null

InterviewJet Bussemaker

Oud-minister Jet Bussemaker blikt terug op haar Haagse jaren: ‘De enorme druk wordt wel eens onderschat’

Beeld ©Mark kohn

Oud-minister Jet Bussemaker kijkt in het boek Ministerie van verbeelding achterom naar haar Haagse jaren. De PvdA-politica ijverde voor samenwerking op links, maar dat liep op niets uit. ‘Dat geeft me het gevoel gezakt te zijn voor dit examen.’

Jet Bussemaker (1961) was een ambitieuze, idealistische en niet bange politica toen ze in 1998 voor de PvdA in de Kamer kwam. Ze was staatssecretaris van volksgezondheid, welzijn en sport (VWS) en minister van onderwijs, cultuur en wetenschap (OCW). Nu is ze hoogleraar ‘Beleid, Wetenschap en Maatschappelijke Impact’ aan de Universiteit Leiden en voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid & Samenleving en blikt terug op twintig jaar Haagse politiek in het boek Ministerie van verbeelding.

Het is een boek vol verhalen, anekdotes, blunders en analyses uit de recente geschiedenis van de kabinetten Balkenende 4 en Rutte 2. Ze beschrijft hoe ze genderneutrale toiletten bij VWS invoerde, waarom zorginstelling Meavita failliet ging en hoe Rijksmuseum-directeur Pijbes met blufpoker bereikte dat Nederland en Frankrijk de twee schilderijen Marten en Oopjen kochten.

“Toen ik de politiek inging, verklaarde iedereen mij voor gek. Ik werkte aan de universiteit, had een prijs voor mijn proefschrift ontvangen en bij Harvard gewerkt. Dus iedereen zei: je bent binnenkort hoogleraar. Maar dat ben je dan je hele leven. Ik heb een omweg gemaakt. Met alle frustraties en alles waar ik tegenaan ben gelopen, voel ik ook heel veel voldoening. Dat je af en toe iets hebt kunnen bijdragen aan een betere wereld, alhoewel die wereld niet in alle opzichten beter is geworden.”

U ging met idealen de politiek in, maar vervolgens beschrijft u hoe klein de stapjes zijn die een politicus kan maken. En u constateert tegelijk dat de tweedeling in de samenleving alleen maar groter is geworden. Eigenlijk is het omgekeerde bereikt, van wat de bedoeling was.

“Dat is een hele treurige conclusie, ja. Zo smal zijn de marges van de politiek. Soms denk ik ook, ik heb helemaal geen reden optimistisch te zijn. Als ik naar de peilingen en de opmars van sommige partijen kijk. Tegelijkertijd zie ik jongeren, studenten en creatievelingen en denk ik: wauw, wat zijn die goed bezig. Ze trekken allerlei verbanden en zoeken actief naar oplossingen voor de problemen. Er is heel veel aan de gang, en daar word ik weer optimistisch van. Bovendien, ervoor weglopen is ook niet goed. Laten we er wat van leren.

“De gezondheidsverschillen tussen laag- en hoogopgeleiden zijn groot. Laagopgeleiden leven zes jaar korter en zijn vijftien jaar in minder goede gezondheid. Dat staat nu op de agenda en dat feit is winst.

“Na 9/11 en de moord op Pim Fortuyn kwam er een conservatief cultureel klimaat in Nederland. We zijn te lang doorgegaan met een sociaal economisch programma van individuele verantwoordelijkheden. Daarom zitten we nu met een stapeling van ongelijkheden, die onrechtvaardig is.

“Het begint met een kansrijke start. Hoe zorg je dat kinderen gezond eten, sociaal contact maken, leren lezen. En die achterstand gaat door met werk en pensioen. Dit staat nu op de agenda, en dat is een begin van verandering.

“Ongelijkheid beschadigt de samenleving. Het voedt polarisatie, wantrouwen, versterkt tweedeling en belemmert de maatschappelijke veerkracht. Dus de vraag is: hoeveel ongelijkheid kan een samenleving aan? We zijn meer met ons eigen welzijn bezig, dan met het gemeenschappelijke goed. Je kunt als beleid hebben dat scholen gelijke kansen moeten bieden, maar er zijn tal van u-bochten om dit te ontwijken, zoals huiswerkbegeleiding en extra schoolbijdragen voor de eigen leerlingen. Zo vergroten we de tweedeling verder. Er zal toch ergens weer een normatief kader moeten zijn, dat we gemeenschappelijk het goede willen doen. Dat is toch het streven van een samenleving, van elke verzorgingsstaat?”

Een deel van de Kamer wil het leenstelsel voor studenten weer terugdraaien, juist omdat dit de ongelijkheid zou versterken.

“Dat gaat mij te snel. Het leenstelsel doet wat de bedoeling was, namelijk de sterkste schouders zwaarder belasten. Want waarom moeten kinderen van miljonairs en ministers een basisbeurs krijgen? Tegelijkertijd erken ik, dat we het onderwijs onvoldoende hebben gekoppeld aan de toekomst van jongeren. De woningmarkt zit op slot en de arbeidsmarkt wordt steeds flexibeler. De druk op jongeren is, zeker door corona, enorm. Dat vraagt een nieuwe integrale benadering waarin het leenstelsel geen taboe mag zijn.”

U heeft op twee ministeries gezeten. Waar kon u het meest betekenen?

“Ik denk bij OCW. Ik had inmiddels drie jaar ervaring bij VWS en kende het klappen van de zweep. En ik was twee jaar bestuurder van de Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam geweest. Diederik Samsom vroeg me destijds drie keer voor een post. Ik zei nee, want ik had me aan de opleidingen gecommitteerd. Maar toen hij met OCW kwam, dacht ik: blijf ik in Amsterdam en ga ik beleid uitvoeren dat een PvdA-collega mij voorschrijft? Of ga ik het zelf doen?

“Wat ook meespeelde was de ravage die in de cultuursector was aangericht. De bezuinigingen, maar ook hoe kunstenaars waren behandeld door het kabinet Rutte 1 (met VVD, CDA en gedoogsteun van de PVV). Dat kabinet zat er best kort, maar de hele cultuursector voelde zich echt in de goot geduwd. Daar heb ik veel tijd in gestoken. Ik heb een paar gezelschappen die op omvallen stonden kunnen redden. Er was niet opeens veel meer geld, maar ik had een heel andere toon. Management by speech wordt vaak onderschat, toch is het een heel krachtig middel. Het mbo heeft in deze periode een stille revolutie doorgemaakt. Het was een heel logge onderwijsvorm, dat overal tussenin hing. De scholen zijn veel flexibeler geworden, met kortere leerroutes, en meer gericht op de samenleving. En eindelijk hebben mbo’ers nu een OV-kaart. Jongeren kunnen nu ook buiten hun regio een mbo-opleiding volgen.”

U heeft thuiszorgorganisatie Meavita als staatssecretaris uiteindelijk failliet moeten laten gaan. Bij het Kamerdebat was een grote groep werknemers naar Den Haag afgereisd. U zag ze zitten en werd acuut zo misselijk, dat u naar de toilet rende om over te geven.

“Ja, zo is het gegaan. Misschien had ik ook wat verkeerds gegeten hoor. Maar de enorme druk wordt wel eens onderschat van de politiek. Het is een continue druk die op je schouders rust: de media die steeds meekijken, en de verantwoordelijkheid voor wat je mensen persoonlijk aandoet. Maar het kon hier niet anders. Ik kon de zorg behouden, maar de Meavita-medewerkers niet beloven dat ze allemaal hun baan behielden.”

De constanten in uw loopbaan zijn wetenschap, emancipatie en de pogingen om meer samenwerking op links van de grond te krijgen. Dat laatste is nooit gelukt.

“Het is echt super frustrerend, dat ik dit proces nooit verder heb kunnen brengen. En het heeft nooit aan één iemand gelegen, maar ik vind het wel erg. Het geeft een gevoel gezakt te zijn voor dit examen. De conclusie is voor mij dat samenwerking niet van bovenaf moet komen. Dan gaan partijen alleen maar ruzie maken over wie de nieuwe aanvoerder wordt. Je moet eerst maar eens proberen wethouders van GroenLinks en de PvdA gezamenlijk een programma voor de gemeenteraad te laten maken.”

Maar ziet u überhaupt nog een samenwerking tussen PvdA en GroenLinks ontstaan?

“Ik denk dat het uiteindelijk wel gaat gebeuren. Deze partijen hebben veel gemeenschappelijk, maar kunnen op dit moment afzonderlijk geen vuist maken.”

Als staatssecretaris zat u met minister Ab Klink (CDA) op VWS toen in 2009 de Mexicaanse griep uitbrak. Met die ervaring, hoe kijkt u nu naar minister van volksgezondheid, Hugo de Jonge, in de coronacrisis?

“Ik weet als geen ander hoe moeilijk het is. Bij de Mexicaanse griep hadden we ook crisisberaad. Maar toen ging het om één vaccin dat via de huisartsen werd uitgedeeld en waarbij we steun vroegen van het leger. Eigenlijk verliep dat heel goed. Toch vroeg de Kamer daarna woedend waarom het zo duur moest zijn. Je kunt het dus eigenlijk nooit goed doen.

“Een zorgcrisis leiden met al die instituties, is echt moeilijk. Ons zorgsysteem is zo complex, dat er geen eigenaarschap meer is. En dus ook geen leiderschap. Iedereen denkt dat het ministerie van VWS verantwoordelijk is. Maar dat betekent vooral dat je voor allerlei dingen verantwoordelijk wordt gehouden, waar je eigenlijk helemaal niet verantwoordelijk voor bent.

“In de zorg heb je gereguleerde marktwerking. Dus hebben we een Nederlandse Zorgautoriteit, een Mededingingsautoriteit, het Zorginstituut, de Inspectie Gezondheid en Jeugd, de Autoriteit Consument en Markt, het College ter beoordeling van geneesmiddelen én de koepels van professionals.

“Iedereen volgt zijn eigen regels. Dan heb je nog de zelfstandige zorgaanbieders en het stelsel is vergaand gedecentraliseerd. Probeer dan maar eens één lijn in het beleid te krijgen, dat is super ingewikkeld.

“Toch, het coronabeleid gaat nu te veel over curatieve zorg. Ik snap dat je in het begin experts zoals virologen en microbiologen nodig hebt. Maar deze crisis duurt zo lang, dat je ook de maatschappelijke effecten moet meewegen.

“Het aantal eetstoornissen is sinds corona met 33 procent toegenomen, huiselijk geweld is explosief gestegen, net als depressie. Daarom pleit ik naast de r-waarde voor het virus, ook voor een r-waarde om de effecten van het beleid op volksgezondheid en welzijn te meten.

“Een ander probleem is dat dit kabinet zelf gedetailleerd in de uitvoering is gaan zitten. VWS is een enorm beleidsdepartement. Er zitten fantastische ambtenaren, maar die zijn gewend beleid te maken. Ze zijn geen uitvoerder. Er is dus weinig improvisatievermogen ontwikkeld. Om dan als ministerie de uitvoering zo naar je toe te trekken, is wel een risico.

“Er wordt nu voorgesteld om de verantwoordelijkheid voor de vaccinatiecampagne bij iemand buiten het kabinet neer te leggen. Dat gebeurde bij de Mexicaanse griep ook. Dat was wellicht verstandig geweest, maar het is nu te laat. En je blijft als minister toch politiek verantwoordelijk.”

U vindt dat het kabinet regie moet nemen?

“Ja, daarmee bedoel ik niet de touwtjes aantrekken naar boven. Maar dat je duidelijk maakt wat de ankerpunten van dit beleid zijn. Er is enorme behoefte aan het grotere verhaal. Is hier alleen sprake van een coronacrisis, of is dit een veel bredere gezondheidscrisis? Willen we alleen de besmetting tegengaan, het beroep op ic’s verminderen? Of de publieke gezondheid in algemene zin bevorderen? En hoe ga je om met deze structurele onzekerheid?

“Onzekerheid over hoe lang dit virus ons nog in de greep houdt, is een gegeven. Praat je dan alleen met medici, of ook met jongeren, de cultuursector of de horeca over hoe ze langzaam weer meer vrijheid krijgen? Het langetermijnperspectief lijkt nu op paniekvoetbal.

“Het kabinet moet meer vanuit een visie gaan werken, een moreel houvast. Maar visie kleeft aan een politicus. Daar kan je ook last van krijgen. Daarom zegt Rutte ook steeds dat hij geen visionair is, maar een pragmaticus. Hij is technisch een superknap politicus, een wonder hoe hij zich jarenlang door alles heen beweegt. Dat is tegelijk ook de tragiek van de hedendaagse politiek. Je hebt visie nodig en ijkpunten om op langere termijn succesvol te zijn. Maar in het hier en nu moet je juist geen visie hebben, want die is alleen maar een blok aan je been.”

Lees ook:
Dit zijn vier alternatieven voor het leenstelsel van studenten
Toen de basisbeurs in 2015 na veel discussie werd afgeschaft, leek het er niet op dat deze snel zou terugkeren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden