EssayPolitieke erfenis

Pim Fortuyn is nog volop aanwezig op het Binnenhof, in de hoofden van de bewoners

Pim Fortuyn. Beeld ANP /  ANP
Pim Fortuyn.Beeld ANP / ANP

Fortuyn mag dan nooit actief Kamerlid zijn geweest, noch minister-president - wat hij zei ooit te zullen worden, zijn verhaal is in de hoofden van de bewoners van het Binnenhof gekropen. Dat schrijft Bart Zuidervaart, chef van de redactie politiek.

Bart Zuidervaart

Het nieuwe, tijdelijke gebouw van de Tweede Kamer kent een heuse Pim Fortuynzaal. Het is even zoeken in dat enorme pand aan de Bezuidenhoutseweg, maar op de derde verdieping, in vleugel D, ingeklemd tussen de Tilanuskamer en de Donkerkamer, ligt 16 vierkante meter bloedeloze kantoorruimte, vernoemd naar de oprichter van de LPF. Dat het een zaal heet, is eigenlijk te veel eer voor dit hok. Het beschikt over een systeemplafond, een tv en een flip-over.

Fortuyn heeft de kleinste vergaderkamer gekregen, maar het is tenminste iets. Op het Binnenhof, dat gesloten is voor een drastische renovatie, heeft hij geen eigen zaal of kamer. Na de moord, nu twintig jaar geleden, vroegen de kersverse politici van de LPF daar wel om. De kunstcommissie van de Kamer wees het af. Fortuyn is zelf nooit Kamerlid geweest, bovendien kwam zijn partij net kijken in politiek Den Haag. Twee jaar na zijn dood kreeg hij toch een eigen zaal, maar in het Logement, een bijgebouw van de Tweede Kamer, op gepaste afstand van het Binnenhof.

Nu zijn er dus twee zalen naar Fortuyn vernoemd. En met die nieuwe zit hij alsnog in het hart van de parlementaire democratie, hoe klein en onpersoonlijk dit onderkomen ook is. Kamerleden en hun medewerkers vergaderen er nu, net zoals ze dat doen in de Dreeskamer en de Kuyperkamer. Zo is Fortuyn een vanzelfsprekend onderdeel geworden van een wereld waarin hij zelf nooit actief is geweest, maar waar hij wel grootse dromen over had.

Lees meer: Pim Fortuyn en het mysterie van de Randweg

Twintig jaar naar de moord op Pim Fortuyn portretteert oud-verslaggever van Trouw Adri Vermaat de Rotterdamse wijk Hillesluis, waar Pim Fortuyn in de jaren negentig woonde. Waarom zocht hij zijn heil hier, in deze achterstandswijk? Was het toeval of strategie?

Hij hekelt de politicus als manager en technocraat

Fortuyn moest niets hebben van de politici die in de jaren tachtig en negentig de dienst uitmaakten. In zijn boek De verweesde samenleving hekelt hij de politicus als manager en technocraat, die aan de macht kan blijven dankzij partijen die een ‘zorgvuldig gekoesterd monopolie’ hebben op sleutelfuncties. Fortuyn pleitte voor het openbreken van het ‘gesloten politieke circuit’. In de tweede zin van het boek ging het al over ‘de elites van ons land’. Er zouden visionairs aan de macht moeten komen, mensen zoals hij. Het kon een stille of een hete revolutie worden, dat was nog afwachten.

Dat boek, door Fortuyn in 1995 gepubliceerd, was één grote aanklacht tegen de manier waarop de politiek het land in zijn ogen had laten verloederen. Er deugde volgens hem weinig aan het leiderschap van Wim Kok en voorganger Ruud Lubbers. De burger zag de overheid steeds verder afstand nemen, scholen verdwenen uit de wijk en gingen op in grote onderwijsinstellingen, wachtlijsten in de zorg liepen op. Ziekenhuizen verhuisden naar de rand van de stad.

Mensen voelen zich ontheemd, schreef Fortuyn. Ze misten een vader en een moeder die richting gaven aan de samenleving. De menselijke maat moest terug. Bovendien was het tijd voor een herwaardering van normen en waarden, ook voor kinderen in de klas. En, niet in de laatste plaats: de joods-christelijk humanistische cultuur ­verdiende veel meer bescherming tegen de oprukkende islam.

Fortuyn mag dan nooit actief Kamerlid zijn geweest, of zelfs minister-president – zoals hij zei ooit te zullen worden, zijn verhaal is in de hoofden van de bewoners van het Binnenhof gekropen. Maar antwoorden op de problemen die hij signaleerde, zijn er lang niet altijd gekomen.

Het is de vraag of we meer geborgenheid hebben gevonden

Gert-Jan Segers memoreerde in 2019 in zijn boekje De verloren zoon nog aan het verhaal over de verweesde samenleving. De leider van de ChristenUnie maakt zich zorgen over de onvrede en onrust die in de bevolking zijn geslopen en het gebrek aan politieke daadkracht. Ruim twintig jaar na de aanklacht van Fortuyn is het de vraag of we sindsdien meer geborgenheid hebben gevonden, schrijft Segers. ‘Ik vrees het tegendeel. De kloven in de samenleving dijen uit. De politiek polariseert. Het maatschappelijke klimaat verkilt.’

Fortuyn deed dat zelf natuurlijk als geen ander, polariseren. In De verweesde samenleving werd de islam weg­gezet als niets minder dan een bedreiging. ‘Is Nederland vol?’, vroeg hij zich hardop af. Zijn antwoord: ‘Bezien vanuit de achterstandswijken is Nederland zeker vol. Er kan geen vreemdeling meer bij.’ Later, toen Fortuyn de leider van Leefbaar Nederland was geworden en hij vriendelijk verzocht werd zijn toon iets te matigen, hield hij het erop dat Nederland druk was, ‘érg druk’. Maar zijn boodschap was dezelfde.

null Beeld

In 2021 is een herziene uitgave verschenen (Vesper ­Publishing, €17,50) van De verweesde samenleving, het boek uit 1995 dat Fortuyn als verkiezingsprogramma inzette en waarin hij het volgens hem versplinterde Nederland opnieuw probeert uit te vinden.

Dat Nederland vol is, wordt nog altijd met kracht uitgedragen door Geert Wilders. Alleen als Oekraïners hier aankloppen voor hulp omdat hun stad of dorp wordt platgebombardeerd, blijkt ons land volgens de PVV net iets minder vol, maar voor het overige moeten de grenzen dicht en alle asielzoekerscentra op slot.

De discussie over de bevolkingsgroei speelt vanzelfsprekend veel breder in de Tweede Kamer. Tijdens de ­Algemene Beschouwingen van 2018 dienden onder andere VVD, CDA, PvdA en D66 een motie in om het kabinet de ‘demografische ontwikkelingen’ en de gevolgen daarvan voor de samenleving te laten onderzoeken. Er was behoefte aan meer duidelijkheid over de betekenis van de groei van de bevolking, grotendeels door immigratie, voor de draagkracht van het land. Met andere woorden: hoeveel miljoen inwoners kunnen we hebben?

Dat een motie van deze strekking breed gedragen zou worden in de Kamer, was in het pre-Fortuyn-tijdperk ondenkbaar.

Zorgen de ‘overconcentratie’ van niet-Nederlanders

De zorgen die Fortuyn destijds uitte over de achterstandswijken en de ‘overconcentratie’ van niet-Nederlanders, klinken nog even hard. Ze worden vandaag de dag niet alleen vertolkt door bijvoorbeeld de PVV of JA21, maar ook door de Socialistische Partij. Zo waarschuwt Lilian Marijnissen al enige tijd voor de keerzijde van arbeidsmigratie, die volgens haar de sociale samenhang in buurten onderuit haalt. Het is een onderwerp waarop de SP zich dit jaar verder wil profileren. Voor Marijnissen is het ook een thema waarmee ze zich afzet tegen PvdA en GroenLinks. De nationalisme-verwijten neemt ze voor lief.

Toen Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen 2,5 jaar geleden in deze krant zei dat de overheid een machine geworden is, die burgers moeiteloos weet te vermalen in de systemen, hoorde je de echo van Fortuyn. Beiden ageerden tegen de als onkruid woekerende bureaucratisering. De een deed dat in de vorige eeuw, de ander in 2019.

Veel geholpen hebben de opmerkingen van Fortuyn, dat Nederland te veel gemanaged wordt en te weinig geleid, dus niet. Nog altijd is de slecht bereikbare en on­persoonlijke overheid een groot thema in Den Haag.

Problemen zijn herhaaldelijk gesignaleerd en benoemd, maar oplossingen bedenken blijkt in de praktijk moeilijk. Wat wil je ook, nu het verval van normen, waar Fortuyn in zijn boek over mopperde, is overgeslagen naar de politici in Den Haag?

De plenaire zaal van de Tweede Kamer is verworden tot een plek waar wekelijks verbale en soms agressieve strijd wordt geleverd en waar omgangsvormen er steeds minder toe doen. Het ene Kamerlid dreigt met een tribunaal, anderen maken zich schuldig aan beledigingen, alsof het politieke debat zich op straat afspeelt. De Kamervoorzitter heeft al een jaar lang de grootst mogelijke moeite om de orde te handhaven. Fortuyn zou zeggen: wie geeft er nog richting?

Crisis voor de drie grote stromingen

Die richting kwam in het verleden, of je het er nu mee eens was of niet, vooral van de drie grote stromingen. De confessionele verliest als geheel steeds verder aan invloed; het CDA is nog altijd niet hersteld van de slechte Tweede Kamerverkiezingen van vorig jaar en moet vrezen dat Pieter Omtzigt op enig moment zijn eigen partij opricht.

De sociaaldemocratie verkeert al enige tijd in crisis, ondanks oplevingen bij de verkiezingen voor het Europese Parlement en de gemeenteraad van Amsterdam. Het plotselinge vertrek van Lilianne Ploumen en de ambi­valente houding ten opzichte van GroenLinks maakt de situatie er niet overzichtelijker op.

De liberale stroming blijft vooral zo dominant vanwege de man die de VVD al meer dan tien jaar draagt. Maar ook Mark Rutte zal ooit de politiek verlaten. Het is voor de partij een moment om te vrezen. De geschiedenis leert dat het vertrek van een premier nooit zonder schade verloopt.

Verdere versplintering, in een toch al verscheurd en ideologisch verarmd parlement, ligt dan op de loer. Dat is geen prettig vooruitzicht, in de wetenschap dat het vertrouwen van de burger in de Tweede Kamer het afgelopen jaar fors is gedaald. De vraag die achterblijft: is alleen de samenleving verweesd of geldt dat ook voor de politici op het Binnenhof?

Over de auteur

Bart Zuidervaart (44) is sinds 2015 chef van de politieke redactie van deze krant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden