Khadija Arib

Tien GebodenKhadija Arib

Khadija Arib: ‘Ik ben geen zondagskind. Ik erf geen titel, geld of huis, maar wel mooie genen’

Khadija AribBeeld Mark Kohn

Khadija Arib (Hedami, Marokko, 1960) is sinds januari 2016 voorzitter van de Tweede Kamer. Ze staat voor de komende verkiezingen als nummer twee op de lijst voor de Partij van de Arbeid en het is haar ambitie om de Kamer nog eens vier jaar te mogen voorzitten.

I Gij zult geen andere goden voor mijn aangezicht hebben

“Het geloof maakte onderdeel uit van mijn identiteit – Marokko is een islamitisch land; je voelt het, je ruikt het, je merkt het aan alles om je heen – en daar hoorde ook de overtuiging bij dat er een God was die op mij lette, naar me luisterde en voor me zorgde. Voor mijn moeder is het geloof nog steeds een troost. Vanwege corona kan ze nu op vrijdag niet naar de moskee, maar ze bidt vijf keer per dag en als ze bij mij op bezoek komt, zorg ik ervoor dat alles goed schoon is zodat ze overal in huis haar gebedskleedje neer kan leggen.

Mijn moeder is met haar tijd meegegroeid: ze ziet niet zoveel verschil meer tussen God en Allah en gelooft dat er veel overeenkomsten tussen de diverse religies bestaan. Zelf ben ik in de loop der tijd gaan inzien dat een bepaalde interpretatie van het geloof ervoor kan zorgen dat sommige mensen worden uitgesloten of onderdrukt… en meer wil ik er niet over zeggen. Het wordt me vaker gevraagd, maar waarom zou ik me moeten verantwoorden? Het geloof is een privézaak en ik heb er nú al meer over gezegd dan ooit, dus – angst? Nee hoor, daar heeft het niks mee te maken. Ik wil gewoon niet in een hokje geduwd worden. Dat is alles.”

II Gij zult u geen gesneden beeld maken noch enige gestalte van wat boven in de hemel, noch van wat beneden op de aarde, noch van wat in de wateren onder de aarde is

“Ja, dat is een beeldje van Thorbecke (Thorbeckeprijs, ontvangen in 2018, AV) en ik heb vorig jaar ook de Prinsjesprijs en de Aletta Jacobsprijs gekregen. Het is mooi, al die erkenning, maar daar is het me nooit om te doen geweest. Het begon met ontevredenheid over bepaalde antwoorden, met het verzet tegen ongelijkheid tussen mannen en vrouwen en een verlangen om iets te doen voor mensen die worden onderdrukt. Het voelt weleens ongemakkelijk om op het schild te worden gehesen – voor mij is de een niet meer waard dan de ander – maar ik weet ook hoe betrekkelijk het is; je kan er net zo makkelijk weer vanaf worden getrokken.”

III Gij zult de naam van de Here, uw God, niet ijdel gebruiken

“Als er iemand in de Tweede Kamer voor dictator of sluipmoordenaar wordt uitgemaakt grijp ik in, maar ik vind ook dat er ruimte moet zijn voor emoties, desnoods hoogoplopend, omdat kiezers hun eigen verontwaardiging over wat er volgens hen niet goed gaat in ons land terug willen zien bij de man of vrouw op wie ze hun stem hebben uitgebracht.

Ik hou van stevige debatten. Na het zogenaamde terreurdebat in november vorig jaar, ging Azarkan (fractievoorzitter Denk, AV) zich erover beklagen dat ik hem niet genoeg tegen de woede van zijn collega-Kamerleden in bescherming had genomen, maar ja, als je op zo’n moment, vlak na de moord op Samuel Paty – de Franse leraar die op 16 oktober 2020 werd onthoofd omdat hij in zijn klas een spotprent van Mohammed zou hebben laten zien – een petitie voor het strafbaar stellen van het beledigen van de profeet gaat ondersteunen, moet je er niet gek van opkijken als mensen boos op je reageren.

Toen Geert Wilders een tweet de wereld had ingestuurd waarin stond dat er voornamelijk coronapatiënten ‘met een niet-westerse achtergrond die de Nederlandse taal niet helemaal machtig zijn’ op de ic’s lagen, werd hij daar ook tweeënhalf uur over doorgezaagd. Hoort er allemaal bij. Als je graag klappen uitdeelt, moet je ook bereid zijn om er een paar te incasseren.”

IV Gedenk de sabbatdag, dat gij die heiligt, zes dagen zult gij arbeiden en al uw werk doen; maar de zevende dag is de sabbat van de Here uw God, dan zult gij geen werk doen

“Ik ben geen zondagskind. Ik erf geen titel, geld of huis, maar wel mooie genen. De boodschap van mijn moeder was: je moet hard werken, goede cijfers halen en ervoor zorgen dat je niet hetzelfde lot ondergaat als ik. Mijn moeder heeft nooit op school gezeten, ze kan niet lezen of schrijven en we hadden het, zeker in die eerste jaren, toen we in Marokko woonden en mijn vader in Nederland werkte als gastarbeider, niet breed. Op mijn vijftiende verhuisde ik hiernaartoe en moest ik als ‘buitenlander’ ook harder lopen, mezelf bewijzen. Dat is altijd zo gebleven. Ook in de politiek.

Soms herken ik de kritiek over het kartel, de elite en vriendjespolitiek. Ik maak geen deel uit van de groep politici die voortdurend met elkaar in contact staat, allerlei verhalen uitwisselt, tot hetzelfde netwerk behoort. Dat maakt me ook niet zoveel uit trouwens; ik ben wie ik ben, ik sta voor mezelf. Ook dát ligt in de lijn van mijn opvoeding. Sterk zijn, zelf doen. Zoek het maar uit met je groepje. Ik weet dat het, hoezeer ik ook mijn best doe, voor sommigen toch nooit goed genoeg zal zijn. Daar lig ik niet wakker van. Ik kom op voor de Tweede Kamer en de parlementaire democratie en daarvoor krijg ik gelukkig brede steun.”

V Eer uw vader en uw moeder

“Rond mijn zeventiende ben ik op mezelf gaan wonen. Het werd me – in mijn eentje met ouders die het op dat moment niet zo goed met elkaar konden vinden – allemaal veel te beklemmend. Ik móest weg. Ik wilde vrij zijn. Mijn vader en moeder hadden het er erg moeilijk mee, maar ze hebben me ook niet tegengehouden. Misschien ben ik toen wel iets te hard geweest. Ik begrijp nu heel goed dat ze me iets langer bij zich hadden willen houden.

Een paar jaar later, in 1980, is mijn vader plotseling overleden. Hartinfarct. Ik herinner me nog hoe verdoofd ik was; hoe lang het duurde voordat het tot me doordrong dat hij weg was en echt niet meer terug zou komen. Ik heb altijd een hechte band met hem gehad. Het was een mooie man, heel grappig ook, vol zelfspot. Hij was zeer onafhankelijk, recalcitrant, deed waar hij zin in had – later bleek dat hij er nóg een gezin in Marokko op nahield – en trok zich weinig aan van het oordeel van anderen. Hoewel hij er vaak niet is geweest, heb ik hem toch nooit echt gemist. Dat komt ook doordat ik me bij mijn moeder altijd heel erg veilig heb gevoeld. Mijn moeder is een sterke vrouw, een beetje gesloten, op zichzelf gericht. Ze is niet zo van de sociale contacten en familie over de vloer.

Na mij heeft ze geen kinderen meer gekregen. Dat hoefde van haar ook niet. Het was prima zo. Eén is meer dan genoeg. Ze is trots op me, al zal ze dat altijd via een omweg laten weten. Laatst vroeg iemand, die een of ander probleempje had, haar om mijn telefoonnummer. Mijn moeder zei: ‘Dat dacht ik niet! Mijn dochter heeft wel belangrijker dingen aan haar hoofd!’”

VI Gij zult niet doodslaan

“Het is al eerder gebeurd, in 2016 toen ik me kandideerde voor het voorzitterschap. Ook toen verschenen er berichten op basis van anonieme bronnen, die meenden dat mijn afkomst en accent een probleem zouden zijn. Maar de actie van RTL Nieuws was tot nu toe wel de zwaarste poging tot karaktermoord. Op dinsdag 23 februari kreeg ik een stuk opgestuurd (‘Verzet tegen nieuwe termijn voor Kamervoorzitter Arib: ‘Ze is achterbaks’’, AV) waarin ‘minstens tien bronnen’ anoniem hun beklag over mij doen, een artikel dat vol staat met dingen die ik stuk voor stuk feitelijk kan ontkrachten.

Ik vind het verbijsterend wat hier is gebeurd. Het is net zoiets als schrijven dat je uit betrouwbare bron hebt vernomen dat de kas is geplunderd, zonder te checken of er überhaupt een kas bestaat. Als je kritiek hebt, kom dan gewoon tevoorschijn en praat met me, maak ruzie als het nodig is, maar dit: anoniem, met z’n tienen, gaan roepen dat ik een of ander monster ben? Dat is buitengewoon laf. En het ergste is dat het waarschijnlijk mensen zijn met wie ik soms aan tafel zit, mensen die moreel verontwaardigd zijn over het gedrag van anderen… Nu de verkiezing voor de Kamervoorzitter eraan komt moet het blijkbaar op deze manier, alsof ik eerst uit de weg geruimd moet worden terwijl iedereen zich, in vrijheid, kandidaat kan stellen.

Het is een naar politiek spel. Als het om een man zou gaan, zou de kritiek niet zo op de persoon, maar meer op de inhoud worden gespeeld. Een vrouw is altijd een bitch en een ruziezoeker. Ik heb nog nooit zo’n buitenproportioneel gemeen artikel gelezen over een mannelijke politicus. Ik sluit niet uit dat er ook vrouwen anoniem aan het RTL-stuk hebben meegewerkt; dat maakt dat hele verhaal nóg treuriger.

Ik ga niet speculeren over wie hier achter zitten; waarom zou ik óók met modder gaan gooien? En uiteindelijk komt de waarheid vanzelf wel bovendrijven. Eerlijk duurt het langst, zeggen ze toch? Dat is helaas ook meteen een nadeel, want ik had liever gehad dat mensen meteen konden zien wie heeft geprobeerd die dolk in mijn rug te steken.”

VII Gij zult niet echtbreken

“Mijn oma verliet haar man omdat ze niet meer van hem hield, mijn moeder leefde ook langere tijd gescheiden van mijn vader. Maar mijn scheiding, na twintig jaar: dat is toch echt een ander verhaal. Het was de man van wie ik ongelooflijk veel hield, de beste vader die ik voor mijn kinderen kon wensen, en het heeft me jaren gekost om me over het verdriet van onze scheiding heen te zetten. En ik heb nog steeds het gevoel dat ik heb gefaald; dat het me niet is gelukt om die relatie in stand te houden. Als je van iemand houdt, dan ga je ervoor, maar ja, als een van de twee afhaakt, wat moet je dan?

Ik vond het moeilijk om mijn moeder over de breuk te vertellen. Ze heeft me getroost door te zeggen: ‘Ga door met wat je doet, zorg goed voor jezelf en voor de kinderen. Niet treuren.’ Niet treuren. Niet zeuren. Niet blijven hangen in je verdriet. Zo heeft ze het ook van háár moeder geleerd. Vrouwen zijn, over het algemeen, emotioneel veel sterker, ze kunnen ook beter alleen zijn. Een gescheiden man – ik zie het in mijn vriendenkring gebeuren – komt binnen een jaar met een nieuwe, mooie, jonge vriendin aanzetten. Ik ben inmiddels heel erg aan mijn vrijheid gehecht, ik stel eisen aan relaties en zal niet zomaar aan iets nieuws beginnen. Zo. Genoeg hierover. Dit kan een kort blokje worden. Bitchy? Haha, nee hoor, ik doe alleen maar een suggestie!”

VIII Gij zult niet stelen

“We hadden thuis weinig geld of luxe, maar ik ben wel opgevoed met trots en waardigheid. Je komt niet aan de spullen van een ander. Maar wat nu als je niks hebt? Dat vind ik nog steeds lastig. In Marokko is de tegenstelling tussen rijk en arm nog steeds heel groot. Toen de kinderen klein waren en we een keer bij een familielid in een arme wijk van Casablanca logeerden, was na één dag driekwart van al ons wasgoed van de lijn gestolen. De volgende dag gingen we, samen met een groep buurtkinderen, naar zee. Ineens huppelde een van die meisjes in het badpak van mijn dochter voorbij. ‘Hee!’ riep Sabra, ‘dat is toch...’ ‘Stt’, zei ik, ‘niks zeggen, jij hebt er thuis nóg een!’ Ik herinner me ineens dat mijn moeder altijd dozen vol kleren meenam als ze naar Marokko ging. Mijn oma deed dat ook: dingen weggeven terwijl ze zelf bijna niets had. Dat vind ik eigenlijk best een mooie eigenschap.”

IX Gij zult geen valse getuigenissen spreken tegen uw naaste

“Het is zeker in deze tijd, waarin steeds meer mensen in complottheorieën geloven en politici op straat worden uitgemaakt voor pedofielen die kinderbloed drinken, van groot belang dat we in de Kamer een duidelijk en zorgvuldig verhaal vertellen. Daarom verzet ik me ook zo tegen de collega’s die tijdens de eerste termijn van een debat even een filmpje maken, de boel gaan knippen en plakken en het vervolgens op internet gooien. Ze denken er goede sier mee te maken, maar dat zijn dus echt valse getuigenissen. Ik zou het publiek willen aanraden om de debatten in z’n geheel, live, te volgen; dan horen ze de hele en niet de halve waarheid.”

X Gij zult niet begeren uws naasten huis; gij zult niet begeren uws naasten vrouw, noch zijn dienstknecht, noch zijn dienstmaagd, noch zijn rund, noch zijn ezel, noch iets dat van uw naaste is

“Als er straks een andere voorzitter wordt gekozen, zal ik niet jaloers zijn. Nee, absoluut niet. Ik weet hoe zwaar de functie is. Het is veel meer dan een proces begeleiden; je moet iemand zijn die het parlement een warm hart toedraagt, die met alle partijen kan praten en de onafhankelijkheid van de Kamer bewaakt. Ik zou het met liefde nog eens vier jaar doen, maar mijn geluk hangt er niet van af. Ik geef niet om status en ik ben ook niet materieel ingesteld.

Een paar jaar geleden was ik met een vriendin in het diepe zuiden van Marokko. Ver weg van al het gezeur en het gedoe. We logeerden bij eenvoudige mensen, kregen een simpele maaltijd voorgeschoteld en ik sliep – in de frisse, schone berglucht – als nooit tevoren. Ik wist het al, maar daar drong het nog eens heel goed tot me door: hoe gelukkig ik kan zijn met niets.”

Lees ook:

Khadija Arib wil door als Kamervoorzitter, maar of ze haar functie kan behouden is nog maar de vraag

Khadija Arib wil door als Kamervoorzitter. Dat zegt ze in een interview met de Telegraaf op zaterdag. Maar hoe populair ze ook is, het is allerminst zeker dat ze haar positie kan behouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden