Madeleine van Toorenburg zit sinds 2007 in de Kamer.

Interview Kamerveteraan Madeleine van Toorenburg

‘Politiek kan je helemaal opvreten’

Madeleine van Toorenburg zit sinds 2007 in de Kamer. Beeld Judith Jockel

De Tweede Kamer lijkt soms een duiventil, waar politici in- en uitvliegen. Deze zomer praten ervaren Kamerleden over hun werk en hun ontwikkeling. Vandaag Madeleine van Toorenburg (CDA): ‘Het indienen van een motie is een zwaktebod.’

Ze heeft het vak van Kamerlid moeten leren, zegt Madeleine van Toorenburg (51). “Sommige Kamerleden hebben moeite met mediatraining. Ik niet. Mijn voorlichters doen niet anders dan meedenken over hoe ik iets naar voren breng zodat iedereen het begrijpt. Mijn leidraad: vertel het aan je moeder. Toevallig kijkt mijn moeder vaak als ik op televisie ben. Als ik op dinsdagmiddag in de Tweede Kamer in het vragenuurtje optreed, bel ik haar van tevoren even op. Dat vindt zij leuk.”

Kenmerkend aan de manier waarop CDA’er Van Toorenburg praat is de oneliner. Als de Kamer debatteert over de Sea Watch, zegt zij dat zij het schip ‘het liefst wil laten zinken’, omdat het oppikken van migranten mensensmokkelaars in de kaart speelt. Drugs vindt zij in alle vormen ‘een sluipmoordenaar’. Als voorzitter van de enquêtecommissie naar de mislukte Fyra-trein dreigde zij getuigen die om de waarheid heen draaien ‘over de tafel te trekken’.

Nuance

“Dat snappen mensen. Wat je vindt, moet je kernachtig neerzetten”, zegt zij in de achtertuin van haar Brabantse woonplaats Rosmalen. Haar huis staat aan de rand van het dorp. Ganzen vliegen over. Den Haag is even ver weg, nu de Tweede Kamer met zomerreces is.

Denk niet, zegt Van Toorenburg, dat er geen nuance is als zij stellingen poneert. “Ik vertel ook altijd waarom ik iets vind. Daarom weiger ik uitnodigingen voor praatprogramma’s als ik denk dat daarvoor onvoldoende ruimte is. Ik houd er ook niet van dat een presentator mijn woorden samenvat. Ik zeg eerlijk dat ik niet kom omdat ik mijn verhaal niet kwijt kan. Liegen heeft geen zin. Ik hoor geregeld van redacties dat smoezen worden verzonnen om niet te hoeven komen. Dat hebben zij echt wel door hoor. Liegen is nog gevaarlijk ook; je kunt je eigen leugens toch niet onthouden.”

Madeleine van Toorenburg is sinds 2007 Kamerlid voor het CDA. Met meer dan 4500 dagen is zij, samen met Pieter Omtzigt, de meest ervaren christen-democraat. Sinds anderhalf jaar is zij vicefractievoorzitter. Zij voert het woord in de Kamer over justitie en asiel.

Het Brabantse Kamerlid solliciteerde naar een plaats op de kandidatenlijst door een brief te schrijven aan toenmalig premier Jan Peter Balkenende. “Ik was directeur van een jeugdinrichting en hoorde op de radio dat het CDA op zoek was naar mensen met ervaring op het terrein van justitie en jeugd. Ik zat in de auto en kwam uit Den Haag om de mensen op het ministerie aan het verstand te peuteren dat het anders moest. Ik dacht dat is toch grappig: ik kom gefrustreerd uit Den Haag en wordt geroepen via de radio. Ik was nog maar kort lid van het CDA en na een paar pittige gesprekken kwam ik op de lijst.”

Haar missie

“Mijn man viel van zijn stoel toen ik zei dat ik de politiek in wilde. Ik was niet politiek actief. Maar als directeur van een gevangenis kom je heel veel maatschappelijke thema’s tegen. Ik werkte ook een jaar als lid van de directie in een vrouwengevangenis in Kosovo. We opereerden daar onder de vlag van de Verenigde Naties. Ik heb dus wel iets gezien en ik vind dat je pas je mond open moet doen als je modder aan je laarzen hebt. Tenminste dat geldt voor mij. De Kamer moet de hele bevolking vertegenwoordigen en daarom is het goed dat ook jonge mensen de politiek in gaan.”

Haar missie was het adolescentenstrafrecht invoeren. Dat lukte in 2013. Tot die tijd vielen jongeren onder 18 jaar die in de fout gaan onder het jeugdrecht. Boven 18 jaar werden zij behandeld als volwassenen. Nu kan de rechter bepalen of een jongere tussen 16 en 23 jaar wordt behandeld volgens het jeugdstrafrecht of de regels voor volwassenen. Van Toorenburg: “Sommige jongeren van 20 jaar zijn nog kinderen, anderen van 16 jaar zijn keihard. Daarom is maatwerk cruciaal. Ik vind dat je kinderen in eerste instantie moet opvoeden in plaats van straffen. Je moet er voor zorgen dat hij of zij niet nog een keer in de fout gaat.”

Afweging

Bij haar entree in de Kamer kreeg Van Toorenburg niet onmiddellijk justitie in haar portefeuille. “Het was in die tijd regel bij het CDA dat je niet het woord kon voeren over een sector waarin je zelf had gewerkt. Dan zit je er te dicht bovenop, was het idee. Ik werd woordvoerder over integratie. Maar achter de schermen was ik natuurlijk wel bezig met justitie en het strafrecht voor jongeren.”

“Nu kan je gelukkig wel woordvoerder zijn over een onderwerp waarmee je ervaring hebt. De afweging is nu: wie kan het meeste bereiken? Er zijn wel grenzen. Mijn fractiegenoot Chris van Dam was plaatsvervangend hoofdofficier bij het Openbaar Ministerie en is woordvoerder over de politie en het OM. Recent was er een aantal incidenten bij het OM over verzwegen relaties en integriteit. Daar is onderzoek naar gedaan door de commissie-Fokkens. Daarover voert Chris het woord niet. Dat doe ik. Als een onderwerp te dichtbij komt, moet je even passen.”

Tips van Madeleine van Toorenburg

1. Houd contact met je regio.

“Ik heb geen appartement in Den Haag en reis op dagen dat de Kamer vergadert (dinsdag, woensdag en donderdag) twee uur heen en twee uur terug naar Rosmalen. Het is belangrijk om contact te houden met de mensen in je regio. Ik merk dat er veel Kamerleden in beslag worden genomen door de Haagse werkelijkheid.”

2. Praat tegen je moeder.

“Kamerleden moeten begrijpelijk praten. Leg het uit aan je moeder, zeg ik maar.”

3. Laat nooit los.

“Wees een kat in de struiken. Je moet voortdurend op de loer liggen en kijken of je iets kunt veranderen. Toen ik Kamerlid werd wilde ik graag het adolescentenstrafrecht invoeren. Dat is gelukt. Toch kan het nog beter. Steeds komt er weer een moment om toch je gelijk te halen.”

Wim van de Camp was in de CDA-fractie de leermeester van Van Toorenburg. Hij was decennia lid van de Tweede Kamer en daarna, tot een paar maanden geleden, lid van het Europees Parlement. “Ik leerde hoe je meerderheden moet zoeken voor je ideeën en dat je het reglement van de Tweede Kamer uit je hoofd moet kennen. Nu doe ik het klasje, samen met een paar andere ervaren Kamerleden zoals Pieter Omtzigt. Sybrand Buma wordt 26 augustus burgemeester in Leeuwarden en Hanke Bruins Slot is vertrokken naar het provinciebestuur in Utrecht. Hun opvolgers zitten nu in het klasje om te praten over politiek aan het Binnenhof.”

“De lessen van Wim van de Camp kan ik mij goed herinneren. Eén daarvan: het indienen van een motie is een zwaktebod. Je moet in het debat met goede argumenten de minister laten zeggen dat hij gaat doen wat jij wil. Soms hebben Kamerleden, voordat het debat begint, al een motie klaar. Dat kan een doel dienen, maar echt niet altijd. Dan probeer ik ze op te voeden. Door een debat te openen met een aankondiging van een motie, maak je jezelf alleen maar klein en onbelangrijk. Kennelijk ga je ervan uit dat je toch niet serieus wordt genomen en heb je een Kameruitspraak nodig om het kabinet bij te sturen.”

“Natuurlijk dien ik ook wel eens een motie in. Inderdaad op de laatste dag voor het zomerreces nog. Maar ik doe het met mate. Er zijn veel te veel moties. Ik snap wel waarom politici er dol op zijn. Ze proberen zichtbaar te zijn voor de media. Het is een scoringsmeter geworden. Maar het levert een stortvloed aan uitspraken van de Kamer op en dat is niet altijd effectief. Een groot deel van de moties is kansloos of onuitvoerbaar.”

Lef

Behalve door minder moties in te dienen zou de Tweede Kamer effectiever kunnen zijn door één keer per kwartaal een onderwerp grondig te bespreken, meent de CDA’er. “Zoals de Eerste Kamer dat doet. Als we op gezette tijden over bijvoorbeeld veiligheid, migratie of de zorg praten, kunnen aanvragen voor spoeddebatten over incidenten vaker achterwege blijven. Die komen meestal toch niet op de agenda omdat er geen tijd voor is.”

Van Toorenburg vindt dat een politicus ‘het lef moet hebben om naar voren te stappen, ook al weet je dat je kansloos bent’. Tevergeefs probeerde zij in 2012 het leiderschap van het CDA naar zich toe te halen. Zij kreeg de minste stemmen van de zes kandidaten. “Het werd een nek-aan-nekrace tussen Sybrand Buma en Mona Keijzer”, verklaart zij. Een paar jaar later wilde zij voorzitter van de Tweede Kamer worden. “Ik was niet teleurgesteld omdat ik veel steun kreeg. Ik wist dat ik niet zou winnen, want de coalitie van VVD en PvdA ging voor haar eigen kandidaat. Maar je weet het nooit. Je moet durf tonen. Anders ben je een grijze muis.”

Er komt een nieuwe kans om naar voren te stappen. Sybrand Buma vertrok eind mei uit de Tweede Kamer en sindsdien is de positie van partijleider vacant. Steekt Madeleine van Toorenburg weer haar vinger op? “Nee hoor. Dat voegt deze keer niks toe. Ik ben er van overtuigd dat we al voldoende goede kandidaten hebben.”

Vriendin

Van Toorenburg was van 2013 tot en met 2015 voorzitter van de enquêtecommissie die onderzoek deed naar het debacle met de snelle trein, de Fyra. “Dat was het leukste om te doen”, zegt zij. “Ik had niks met infrastructuur. Je hebt Kamerleden met belangstelling voor zaken die direct over mensen gaan en die houden zich bezig met zorg, sociale zaken en justitie en je hebt collega’s die meer in concepten denken en die houden van ruimtelijke ordening en infrastructuur. Ik hoor bij de eerste groep net als Vera Bergkamp van D66. Zij gaat over zorg, drugs en familierecht en ziet ook die menselijke kant. Daarom is zij in de Kamer mijn beste vriendin. Wij zaten samen in de commissie-Fyra en ontdekten al snel dat dat ook over mensen ging. Hoe hebben ze zich gedragen in deze kwestie en was het uiteindelijk niet de reiziger die hier in de kou kwam te staan?”

Zij wil ‘nog heel lang’ Kamerlid blijven, zegt Van Toorenburg. Zij vindt het jammer dat er steeds minder Kamerleden zijn met een lange staat van dienst. Het is zwaar werk, benadrukt zij. “Verder zitten wij allemaal met de tendens dat we korter bij één baas blijven en we moeten steeds vaker verjongen en verfrissen en weet ik wat allemaal. Ik vind dat er een verschil is tussen iemand die de Kamer verlaat en overstapt naar het bedrijfsleven en iemand die in het openbaar bestuur blijft en bijvoorbeeld burgemeester of gedeputeerde wordt. In het laatste geval blijft werken aan democratie en goed bestuur voorop staan. Dat kan ik zeer waarderen want dan zet je de ervaring die je hebt op een andere manier in dan je doet als Kamerlid.”

“Politiek kan je helemaal opvreten”, signaleert Van Toorenburg. “Het is voor mij een van de redenen om ook door de week niet in Den Haag te wonen, maar iedere dag vanuit Rosmalen twee uur heen en twee uur terug te reizen. Ik heb zo nu en dan afstand nodig.”

 Lees ook:

Kamerveteraan Esther Ouwehand haalt lol uit ‘terugvechten’

De Tweede Kamer lijkt soms een duiventil, waar politici in- en uitvliegen. Deze zomer praten ervaren Kamerleden over hun werk en ontwikkeling. Vandaag Esther Ouwehand (Partij voor de Dieren): ‘Journalisten weten nóg niet waarom ons verhaal aanslaat.’

'Het gaat om de grote lijn'

De Tweede Kamer lijkt soms een duiventil, waar politici maar korte tijd zitten. Deze zomer praten vijf Kamerveteranen over hun werk en persoonlijke ontwikkeling. Toen Bram van Ojik (GroenLinks) voor het eerst in de Kamer kwam, was Ruud Lubbers premier en hadden coalities zulke grote meerderheden dat ze de oppositie konden negeren. 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden