Marleen Stikker, oprichter van Waag.

InterviewTechnologie

Marleen Stikker: ‘We worden gefakenewst, gegamificeerd en getrold’

Marleen Stikker, oprichter van Waag.Beeld Patrick Post

Marleen Stikker gelooft nog steeds dat het internet ­de samenleving kan democratiseren. Maar dan moeten we wel de publieke ruimte heroveren. 

 ‘Wie bepaalt hoe technologie eruit komt te zien, bepaalt ook hoe wij ons leven inrichten”, aldus Marleen Stikker (57). Zijzelf probeert al zo’n dertig jaar mee richting te geven aan de ontwikkeling van de digitale technologie die ons leven bij uitstek bepaalt: het internet.

Daar heeft ze wisselend succes mee gehad. In 1993 was ze een van de oprichters van De Digitale Stad, waarmee ze op het toen nog piepjonge internet de stad Amsterdam een soort digitale publieke ruimte probeerde te geven – het leek wel wat op een website, al was die term destijds nog niet bekend. Zij en haar vrienden, kunstenaars, mediamakers en hackers, geloofden in het potentieel van het internet om publieke waarden te verstevigen en de samenleving te democratiseren.

Dat is nog steeds mogelijk, gelooft Stikker, maar er is wel veel fout gegaan. Het boek dat ze erover schreef, heet ‘Het ­internet is stuk’. Je kunt het namelijk niet meer uitzetten; het blijft je overal volgen. Stikker: “Alle internetgerelateerde technologie is geïn­fil­treerd door veiligheidsdiensten, overheden en techbedrijven. Ze zitten in de camera en microfoon van je ­mobiele telefoon, in je usb-stick, je harddrive, je apps, je speelgoed. Met browsers, zoekmachines, mailprogramma’s, spelletjes, stappentellers, deelstepjes en ovulatieapps maken datadieven zonder enige scrupules ons onder valse voorwendselen persoonlijke data afhandig. We worden genudged, getrold, ­gefakenewst, gegamificeerd.”

Hoewel haar boek vol ideeën zit voor het repareren van dat kapotte internet, maakt het je toch vooral ook een stuk achterdochtiger over allerlei digitale diensten die alleen maar handig leken. Zoals die spraakrecorder die Google op je Android-telefoon zet, en die ik al jaren gebruik voor interviews. Wat ­gebeurt er eigenlijk met die opnames? Wordt het gesprek ­gescand op sleutelwoorden om mijn advertentieprofiel op te bouwen? Kan iemand meeluisteren? Dus diep ik voor het interview een oud, niet met het internet verbonden opnameapparaatje op uit een la. Stikker bekijkt het ding geamuseerd. “Hij doet het nog wel, hopelijk?”

Of sla ik nu weer door naar de andere kant?

“Het is absurd dat je er überhaupt over na moet denken. Het zou vanzelfsprekend moeten zijn dat de technologie die je gebruikt je niet afluistert, geen persoonlijke data van je deelt en je niet overal volgt. Net zoals wanneer je naar de supermarkt gaat, daar is het vanzelfsprekend dat allerlei instanties toezien op de voedselveiligheid. Maar als je je telefoon gebruikt, is het omgekeerde het geval. Dan weet je ­eigenlijk zeker dat de boel lek is, en er partijen misbruik maken van jouw vertrouwen.

“Wij beiden zullen niet in gevaar komen door dit gesprek, maar er zijn natuurlijk streken waar journalisten of geïnterviewden wel iets te vrezen hebben. Dus het is altijd goed om na te denken over de achterdeuren die er in de spullen zitten die je gebruikt.”

Wanneer werd het u duidelijk dat het internet ‘stuk’ is?

“Voor de goede verstaander was het natuurlijk altijd al duidelijk dat dat gevaar erin zat. In de jaren negentig waarschuwden wij al voor de Californische ideologie die toen opkwam, een manier van denken over internet die sterk ­benadrukt dat in de technologie zelf al de ordening zit, dat de technologie ons zal bevrijden. Wat die Californische ­ideologie niet doet, is erkennen dat in technologie ook macht besloten ligt. Die probeert die macht te verdoezelen.

“Wij wilden internet voor iedereen ter beschikking stellen, maar dan als publieke infrastructuur, als een nutsfunctie. Dat leek even mogelijk, maar die beweging is door dat hele dominante marktdenken verwaarloosd, en dat is waar we nu mee te maken hebben.

Marleen StikkerBeeld Patrick Post

“Voor het grote publiek werd het duidelijk met de onthullingen van Snowden in 2013. Hij liet zien dat de veiligheidsdiensten overal in zitten, en misbruik maken van de kwetsbaarheden van technologie, van mobiele telefoons, usb-sticks – je kunt het zo gek niet bedenken of men exploiteert de mogelijkheden om af te luisteren. Daarna kwam het schandaal van Cambridge Analytica – dat was wel het breekpunt waarop duidelijk werd dat er enorm gemanipuleerd wordt, dat de verdienmodellen van sociale media eraan bijdragen dat we geen normale verkiezingen meer kunnen organiseren.”

Maar los van zulke uitwassen, hoe erg is het dat je af en toe eens een gepersonaliseerde advertentie moet wegklikken?

“Ik denk dat het fundamenteel niet deugt dat bedrijven zo veel informatie van je verzamelen en profielen van jou ­opbouwen, en dat we daar niet tegen optreden. Dat dit systematisch gebeurt en dat de techbedrijven zo hun monopolieposities steeds verder versterken.

Beeld Patrick Post

“Tot voor kort was het idee: ze willen onze aandacht vasthouden. En dan kunnen we altijd zeggen: nou heb ik geen zin meer om Google te gebruiken, en dan zijn we er weer vanaf. Maar zo is het niet meer. Amazon en Google willen nu samen de zorgmarkt in. Dan hebben ze ons DNA, onze gezondheid in handen. En Amazon is zich op dit moment aan het inkopen in de farmaceutische industrie. Zulke bedrijven hebben oorlogskassen. Ze kunnen miljarden investeren en alles wat los en vastzit opkopen. En dan zit je straks met Amazon dat de gezondheidswereld, de zorgwereld, én de verzekeringswereld ingaat. Dan ontstaat er een machtspositie die echt ongekend is.

“Ik maak me nog het meest zorgen dat we onder de noemer van ‘nou, zo erg is het niet’ allemaal bijdragen aan die monopolisering. 70 procent van de scholen gebruikt nu Google. 70 procent! En een groot deel van die scholen vindt dat allemaal heel aangenaam en maakt zich geen zorgen. Terwijl je zo een groot deel van onze jonge generatie gewoon op een presenteerblaadje het Google-imperium binnen helpt.”

Is uw zorg dat die kinderen Google onbewust als een normaal aspect van de digitale omgeving gaan zien, of bent u bang dat Google profielen van minderjarigen opbouwt?

“Kijk, het punt is: dat weet je niet. Google zal zeggen: Nee, nee dat doen we niet. Maar wat hebben we aan die uitspraak? Ze hebben wel vaker dingen ontkend. Je kunt niet met ze in gesprek, want degene die hier in Nederland voor Google staat, verkoopt alleen maar de spullen, die heeft geen enkele invloed op de strategie achter de schermen.

“En wie kan dan wel met ze in gesprek? De Amerikaanse overheid dan? Nou, via Trump komt er weinig van. Onder Obama ook niet. Pas sinds kort beginnen sommige Democraten zich hier zorgen over te maken. Ik vind dat je elke partij die zo’n soort positie opbouwt waar geen enkel democratisch toezicht op is, per definitie moet wantrouwen.

“Maar ook vanuit economisch oogpunt is het slecht: als er geen concurrentie meer is, als er maar een paar partijen uitmaken hoe onze wereld eruitziet, is er weinig innovatie.”

Dat soort bedrijven maakt anders wel zeer gebruiksvriendelijke, populaire producten.

“We hebben talloze sociale media gehad, dat heeft Facebook allemaal niet uitgevonden. Airbnb was niet degene die bedacht heeft dat mensen online willen afspreken om bij elkaar te logeren, dat bestond al. Zij zijn het gaan exploiteren. Dat zij er een businessmodel van gemaakt hebben, wil niet zeggen dat zij de innovatie hebben gepleegd.

“Die bedrijven die heel snel groot zijn geworden – Uber, Airbnb – hebben niet een normaal verdienmodel, maar een ­investeringsmodel, dat zo snel mogelijk wereldwijd tot monopolies moet leiden. Vaak maken die bedrijven helemaal geen winst, dus dan hebben we het over iets wat zogenaamd marktactiviteit is, maar eigenlijk gewoon een bewuste strategie is om monopolies te creëren. Een bedrijf als Uber zit onder de ­kostprijs de mobiliteit in de steden te verstoren, met hulp van tientallen miljarden aan oliegeld van onze niet-zo-goede vriend uit Saudi-Arabië [kroonprins Mohammed bin Salman, die achter de moord op Jamal Khashoggi zat, investeerde in Uber, red.]. Dus wat voor spel wordt hier nou precies gespeeld?”

Maar die app van Uber wil ik niet meer kwijt.

“Vooropgesteld, ieder alternatief moet ook waanzinnig goed ontworpen worden, en hetzelfde gebruikersgemak hebben. Ontwerpers en ontwikkelaars die dat kunnen, worden nu ­opgekocht. Dus ik hoop dat er een manier komt om hen te ­betrekken bij de publieke zaak. Maar je kunt niet verwachten dat ze dat gratis doen. We zullen moeten gaan investeren in ­publieke toepassingen.”

Ligt het ontstaan van dit soort monopolies niet gewoon besloten in de structuur van het internet?

“Als overheden meer oog hadden gehad voor de publieke ruimte op internet en daarin hadden willen investeren, had je een totaal ander internet gekregen. Maar de overheid is meegegaan met het denken over internet als een vrije markt, die intrinsiek ten goede komt aan burgers. En heeft al 25 jaar gedacht: we hoeven voor die burgers niets te regelen, dat regelt die markt wel, we moeten hooguit zorgen dat ze die markt niet in de wielen rijden. Het publieke domein is verwaarloosd en de publieke waarden zijn veronachtzaamd.

“Wat voor wetten en interventies zijn er nou geweest? De Europese privacywet van 2018, dat was natuurlijk een belangrijke verandering. Maar daarvoor: of het nou om de linktaks ging of de piraterijwetgeving, alles ging steeds over het beschermen van rechthebbenden, het beboeten van mensen die iets wilden delen.

“Alle interventies die hadden moeten plaatsvinden – het afdwingen dat partijen niet in meerdere sectoren actief mogen zijn, dat ze mensen geen data mogen ontfutselen via idioot lange toestemmingsverklaringen, dat je niet een programmaatje op iemands computer mag installeren zonder expliciete toestemming – dat is allemaal niet gebeurd.

Beeld Patrick Post

“En er is helemaal niets besteed aan het publieke domein op het internet. We moeten die publieke ruimte weer terugveroveren. Maar dat moet ook wel gedragen worden ook door de overheid, die moet dat actief ondersteunen.”

Hoe dan bijvoorbeeld?

“De overheid heeft heel veel geld besteed aan digitaliseringsprogramma’s bij zichzelf, vanuit het idee: we worden een goed loket voor de burger. Nu gaat dat geld zitten in gesloten technologie van bedrijven die er geen baat bij hebben om die kennis en informatie te delen, en die de opdracht­gever daardoor gevangen houden in hoge kosten. Of het nou platforms zijn voor het onderwijs of de wetenschap, de businessmodellen achter die sector zorgen ervoor dat de ­publieke sector ook op heel hoge kosten blijft zitten. Het is bizar dat overheden miljoenen over de balk smijten voor allerlei ICT-diensten die echt geen rocket science zijn, die je veel goedkoper kunt ontwikkelen met open technologie.

“Publieke investeringen moeten gaan naar publieke technologie. Voordeel is dat iedereen erop kan voortborduren, dus het is iets wat veel meer waarde kan genereren. Je legt bovendien automatisch rekenschap af: ­iedereen kan controleren wat ermee gebeurt. En je bent voor de service naderhand niet afhankelijk van die ene marktpartij die het heeft aangelegd.”

En als ik zelf in plaats van digitaal consument weer digitaal burger wil worden, wat kan ik dan doen?

“Ik denk dat je twee dingen kunt doen, als je zelf geen programmeur bent. Het eerste is je eigen handelen: net als het scheiden van plastic of minder vlees eten, dat kun je in het digitale domein ook doen. Er zijn allerlei alternatieven voor Google. Brave is een heel goede browser, Protonmail is een prima mailserver. Doe dat wat passend is. Als je denkt: dit snap ik niet, gebruik het dan nog niet. Maar als je een beetje een early adapter bent, help dan alsjeblieft mee om de pa­den begaanbaar te maken voor anderen. En neem dan ook iets van de kinderziektes voor lief, als ze er al zijn.

“Maar wat ik interessanter vind: je bent altijd wel onderdeel van een vereniging, je werkt ergens, je kinderen zitten ergens op school. Stel daar de vervelende vragen. Zijn er geen alternatieven voor Google? Bevraag je gemeente­be­stuur. Hoezo slimme lantaarnpalen? Stap uit het idee ‘het is nou eenmaal zo’. Op dat moment krijg je een heel andere dynamiek om je heen, en dat helpt die alternatieven.” 

Lees ook:

Is Nederland gebouwd op digitaal drijfzand?

Nederland werd in korte tijd opgeschrikt door twee grote storingen, deze week bij 112 en eerder bij pinautomaten. Dat zorgde voor woede en persoonlijk leed, maar juist daarom zijn het volgens deskundigen belangrijke lessen. “Techniek is nooit onfeilbaar. We laten ons meeslepen in een droom.”

‘Internet wordt weer wat socialer’

Het is deze maand twintig jaar geleden dat de massa via De Digitale Stad voor het eerst kennismaakte met het internet. Hoewel negen op de tien Nederlanders tegenwoordig online zijn, is het ideale internet nog altijd niet bereikt, zegt initiatiefneemster Marleen Stikker.

Krijgt de consument met de nieuwe privacywet controle over zijn data?

Eind deze week gaat een nieuwe privacywet in. Bedrijven zien die nieuwe regels vooral als een boel extra werk. Wat levert het burgers op?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden