een voorloper van de PvdA) draaide het ook om onthouding van genotsmiddelen, volksdans en muziek. Bij deze en tal van andere clubs voor politiek geïnteresseerde jeugd marcheerden de leden ook geregeld achter vaandels aan en zongen ze uit volle borst hun strijdliederen.

Bij de katholieken werden het Jongelingenschap officieel onderdeel van de partijorganisatie van de KVP, de na de oorlog opgerichte opvolger van de RKSP. Dat was vooral een poging om al te doldrieste avonturen te voorkomen. De ‘jeugd’ (aanvankelijk tot dertig jaar) had soms de neiging om door te draven. In hun geschriften noemden ze zichzelf ‘een geestdriftige, goed uitgeruste stoottroep, een Gideonsbende’. Ze noemden de kruisvaarders, Kartel Martel en Jeanne d’Arc als inspirerende voorbeelden.

Ex-JOVD’ers dringen door tot in de hoogste regionen

De Jongerenorganisatie voor Vrijheid en Democratie (JOVD) nam vanaf eind jaren vijftig juist meer afstand van de VVD. Een JOVD’er mocht bijvoorbeeld niet tegelijkertijd Kamerlid zijn.

Soms roerden jongeren zich buiten bestaande structuren. De beweging Nieuw Links kreeg eind jaren zestig, begin jaren zeventig een stevige greep op de PvdA. Het moest anders en vooral progressiever. Een deel van de voormannen, André van der Louw bijvoorbeeld, had overigens een AJC-achtergrond. De Jonge Socialisten (JS) zijn pas vanaf 1977 actief.

En de kweekvijverfunctie van jongerenorganisaties? Een deel van de leden stroomt echt door naar de grote-mensenpolitiek. Sharon Dijksma, de nieuwe burgemeester van Utrecht, was ooit voorzitter van de Jonge Socialisten.

Gert-Jan Segers, ChristenUnie-fractievoorzitter in de Tweede Kamer, speelde eind vorige eeuw een rol in Transformatie, een clubje van jongeren van de RPF en het GPV dat wilde bijdragen aan het samengaan van die partijen in de CU.

Minister van onderwijs, cultuur en wetenschap Ingrid van Engelshoven (D66) is het levende bewijs dat de JOVD niet alleen VVD’ers aflevert. Maar de ex-JOVD’ers in de VVD zijn met meer en dringen door tot in de hoogste regionen: Hans Wiegel, Ed Nijpels en Mark Rutte zijn slechts een paar voorbeelden.

Lees ook:

Dit zijn de denkbeelden van Freek Jansen, van de in opspraak geraakte jeugdbeweging van Forum

De ophef over Freek Jansen en zijn jeugdbeweging is de directe aanleiding voor de crisis bij Forum voor Democratie. Wie is deze rechterhand van Thierry Baudet?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden