InterviewAsielbeleid

Nieuwe IND-baas Rhodia Maas: ‘Te lang hebben we gezegd dat we alles wel zouden oplossen’

Rhodia Maas, directeur-generaal van de IND is op werkbezoek in een evenementenhal waar Oekraïense vluchtelingen komen voor een sticker en stempel in hun paspoort.  Beeld Phil Nijhuis
Rhodia Maas, directeur-generaal van de IND is op werkbezoek in een evenementenhal waar Oekraïense vluchtelingen komen voor een sticker en stempel in hun paspoort.Beeld Phil Nijhuis

De nieuwe directeur-generaal van de IND kan zich goed voorstellen dat asielzoekers in Ter Apel vrezen te worden vergeten. ‘We zijn niet in staat goed uit te leggen wat er gaat gebeuren.’

Petra Vissers

Uiteindelijk is het een kwestie van keuzes. Als Rhodia Maas, sinds een paar maanden directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), iets duidelijk wil maken is het dat. “Ik denk dat we te lang gezegd hebben: ‘O, de politiek wil dat? Dan gaan wij het oplossen. Dat is die hands-on mentaliteit. Maar op een gegeven moment kom je tot de conclusie dat je niet alles kan oplossen. Of misschien wel. Maar dan niet nú.”

Maas zit in een zaaltje van een evenementenhal in Den Haag. Daar heeft ze zojuist gekeken hoe IND-medewerkers ervoor zorgen dat uiteindelijk tienduizenden Oekraïners de stickers en stempels in hun paspoort krijgen die ze nodig hebben om te leven en werken in Nederland.

Het is een van de vele taken die de IND uitvoert. Hoewel de organisatie zich vooral bezighoudt met aanvragen van kennismigranten, buitenlandse studenten of die leuke vakantieliefde uit Australië, is de IND bij de meeste Nederlanders beroemd, en berucht, als de dienst die aanvragen van asielzoekers beoordeelt.

Die laatste opdracht is voor de IND ook het lastigst. De wachttijden voor asielaanvragen lopen, opnieuw, op. Op 1 juli wachtte een derde van de asielzoekers langer dan de wettelijke termijn van zes maanden op een oordeel. Bij het aanmeldcentrum van de IND in Ter Apel kozen mensen er afgelopen weken voor in het gras te slapen, onder meer omdat zij bang zijn dat hun asielaanvraag vergeten wordt.

Wie is Rhodia Maas?

Rhodia Maas (1962) is sinds 1 februari 2022 directeur-generaal van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). Daarvoor was zij onder meer algemeen directeur van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens en directeur van de Dienst Terugkeer & Vertrek. Zij werkte eerder al voor de IND. Maas begon haar carrière in 1990 als beslismedewerker bij de dienst en was er ook directeur Stafdirectie Uitvoeringsbeleid. Maas studeerde rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Leiden.

Hoe komt dat, wat is uw analyse?

Maas: “Mijn analyse is dat we in ieder geval niet in staat zijn asielzoekers goed uit te leggen wat er gaat gebeuren. De eerste registratie van mensen lukt ons nog op de dag zelf, daarna komt de identificatie van de Avim (de Afdeling vreemdelingenpolitie, identificatie en mensenhandel van de politie, red.). Daar is het gaan stokken.

“Maar het gebeurt ook dat mensen door ons geregistreerd zijn, geïdentificeerd door de Avim, en vervolgens niets meer van ons horen. Dat leidt ertoe dat mensen denken: word ik niet vergeten als ik nu in die bus stap? Ik kan me goed voorstellen dat mensen dat denken.

“Wij moeten mensen toch gerust kunnen stellen? Dat we zeggen: wij vergeten jullie niet. Daar zijn we nu mee bezig. Het zou nog mooier zijn als we kunnen zeggen: het gaat zoveel weken duren voor u aan de beurt bent. Zo ver zijn we nog niet.”

Waarom kan dat nog niet?

“We hebben er onvoldoende zicht op om er iets zinnigs over te zeggen. Er komen elke keer andere prioriteiten tussendoor.”

Wat zijn op dit moment de grootste uitdagingen voor de IND?

“De grootste uitdaging, en daarin zijn we niet uniek, is dat we veel moeite hebben om mensen te werven en in te zetten. Zeker als het gaat om asielzaken ben je er niet met een opleiding van een paar dagen. Het duurt maanden voor mensen zelf beslissingen kunnen nemen op asielaanvragen.

“Dat is al ingewikkeld genoeg. Daarnaast is er een verhoogde asielinstroom. Die begon vorig jaar, toen de reisbeperkingen vanwege corona stopten en veel mensen geëvacueerd werden uit Afghanistan. Dan ontstaat er al snel een voorraad aanvragen. Daar moet je de vluchtelingen uit Oekraïne bij optellen. Er komen ook nu meer asielzoekers binnen dat men had ingeschat.

“Er komt steeds van alles tussendoor. De evacuaties van Afghanen gaan nog steeds door, eens in de zo veel tijd landen er evacués waar een team van de IND naartoe moet.”

En de crisis in de asielopvang? Heeft die ook invloed op het werk van de IND?

“Het helpt niet. Als wij een gesprek inplannen, moet er een tolk geregeld worden, rechtsbijstand, vervoer. Iemand krijgt een uitnodiging, en twee of drie weken later is het asielgesprek.

“Als iemand in de tussentijd verhuisd is, moet er ineens een andere bus geregeld worden, een andere hoormedewerker, enzovoorts. Wij horen niet altijd tijdig dat iemand ergens anders naartoe is.

“Dat betekent dat we meer gaan proberen op locatie te werken. Vanuit Schiphol gaan medewerkers naar de asielboten in Zaandam. We willen het meer op die manier gaan doen, om het proces efficiënter in te richten.”

Hoewel de vluchtelingen uit Oekraïne geen asiel hoeven aan te vragen (ze mogen visumvrij naar en door de EU reizen) is de IND wel verantwoordelijk voor het uitdelen van de stickers en stempels die ze nodig hebben om langer dan zes maanden te blijven.

Locatiemanager Eric van Dijk laat aan Maas zien hoe hij het benodigde stempel zet in het paspoort van een vluchteling uit Oekraïne. Beeld Phil Nijhuis
Locatiemanager Eric van Dijk laat aan Maas zien hoe hij het benodigde stempel zet in het paspoort van een vluchteling uit Oekraïne.Beeld Phil Nijhuis

De locatie waar Maas vandaag op werkbezoek is, is een van de zes waar Oekraïners daarvoor terecht kunnen. Geconcentreerd vullen vluchtelingen de formulieren in. Er heerst rust.

Terwijl een man afwacht, de handen gevouwen in zijn schoot, laat locatiemanager Eric van Dijk aan Maas zien hoe hij het benodigde stempel zet. In dit geval op een inlegvel, want de man in kwestie had wat Oekraïne betreft waarschijnlijk in het leger moeten vechten. De IND wil niet dat hij bij terugkeer in de problemen komt.

Wat betekent het draaiende houden van deze locaties voor de rest van de IND?

“Het is niet zo dat hier honderden mensen van de IND mee bezig zijn. We maken ook veel gebruik van uitzendkrachten. Maar collega Van Dijk houdt zich normaal bezig met kennismigranten. Dat doet hij nu dus niet.

“Je zult elke keer een afweging moeten maken: wat heeft prioriteit, wat kunnen we aan? Je kunt niet zeggen: ‘Laten we in december eens even die aanvragen van studenten afhandelen.’ Zij moeten in september aan het collegejaar kunnen beginnen.”

Wie maakt die afwegingen?

“Dat is een politieke afweging. Het is onze verantwoordelijkheid om de consequenties van keuzes duidelijk te maken. Wat kan wel, wat kan niet?”

Heeft de politiek wel realistische verwachtingen van de IND?

Maas kiest haar woorden zorgvuldig. “Ik denk dat wij steeds beter in staat zijn om duidelijk te maken wat we wel en niet kunnen. En dus ook wat de consequenties zijn als de politiek besluit dat het toch moet.”

Heeft de Tweede Kamer in het verleden te veel gevraagd? Of is er te veel toegezegd?

“Ik denk – en dit is niet alleen te zien bij de IND – dat veel uitvoeringsorganisaties te lang hebben gezegd: ‘Als de politiek dit wil, dan gaan we dat maar doen’. Op een zeker moment kom je tot de conclusie dat je niet alles kunt oplossen. In die zin is de hele toeslagenaffaire een wake-upcall geweest voor de uitvoeringsorganisaties van de overheid.

“Ik heb er vertrouwen in dat we met deze staatssecretaris (Eric van der Burg, red.) een gesprek kunnen voeren over wat er wel en niet mogelijk is. Of over wat er nú niet mogelijk is, of misschien niet op de manier die de Kamer voor ogen had.”

Wanneer heeft u voor het laatst gezegd: het kan niet op deze manier?

“Nou”, antwoordt Maas met enige aarzeling. “Niet zo heel lang geleden. Maar dat gesprek wordt nu gevoerd.”

Maas begon haar carrière dertig jaar geleden, toen Nederland grote aantallen vluchtelingen uit voormalig Joegoslavië binnen zag komen, als beslismedewerker bij de IND. Ze werd er directeur van een stafdirectie, en kwam via onder meer de Dienst Terugkeer & Vertrek DT&V (DT&V) en de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens, in februari weer terug bij de organisatie waar ze haar carrière begon.

Wat sprak u toentertijd, en kennelijk nog steeds, aan in dit vak?

“Het gaat zo ontzettend ergens over. Het gaat aan de ene kant over de gerechtvaardigde belangen van de individuele mens en aan de andere kant over het grotere belang van Nederland. Je zit altijd in die afweging.

“We hebben met elkaar spelregels afgesproken over wie wel en niet in Nederland mag wonen. Wij houden ons als IND aan die spelregels, die democratisch gelegitimeerd zijn. Wij doen echt niets anders dan elke andere uitvoeringsorganisatie.

“Maar binnen die spelregels moet je altijd een individuele afweging maken, zeker in asielzaken. De belangen zijn groot, dat realiseren medewerkers zich goed. Het is vervelend genoeg als je geen studiefinanciering krijgt omdat er iets mis gaat bij de Dienst Uitvoering Onderwijs, maar het is geen kwestie van leven en dood.

“Uiteindelijk gaat het erom dat jij je werk zorgvuldig doet. Dat je mensen recht doet in hun aanvraag. Je moet mensen netjes behandelen. Ook als iemand de ongelooflijk nare boodschap krijgt dat hij niet in Nederland mag blijven.”

Oekraïense vluchtelingen komen naar de Broodfabriek in Rijswijk voor een sticker in hun paspoort, of een inlegvel, voor toegang in de EU. 
 Beeld Phil Nijhuis
Oekraïense vluchtelingen komen naar de Broodfabriek in Rijswijk voor een sticker in hun paspoort, of een inlegvel, voor toegang in de EU.Beeld Phil Nijhuis

Is de organisatie veranderd sinds u er dertig jaar geleden begon?

“In de basis is het werk hetzelfde, maar het is veel gecompliceerder geworden. Dan heb ik het zeker over asielzaken. Veel binnen de reguliere aanvragen is inmiddels geautomatiseerd.

“In de jaren negentig kwam er maar zeer beperkt wetgeving uit Brussel. Wat je nu ziet aan Europese richtlijnen, rechterlijke uitspraken, aan verfijning van beleid, ingegeven door politieke wensen: het wordt altijd meer, en gecompliceerder. Er is nooit een richtlijn die zegt: laten we dit niet meer doen, of dat niet meer toetsen.”

Zou de beoordeling van een asielaanvraag simpeler moeten? Kan dat?

“Ik stel me weleens de vraag waar het einde is. Hoe gecompliceerd kan het worden? Wat kun je nog vragen van IND-medewerkers?

“In mijn tijd ging het natuurlijk ook al over de geloofwaardigheid van een asielaanvraag, maar een medewerker kon besluiten – natuurlijk door dingen op te zoeken en te staven: ‘Ik geloof u’, of ‘Ik geloof u niet’. Of: ‘Ik geef u het voordeel van de twijfel’.

“Nu is dat zo lastig. Als een medewerker nu zegt: ‘Ik geloof u niet’, moet die dat zo goed onderbouwen. Terwijl heel veel gewoon niet te controleren is, met name in zaken van bekeerlingen en LHBTI’ers. Dat is ongelooflijk lastig.”

Gaat u op dit gebied vaker tegen de politiek zeggen: wat u nu wil, dat kan niet?

“Ik vraag me weleens af wat we nog kunnen vragen van een medewerker. Wat medewerkers moeten uitvragen en vastleggen is tot in detail geregeld.

“Misschien moeten we eerder zeggen: we geven het voordeel van de twijfel. Op basis van minder informatie. We kunnen niet gaan sjoemelen in het proces, natuurlijk niet. Maar dit gesprek moeten we met elkaar voeren.”

Het woord ‘sjoemelen’ is nooit gebruikt, maar asieladvocaten hadden wel kritiek toen de IND met een taskforce een eerdere achterstand in het aantal asielaanvragen wegwerkte. Dat zou niet altijd even zorgvuldig gebeurd zijn.

“Op het moment dat je de politieke opdracht krijgt om snel veel zaken af te handelen, ben je eerder in staat om iemand het voordeel van de twijfel te geven dan je anders zou doen.

“Is dat erg? Ik denk dat het minder erg is dan als je denkt: we gaan versneld afwijzen. Het kan best zijn dat mensen een vergunning hebben gekregen die ze niet hadden gehad als er meer tijd was geweest. Dat kan.

“In de basis willen we allemaal hetzelfde, namelijk diegenen een vergunning geven die er wel recht op hebben en niet die mensen die er geen recht op hebben.

“Maar de blik waarmee verschillende organisaties en mensen kijken, verschilt. Toen ik directeur was van de DT&V heb ik het sentiment van Nederlanders weleens als volgt verwoord: ‘Het is simpel. Alle illegalen moeten het land uit, behalve mijn buurman. Want dat is zo’n aardige man.’”

Lees ook:

De wachttijden voor een verblijfsvergunning lopen alweer op, en dat zal voorlopig zo blijven

Mede door de crisis in de asielopvang moeten mensen steeds langer wachten tot ze horen of zij in Nederland mogen blijven.

De IND komt vaak niet opdagen bij rechtszaken

Bij pakweg één op de tien rechtszaken komt de Immigratie- en Naturalisatiedienst, een overheidsorgaan, niet opdagen. Dat leidt tot frustratie van asieladvocaten en een woedende rechtbank.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden