InterviewEric van der Burg

Open inloop in Nederland? Dat moeten we terugdringen, vindt de staatssecretaris van asiel

Staatssecretaris Eric van der Burg helpt mee in de crisisnoodopvang in Utrecht in een sporthal aan de Verlengde Hoogravenseweg. Beeld Jean-Pierre Jans
Staatssecretaris Eric van der Burg helpt mee in de crisisnoodopvang in Utrecht in een sporthal aan de Verlengde Hoogravenseweg.Beeld Jean-Pierre Jans

Staatssecretaris Eric van der Burg (asiel) wil niet alleen de schrijnende taferelen bij het asielzoekerscentrum in Ter Apel oplossen. ‘We zullen naar een totaal andere manier moeten om de zaken te regelen.’

Petra Vissers

In een beige trui en met een oranje hesje aan, haalt staatssecretaris Eric van der Burg (asiel) een nat geel doekje over een plastic tafelzeil met vlinders. Het is vrijdagavond en de staatssecretaris helpt mee in een crisisnoodopvang voor asielzoekers. In een sporthal in Utrecht heeft hij kip met rijst uitgedeeld, en terwijl er wordt gegeten aan de tafels pakt de staatssecretaris een bezem om de vloer van de sporthal te vegen.

“Ik zeg tegen iedereen: help een handje mee”, motiveert de staatssecretaris een paar dagen later zijn aanwezigheid. “Dan moet ik zelf ook bereid zijn de handen uit de mouwen te steken.”

Het tekent Van der Burg, die bij zijn aantreden door asieladvocaten en vluchtelingenorganisaties werd verwelkomd als een verademing na voorganger Ankie Broekers-Knol. Als iemand de enorme crisis in de asielopvang voortvarend zou kunnen aanpakken was het de ‘linkse VVD’er’ wel, gepokt en gemazeld in de Amsterdamse gemeentepolitiek.

Waarom ben u die opdracht aangegaan?

Van der Burg: “Eén: als de premier je vraagt, zeg je geen nee. Als hij belt, hoor je de klus te klaren. Tegelijkertijd hou ik van een uitdaging. Ik hou wel van een klus waarbij je flink aan de bak moet. Dat is dit wel, en dat zal het ook wel blijven.”

De afgelopen maanden zakte de asielopvang steeds dieper in een crisis. Eerst moesten mensen in sporthallen slapen, toen verschenen er tentjes bij het aanmeldcentrum van de Immigratie en Naturalisatiedienst in Ter Apel en deze week sliepen er tientallen asielzoekers op straat. De opvang is door een humanitaire ondergrens gezakt, concludeerde de ene na de andere mensenrechtenorganisatie. Vluchtelingenwerk dreigt met een rechtszaak als de omstandigheden niet snel verbeteren.

Alle pogingen van Van der Burg om op basis van vrijwilligheid meer gemeenten zo ver te krijgen asielzoekers op te vangen, stuitten op verzet en onwil. Deze week nog kwam de gemeente Vlissingen terug van de belofte om duizend mensen op te vangen op een schip, in dezelfde week dat asielzoekers in slaapzakken in het gras lagen van Ter Apel.

Om die impasse te doorbreken, stuurde Van der Burg vorige week een brief aan de Tweede Kamer waarin hij een wet aankondigt waarmee hij gemeenten kan dwingen asielzoekers op te vangen.

Verbaast het u dat dit nodig is?

Zonder enige twijfel: “Ja. Ik weet best dat je nooit van alle gemeenten toestemming krijgt om een asielzoekerscentrum te openen. Dat is een utopie. Maar we vinden met elkaar dat we asielzoekers moeten opvangen. Niet iedereen is het daar mee eens, dat weet ik ook wel, maar een meerderheid van de bevolking wil echte vluchtelingen opvangen. Dan denk ik van: ‘ja, jongens, dan moet je dat ook met elkaar regelen’.”

Staatssecretaris Van der Burg helpt mee  in een crisisnoodopvang voor asielzoekers in een sporthal in Utrecht. Beeld Jean-Pierre Jans
Staatssecretaris Van der Burg helpt mee in een crisisnoodopvang voor asielzoekers in een sporthal in Utrecht.Beeld Jean-Pierre Jans

“Dat is al een reden waarom het mij verbaast dat maar een derde van de gemeenten asielzoekers opvangt. Dat zijn er nu wel iets meer, en er zijn gemeenten die het geweldig doen, maar toch.”

“En ten tweede: als je ziet hoe Ter Apel worstelt, dan denk ik: dan is het toch ook een kwestie van onderlinge solidariteit? Je kunt kritiek hebben op het kabinet, of op het Coa (Centraal orgaan opvang asielzoekers red.), op iedereen. Maar je wilt toch ook gewoon je collega-raadsleden en wethouders helpen? Ik had daarin echt meer verwacht.”

De wet die gemeenten moet dwingen asielzoekers op te vangen gaat na de zomer naar de Tweede Kamer, op zijn vroegst wordt die in januari 2023 werkelijkheid. Gezien de situatie in de opvang pleiten verschillende organisaties voor het uitroepen van het staatsnoodrecht, waarmee overheden meer macht krijgen om bepaalde zaken af te dwingen. Dat is bijvoorbeeld ingezet voor de opvang van vluchtelingen uit Oekraïne en kan morgen van kracht worden.

Dat wil Van der Burg echter niet. Volgens hem is er geen sprake is van een ‘buitengewone omstandigheid’ maar van een structureel probleem in de manier waarop Nederland asielzoekers opvangt. “De huidige situatie, met noodopvang en crisisnoodopvang, is een erfenis uit het verleden. We zullen naar een totaal andere manier moeten om de zaken te regelen.”

Hoe ziet dat eruit?

“Wat we nu doen is opschalen op het moment dat er meer opvang nodig is, met noodopvang (locaties met een redelijk comfort die enkele maanden gebruikt worden red.) en crisisnoodopvang (sporthallen en evenementenhallen die voor enkele dagen of weken beschikbaar zijn red.), en dan afschalen als er weer minder mensen asiel aanvragen. Daar moeten we vanaf.”

“We moeten ervoor zorgen dat we met de gewone asielzoekerscentra een bezetting hebben van 90 procent. Dan kun je een piek in de asielinstroom opvangen in de bestaande capaciteit. Als er geen piek is, kun je andere groepen huisvesten die ook snel tijdelijk een woning nodig hebben. Denk bijvoorbeeld aan studenten, of mensen die een woningbrand hebben gehad.”

Daarmee stoft de staatssecretaris afspraken af die in 2020 gemaakt zijn tussen het Rijk, provincies en gemeenten. Toen al schetsten zij dat asielzoekerscentra extra plekken zouden moeten hebben, waar in normale omstandigheden andere doelgroepen die het lastig hebben op de woningmarkt zouden kunnen wonen.

Van der Burg: “Op die manier vang je iedereen op in goede gebouwen. Dat is fijn voor asielzoekers maar ook voor de medewerkers van het COA, de omwonenden en voor gemeenten. Als we zo kunnen werken, dan kun je ook tegen gemeenten zeggen: jij krijgt iets met een asielzoekerscentrum, namelijk ruimte om spoedzoekers te huisvesten.”

Hoe loopt het gesprek met gemeenten hierover?

“Op dit moment komen we daar helemaal niet aan toe. Elke plek wordt onmiddellijk gevuld. Letterlijk elke avond wordt er gekeken waar mensen naartoe kunnen. We moeten eerst van de crisisnoodopvang af, dan van de noodopvang en dan terugzakken naar een bezetting van 90 procent.”

Hoe is dat mogelijk?

“Door te kijken of we komende tijd meer vaste langdurige contracten kunnen afsluiten voor asielzoekerscentra. Dan creëer je rust in de tent. Daarbij kan die wet die er aan zit te komen helpen.”

U komt uit de gemeentepolitiek. Waar komt deze hakken-in-het-zand-situatie bij de gemeenten vandaan?

“Een aantal dingen. Eén: er zijn raadsleden, wethouders en burgemeesters die vinden dat we een veel strenger asielbeleid zouden moeten hebben. Die vinden dat we moeten zeggen: vol is vol. En daarom werken ze niet mee aan opvang.”

Ten tweede veroorzaakt een klein deel van de asielzoekers overlast, dat zijn met name de ‘veiligelanders’ (asielzoekers die weinig tot geen kans maken op asiel red.). Dat leidt tot beelden waardoor mensen zeggen ‘daar hebben wij geen zin in, in onze gemeente’.”

En drie: als het mis gaat in Ter Apel denken mensen: dat wil ik niet in mijn gemeente. Maar dat krijg je ook niet in jouw gemeente want een asielzoekerscentrum is iets volstrekt anders dan een locatie waar mensen onaangekondigd asiel aan komen vragen.”

Bij een gewoon asielzoekerscentrum ontstaan geen toestanden zoals die in Ter Apel, omdat duidelijk is wie er wonen. Bij het aanmeldcentrum van de IND is niet te voorspellen hoeveel mensen er per dag aankomen, omdat iedereen die asiel wil aanvragen eerst naar Ter Apel moet. Dat maakt dat die plek altijd de flessenhals is in de asielopvang, waar de meest schrijnende situaties ontstaan.

Gemeenten die zich verzetten tegen asielzoekerscentra maken zich vaak zorgen over de overlast en het gedoe dat met name die veiligelanders veroorzaken. Wat kunt u daar aan doen?

“Het beste zou zijn als we locaties hebben voor veiligelanders en andere asielzoekers die weinig kans maken op asiel, zoals de mensen die via een ander land de Europese Unie binnen zijn gekomen, de zogeheten Dublinclaimanten. Die locaties kun je sober inrichten, met een meldplicht, en mensen moeten er snel door de procedure kunnen. In die locaties is het gemakkelijker om maatregelen te nemen waardoor mensen zich goed gaan gedragen dan wanneer die groep tussen alle andere asielzoekers zit. Ook moet voor die groep dan snel duidelijk worden dat ze echt niet mogen blijven. Maar het is niet zo dat gemeenten zeggen: ‘Eric, doe mij die overlastgevende groep maar’. Al zijn we nu wel met een gemeente in gesprek.”

Kunt u gemeenten straks ook dwingen locaties te openen voor kansarme asielzoekers?

“Theoretisch gesproken kan iedere voorziening, of dat nu een asielzoekerscentrum is, een aanmeldcentrum of een sobere locatie, straks gerealiseerd worden met dat zogeheten dwingend instrumentarium.”

“Tegelijkertijd vind ik dat we er zo veel mogelijk op basis van vrijwilligheid uit moeten komen, zeker als het gaat om speciale voorzieningen als aanmeldcentra of sobere locaties. Dan kun je als gemeente namelijk ook zeggen: oké, ik snap dat jij dit wilt, maar dan wil ik er dit voor terug.”

null Beeld Jean-Pierre Jans
Beeld Jean-Pierre Jans

De eerste test voor dat ‘dwingend instrumentarium’ dient zich na de zomer waarschijnlijk al snel aan. Het Coa heeft grond aangekocht in Bant in de Noordoostpolder, zodat de IND een tweede aanmeldcentrum kan openen. Het is een lang gekoesterde wens van de gemeente Westerwolde, waar Ter Apel onder valt.

De gemeenteraad Noordoostpolder uitte meteen al felle kritiek, en lijkt niet van plan zonder slag of stoot akkoord te gaan met dat plan.

Gaat het lukken om het tweede aanmeldcentrum te openen met steun van de gemeenteraad?

“Geen idee. De kritiek was pittig op het moment dat we hiermee naar buiten kwamen. We gaan nu het gesprek aan met het gemeentebestuur, en dan gaan we het zien.”

Heeft u niet alle plooien gladgestreken voor u met het nieuws naar buiten kwam?

“Ik heb er over gesproken met de commissaris van de Koning en met de burgemeester. Maar de burgemeester was heel duidelijk. Hij zei: ‘luister, ik ga pas dat proces in als het openbaar is. Want dan kan ik er over praten.’ En dat snap ik.”

In hoeverre kan dat tweede aanmeldcentrum de acute crisis in de opvang oplossen, of verzachten?

“Oplossen is een te groot woord. Hooguit verzachten. Op het moment dat dit tweede aanmeldcentrum wordt geopend, wordt het geen open inloop zoals Ter Apel. We denken er nu aan om mensen op afspraak te laten komen, of om er met bussen vanuit Ter Apel naar toe te rijden.”

Dan moet iedereen alsnog eerst naar Ter Apel. Waarom wordt het aanmeldcentrum in de Noordoostpolder geen open inlooplocatie?

“Op het moment dat je zou zeggen: we gaan een open inlooplocatie openen die gemakkelijker te bereiken is voor mensen die per trein of per vliegtuig in Nederland arriveren, dan gaat natuurlijk iedereen naar Bant en heb je alsnog geen spreiding.

Los daarvan moeten we de open inloop gaan terugdringen in Nederland. Je moet veel meer naar een situatie waarin wij zeggen: deze mensen mogen naar Nederland komen en dan kunnen ze zich op afspraak melden.”

Meer vluchtelingen

In het regeerakkoord is afgesproken dat Nederland het aantal vluchtelingen dat via de Verenigde Naties wordt uitgenodigd ophoogt van 500 naar 900 mensen, mits het lukt om meer afgewezen asielzoekers te laten terugkeren naar hun land van herkomst. Dat laatste is een hardnekkig probleem, deels omdat sommige landen hun eigen burgers niet terugnemen en deels omdat andere Europese landen Dublinclaimanten niet terugnemen.

Voor het eerst klinkt de immer glimlachende en joviale staatssecretaris fel. “Italië zegt ‘dat doen we mondjesmaat, en in de zomer doen we het niet’, en recent zei de minister ‘we denken er over na om even helemaal niemand meer terug te nemen’.” Het irriteert hem.

Zijn die Dublin-afspraken, die voorschrijven dat mensen asiel moeten aanvragen in het eerste land van de Europese Unie dat ze binnenkomen, dan nog wel houdbaar?

“Ik zit altijd heel simpel in de wedstrijd. Je komt je afspraken na. Dat doe je regionaal, dat doe je landelijk, dat doe je Europees. Dan doet het er niet toe dat je het er niet mee eens bent.”

Voor Van der Burg staan die afspraken in het regeerakkoord, dat uitgaat van een ‘rechtvaardig, humaan en effectief asiel- en migratiebeleid’.

Wat hoopt u aan het einde van uw termijn voor elkaar te hebben gekregen?

“Formeel moet ik dan natuurlijk zeggen: ik weet niet wanneer mijn termijn eindigt. Maar laten we ervan uitgaan dat ik nog drie jaar en een beetje heb, tot de volgende verkiezingen.

“Belangrijk is dat we op een minder gepolariseerde manier, een beetje normaal, met elkaar kunnen spreken over de asielopvang. We moeten meer rust hebben, niet meer elke dag hoeven kijken: waar brengen we mensen nu weer onder?

“We moeten toe naar een situatie waarin we vier aanmeldcentra hebben, verspreid over het land, en in alle provincies voldoende opvang voor vluchtelingen. Op een aantal plekken moet er opvang zijn voor de overlastgevers en wie is afgewezen moeten we snel uit kunnen zetten.

“We moeten met elkaar kunnen zeggen: echte vluchtelingen vangen we hier op een goede manier op. En de mensen die niet echt vluchteling zijn, hebben we dan duidelijk kunnen maken dat ze dat hier geen plek krijgen.”

Eric van der Burg

Eric van der Burg (1965) werd geboren in Amsterdam en groeide op in Oosterwolde in Friesland. Hij studeerde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam en ging tijdens zijn studietijd ook de politiek in. In 1992 werd hij stadsdeelwethouder in Amsterdam-Zuidoost voor de VVD en in 2001 werd hij lid van de Amsterdamse gemeenteraad. Daar was hij lange tijd fractievoorzitter en in 2010 werd hij wethouder. Vanaf 2019 was hij lid van de Eerste Kamer en sinds 2022 is hij als staatssecretaris van justitie en veiligheid in het kabinet-Rutte IV belast met vreemdelingenzaken.

Lees ook:

Commentaar:

Zeer onverstandig hoe het nieuwe aanmeldcentrum in de Noordoostpolder erdoorheen wordt gedrukt.

Vluchtelingen slapen vrijwillig buiten uit angst voor wachttijden bij chaotisch aanmeldproces

Er is chaos ontstaan in het aanmeldproces van vluchtelingen. Daarom slapen zij soms vrijwillig buiten bij het opvangcentrum in Ter Apel, in de hoop sneller te worden geholpen.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden