Marianne Thieme: ‘Mijn vertrek moest niet op een soort begrafenis gaan lijken of zo’.

InterviewMarianne Thieme

Marianne Thieme: Het is een lekker gevoel om ‘I told you so’ te kunnen zeggen

Marianne Thieme: ‘Mijn vertrek moest niet op een soort begrafenis gaan lijken of zo’. Beeld Jildiz Kaptein

Ze hoeft niet meer ‘s ochtends, nog in bed, door het laatste nieuws te scrollen. Marianne Thieme vertrok als leider van de Partij voor de Dieren, maar blijft activist. ‘Koopkrachtplaatjes zeggen niets. Roepen wij al heel lang.’

Amélie, zeven jaar oud, klonk bezorgd. “Mama, wie gaat er nu voor de dieren zorgen?”

Het was in mei dit jaar, haar moeder had zojuist verteld dat ze de Tweede Kamer zou gaan verlaten. Het was genoeg geweest, vond Marianne Thieme, medeoprichter van de Partij voor de Dieren en fractievoorzitter sinds 2006. “Ik zei tegen mijn dochter dat er andere mensen zijn, heel goede mensen, die het van mij overnemen. Toen was het goed.”

Het zou nog vier maanden duren voordat ook de kiezers hoorden van haar vertrek. Dat gebeurde op zondagmiddag 29 september, tijdens een besloten ledenbijeenkomst van de partij. Er volgde een summiere verklaring voor het grote publiek, dat Thieme zich buiten het parlement ‘voluit zal blijven inzetten voor onze gezamenlijke idealen’. Drie dagen later verscheen in De Groene Amsterdammer een afscheidsinterview met haar, dat las als een politiek testament en waarin Thieme dieper inging op het belang en de beweegredenen van de Partij voor de Dieren.

Daar moest de buitenwacht het mee doen. Waarom wilde Thieme eigenlijk weg uit Den Haag, waarom nú? Het bleef onduidelijk.

Op een dinsdagochtend, in een eettentje in Amsterdam, legt Thieme uit dat dit geregisseerde afscheid haar eigen idee was. “Alexander Pechtold deed een jaar eerder iets soortgelijks, met een interview in Vrij Nederland. Dat vond ik mooi. In een weekblad is meer ruimte voor reflectie en gaat het minder om de politieke waan van de dag. Dat past bij mij.”

De parlementaire pers bleef verbouwereerd achter. Opeens was u weg, zonder nadere uitleg.

“Er was niks geheimzinnigs aan. Ik vond dit gewoon het beste moment voor mijn vertrek. Ik had wel allerlei interviews kunnen geven waarin ik dan duizend keer hetzelfde zou zeggen. Dit voelt ook niet echt als een afscheid, ik was activist namens de partij en ik blijf dat. Mijn vertrek moest ook niet op een soort begrafenis gaan lijken of zo.

“Ik heb sinds de oprichting van de partij in 2002 in totaal 24 campagnes gedaan, voor verkiezingen en referenda. Over uiterlijk anderhalf jaar mogen we weer naar de stembus. Ik geef mijn opvolger alle tijd en ruimte om zich daar klaar voor te maken. Het waren echt tropenjaren in de Kamer. De meeste collega’s moeten weg na een grote nederlaag of als ze om een andere reden worden weggekeken. Nee, ik vertrek liever op een moment dat ze me nog willen.”

Nu internationaal actief

Marianne Thieme (Ede, 1972) werkte bij de stichting Bont voor Dieren toen ze in 2002 samen met enkele anderen de Partij voor de Dieren oprichtte. Van 2004 tot 2006 was ze directeur van de stichting Wakker Dier. In 2006 kwam ze in de Tweede Kamer, waar ze tot afgelopen september de fractie leidde. Ze blijft actief voor partij en wil de internationale beweging, actief in twintig landen, verder uitbouwen. Thieme heeft twee dochters uit een eerder huwelijk, Amélie (7) en Annika (18). Ze heeft een relatie met hoogleraar financiële geografie en publicist Ewald Engelen.

Deze kabinetsperiode gingen Emile Roemer (SP), Sybrand Buma (CDA) en Alexander Pechtold (D66) u voor. In uw vertrek schuilt een groter gevaar. U bent het gezicht en het uithangbord van een partij, veel meer dan deze drie mannen waren.

“Zeker, dat is ook spannend. Maar ik denk dat er inmiddels een partij staat die dit aankan. We zijn de afgelopen zeventien jaar steeds gegroeid. Misschien stagneert het nu even, dat kan. Maar uiteindelijk moeten we zeker een middelgrote partij kunnen worden. Dat potentieel is er.”

Thieme vertelt dat het afkicken van de politiek een tijd duurt. Jarenlang greep ze ’s ochtends bij het ontwaken naar de telefoon. In bed scrolde ze dan door het laatste nieuws, benieuwd waar ze nu weer iets van moest vinden. Ze probeert ermee te stoppen. “Tot genoegen van mijn gezin, haha.”

We kampen met een stikstofcrisis en een klimaatcrisis. Het zijn onderwerpen waarvoor de Partij voor de Dieren zo ongeveer is opgericht. Denkt u niet: daar moet ik bij zijn?

“De partij kan het prima af zonder mij in de frontlinie. Het is wel een lekker gevoel om te kunnen zeggen: I told you so. We horen andere partijen woorden gebruiken die wij al jaren geleden bezigden. Bij de laatste Algemene Beschouwingen werd het neoliberalisme als een soort scheldwoord gebruikt. Er was brede kritiek op het kortetermijnbelang, op de waarde van koopkrachtplaatjes die niets zeggen. Roepen wij al heel lang! Nu hoorden we het ook van ChristenUnie en GroenLinks. De Financial Times kopte in september: “Capitalism: time for a reset”. Dat was verfrissend.”

Dan bent u vast hoopvol dat de overheid uiteindelijk die stikstof- en klimaatcrisis de baas wordt.

“Ik hoor woorden, maar mis de daden. Voorlopig ontbreekt de belangrijkste maatregel: een forse ingreep in het aantal landbouwdieren. Wat het kabinet wel doet, is de maximumsnelheid op wegen verlagen. Dat is echt spelen met vuur.”

Is de Partij voor de Dieren dan tegen verlaging van de snelheid?

“Het was van de zotte dat we destijds 130 kilometer per uur mochten gaan rijden. Nu gaan we terug naar 100, daar kan onze partij natuurlijk onmogelijk tegen zijn. Maar het is onverstandig. Het roept agressie op en het ondermijnt het draagvlak voor het milieubeleid en voor maatregelen die wél een grote impact hebben. Burgers voelen dat zij tijdens de financiële crisis de banken moesten redden, ten koste van hun pensioen en andere zekerheden. En nu tijdens deze ecologische crisis moeten zij wéér ergens voor opdraaien. Waar ben je dan mee bezig?”

U zegt dat jullie verhaal, over meer ecocentrisme in plaats van egocentrisme, eindelijk aanslaat op het Binnenhof. Heeft het u gefrustreerd dat het kennelijk zo lang moest duren?

“Ik hoorde laatst Ferry Mingelen eerlijk zeggen dat hij onze partij lange tijd over het hoofd heeft gezien. Hij was de man die bij de verkiezingen in 2003 namens de NOS zei: ‘Geen honden in de Kamer’. Toen we er in 2006 wél in kwamen, een unicum, was de aandacht van de pers ook niet om over naar huis te schrijven, hoor. BBC World kwam wel naar ons toe, CNN, The Washington Post, The New York Times. We zijn in het buitenland eerder omarmd dan in eigen land. Er was ook veel onwennigheid. Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen zei een politiek duider op televisie dat wij in Den Haag hadden gewonnen omdat daar veel katten zijn. Dan heb je het nog steeds niet begrepen. Toen heb ik er wel wat van gezegd. Ook omdat ik het een belediging vond voor onze kiezers."

Beeld Jildiz Kaptein

“Philip van Praag, een politicoloog, zei ooit dat wij de enige echt nieuwe politieke stroming zijn sinds Pim Fortuyn. Alles wat erna kwam, is vooral een afgeleide van de LPF. Veel media hebben daar toch moeite mee. Ze focussen op incidenten. Kijk naar hoe de Algemene Beschouwingen worden verslagen. Dan hoor of lees ik weinig over de grote ideeën, de langetermijnperspectieven. Het gaat dan over wie de ander het beste in de tang had. Over cijfertjes achter de komma. En oh ja, de diertjes hadden nog iets over de planeet.”

Denkt u dat meer media-aandacht zou hebben gezorgd voor een grotere partij?

“Nee, wij hebben onze eigen kanalen. Het is hetzelfde als met de veronderstelling dat wij onze naam moeten veranderen om te groeien. Onzin. Dan verlies je focus. Dan moet opeens alles topprioriteit worden.”

Het is toch niet vreemd dat de aandacht van de media zich richt op de haalbaarheid van de kabinetsplannen?

“Waar zijn meerderheden te vinden, daar gaat het dan over, ja.”

En dan staat de Partij voor de Dieren consequent aan de zijlijn.

“Ik heb in die jaren willen aantonen dat de keizer geen kleren aan heeft. Je kunt bij de verslaglegging letten op de vraag of een staatssecretaris het volhoudt, dat is een keuze. Je kunt schrijven welke foute dingen Thierry Baudet nu weer heeft gezegd, ook een keuze. Maar je zou het ook kunnen hebben over waarom veel mensen de traditionele politiek wantrouwen, of schrijven over nieuwe politieke ideeën.”

Heeft u nooit geaarzeld over uw stelselmatige afkeer van het compromisme?

“Nee. Voor mij was het ontzettend belangrijk dat onze partij de authenticiteit en integriteit behoudt. We willen een baken zijn voor de kiezer. Dan hoef je niet vast komen te zitten in de zogenaamde grindbak van de realiteit waarin niets echt voor elkaar komt. Het is zo’n misvatting dat je macht moet hebben om je idealen te verwezenlijken. Onderweg naar die formele macht raken partijen juist hun idealen kwijt. Wij hebben liever invloed, bijvoorbeeld door anderen ervan te overtuigen dat meer economische groei een probleem is en geen oplossing.”

Uw adagium is altijd geweest dat de Partij voor de Dieren voorzichtig moet groeien om problemen te voorkomen. Tegen plofkippen, maar ook tegen plofpartijen. Toch stapte er deze zomer een Kamerlid op, Femke Merel van Kooten. Dat moet als een persoonlijke nederlaag hebben gevoeld.

“Nee, dat is niet zo, het vertrek kwam voor ons volkomen onverwacht. Het is voor mij ontzettend lastig om hierop in te gaan, hoe graag ik dat ook zou willen. Want dan zou ik vragen moeten beantwoorden over wat waar is en niet waar, of over hoe zij functioneerde. Dat wil ik niet, er is genoeg met modder gegooid. Dat gaat ten koste van onze idealen. De partij is mij zó dierbaar, dat mag niet gebeuren.”

Is er eigenlijk ruimte voor vriendschap in de Kamer?

“Nee, ik denk het niet. Ik heb fijne mensen leren kennen, zoals de SP’ers Sadet Karabulut en Lilian Marijnissen en Agnes Mulder van het CDA. Er zou wat meer menselijkheid in de Kamer mogen komen, en dan doel ik niet op de fatsoenskwesties. Kamerleden moeten vaker informeel bij elkaar komen. Zoals de vrouwelijke Kamerleden, om elkaar te inspireren in een door mannen gedomineerde politieke wereld. Wat ik nu zie, is dat politici vooral erg druk zijn met hijgerig elkaar vliegen afvangen.”

Waar heeft u zich als politica nog meer aan gestoord?

“Kamerleden die praten over dingen waar ze niks van weten. Als een journalist iets vraagt, beginnen ze soms gewoon te ratelen. Ik stelde een PvdA’er ooit in een debat voor om de vos van de lijst met mogelijk schadelijke soorten af te halen. Hij had geen idee waar het over ging en antwoordde maar wat. Dat is schadelijk, voor jezelf, maar ook voor het politieke bedrijf. Zeg nou gewoon dat je iets niet weet, dat is geen zwakte. Integendeel.”

Waar kijkt u met voldoening op terug?

“Natuurlijk ons voorstel om de onverdoofde slacht te verbieden. Dat leidde ook tot discussies over het slachten van andere dieren. Ja, ook daar gaat van alles mis. ‘Zondag met Lubach’ had er laatst een prachtig item over. Het debat over vlees eten hebben wij al in 2007, met de film ‘Meat the Truth’, aangezwengeld. Nu is die discussie echt overal. Daar geniet ik van.

“Bij mijn afscheid uit de Kamer vertelden collega’s van andere partijen dat ze van me geleerd hebben hoe je dingen op de agenda zet. Politiek gaat niet alleen over moties indienen, het gaat nog meer over het veranderen van levensstijlen. Een Kamerlid vertelde me: ‘Ik heb al die debatten met jullie moeten aanhoren, nu ben ik toch maar minder vlees gaan eten’. Dan vertrek je toch met een fijn gevoel.”

Lees ook:

Na 17 jaar leiderschap bij Partij voor de Dieren vindt Marianne Thieme het genoeg geweest

Ze stopt als partijleider op een hoogtepunt. Het gaat de Partij voor de Dieren al enige jaren voor de wind. Ruim tien jaar lang bleef de fractie in de Tweede Kamer steken op twee zetels, maar in 2017 kwam de doorbraak

PvdD-fractieleider Esther Ouwehand: De koers is de koers, die verandert niet

Esther Ouwehand, de nieuwe fractieleider van de Partij voor de Dieren, zet de lijn van Marianne Thieme voort. Er komt geen verbreding van de agenda. Wat de partijvoorzitter zegt, zijn ‘privé-opvattingen’.

De andere kerstinterviews 

Met Ilja Leonard PfeijfferRutger BregmanCora van NieuwenhuizenDaily PaperDavina MichelJohan Vollenbroek, en Sjinkie Knegt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden