Hugo de Jonge tijdens een debat over het coronavirus.

AnalyseCoronabeleid

Onderscheid maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Waarom Nederland zich niet zo makkelijk laat verdelen

Hugo de Jonge tijdens een debat over het coronavirus.Beeld ANP

Waarom vindt de Nederlandse politiek het moeilijk om onderscheid te maken tussen gevaccineerden en niet-gevaccineerden? Dat is volgens politiek commentator Hans Goslinga een direct gevolg van onze politieke geschiedenis.

Hans Goslinga

In een week vol proefballonnetjes trachtte minister Hugo de Jonge de Nederlandse geest rijp te maken voor strenge maatregelen tegen niet-gevaccineerde burgers – net als in veel landen om ons heen. Dat beleid komt er vooralsnog niet – voorlopig houden gevaccineerden en niet-gevaccineerden gelijke rechten. De Nederlandse samenleving laat zich, gepokt en gemazeld door een roerig verleden, immers niet zo eenvoudig verdelen.

Aan het rumoerige begin van deze eeuw typeerde de socioloog Jacques van Doorn onze verdeelde samenleving als ‘een kruitvat dat door de overheid permanent nat moet worden gehouden’. Aanleiding waren de terreuraanslagen in Amerika onder de vlag van de islam, die in zijn ogen als direct gevolg hadden dat de multiculturele samenleving haar onschuld verloor. Van Doorn vreesde het ergste voor Nederland als natie van ‘eenheid in verscheidenheid’ als de autochtone meerderheid zou bezwijken voor de verleiding haar macht op te leggen aan de minderheden met andere culturen. Dat is niet gebeurd, al leek het in de terreurpaniek soms die kant op te gaan.

De verleiding heeft wel diepe sporen getrokken in het politieke krachtenveld en zelfs ons staatkundig bestel in een kritieke positie gebracht. Dat hoeft niet meteen pessimistisch te stemmen. Nederland is historisch gezien altijd een kruitvat geweest en toch hebben verdraagzaamheid en vrijheidszin altijd de overhand gehouden. Hoe kon dat? ‘Niet de identificatie met de macht, zoals in Duitsland, maar de identificatie met het verzet tegen de macht staat aan het begin van de Nederlandse geschiedenis’, schreef de socioloog Ernest Zahn, een Tsjechische Zwitser die twee decennia in ons land doceerde en rondkeek, in 1989 in zijn boek Regenten, rebellen en reformatoren.

De kool en de geit sparen

De liberale premier Rutte leek rechtstreeks op onze geschiedenis terug te grijpen, toen hij zich afgelopen dinsdag tijdens de persconferentie over het coronabeleid als een ferm verdediger van tolerantie en keuzevrijheid liet kennen. “Mensen moeten echt zelf een keuze maken.”

“Ik zit niet in de business van overtuigen”, zei hij over de houding van het kabinet tegenover burgers die zich niet willen laten vaccineren. “Als iemand tegen mij zegt dat hij zich niet laat vaccineren, dan is mijn antwoord: dat is jouw keuze. Ik vind het niet verstandig, maar je moet zelf beslissen. Ik ben niet voor dwang of drang.”

Zijn uitspraken moesten in de eerste plaats worden verstaan als een poging het kruitvat nat te houden. De tolerantie van de meerderheid mét QR-code wordt momenteel zwaar op de proef gesteld door minderheden die een beroep doen op de vrijheidsrechten. Iedereen begrijpt dat het in de gespannen verhouding niet gemakkelijk is de kool en de geit te sparen. Daarom luisteren posities nauw. In dit uiterst gevoelige beleidsdilemma bleek het kabinet, op dit punt nog voluit missionair, niet met één mond te spreken. Minister van volksgezondheid Hugo de Jonge zei: “Ik zit er toch een beetje anders in. Ik zeg tegen iemand die afziet van vaccinatie niet: kijk maar wat je doet, het maakt mij niet uit. Het maakt mij wel uit. En dat ga ik je vertellen ook.”

De Jonge neigt naar moraliseren

De Jonge, net als zijn politieke peetvader Buma voortkomend uit een gematigd protestantse stroming, gericht op het heil van ‘heel het volk’, neigt dus naar moraliseren. Rutte ziet de rol van de overheid beperkter. “Wij moeten dealen met de optelsom van keuzen die worden gemaakt.” Dus de gevolgen van de vrije keuzes kanaliseren en zorgen dat de ziekenhuizen niet overbelast raken, meer niet, al vindt hij het persoonlijk onverstandig als mensen besluiten zich niet te laten inenten.

De premier schreef het verschil met De Jonge toe aan de tegenstelling liberaal-confessioneel, maar historisch houdt dat nauwelijks steek. Beide stromingen hebben zich tot elkaar verhouden als de pot en de ketel. Het is niet zo dat zedenpreken de liberalen vreemd is. Ons eigenaardige politieke bestel is in de negentiende eeuw zelfs ontstaan uit de drang naar geestelijke vrijheid van religieuze minderheden die de bevoogding van een liberale staat zat waren.

Vreemde ogen bieden ook hier meer inzicht. De staat in Nederland, constateerde Zahn, is ingericht als ‘een co-existentievorm van verschillende levensbeschouwelijke groeperingen met gelijke rechten’. De staat mocht slechts uitvoerende functies vervullen. ‘Nooit werd hij als de dominerende, zingevende instantie beschouwd die de samenleving orde diende te geven.’

Een volk van kooplieden en dominees

Hij schreef deze ontwikkeling, die sterk afwijkt van de omringende landen, toe aan de rol van het protestantisme, dat vanaf de zestiende eeuw de natie met burgerlijke vrijheden vormde. Maar dat, voeg ik eraan toe, in de negentiende eeuw de emanciperende rooms-katholieken er nog wel even onder wilde houden, hetgeen dankzij de liberaal Thorbecke, die de vrijheid van godsdienst in de Grondwet verankerde, niet lukte.

Mark Rutte  tijdens een debat over het coronavirus. Hij is naar eigen zeggen tegen 'dwang of drang'.  Beeld ANP
Mark Rutte tijdens een debat over het coronavirus. Hij is naar eigen zeggen tegen 'dwang of drang'.Beeld ANP

Het is waarschijnlijk dat Zahn het verschil in visie tussen Rutte en De Jonge had teruggevoerd op de aard van de Nederlanders als ‘een volk van kooplieden en dominees’. Zijn beschrijving van de handelslui is nog altijd herkenbaar: ‘De stedelijke burgerij, met name de patriciërs en regenten, de urbane ruimdenkende bevolkingslaag, gematigd, inschikkelijk, liberaal en erasmiaans’. Daartegenover de predikanten als belichaming van het calvinisme van de kleine burgerij met zijn nadruk op ‘religieuze tucht, geloofsgeboden en controle over de zeden’.

Zo was niet de overheid de bewaker van de maatschappelijk orde, maar de kritische geest, de tegenspraak. ‘De predikanten waren de potentiële berispers van de handelsgeest van de patriciërs. De preek was een publieke zaak en de religie allesbehalve opium van het volk, zoals Marx beweerde, maar een motiverende kracht.’

Hier geen duel of vendetta

Volgens Zahn konden verschijnselen als het duel of de vendetta hier nooit opkomen, omdat zich onder invloed van het calvinisme een schuldcultuur ontwikkelde in plaats van de in Europa sterker verbreide schaamtecultuur, waarin verlies van eer moet worden gewroken.

Nog een gevolg: waar in andere landen straatstenen de richting van de natie bepaalden, was dat in Nederland de onderhandelingstafel, al dan niet na een robbertje publiek vechten. De vraag is of dat in de ontzuilde, van zijn ankers losgeraakte samenleving nog steeds opgaat. Voormalig NRC-columnist J.L. Heldring meende dat dankzij de verzuiling Nederlanders in de jaren dertig niet bevattelijk waren voor het nationaal-socialisme.

Nu hebben verkopers van wonderolie aantoonbaar meer kansen. Zahn signaleerde destijds dat het verzet tegen de overheid in Nederland op buitenlanders dikwijls een radicale, zelfs extreme indruk maakt. Maar hier moest je volgens hem doorheen kijken. ‘Wanneer anderen, wier opvattingen men niet deelt, zich onbaatzuchtig tonen en bereid zijn voor hun overtuiging offers te brengen, kan dit het gevoel geven dat er ernstige dingen op het spel staan. Men let er daarom op of iemand ook werkelijk meent wat hij zegt.’

Om die reden was er volgens hem onder de weldenkende burgerij in de jaren zeventig en tachtig begrip voor krakers. De krakersrellen werden afgekeurd, maar er was sympathie voor de inzet: het bestrijden van de woningnood en het herkenbare burgerlijke verlangen naar een betaalbaar huis.

Buitenissige complotten

Het zou kunnen dat de orthodoxe protestanten, die er principieel van overtuigd zijn dat zij zich tegen de Schepper verheffen als zij hun gezonde lichaam door vaccinatie een beetje ziek laten maken, uiteindelijk op meer begrip kunnen rekenen dan de weigeraars die zich beroepen op buitenissige complotten. Maar erg zeker is dat niet, sinds deze bevolkingsgroepen na het historische breukjaar 2001 onder groeiende druk van de politieke hoofdstroom staan om zich, met de moslims, naar de heersende cultuur te voegen.

illustratie vaccinatie scheiding Nederland Beeld Suzan Hijink
illustratie vaccinatie scheiding NederlandBeeld Suzan Hijink

Het onbegrip bestond overigens ook al in de jaren vijftig, toen in de bijbelgordel mensen weigerden hun kinderen tegen polio te laten inenten. ‘Staphorst’ staat sindsdien voor achterlijkheid en religieuze dwang, zoals nu ook de hoofddoek van moslima’s.

Zahn ging zo ver het onconventionele, misschien wel twistzieke gedrag van de Nederlanders conventioneel te noemen. De historicus Jan Romein heeft eerder gepoogd dat karakter in een zacht licht te plaatsen. ‘Het regent wel scheldwoorden door onze hele geschiedenis, er bliksemen wel pamfletten, schot- en smaadschriften, er zijn wel wat ruiten van burgemeesterswoningen aan gegaan, maar dat was toch alles papier en lawaai: los kruit om zo te zeggen, kwaad bedoeld zonder twijfel, maar in de grond toch zachtaardig.’

Romein beriep zich in meer positieve zin op Montesquieu, de vader van de moderne democratie, die zei: ‘Waar alles rustig is, heerst geen vrijheid’. Het omgekeerde was volgens Romein evenzeer geldig: waar onrust is, is ook vrijheid. Dat was wel anders dan het Duitse credo uit de negentiende eeuw: Ruhe ist die erste Bürgerpflicht.

Het opmerkelijke is dat Romein zijn uitspraken over de ‘Nederlandse geest’ in 1940 deed, toen de Duitse bezetting al een half jaar een feit was en dissidenten als de Leidse hoogleraar Rudolph Cleveringa, die protesteerde tegen het verwijderen van joodse hoogleraren van de universiteit, al waren opgepakt. Romein handelde niet uit argeloosheid, die begrijpelijk zou zijn geweest, omdat Nederland, zoals Zahn schreef, alleen onder vreemde overheersing een autoritaire staatsmacht heeft gekend. Romein waarschuwde juist voor het gevaar de moeizaam verworven vrijheid en verdraagzaamheid als de pijlers van ons volksbestaan als vanzelfsprekend te gaan zien. ‘Wie dagelijks zijn natje en droogje opgediend krijgt, weet aldra niet beter of het hoort zo.’

Politiek wapen

Romein gaf het begrip verdraagzaamheid een actieve en positieve dimensie: ‘Het is geen lijdzaamheid, een zenuwloos alles maar goed vinden wat een ander belieft te zeggen, laat staan te doen. Het is slapheid noch onverschilligheid’, zei hij, verwijzend naar Willem van Oranje, die de tolerantie tot politiek wapen smeedde om tegen de Spaanse jacht op protestantse ketters in het geweer te komen.

Hij was gehecht aan het katholieke geloof, zei de prins in 1564, maar kon niet goedkeuren dat vorsten over het geweten van hun onderdanen willen regeren. Romein meende dat het Nederlandse volk uiteindelijk, met horten en stoten, tot hetzelfde inzicht was gekomen: zelfrespect sluit respect voor de medemens in.

In zijn loflied op de Nederlandse geest ging Romein zelfs zo ver dat hij uitingen van onverdraagzaamheid voor een deel toeschreef aan beduchtheid voor het verlies van tolerantie: de protestantse vrees voor de lange arm van de paus, de liberale vrees voor domperij van de calvinisten, het uitdoven van de zegeningen van de Verlichting; de beduchtheid van de gereformeerde kleine luyden voor liberale dwingelandij, de hedendaagse islamofobie.

In dit perspectief staan Rutte en De Jonge in dezelfde oer-Nederlandse traditie en schetst Romein een weg waarover we na de grondige wederzijdse verkettering weer met z’n allen kunnen lopen.

Lees ook:

Wel hulp, maar weinig begrip voor ongevaccineerde coronapatiënt in ziekenhuis Rivierenland

Het personeel van ziekenhuis Rivierenland in Tiel is bezorgd over de vierde coronagolf, grotendeels veroorzaakt door ongevaccineerden. Planbare zorg wordt uitgesteld. ‘De beslissing om je niet te laten vaccineren raakt zo veel anderen.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden