Op een brief zit parfum, of bloed, zweet of tranen

Nederland, Amsterdam, 04-10-2019 Simon Sebag Montefiore, auteur, schrijver Foto : Maartje Geels Beeld Maartje Geels

De Britse historicus Simon Sebag Montefiore vindt brieven authentieker en intiemer dan andere bronnen en stelde een bundel samen. ‘We zullen weer terugkeren naar de brief.’

 Tuin niet overal zomaar in, waarschuwt historicus Simon Sebag Montefiore. “Brieven staan vol leugens, zoals alles wat goed geschreven is. Historische figuren deden de waarheid ook geweld aan door hun complete correspondentie of delen ervan te vernietigen. Tussen de regels lees je soms de pose die ze innemen voor toekomstige geschiedschrijvers.”

Toch heeft de Brit altijd van brieven gehouden. “Ze grijpen me aan. Ze zijn veel authentieker, directer en intiemer dan andere bronnen. Brieven zijn handgeschreven en in veel gevallen rechtstreeks van een persoon naar een ander persoon gegaan. Er zit parfum op, of bloed, zweet of tranen. Dat heeft iets heel fysieks. Goethe noemde een brief ‘het meest veelzeggende wat een mens kan nalaten’.”

Montefiore, telg uit een roemrijk geslacht van Sefardische Joden, studeerde geschiedenis in Cambridge, werkte als bankier en journalist en begon pas als dertiger historische boeken te schrijven. Zijn werken over de Romanovs, Stalin en de geschiedenis van Jeruzalem werden bestsellers en in tientallen talen vertaald. Ondertussen presenteerde hij ook een aantal tv-series over geschiedenis en schreef hij fictie en kinderboeken.

Het idee voor een bloemlezing van beroemde brieven kwam van twee kanten. “Bij mij begon het te broeien tijdens werk in Russische archieven. Zo veel mooi, nog bijna onaangeraakt materiaal. Daarna kwam ook mijn uitgever met hetzelfde voorstel. ‘Geschreven geschiedenis’ is geen trucje van een schrijver om de tijd te doden of geld te verdienen. Dit is liefdewerk. Ik heb elke brief persoonlijk gekozen. Ik houd van boeken die als hoorn des overvloeds amuseren en ons op tal van belangwekkende zaken wijzen.”

Ik ben vlak achter je, dichtbij genoeg om je hand te pakken. Dit oude lichaam heeft het opgegeven, net als dat van jou, en het ontruimingsbevel kan ieder moment bezorgd worden.

Singer-songwriter Leonard Cohen (81) in zijn laatste brief aan de terminale Marianne Ihlen (81), zijn ex-vriendin en muze, inspiratie voor ‘So Long, Marianne

Heeft uw vrouw, Santa Montefiore (fictieschrijfster), ooit zulke gepassioneerde liefdesbrieven van u ontvangen?

“Vroeger schreven we veel en vaak. Tegenwoordig blijft het bij e-mailen en appen. Aan het begin van onze relatie ging ik op zoek naar slaven in Mauretanië. Ik reed er met een tv-ploeg vanuit de Spaanse Sahara naartoe, langs de kust. Het was een geweldige reis. Het budget schoot tekort vanwege de lastige omstandigheden en haperende camera’s. We kwamen uiteindelijk terecht in zo ongeveer het enige hotel in Mauretanië. Elke fax kostte zo’n 25 pond. Vlak voor ons uitchecken begon het faxapparaat geluid te maken en ik zag dat het Santa was. Die getuigde met ruim over het papier verspreide hartjes van haar liefde. Ze begonnen die faxen te geven, terwijl die machine maar doorging. Mijn producer zei: ‘Het geld is op. We kunnen dit niet betalen.’ Toen zijn we het hotel ontvlucht en hebben we de rest van Santa’s brief gelaten voor wat-ie was.”

Er staan in uw bloemlezing allerlei soorten brieven. Heeft u zelf ervaring met oorlogsverklaringen?

(Lachend:) “Nog niet. Maar alles is mogelijk.”

U komt uit een familie met een rijke geschiedenis. Schreven uw voorouders veel?

“Jazeker. Zelfs in mijn tijd. Mijn ouders schreven schitterende brieven. Ik schreef mooie aan hen, toen ik de wereld rondtrok. Ik heb ze allemaal bewaard. We hebben een prachtige brieventraditie bij de Montefiores. Ik krijg er ook altijd aangeboden. Ik kan ze niet allemaal kopen. Maar ik heb er een aantal in mijn bezit.”

Heeft u nooit gedacht aan het schrijven van een paar eeuwen geschiedenis via die correspondenties?

“Nee. Het is wel een pervers genoegen voor mij om mijn betovergrootoom Moses Montefiore (1784-1885), bankier, filantroop en sheriff van Londen, in al mijn boeken een rol toe te bedelen. Ik hoef er niks voor te forceren. Hij was een fascinerend personage, een spilfiguur die overal opdook. Hij was waar het gebeurde. In ‘Jeruzalem’ en in ‘De Romanovs’ kon ik hem zo een plekje geven. Ik schrijf nu een geschiedenis van de wereld en daarin heeft hij ook een gastrol. Vergelijk het met Alfred Hitchcock en Quentin Tarantino die altijd even te zien zijn in hun eigen films. Onmiddellijk na de dood van Moses Montefiore gingen overigens al zijn brieven in vlammen op. Zijn van Victoriaanse moraal doortrokken familieleden verbrandden ze allemaal, omdat er te veel maîtresses en onwettige kinderen in opdoken.”

De twee mannen en de twee vrouwen werden binnengebracht en ondervraagd. Ze bekenden alles. Ik gaf de opdracht de proever in mootjes te hakken en de kok levend te villen. Een van de twee vrouwen werd voor de voeten van de olifanten gegooid en een ander liet ik doodschieten. (…) Door Gods genade kon ik doorgaan met leven.

Brief Babur, de eerste keizer van Mogol-India, aan zijn zoon Humayan, na overleven vergiftingspoging, 25 december 1526

Hoe heeft u de brieven geselecteerd?

“Het is een reflectie van mijn leesgeschiedenis door de jaren heen. Veel komt voort uit mijn eigen smaak. Het moet in de eerste plaats mij amuseren. Dat speelt bij al mijn boeken. Als schrijver kun je je niet baseren op dat wat mensen misschien zouden willen. Ik wilde ook wegblijven van traditionele, saaie bloemlezingen vol chique dames en heren in grote landhuizen die fijne brieven naar elkaar schrijven. De ­dominantie van die ‘Downton Abbey’-achtige sfeer heb ik altijd gehaat, al toen ik jong was. Of enkel brieven van Churchill, Lincoln of Elizabeth I. Ik heb bewust gestreefd naar variatie: verschillende tijdperken, continenten, achtergronden, geslachten. De mix moet verrassen en iets volledigs hebben.”

Leverde dat verrassende ontdekkingen op?

“Zeker. Hoe vaak lees je een getuigenis van iemand die net een aanslag heeft overleefd, zoals die van mogul-keizer Babur? De brief van Marcus Antonius aan Octavianus (de latere keizer Augustus) kende ik ook niet. ‘Staat het je niet aan dat ik Cleopatra naai?’, schrijft hij woedend over Octavianus’ geroddel in Rome. Hij stelt vervolgens pijnlijke vragen over diens buitenechtelijke escapades, zich niet bewust van de steun die hij in eigen land heeft verloren.”

Je geluk kan zomaar omslaan, en door eigen schuld zou je wel­eens in de grootste narigheid kunnen belanden. Dat is het gevolg van je vreselijke losbandigheid, waardoor je niet in staat bent je te verdiepen in alles wat belangrijk is. (…) Eens zul je de waarheid hiervan zien, maar dan zal het te laat zijn. 

Maria Theresia, voormalig keizerin van het Heilig Roomse Rijk, aan haar dochter Marie Antoinette, koningin van Frankrijk, 30 juli 1775

Wat was het glorietijdperk van de brief?

“In de Renaissance kwam het brievenschrijven tot grote bloei. Neem de prachtbrieven van Machiavelli. Politiek balancerend in gevaarlijke tijden, maar ook getuigend van zijn liefde voor een jonge vrouw. Ook grappig is de brief van Lorenzo (de Grote) de Medici aan zijn zoon Giovanni van 16, die net kardinaal is geworden. ‘Blijf weg bij de hoeren!’ Dat is nogal een ongewone boodschap voor een brief aan een kardinaal.

In de achttiende eeuw begon echt het gouden tijdperk van de brief. Ik heb er een heleboel in mijn boek opgenomen: Voltaire, Catherina de Grote, Marie Antoinette. Dat was een prachtperiode. Het liep op zijn einde in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Er staan brieven in van Stalin en Churchill. Dat was het laatste moment waarop brieven nog een essentiële rol vervulden in de wereldpolitiek.”

Waarom nam het brieven schrijven eerder zo’n vlucht?

“Het mooie van de ontwikkeling vanaf de achttiende eeuw was dat Europa een land werd. Iedereen schreef Frans. Beschaving werd iets wijdverbreids. Tegelijkertijd stond veel correspondentie vol met familiedrama en intimiteit. De groten der aarde maakten er werk van, moesten er werk van maken. Ze schreven de klok rond. Waar je ook was, je moest gaan zitten voor je correspondentie. Ze regeerden door middel van brieven.

Via mijn grootouders heb ik een brief van de Britse staatsman Benjamin Disraeli (1804-1881), van de Franse diplomaat Talleyrand (1754-1838) en wat andere fascinerende, historische personen geërfd. Het zijn geen brieven die de geschiedenis veranderden, maar als je ze leest, realiseer je je al snel dat ze geen secretaresses hadden zoals mensen met soortgelijke functies vandaag. Ze maakten hun eigen afspraken. Dat zie je terug. Kun je dan en dan? Ze verzegelden hun eigen enveloppes. Niemand zag hun brieven. De laatste tsaar Nicolaas II staat erom bekend dat hij er zelf de postzegel op plakte. Hij vertrouwde niemand. In een moderne staat kan dat niet.”

Dagbevel Nr. 3. Ik beveel je me te laten zien wat er gebeurt in het Centraal Comité. Strikt vertrouwelijk. Stalina, de baas.

Briefje van Svetlana Stalin aan haar vader Jozef Stalin

“Dat briefje van Svetlana Stalin aan haar vader is schattig en gruwelijk tegelijk. Ze manifesteert zichzelf als een copycat, imiteert het autoritaire gedrag om haar heen. Van Jozef Stalin heb ik duizenden brieven gelezen. In mijn biografie van hem, ‘Stalin. Het hof van de rode tsaar’ kun je hem – hoe verbazingwekkend dat ook moge klinken – echt horen praten. Dankzij al die bewaard gebleven correspondentie.”

Lukt dat de biograaf van Poetin straks ook?

“Stalin is interessanter als personage, een echte extremist en revolutionair tot op de dag van zijn dood. Poetin managet het verval. Met het creëren van chaos kan hij tegenstanders nog zwakker maken dan Rusland zelf. Visie heeft hij niet. Maar los daarvan: een zo uitgebreide correspondentie als die van Stalin zal een biograaf van Poetin niet meer aantreffen. De brief heeft verloren van e-mail en appjes.”

Bij geheime diensten valt misschien het nodige te vinden.

“Die halen natuurlijk veel binnen. Maar ze lezen niet alles. Ze oogsten alleen. Historici zullen daar op termijn misschien nog wat onthullends uithalen. Maar digitale correspondentie is vrijwel altijd vluchtiger en minder diepgaand. Brieven zijn interessanter. Al lijkt hun tijdperk voorbij.”

Verliezen we daarmee iets fundamenteels?

“Jazeker. Als samenleving en als individuen. Lord Byron zei: ‘Het schrijven van brieven is de enige bezigheid die alleen-zijn combineert met goed gezelschap’.

Dat heeft het internet niet te bieden. Er is niets zo eenzaam als de eenzaamheid van internet. Je bent er in het gezelschap van honderden miljoenen anderen en toch meer alleen dan ooit.”

Is alle hoop voor de brief verloren?

“Ik hoop dat we terugkeren naar het brieven schrijven. Ik denk ook dat dat gaat gebeuren, omdat we zo veel bespioneerd worden. Aanvankelijk dachten we juist dat de digitale weg zo veilig was. Inmiddels weten we wat er allemaal kan gebeuren. Brieven zijn echt dé manier om met elkaar te communiceren. Er is maar één kopie. Wie weet hoeveel ­ er zijn van internetcommunicatie?”

Voor diplomatieke correspondentie kan ik me een revival om die redenen voorstellen, maar zal de normale burger ook op de brief teruggrijpen?

“Op den duur wel. Niet voor het regelen van afspraken. Wel voor fundamentelere privézaken. Omdat het hacken zo langzamerhand endemische vormen aanneemt.” 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden