InterviewReinier van Zutphen

Ombudsman Reinier van Zutphen ziet ‘patroon van onvermogen’ bij overheid

Den Haag, 7 oktober 2021 -  Portret Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen
 Foto: Phil Nijhuis Beeld Phil Nijhuis
Den Haag, 7 oktober 2021 - Portret Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen Foto: Phil NijhuisBeeld Phil Nijhuis

Reinier van Zutphen is somber over het afgelopen jaar, waarin belangrijke kwesties tot stilstand kwamen. ‘Je moet bij de overheid vaak iets zeggen en lang een bepaalde richting op duwen, voordat iets in beweging komt.’

Bart Zuidervaart

Het was een jaar van stilstand. Terwijl in 2021 het coronavirus als een dolle rond ging, steeds meer mensen in de knel kwamen te zitten en richting armoede wegzakten, waren de politici op het Binnenhof vooral bezig met zichzelf en hun eindeloze kabinetsformatie. Reinier van Zutphen, de Nationale Ombudsman, hoorde de verhalen van burgers die uit nood bij hem aanklopten. “‘We merken niets van de overheid’, vertelden ze ons. ‘We komen niet vooruit. Er wordt veel gepraat in Den Haag, maar weinig gedaan’.”

Het jaarverslag dat Van Zutphen woensdagmiddag aan de Tweede Kamer heeft aangeboden, stemt niet bepaald hoopvol. ‘De burger kan niet wachten’, luidt de titel. Binnenin rept de Ombudsman over een jaar van ‘demissionaire stilte en bestuurlijke introspectie’. Grote kwesties die schreeuwen om oplossingen, zoals de afhandeling van de toeslagenaffaire en de hulp aan de door aardbevingen getroffen Groningers, kwamen in de ‘wachtstand’. Het aantal klachten over de overheid dat de Ombudsman in 2021 ontving, groeide aanzienlijk ten opzichte van een jaar eerder.

Komt dat door de coronacrisis of door het demissionaire jaar van het kabinet?

“Beide wegen mee. Ik had zelf grote verwachtingen na het aftreden van het kabinet, in januari 2021. Het was een soort erkenning van dingen die fout waren gegaan rond het toeslagenschandaal. Maar daarna werd alles stroperig. Het duurde ongelooflijk lang voordat de hulp aan de ouders op gang kwam. En nog steeds gaat alles tergend langzaam.”

De stroperigheid ziet Van Zutphen ook in Groningen. Hij wijst op de voorkant van zijn jaarverslag, met daarop een foto van een lange rij mensen, buiten in de kou. Het waren Groningers die hoopten aanspraak te kunnen maken op subsidie en zich konden melden bij een loket. Na urenlang wachten bleek de geldpot leeg en konden mensen gedesillusioneerd naar huis. “Deze foto”, zegt Van Zutphen, “is voor mij exemplarisch voor het afgelopen jaar. De overheid zegt ‘we hebben iets voor jullie’. Maar de burgers moesten zelf in de rij gaan staan en uiteindelijk kwamen ze nooit aan de beurt en kregen ze niet wat werd beloofd.”

       
Lange rij wachtenden bij Gemeentehuis Winsum voor de  aanvraag de aardbevingschadevergoeding. Beeld ANP / Jan Willem Van Vliet
Lange rij wachtenden bij Gemeentehuis Winsum voor de aanvraag de aardbevingschadevergoeding.Beeld ANP / Jan Willem Van Vliet

In hoeverre is een demissionaire status van het kabinet een excuus voor het uitblijven van oplossingen?

“Vanuit het perspectief van gedupeerden in het geheel niet. Als je aftreedt vanwege de ellende met de toeslagen en beloftes doet, zijn de verwachtingen hooggespannen. Daarna ontstaat er een aaneenschakeling van teleurstellingen. Dossiers die niet compleet zijn, zwartgelakte pagina’s, hulp aan kinderen die niet van de grond komt. Het is een patroon van onvermogen.”

Is die analyse ook op de situatie in Groningen te plakken?

“Het probleem met de aardbevingsschade speelt al veel langer. Ik vind dus ook dat daar al veel meer opgelost had moeten zijn. Het verschil is ook dat de toeslagen-gedupeerden verspreid over het hele land wonen. De mensen die geraakt worden door de gaswinning, leven geconcentreerd in een bepaald gebied. Hele gemeenschappen zijn erdoor onder druk komen te staan. Groningers voelen ook echt de afstand met Den Haag. Ik heb het zelf gemerkt, tijdens mijn bezoeken. ‘Jij komt toch uit die stad, wat kom je hier doen’? Dat helpt niet echt om het gesprek op gang te krijgen.”

Onlangs drong u bij het kabinet aan op versnelling van de hulp aan de toeslagenouders. Opnieuw. Wordt u wel eens moedeloos?

“Nee, moedeloos niet. Het beïnvloedt wel de manier waarop ik inmiddels naar de overheid kijk. Je moet vaak iets zeggen en lang een bepaalde richting op duwen, voordat iets in beweging komt. Het is taai. Belangrijk is dat instanties zoals de Ombudsman volhouden. De druk moet erop blijven. Wij zeggen echt geen onverstandige dingen en we boeken ook echt resultaten. Op belangrijke onderwerpen, zoals mensen in schuldhulpverlening en vrouwen in de opvang, gaat het iets beter. Die laatste groep krijgt bijvoorbeeld nu sneller de toeslagen waar ze recht op heeft. Met de ouders uit de kinderopvangaffaire en de Groningers zal het uiteindelijk ook beter gaan.”

Een lange adem is dus vereist.

“Ik zal niet beweren dat het mijn enige drijfveer was om nog een termijn Nationale Ombudsman te willen zijn, maar na mijn eerste zes jaar was nog veel werk onaf.”

U schrijft in uw jaarverslag dat het aantal mensen dat niet meer mee kan doen in de samenleving, in 2021 is toegenomen. Om wie gaat dit?

“Om te beginnen kleine zelfstandigen, die enorm hebben geleden tijdens de pandemie. Het lijkt alsof we er doorheen zijn, alsof de coronacrisis geschiedenis is, maar voor de zzp’ers komt het er nu op aan. Zij hebben zich massaal in de schulden gestoken, geleend bij familie, pensioenpotten opgegeten. En nu moeten ze terugbetalen. De fiscus gaat weer innen. Dat worden harde tijden.”

Is dit het verborgen leed van de crisis?

“Absoluut. Het zijn stoere mensen die willen ondernemen. Ze kwamen niet veel bij de Ombudsman aan het loket. En opeens wel.”

Wat adviseert u het kabinet?

“Wat ik hoop dat niet gebeurt, is dat zij dezelfde kille benadering krijgen als de toeslagenouders, dat iedere cent wordt uitgerekend en er strenge termijnen gaan gelden. Hier is coulance nodig. De overheid mag deze groep niet gaan fileren.”

U noemt ook de mensen met long covid als risicogroep. Waarom?

“Ik trek een vergelijking met de Q-koorts. Nog steeds zijn er mensen die daar onder lijden, die worstelen met chronische vermoeidheid. Voor long covid-patiënten dreigt de situatie dat ze hun baan verliezen, in de ww raken en uiteindelijk tot de bijstand zijn veroordeeld. Dat is heel risicovol. Die groep hebben we op ons kantoor nog niet goed in de peiling, maar we weten dat het probleem groot is.”

Over welke mensen maakt u zich extra zorgen?

“De jongeren, middelbare scholieren, studenten. Zij hebben twee jaar lang geen fatsoenlijk onderwijs gekregen. De sociale implicaties zijn enorm. We krijgen berichten dat mensen met hun studie zijn gestopt, dat er opvallend veel wordt gespijbeld, dat studenten huiverig zijn om weer terug naar college te gaan. Het is heel divers. Het wordt voor de overheid een grote klus om deze jongeren te helpen bij het opvangen van sociaal-psychologische klappen.”

Dit kabinet wordt gevormd door een doorstart-coalitie die heeft beloofd het contact met de burger te verbeteren. Het gebroken vertrouwen moet worden hersteld. Wat merkt u daarvan?

“Zojuist was minister Mark Harbers van infrastructuur hier op bezoek en na dit interview ga ik langs bij minister Hanke Bruins Slot van binnenlandse zaken. Mijn gesprekken met hen gaan precies hier over. Mijn centrale boodschap is: wees zelf betrouwbaar, doe wat je zegt, zeg tegen burgers waar je wel van bent en waar niet. En maak dat vervolgens waar. Die gesprekken met bewindslieden zijn hoopvol, ik hoor goede intenties. Maar de uitvoering van al die plannen moet nog plaatsvinden. Belangrijk is dat de gemeenten mee willen doen, dat er een soort gemeenschappelijkheid ontstaat. De centrale overheid heeft de afgelopen jaren zoveel gedecentraliseerd, dat ze weinig kan uitrichten zonder die lokale bestuurders.”

Uw voorganger Alex Brenninkmeijer overleed vorige maand onverwachts. Wat heeft u van hem geleerd?

“Wat Alex destijds zei, toen hij zelf Ombudsman was, over het ongezonde fraude-denken van instanties, heeft mij richting gegeven. De overheid die zijn eigen burgers niet vertrouwt; die constatering van hem is mij altijd bijgebleven.”

Het bezorgde hem wel botsingen met de politici op het Binnenhof.

“Ja, er waren bewindspersonen die vonden dat hij wat overdreef, terwijl dat helemaal niet zo was. Brenninkmeijer liet zien dat je niet bang moet zijn de confrontatie aan te gaan, maar wel op een manier dat er nog naar je wordt geluisterd. De artikelen die na zijn dood in de kranten zijn verschenen lieten ook zien dat hij daar zeer goed in was geslaagd. Hij was niet bang aangelegd. Die stevigheid heb ik geprobeerd van hem over te nemen. Je bent er als ombudsman voor de burger. Daar hoort geen slap verhaal bij. Alex had geen slap verhaal.”

Reinier van Zutphen (1960) is sinds 1 april 2015 de Nationale ombudsman. Zijn instituut is een Hoge College van Staat, net als de Algemene Rekenkamer en de Raad van State. De Ombudsman geeft gevraagde én ongevraagde adviezen aan kabinet en parlement.

Vorig jaar is Van Zutphen begonnen aan zijn tweede termijn, wat betekent dat hij in principe tot 2027 de Nationale Ombudsman blijft.

Lees ook:

Alex Brenninkmeijer (1951-2022) streed voor de rechten van de burger

De plotseling overleden Brenninkmeijer (70) maakte zich zijn hele carrière sterk voor de kwetsbare positie van burgers. Hij was hoogleraar aan diverse universiteiten, maar werd vooral bekend als de Nationale Ombudsman, een functie die hij tussen 2005 en 2014 bekleedde.

Ombudsman: Schadeproblematiek in Groningen is een nationale crisis, die een eigen minister verdient

De gevolgen van de aardbevingen in Groningen hebben alle trekken van een nationale crisis. Noem het dan ook een crisis en handel daarnaar, bepleit de Nationale Ombudsman Reinier van Zutphen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden