InterviewWopke Hoekstra

Minister Wopke Hoekstra: ‘Economisch gaan we dit allemaal voelen’

Minister Wopke Hoekstra van Financien tijdens een wetgevingsoverleg over een noodpakket aan maatregelen om de coronacrisis het hoofd te bieden. Beeld ANP

Er is applaus in Den Haag en kritiek in Europa. Minister Wopke Hoekstra ziet het als zijn taak om in de coronacrisis ‘banen en bedrijven overeind te houden’.

Het zijn rare dagen voor Wopke Hoekstra, CDA-minister van financiën. In Den Haag oogst hij lof voor het noodpakket van 10 tot 20 miljard euro dat het kabinet lanceert om bedrijven, werknemers en zzp’ers zo goed mogelijk door de coronacrisis te helpen. Tegelijk krijgt hij in Brussel kritiek. Hij zou te zuinig zijn bij het vrijmaken van noodfondsen voor hulp aan Zuid-Europese landen in de coronacrisis.

Hoekstra, die doorgaans een onverstoorbare indruk maakt, is gepikeerd over dat laatste verwijt. “Als er een moment is om solidariteit te tonen dan is het nu”, zegt hij. Hij vindt dat Nederland dat doet. “We hebben gepleit voor flexibele begrotingsregels in deze omstandigheden en voor extra geld in de meerjarenbegroting van de Europese Commissie. Maar het staat landen natuurlijk vrij om daarnaast dingen naar voren te brengen die zij verstandig vinden en die zij altijd al wilden.”

Nederland weigert het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM), een noodfonds waarin 500 miljard euro zit, aan te spreken om de economische schade van de coronacrisis te bestrijden. Hoekstra: “Ik ben voor solidariteit, maar er is momenteel geen enkel land dat een probleem heeft met de eigen financiering. Het is verstandig het noodfonds als reserve te houden en er niet prematuur aan te knabbelen. Je kunt dit geld maar één keer uitgeven. Als het op is, is het op. Wij weten niet wat ons nog te wachten staat.”

De minister zit donderdagmiddag op een vrijwel leeg ministerie van financiën en praat via een videoverbinding. “Het aantal medewerkers op het ministerie is tot een minimum teruggebracht”, zegt hij. “Op de afdelingen is zo nu en dan iemand aanwezig. De rest werkt thuis, conform de richtlijnen. Vergaderen gebeurt bijna allemaal telefonisch of via een videoverbinding.”

“Wij zijn 24 uur per dag met deze crisis bezig. Als er iets anders tussendoor komt, moet dat snel. Wij willen alles op alles zetten om de problemen zo snel mogelijk op te ruimen. De ministers Hugo de Jonge en Martin van Rijn doen de volksgezondheid. Eric Wiebes, Wouter Koolmees en ik doen de economie.”

Minister Wopke Hoekstra van Financien tijdens een wetgevingsoverleg over een noodpakket aan maatregelen.Beeld ANP

Regeren in deze crisis is sturen in de mist, zei u deze week. Hoe doe je dat?

“Onze allereerste zorg is de volksgezondheid. Daarnaast hebben wij de opdracht om banen en bedrijven overeind te houden. Daarbij kan je niks anders dan een klein stukje vooruit kijken. Je ziet dat de scenario’s van het Centraal Planbureau over de ontwikkeling van de economie sterk uit elkaar lopen. We komen sowieso in een recessie, een dikke vette min die we in zeven jaar niet hebben gezien. In het beste geval is er eind dit jaar herstel, in het slechtste scenario zitten we volgend jaar nog steeds in de problemen.”

Het noodpakket geldt voor drie maanden. Hoe groot is de kans dat dit langer gaat duren en er geld bij moet?

“Als het nodig is gaan we langer door dan drie maanden. We zullen het ook zeker moeten aanpassen want we gaan dingen leren over wat wel en niet werkt. We gaan pittige tijden tegemoet. Dat merken wij nu al aan maatregelen die we moeten nemen om verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. Economisch gaan we dit ook allemaal voelen.”

Hoe?

“Dat is een onzekerheid. Die kan ik niet wegnemen. Toch wil ik mensen ook een hart onder de riem steken. We kunnen dit dragen als land. Het is belangrijk dat we in redelijkheid met elkaar omgaan. Ik doe de uitdrukkelijke oproep: help elkaar. Help mensen die lastig zitten met het betalen van de huur. Help iemand in de buurt die in minder makkelijke omstandigheden verkeert. Ga als bedrijf op een redelijke manier om met je toeleveranciers en doe alleen een beroep op het noodpakket van de overheid als je het echt nodig hebt.”

U gaat uit van vertrouwen. Moet u niet controleren?

”Dat gaan we ook doen. Maar ik vind het in deze fase terecht dat we een moreel appèl doen op iedereen om de handen uit de mouwen te steken en om rekening te houden met elkaar. We pakken fraude aan. Maar op korte termijn − ik heb het over dagen of weken − zitten ondernemers en werknemers in de problemen. Daarom neemt de overheid met het noodpakket een groot deel van de loonkosten over van bedrijven die in de problemen zitten. Ook faciliteren we extra kredieten. Normaal sleutelen we maanden aan zo’n regeling en nu schrijven wij die in een paar dagen. Het moet snel, het moet breed, voor zoveel mogelijk mensen.”

Deze crisis gaat voorbij. Wat moet er daarna anders in dit land?

“Het is verstandiger om daar iets over te zeggen als we een eind verder zijn. We denken erover na. Het is ook afhankelijk van ontwikkelingen de komende tijd. Ik hoop wel dat we een aantal dingen die we nu scherper zien, weten te behouden. Ik denk aan het belang van gemeenschapszin, ik denk aan de saamhorigheid die je op alle plekken in de samenleving ziet. Ik denk ook dat nu pas wordt erkend welk belangrijk werk verpleegkundigen en dokters doen, met flinke risico’s voor de eigen gezondheid.”

Betekent dat ook meer salaris voor de verpleging?

“De Kamer heeft daarover een motie aangenomen. Ik vind het obligaat daar nu op in te gaan, maar het kabinet kijkt daar natuurlijk naar. Mijn punt is fundamenteler: het gaat om de waardering. Ik hoop dat we die behouden. Nog even over wat er anders moet in dit land: we zien dat een flinke groep mensen in de samenleving een kwetsbare baan heeft. Het kabinet vraagt ondernemers om ze in dienst te houden: wij nemen ook de loonkosten voor tijdelijke krachten bijna helemaal over. Wij hebben de opdracht om de positie van deze mensen in de toekomst te versterken.”

Toch zetten veel bedrijven flexkrachten nu al op straat.

“We zetten alles op alles om te zorgen dat zoveel mogelijk werknemers hun baan houden, maar ik kan niet voorkomen dat mensen toch op straat komen. Ik kan ook niet verhinderen dat er bedrijven omvallen. Dat is het eerlijke verhaal. Ik ben er van overtuigd dat we met het noodpakket de schade enorm beperken en dat het dus goed besteed geld is.”

Premier Portugal walgt van Hoekstra

De Portugese premier Antonio Costa is op ongekende manier uitgevaren tegen minister Hoekstra en de Nederlandse opstelling in de coronacrisis in het algemeen. ‘Walgelijk’, zo noemde hij een uitspraak die Hoekstra eerder deze week deed. De CDA-minister had de Europese Commissie gevraagd te onderzoeken waarom sommige (schulden)landen in de EU de jaren vóór de coronacrisis niet hadden benut om hun overheidsfinanciën op orde te krijgen. Costa: “Dat is echt het woord: walgelijk. Deze terugkerende kleinzieligheid ondermijnt de geest van de Europese Unie en vormt een bedreiging voor de toekomst ervan.”

In 2017 was Costa woedend op Hoekstra’s voorganger, Jeroen Dijsselbloem. Toen was diens beruchte ‘drank en vrouwen’-uitspraak de aanleiding.

Lees ook:

Politie: ‘Coronacriminaliteit’ rukt op, net als spanningen in de buurt

Het aantal inbraken en verkeersongevallen is weliswaar gedaald, maar ‘coronacriminaliteit’ rukt op, net als spanningen in de buurt. “Er is niet altijd voldoende tijdom een mondkapje te pakken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden