Het gebouw van de Europese Commissie in Brussel.

InterviewGert Jan Koopman

‘Nederland zal zelf de dupe zijn van EU-begrotingsimpasse’

Het gebouw van de Europese Commissie in Brussel.Beeld Bram Petraeus

De hoogste begrotingsambtenaar van de Europese Commissie, de Nederlander Gert Jan Koopman, legt het aan de vooravond van de EU-top over de begroting nog één keer uit: Nederland moet zich niet blindstaren op die ene procent en het grote Europese geheel zien.

Aan het begin klinkt hij nog positief (‘de kans dat we eruit zullen komen is nog steeds aanzienlijk’) maar aan het einde van het gesprek is Gert Jan Koopman toch ietwat somber. “De hele wereld kijkt mee”, zegt de directeur-generaal van het begrotingsdepartement van de Europese Commissie over de cruciale EU-begrotingstop die donderdag in Brussel begint. “Die EU-begroting is belangrijk en effectief, maar niet erg groot. Uiteindelijk is dit een discussie over honderdsten van procenten.”

Maar die staan wel voor vele miljarden euro’s.

“Daar zitten miljarden aan vast, maar tegen de achtergrond van vele biljoenen. We kunnen de problemen groter maken dan ze zijn. Maar als je dat doet, kom je er niet uit. Als er geen akkoord wordt bereikt, hebben we straks in Europa echt een groot probleem. Ook in de wereld. Ik verwacht dat de EU-leiders dat zullen laten meewegen.”

Directeurs-generaal van de tientallen departementen van de Europese Commissie zijn weliswaar gezaghebbend, maar het blijven ambtenaren die zich doorgaans buiten politieke discussies houden. Daarvoor heb je Eurocommissarissen. Maar Koopman (Voorburg, 1966) treedt al sinds vorig najaar nadrukkelijk naar buiten, onder meer om tegenwicht te bieden aan de (in zijn ogen) soms erg nauwe blik van landen als Nederland op de meerjarenbegroting.

Beeld Gert Jan Koopman

De meeste landen denken alleen aan hun eigen hachje en zien het grotere Europese beeld niet, is steeds zijn boodschap. Koopman biedt weerwerk aan Nederland, dat samen met de andere ‘vrekkige’ landen Denemarken, Oostenrijk en Zweden de begroting op maximaal 1 procent van het gezamenlijke (EU-)bruto nationaal product willen houden.

Ondanks alle openheid staat Koopman in deze spannende week alleen Trouw een interview toe.

Er is een polarisatie gaande tussen die zuinige vier landen en lidstaten aan de oostkant die juist een ruimere begroting willen. Zijn er geen landen die een middenpositie innemen?

“Duitsland en Frankrijk zitten meer in het midden. Frankrijk heeft geen getal genoemd. De Duitsers zitten er anders in dan de Nederlanders, die hebben die 1 procent als basis voor onderhandelingen genoemd, niet als eis voor het eindresultaat. Maar er zijn meer landen in een middenpositie, zoals Ierland, Finland, Slowakije en Tsjechië.

“Het is belangrijk om naar het hele pakket te kijken vanuit een algemeen perspectief: wat brengt dit de Unie in haar geheel. Ik vind dat we te makkelijk praten over die cohesiegelden (voor de ontwikkeling van armere regio’s, red.). Die worden gezien als een verkwistend rondpompen van geld. Kijk eens naar Ierland. Mede dankzij die cohesiegelden is dat land enorm hard gegroeid. Dat geldt ook voor de Visegrad-landen (Hongarije, Polen, Slowakije en Tsjechië, red.), dat zijn wirtschaftswunders. Je moet erkennen dat cohesiebeleid effectief kan zijn en dat de andere EU-landen daarvan ook veel profijt hebben.

“Daarom is het denken in termen van ‘nettobetalers’ en ‘netto-ontvangers’ ook zo misleidend. Die relatief nieuwe lidstaten zeggen ook: jongens, dit is geen liefdadigheid, dit zijn middelen waaraan jullie ook veel verdienen.”

Veel Nederlandse burgers zullen denken: ‘door de brexit betalen we straks contributie aan een club die kleiner is geworden. Dan verwachten we ook dat die contributie daalt.’ Maar die stijgt de komende jaren juist.

“Dat is een onjuist beeld. De uitgaven voor de 27 EU-landen bedroegen de afgelopen zeven jaar 1,16 procent van het totale bruto nationaal product. De inkomsten kwamen uit op 1,03 procent. Het verschil is het brexit-gat. In het laatste voorstel van de Europese Raad gaan de uitgaven naar 1,074 procent. Hoewel dat ‘brexit-gat’ van zo’n 75 miljard euro over zeven jaar deels wordt opgevangen door besparingen, heb je nu eenmaal vaste kosten en ook nieuw beleid. Stijging van de financiering is dan onvermijdelijk. “De rijke landen zullen proportioneel een wat groter deel van de extra kosten moeten opvangen.”

“Voor Nederland geldt dat voor elke 100 euro die we verdienen er 9 euro uit de interne markt komt, terwijl we van die 100 euro 65 cent aan contributie betaalden. Dat wordt de komende jaren iets meer, in de orde van 80 cent. Maar dat blijft een fractie, in verhouding tot de baten. Met een kleinere Unie wordt het iets duurder, dat is onvermijdelijk.”

‘Toch blijft het gek’, zal die burger zeggen: ‘Ik moet meer betalen met een lidstaat minder, terwijl de Britten niks meer betalen, kortom: ik wil er eigenlijk ook wel uit.’ Voedt een ho­gere EU-bijdrage niet juist een nexit-sentiment?

“Bij een nexit zou Nederland die 65 tot 80 cent dus niet meer hoeven te betalen, en tegelijk 9 euro verliezen, de winst uit de interne markt. Daarom is het zo belangrijk dat we over het grote plaatje blijven praten en die begroting zien voor wat-ie is, namelijk: lidmaatschapsgeld van een club die ons economisch enorm veel oplevert.”

Dan zeggen sommigen weer: ‘die 9 euro raken we helemaal niet kwijt, want Nederland houdt bij een nexit heus niet op een handelsland te zijn. Dat waren we bovendien al vóór de EU bestond.’

“Dat is een denkfout. Die 9 euro zijn de extra baten die handelsland Nederland ondervindt van de interne EU-markt, die handel zo makkelijk maakt. Dat deel verdampt dus echt als je uit de Unie stapt. Helaas wordt hierover nooit echt gesproken. Mensen raken zelfs geïrriteerd als je ze voorzichtig herinnert aan de grote voordelen die de Nederlandse economie en de Nederlandse burger ontlenen aan Europa.”

Nederland zet keihard in op behoud van de korting van ruim 1 miljard euro die onder toenmalig premier Balkenende is afgedwongen en samenhangt met de Britse korting. Dat moet wat Den Haag betreft een ‘substantiële permanente korting’ worden. Is dat realistisch?

“Het is een onderhandelingsinzet. Als je de bijdrage van landen ziet in verhouding tot hun nationale inkomen, dan zie je dat Nederland na het vertrek van de Britten juist het minste bijdraagt: 0,65 procent van het nationaal inkomen, terwijl het EU-gemiddelde 0,83 procent is. Op grond daarvan kun je moeilijk argumenteren dat die korting moet blijven bestaan, in ieder geval op het huidige niveau. Anderzijds neemt die bijdrage inderdaad snel toe als die korting snel en geheel verdwijnt. De zorgen daarover zijn begrijpelijk. Dat moet in de politieke discussies meegenomen worden.”

Ander discussiepunt is de rol van multinationals en de lage belastingen die ze vaak in de EU betalen. PvdA-Europarlementariër Paul Tang zegt: die bedrijven hebben een gratis abonnement op de interne markt, terwijl de lasten daarvan liggen bij de belastingbetaler.

“De Europese Commissie heeft al lang geleden voorgesteld de grondslag van de vennootschapsbelasting te harmoniseren, zodat het makkelijker wordt om belastingontwijking ­tegen te gaan. Vervolgens zou je daarvan inderdaad een stukje naar de begroting kunnen overbrengen. Helaas bestaat daarover geen consensus (en invoering zou unanimiteit vereisen, red.).

“Het algemene probleem is dat er op dit terrein onvoldoende Europese belastingharmonisatie is. Daardoor is het aandeel van het bedrijfsleven in de totale belastingopbrengsten de afgelopen 25 jaar enorm gedaald. Daar staan grote baten tegenover: die interne markt waarvan dat bedrijfsleven profiteert.”

Stel dat deze EU-top geen akkoord oplevert en dat ook latere pogingen dit jaar mislukken. Wat gebeurt er dan op 1 januari 2021?

“Als er echt helemaal niks ligt, kunnen we alleen aan paar kerntaken uitvoeren. Noch het nieuwe noch het traditionele beleid kan dan worden uitgevoerd. Voor Nederland zou het pijnlijk zijn omdat die korting automatisch vervalt. Dus dan gaat de Nederlandse bijdrage in één klap met 50 procent omhoog, terwijl er bijvoorbeeld geen onderzoeksbeleid is. Tegelijk geldt dat er ook geen cohesiebeleid is. Dus dat is een lose-lose-situatie.

“Veel mensen denken dat er een soort noodbegroting voor 2021 komt, gebaseerd op die van 2020, maar dat is niet juist. Bij het uitblijven van een akkoord is er simpelweg geen juridische grondslag voor het uitgeven van Europees geld. Daarmee loop je letterlijk in een zwart gat. Ik heb het gevoel dat dat nog niet echt is doorgedrongen.”

De vroegere secretaris-generaal van de Europese Commissie, de Nederlander Alexander Italianer, heeft eens gezegd (in november vorig jaar tegen NRC Handelsblad) dat de commissie bij de vorige begrotingstop zeven jaar geleden op het laatste moment nog wat cadeautjes uit de tas haalde voor de landen die moeilijk bleven doen, en dat toen iedereen tevreden was (‘Wij hebben toen alle leiders een cadeautje gegeven uit die pot van 2 miljard. Iedereen blij, terwijl het gewoon hun eigen geld was.’) Neemt de commissie nu ook zulke douceurtjes mee voor de allerlaatste uurtjes?

(Met een strak gezicht:) “De commissie dient als een technische ondersteuning voor de voorzitter van de Europese Raad. Dus we zullen al onze creativiteit inzetten om hem zo goed mogelijk te ondersteunen.”

Gevecht achter de komma

Het duizelt EU-watchers al een tijdje van de cijfers: miljarden en percentages vliegen over elkaar heen. Maar door al die bomen heen zien enkelen nog wel het hele bos, en dat blijft bescheiden van omvang: de EU-begroting bedraagt ongeveer 1 procent van alles wat burgers en bedrijven in de hele EU bij elkaar verdienen.

Het gevecht begint achter de komma van die ene procent. Als we voor het gemak het Verenigd Koninkrijk even niet meerekenen bij de aflopende begroting (2014-2020), dan bedroeg die 1,16 procent, ofwel 1082,6 miljard euro. In het voorstel van EU-raadsvoorzitter Charles Michel stijgt dat licht naar 1094,8 miljard, ofwel 1,074 procent. Het grootste deel van die stijging (in euro’s) wordt veroorzaakt door inflatie en economische groei.

Lees ook:
De EU-top over de Europese begroting deze week ‘gaat over u’

De extra EU-top over de Europese begroting lijkt velen koud te laten. Ten onrechte, klinkt het in Brussel en Straatsburg. ‘Want dit gaat over u.’

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden