Gas in Groningen

Ombudsman: Schadeproblematiek in Groningen is een nationale crisis, die een eigen minister verdient

Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen. Beeld Phil Nijhuis
Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen.Beeld Phil Nijhuis

De gevolgen van de aardbevingen in Groningen hebben alle trekken van een nationale crisis. Noem het dan ook een crisis en handel daarnaar, bepleit de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen.

Wendelmoet Boersema

Het gaat nog steeds niet goed in Groningen, concludeert Reinier Van Zutphen in de publicatie ‘Verscheurd Vertrouwen’ die vandaag verschijnt. In een nieuw kabinet zou volgens de Ombudsman een minister of staatssecretaris moeten komen, speciaal voor het oplossen van de problemen in de gaswinningsprovincie. “Iemand die zegt: nu is het afgelopen en hakken we de knopen door. Geen nieuwe onderzoeken meer, geen nieuwe procedures of weer nieuwe spelregels. Een crisisorganisatie met doorzettingsmacht.” De afgelopen jaren lag de verantwoordelijkheid voor schadeherstel bij het ministerie van economische zaken; terwijl de versterkingsoperatie onder Binnenlandse Zaken valt.

Volgens Van Zutphen heeft de overheid in de coronacrisis laten zien dat het wel kán als ze het echt wil: snel en voortvarend grote beslissingen nemen. “Waarom dan niet in Groningen? Geld kan het probleem niet zijn.” In de door aardbevingen getroffen gebieden wachten vele duizenden bewoners nog altijd op herstel van hun schade. De operatie om huizen te versterken en veilig te maken voor nieuwe bevingen gaat uiterst traag. Van de ruim 26.000 huizen die daarvoor in aanmerking komen is slechts 8 procent uitgevoerd en 6 procent in behandeling.

De Nationale ombudsman maakte een reconstructie van de schadeproblematiek en analyseerde wat er met zijn eerdere aanbevelingen uit 2017 is gedaan. Te weinig, is zijn conclusie. Bewoners in de aardbevingsgebieden hebben ten onrechte de regie in de schoenen geschoven gekregen. Ze moeten het zelf maar uitzoeken met alle verschillende loketten en regelingen, terwijl de overheid tegelijkertijd weinig inbreng lijkt te verdragen.

Dat is geen onwil, denkt Van Zutphen, maar onmacht. “Dat maakt het veel ingewikkelder voor de overheid, om zelf anders te gaan werken. In het jargon van tegenwoordig: een nieuwe bestuurscultuur. Recent zijn volgens de ombudsman zaken gebeurd die het vertrouwen van burgers in hun overheid nog verder hebben geschaad. Zoals de aankondiging dat omkering van de bewijslast niet langer voor alle gebieden geldt. Met deze juridische doorbraak uit 2016 hoefden burgers niet langer te bewijzen dat hun schade door aardbevingen kwam, de bewijslast lag voortaan bij de mijnbouwonderneming NAM en later de overheid. Dit alles schaadt het vertrouwen in de rechtsgang

Een ander punt is de telkens oplaaiende discussie over de versterkingsnormen. Afgelopen mei stelde de de NAM-directeur dat niet duizenden maar slechts 50 huizen hoeven versterkt. Van Zutphen: “Ik hoor die geluiden ook, dat het misschien wel mee zou vallen met de bevingen. Maar ik kijk vooral: wat is de Groningers verteld, wat is hun toegezegd. Er zijn spelregels gemaakt en er is afgetrapt. En terwijl de eerste helft nog niet is uitgespeeld gaan ze de spelregels veranderen. Dat snappen de spelers niet en ik ook niet.”

Wat lost het stempel ‘een nationale crisis’ op?

“Ik wilde woorden kiezen die zo hard aankomen dat mensen denken: potverdikkeme, nu moeten we echt iets. Op een of andere manier loopt de aandacht voor Groningen weg. Het duurt te lang en er gebeuren niet echt de goede dingen. Dit is een nationale crisis, waar de overheid en bestuur anders mee moeten omgaan.”

Heeft u daarbij de aanpak van de coronacrisis in het achterhoofd?

“Daar bleek uit – los van wat je ervan vindt – dat de de overheid wél snel en voortvarend te werk kan gaan als ze echt wil. Met miljarden aan steun. Waarom lukt het dan niet in Groningen?”

Misschien wel omdat de coronacrisis, de andere problemen zoals de toeslagenaffaire, plus het feit dat er nog steeds geen regering is, maken dat ‘Groningen’ blijft liggen...

“Het heeft vier jaar traag gelopen terwijl de regering gewoon missionair was. Nu gaat het nog langzamer. Dat staat me absoluut niet aan. Als ik Groninger was zou ik ook zeggen: daar heb ik geen boodschap aan. De overheid weet al meer dan vijf jaar dat er serieuze problemen zijn. Er moet schade hersteld worden, er moet versterkt, en geen van tweeën komt goed van de grond.”

Waarom gaat het zo stroperig? Is het onwil of onmacht?

“Ik krijg die vraag als Ombudsman heel vaak. Als het onwil zou zijn, wist ik wat ik moest doen: je gáat het maar willen. Onmacht is veel ingewikkelder voor de overheid zelf. Ze moet anders gaan werken. In het jargon tegenwoordig: nieuwe bestuurscultuur. Wat mij betreft: een andere manier van doen. Dat geldt voor iedereen in het proces: van gemeente tot provincie tot de uitvoeringsdiensten, de Nationaal Coördinator Groningen en het Instituut Mijnbouwschade Groningen. Ze kunnen en mogen zich niet langer opstellen als klassieke beter wetende overheid, want daar wordt Groningen geen cent beter van. Ze moeten naast de burger staan. Maak het niet afstandelijk. Mensen die al jaren in de problemen zitten krijgen nog steeds brieven met ‘aan de bewoner van dit pand’. Als je mensen het gevoel wil geven dat ze nog iets betekenen, moet dat anders.”

U noemt gemeenten als de partij om de problemen op te lossen. Kunnen zij dat wel? Was het niet beter geweest om de macht veel dichter bij Den Haag te leggen, in één hand?

“Een crisis betekent ook een ander type bestuur. Ik heb het al vaker gezegd en ik ben niet de enige. Benoem één bewindspersoon voor Groningen in het nieuwe kabinet, en dan geen coördinator maar een machtige uitvoerder, een minister of staatssecretaris. Iemand die zegt: en nu is het afgelopen, we gaan het zo doen. Knopen doorhakken, in plaats van weer nieuwe onderzoeken, nog meer procedures.

“Tegelijkertijd staat de gemeente het dichtst bij de burger. Ze kennen de mensen, de straten, de pleinen, de problemen. Maar ze moeten wel de kans krijgen het waar te maken. We vragen al ongelooflijk veel van gemeenten, met de WMO, de jeugdzorg de participatiewet, de inburgeringswet of de omgevingswet. En er zijn spanningen tussen de bestuurslagen, merkte ik in gesprekken die ik voerde. Mensen moeten geen rollebollende overheid boven zich zien. Zij zouden geen boodschap moeten hebben aan de vraag wie verantwoordelijk is, ministerie x of y voor wonen of voor de gaskraan, voor de ene scheur dit loket en voor de versterking een ander. Dat kan je niet schelen als je in een beschadigd huis woont. Dan wil je je veilig voelen en de regie weer nemen over je eigen leven.

“Ik ben het meest bezorgd over wat zich over een aantal jaren zal laten zien aan spanningen en trauma’s. Gepensioneerden die al tien jaar bezig zijn met hun huis in plaats van de kleinkinderen leuke dingen te doen. Samen met de kinderombudsman Margrite Kalverboer maak ik me zorgen over de kinderen. Ze zijn al hun hele leven, tien jaar lang, in een onveilige situatie, met ouders die ongelukkig zijn en telkens wéér een beving.”

Mensen voelen zich ook onveilig door de willekeur van de maatregelen, die de solidariteit bedreigt zoals scheidend secretaris Susan Top van het Groninger Gasberaad constateerde. Die willekeur valt het beste samen te vatten als ‘waarom de buurman wel en ik niet? Hoe los je dat op?

“Mensen weten niet waar zijzelf – en hun huis – aan toe zijn. Hoe het eruit komt te zien, wat ze zelf moeten doen en wat er mogelijk is. Het ene rijtje huizen moet wel gesloopt, het andere niet. Willekeur ontstaat omdat er geen structuur zit in de boodschap wat er met de mensen in Groningen staat te gebeuren. Ze krijgen wel informatie, maar horen niet waarom de een deze steun krijgt en de ander niet. Mensen zijn murw en moe. Er is zoveel lethargie. Ze zien niet in waarom schadeherstel en versterking van hun huis gescheiden trajecten moeten zijn. Het schaadt daarnaast het vertrouwen in de rechtsgang, de rechter die je zou moeten beschermen tegen willekeur. Er komen maar weinig zaken bij de rechter, terwijl het over heel veel mensen gaat. Groningers vinden het te moeilijk en te duur of hebben er geen vertrouwen in dat ze dan sneller geholpen worden..

“Ik lijk wel een waterval, maar er zijn recent een aantal dingen gebeurd die het vertrouwen geen goed deden. De omkering van de bewijslast (de regel uit 2016 waardoor de NAM moet bewijzen dat schade níet door aardbevingen kwam, in plaats van de burger) gold ineens niet meer voor bepaalde groepen. De versterkingsnormen die ineens zijn aangepast, waardoor bepaalde gebieden minder recht op versterking hebben. Mensen vragen zich af,: waar kan ik nog heen? Daar hebben ze geen antwoord op.”

Had de overheid niet in één keer moeten afrekenen met de NAM, zoals ook de Algemene Rekenkamer adviseerde? En kan dit alsnog een oplossing zijn?

“Ik ken de details van de juridische afrekening niet. Wat ik wel weet: de Nam is er op een of andere manier nog steeds bij betrokken, nu in relatie tot de overheid. Terwijl de mensen beloofd is dat hun rol zou verdwijnen. Dat is hun beloofd, maar ze voelen dat de NAM er nog is. Dan heb je als overheid een fout gemaakt en is het vertrouwen weer verder weg.”

Wat vindt u van het argument van de NAM dat er door het afbouwen van de gaswinning veel minder huizen versterkt hoeven te worden? Moet de overheid daar eerlijk over zijn als het klopt?

“De huizen worden versterkt, die belofte is gedaan. Nu zijn er weer geluiden dat het wel meevalt. Dan weer wetenschappers die zeggen: het valt helemaal niet mee. En dan zijn er weer drie bevingen op een dag. Waar ik naar kijk: wat is de Groningers verteld, wat is hen beloofd. Er zijn spelregels gemaakt en er is afgetrapt. En terwijl de eerste helft nog niet is uitgespeeld gaan ze de spelregels veranderen. Dat snappen de spelers niet en ik ook niet. Mensen zullen ook niet geloven dat hun huis ineens ‘best veilig is terwijl het eerst plat moest. Vergeet niet, deze schade is hén aangedaan.”

Hoe doorbreek je die vicieuze cirkel waarbij er zoveel geld gaat naar weer nieuwe rapporten, onderzoeken van iedere scheur, het behandelen van bezwaarschriften?

“Dat is typisch overheid. Hetzelfde patroon zie ik bij het UWV waar mensen zeven keer door een hoepel moeten springen bij een dokter voor een herkeuring, of bij het ministerie van defensie en de militaire invaliditeitspensioenen. Eén keer zou genoeg moeten zijn.”

Er is in het verleden wel geprobeerd snelheid te maken met de uitkering van standaardvergoedingen, maar dat hielp niet.

“Iedere scheur bekijken is ondoenlijk op den duur. Het moet eenvoudiger, met vaste bedragen zonder op de cent te kijken. Snellere en grofmazige manieren voor schadeloosstelling. Vraag het aan de mensen zelf wat ze willen. Misschien is het wel het eerlijkst om ook te zeggen: wat we ook doen, er zullen problemen blijven bestaan en ook daar blijven we aan werken. In nauw overleg met de Groningers. Want geld kan het probleem niet zijn, we hebben aan zoveel zaken dit jaar miljarden uitgegeven. Het gaat erom dat mensen in Groningen weer vooruit kunnen kijken, dat hun provincie leefbaar blijft en een toekomst heeft. Scheuren herstellen is belangrijk, maar reparatie van de mentale klappen vraagt haast meer aandacht dan de scheur.”

Lees ook:

De Nam weigert de rekening voor Groningen te betalen

De staat ruziet met de Nam over de betaling van de rekeningen voor Groningen. De kosten van schade en herstel zijn miljarden hoger dan in 2018 was berekend.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden