Kamervoorzitter Khadija Arib tijdens een Kamerdebat over de coronacrisis.

InterviewKamervoorzitter

Khadija Arib: Nu we de vrijheid willen vieren, is er een virus dat die vrijheid zo beperkt, het heeft iets bizars

Kamervoorzitter Khadija Arib tijdens een Kamerdebat over de coronacrisis.Beeld ANP

Khadija Arib, voorzitter van de Tweede Kamer, worstelt met de impact die de coronacrisis heeft op de parlementaire democratie. ‘Dit is zo onwerkelijk. Maar we moeten door, we kunnen niet anders.’

De Tweede Kamer, zegt Khadija Arib, heeft iets magisch. Het is het huis van de democratie, de belangrijkste vergaderplek van het land. “Normaal gesproken lopen jullie van de pers hier rond, scholieren zijn druk met het maken van selfies, we voeren talloze debatten. Nu is het gebouw praktisch leeg. Er zijn zoveel dingen die ik op dit moment mis. Het gelach met mensen, soms de ergernissen. Deze situatie is zo vreemd, zo onwerkelijk. Maar we moeten door, we kunnen niet anders.”

Arib, sinds januari 2016 voorzitter van Tweede Kamer, worstelt met deze ‘crisis van ongekende omvang’, zegt ze. Ze geeft dit interview via een videoverbinding in een zaaltje in het Kamergebouw. Achter haar in beeld prijkt prominent de Nederlandse vlag. “Herkennen jullie deze nog?”, vraagt ze. Het is de vlag die eind 2017, op verzoek van alle Kamerfracties, in de plenaire zaal werd geplaatst. Het exemplaar bleek te bescheiden voor de grote ruimte en kreeg al snel de plagerige bijnaam ‘de kaasprikker’. Er staat daar nu een grotere vlag en deze kleine versie is verhuisd naar dit bijzaaltje. Arib kan nog lachen om de rel van destijds. “Ook deze vlag is mij zeer dierbaar, haha.”

De oude vergaderzaal wordt weer ingezet voor debatten

Bij de oudere bewoners op het Binnenhof gaat het bloed sneller stromen. Later deze maand wordt de Oude Zaal weer gereed gemaakt voor vergaderingen van de Tweede Kamer, als toevluchtsoord tijdens de coronacrisis.

Deze ruimte in het Kamergebouw wordt tegenwoordig gebruikt voor recepties en andere bijeenkomsten, gidsen leiden hun bezoekers er naartoe. Maar verder gebeurt er weinig.

De Oude Zaal ademt geschiedenis. Ze is in 1777 gebouwd als balzaal voor stadhouder Willem V. Sinds 1815 was de Oude Zaal de vergaderruimte voor de Staten-Generaal. Kenmerkend waren de groene bankjes waarin de politici dicht tegen elkaar aan zaten geplakt. Het was een krappe zaal voor 150 Kamerleden en op zomerse dagen kon het er flink benauwd worden. In 1992, met de nieuwbouw van architect Pi de Bruijn, verhuisden de vergaderingen van de Kamer naar de huidige plenaire zaal.

Er gaan stemmen op om de aanstaande renovatie van het Binnenhof te gebruiken om de Oude Zaal in ere te herstellen. Maar dat lijkt niet te gebeuren. 

Er is verder weinig om echt vrolijk van te worden dezer dagen, geeft Arib toe. De wandelgangen zijn verlaten, slechts eenmaal per week houdt de Kamer met premier Mark Rutte en minister Hugo de Jonge van volksgezondheid een debat over de actuele corona-ontwikkelingen. De overige dagen onderhoudt Arib haar contacten met dit soort videogesprekken.

“Ik ben hier vier, vijf dagen in de week en loop rond op mijn gymschoenen. Met een paar schoonmakers, mijn woordvoerder, enkele griffiers, twee bodes. Daar doe ik het mee. Dat is mijn crisisteam.”

Hoe bent u de afgelopen maand doorgekomen?

“Ik probeer me zo veel mogelijk aan alle regels te houden, net als iedereen. Voldoende afstand houden, niet te veel de straat op. Tot nu toe lukt dat prima.

“Het heeft iets raars dat zoveel niet doorgaat. Het parlement had voor de coronacrisis allerlei plannen. We zouden 75 jaar bevrijding groots vieren. Ik was ontzettend blij dat we met bijna negentig Kamerleden een bezoek zouden brengen aan Auschwitz, voor het eerst. We hadden alle voorbereidingen al getroffen.

“Ik hoop dat we het later dit jaar kunnen inhalen. Juist in deze periode dat we met elkaar de vrijheid willen vieren worden we geconfronteerd met een virus dat die vrijheid zo beperkt. Het heeft iets bizars.”

U bent voorzitter van een instituut dat enorm onder druk staat. Er wordt nauwelijks vergaderd.

“Dat is zo. In crisistijden moet je ontzettend waakzaam blijven dat de parlementaire democratie blijft draaien. We hebben allemaal, alle Kamerleden, trouw gezworen aan de Grondwet. Daar staat onder andere in dat het parlement in het openbaar bijeenkomt. Kiezers moeten kunnen zien waar volksvertegenwoordigers voor opkomen, hoe ze stemmen, wat ze van wetsvoorstellen vinden.

“Dat moet zo blijven, maar de omstandigheden maken het ons moeilijk. We kunnen hier niet met honderd of 150 mensen rondlopen. Kamerleden en medewerkers zijn zoveel mogelijk thuis. Ook zij worden soms gek van kinderen en partners, jullie zullen dat herkennen. Maar het is niet anders. Het is aan mij om hier een modus in te vinden, zodat wij toch onze rol van medewetgever en controlerend orgaan kunnen vervullen.”

Vindt u dat de Kamer de afgelopen vier weken aan die taak heeft kunnen voldoen?

“Als de regering de noodtoestand uitroept, gaat alles op slot. Dat is nu niet aan de orde. Het parlement werkt gewoon door. Ik zie dat vakkenvullers, zorgmedewerkers en leerkrachten ook gewoon aan het werk zijn. 

“Wij zijn druk met de brief van het kabinet met wetsvoorstellen die met spoed behandeld zouden moeten worden. Jullie kennen de discussie, daar gaat de Kamer niet zomaar mee akkoord. De commissies bekijken nu welke voorstellen voor de zomer aan de beurt moeten komen en welke gerust kunnen wachten.”

Die brief telde maar liefst 84 wetsvoorstellen. Vindt u dat het kabinet misbruik probeert te maken van de situatie?

“Misbruik vind ik een groot woord, ik denk het niet. Ik heb wel tegen de premier gezegd dat dit zo niet kan. De ministers Grapperhaus en Dekker van justitie hebben opnieuw naar de lijst gekeken om te bepalen wat écht spoedeisend is. En zelfs die wordt niet klakkeloos door de Kamer overgenomen.”

De commissies krijgen een prominentere rol, maar dat lost het probleem niet op dat de rechten van individuele Kamerleden niet tot hun recht komen. Normaal kan een Kamerlid een spoeddebat aanvragen of verzoeken om een interpellatie. Waar is die ruimte nog?

“Die individuele rechten zijn en blijven belangrijk. Kamerleden kunnen schriftelijk vragen blijven stellen aan ministers, bijvoorbeeld. Maar we hebben met de realiteit te maken.

“Daarvoor gelden twee uitgangspunten: er moet een zaal beschikbaar zijn die schoongemaakt is en voor zover mogelijk coronaproof. Dan heb je, hoe je het ook wendt of keert, met beperkingen te maken. Er moeten bodes zijn, medewerkers en ambtenaren. Het restaurantbedrijf moet het aankunnen. Je hebt de griffiers, de verslaglegging. De Kamer kan zich niet onttrekken aan de eisen die aan de hele samenleving worden gesteld in deze crisis.

“Maar goed. Als een Kamerlid zegt, ik noem een voorbeeld, ik vind migratie nu belangrijk en ik wil erover debatteren met het kabinet en een Kamermeerderheid is het daarmee eens, dan maken we dat gewoon mogelijk. Maar dan wel als enige debat op een bepaalde dag. We moeten dat kunnen sturen.

“Het is nu eenmaal enorm balanceren tussen de noodzaak Kamerleden de ruimte te geven om hun rol te vervullen en de gedragsregels die aan de samenleving en dus ook aan de Kamer zijn opgelegd. Het hek mag niet van de dam. De tijd dat er op enig moment tien debatten tegelijk werden aangevraagd, waarin 150 moties werden ingediend, is voorbij. Die terughoudendheid moeten Kamerleden zelf opbrengen. Al die debatten zijn hartstikke belangrijk, maar nu even niet.”

Debatten verplaatsen naar de bijzalen, is dat voorlopig de oplossing?

“Ja. De commissies hebben acht zogenoemde wetgevingsoverleggen aangevraagd. Van die debatten worden onmiddellijk verslagen gemaakt en daar kunnen ook moties worden ingediend. Zo kun je wetsvoorstellen ook prima behandelen.

“Tot nu toe was daar steeds één zaal voor beschikbaar. Daar werd de afgelopen weken ook steeds de wekelijkse briefing gehouden over het verloop van de crisis. Vanaf komende week komt er een zaal bij. En de week erna is ook de Oude Zaal beschikbaar voor zulke vergaderingen. Al deze debatten worden gelivestreamd zodat iedereen ze kan volgen.”

Heeft u de Kamerleden expliciet om die zelfbeheersing gevraagd?

“Ja, ik heb alle Kamerleden opgeroepen zichzelf steeds af te vragen of een verzoek noodzakelijk is en of het niet kan wachten.” Dan, lachend: “Maar u weet dat ik dat ook al vroeg voor deze pandemie uitbrak.”

“De zaak heeft echter wel twee kanten. Het wordt ingewikkeld als het kabinet door zou gaan met het nemen van besluiten op allerlei terreinen. In dat geval kun je niet van Kamerleden terughoudendheid vragen. Als het kabinet belangrijke besluiten neemt die niet gerelateerd zijn aan corona, dient een Kamerlid de ruimte te hebben daar iets van te vinden. Het is mijn rol dat allemaal een beetje in evenwicht te houden.

“Kijk, we schrijven hier geschiedenis. Er is geen draaiboek, geen gebruiksaanwijzing hoe een parlement moet functioneren in crisisperioden. We moeten het zelf uitvinden. En iedereen kijkt naar mij als voorzitter. Wat gaan we doen? Wat is de volgende stap? Dat is best zwaar en lastig.”

Corona heeft niet alles stilgezet. Er is nieuws over de Omgevingswet, er zijn besluiten genomen over de Urgendazaak, de minister van defensie stuurde een politiek gevoelige brief over hoe ze de Kamer verkeerd informeerde over burgerslachtoffers in Irak. Die kwesties schreeuwen om een debat.

“Zeker. En daarom gaan we de mogelijkheden om te debatteren uitbreiden. Het blijft natuurlijk wel zo dat een meerderheid beslist. Zonder meerderheid heb je een probleem. Heb je die wel, dan is het zaak dat aan mij en mijn medewerkers aan te geven. Dan gaan we het plannen. Niet alles tegelijk en niet onmiddellijk, maar we gaan het plannen.”

De agenda van de Kamer werd voor deze crisis in alle openbaarheid vastgesteld. Iedereen kon volgen wie een debat wilde, welke partij dat tegenhield en wat de overwegingen waren. Die openbaarheid is nu wel kwijt.

“Ik mis deze regeling van de werkzaamheden, iedere middag op Kamerdagen, heel erg. Het klopt, zo in het brandpunt van de belangstelling zal het een tijdje niet kunnen. Maar je kunt het zo goed mogelijk proberen te benaderen. Je kunt de procedurevergaderingen van de commissies via internet streamen. De commissie financiën deed dat van de week toen het ging over de steun van Europa voor bepaalde landen. Ik ga de commissievoorzitters dat nog eens op het hart drukken.

“Het is van belang dat de buitenwacht weet welk besluit er is genomen en welk debat er moet plaatsvinden en waarom dat zo is. Dat moet dan maar voorlopig het in de openbaarheid vaststellen van de Kameragenda vervangen. Het is niet anders.

“Een echt bevredigende regeling is onmogelijk. Die zou te veel beweging opleveren en te veel debataanvragen. Maar beter zo vergaderen en veel in commissies vergaderen dan digitaal, zoals sommigen voorstellen. Zoals wij hier nu praten met zijn drieën, stel je dat voor met meer mensen. Dat wordt onmogelijk. In het parlement staat het gesproken woord centraal. Het gaat erom dat je elkaar in de ogen kunt kijken, elkaars lichaamstaal kunt zien. Hans van Mierlo zei ooit dat je in een parlement de geur van wilde beesten wilt ruiken. Zo is het. We mogen dat nooit kwijtraken.”

Lees ook:

Arib sluit het parlementaire jaar af met de nodige steken onder water

Je moet er als politieke fijnproever voor opblijven tot kwart voor vier in de ochtend, maar dan heb je ook wat: de toespraak waarmee Tweede Kamervoorzitter Khadija Arib traditioneel het parlementaire jaar afsluit.

Voorzitter Arib stuurt Kamerleden met een boodschap op vakantie

Voor een enkel Kamerlid wacht deze week nog een werkbezoek of andere afspraak, maar voor de meesten geldt: reces. Vakantie. Uitrusten van een turbulent parlementair jaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden