Irak-bombardement

Kan Rutte echt niet op de hoogte zijn geweest van de burgerdoden in Hawija? Drie scenario's

Eerder deze maand zei Rutte alleen dat hij zich niets herinnert over burgerslachtoffers bij een Nederlands bombardement. Het ministerie van defensie zoekt nu uit of hij in 2015 wel is geïnformeerd. Beeld ANP

Twee weken geleden zei premier Rutte nog dat hem ‘niets bijstaat’ over burgerdoden bij een Nederlands bombardement in 2015 waarover toenmalig defensieminister Jeanine Hennis loog tegen de Tweede Kamer. Deze week krijgt de Kamer te horen of hij destijds mogelijk toch geïnformeerd is. 

Met de stikstofcrisis zit Mark Rutte naar eigen zeggen in ‘de grootste crisis als minister-president’, maar deze week wacht een voor hemzelf bijzonder netelige kwestie. Het kabinet moet de Kamer laten weten welke departementen en bewindspersonen wanneer op de hoogte waren van tientallen burgerdoden bij een Nederlands bombardement op 2 juni 2015 in Irak, en of zij wisten dat toenmalig minister van defensie Jeanine Hennis daarover loog tegen de Kamer.

Twee weken geleden overleefde defensieminister Ank Bijleveld ternauwernood een debat over de kwestie. Haar verdediging was dat het hele departement de leugen alweer was vergeten, toen zij na haar aantreden mondjesmaat informatie over burgerdoden naar buiten bracht.

De belangrijkste vraag is nu of Rutte destijds ook geïnformeerd werd. Hennis wist na een Amerikaans onderzoek in juni 2015 van de burgerdoden, bereikte dat nieuws de premier? Bijleveld suggereerde twee weken geleden van wel. “Het is aannemelijk dat de meest betrokken ministeries over het bestaan van het onderzoek zijn geïnformeerd.” Bij de door haar genoemde ‘ambtelijke stuurgroep militaire operaties’ waar het Amerikaanse rapport waarschijnlijk besproken zou zijn, zit een ambtenaar van Algemene Zaken. Ook mensen van Buitenlandse Zaken en Justitie schuiven aan.

Betrokken bewindspersonen zeggen nu van niets te weten. ‘Er staat mij helemaal niets van bij’, reageerde Rutte twee weken geleden. De oud-ministers Lilliane Ploumen (ontwikkelingssamenwerking) en Bert Koenders (buitenlandse zaken) zeggen nooit geïnformeerd te zijn.

Drie scenario’s

Er zijn grofweg drie opties. In het eerste geval is sprake van ernstig disfunctioneren bij Buitenlandse Zaken en Algemene Zaken. Als het klopt wat Bijleveld, Ploumen, Koenders en Rutte zeggen, dan hebben ambtenaren van diverse departementen in juni 2015 bij de stuurgroep informatie gekregen over tientallen burgerdoden door een Nederlandse aanval, maar heeft dit hun ministers nooit bereikt.

Het is in theorie nog mogelijk dat de ambtenaren het nieuws wel aan collega’s op hun ministeries vertelden, maar dat die vervolgens niet de minister inlichtten. Dat scenario is onwaarschijnlijk. Want in de tweede helft van juni 2015 loog Hennis tweemaal tegen de Kamer over de burgerdoden. Eerst in een brief die samen met het ministerie van buitenlandse zaken is opgesteld, en vervolgens in een debat waar ook Koenders en Ploumen bij zaten. Tijdens zulke debatten lezen en luisteren ambtenaren van alle betrokken ministeries mee. Zij zouden dan alsnog aan hun minister moeten melden dat de woorden van Hennis niet stroken met wat het ministerie van defensie eerder die maand in de stuurgroep meldde.

In een tweede scenario heeft de informatie over de burgerdoden in juni wel andere ministers dan Hennis bereikt. Daarmee is ook het voorliegen van de Kamer dat daarop volgde een collectieve verantwoordelijkheid geworden. In dat geval heeft Rutte een probleem. Hij is van de betrokkenen de enige die nu nog steeds minister is, en dus door de Kamer ter verantwoording geroepen kan worden.

Niet iets dat je snel vergeet

Als Rutte in juni 2015 wist van de burgerdoden, is het moeilijk voor te stellen dat hij er nu geen herinneringen aan heeft. De premier staat bekend om zijn olifantengeheugen op uiteenlopende dossiers. Als je zou horen over een Nederlands bombardement met tot wel zeventig burgerdoden, is dat ook niet iets dat je snel vergeet, zei Koenders twee weken geleden.

In een derde scenario valt alleen Defensie wat te verwijten. Bijleveld noemde het twee weken geleden ‘aannemelijk’ dat de informatie over burgerdoden met andere ministeries is gedeeld, maar haar departement heeft al twee weken nodig om dat precies vast te stellen.

Dat laat de optie open dat Defensie het Amerikaanse rapport nooit met andere ministeries heeft besproken. Dat zou betekenen dat Hennis niet alleen de Kamer heeft voorgelogen, maar ook de rest van het kabinet zand in de ogen heeft gestrooid. In dat geval valt Rutte weinig te verwijten, maar heeft Bijleveld opnieuw een probleem. Dan is zij weer verantwoordelijk voor een ministerie dat het tijdens een recente militaire missie nog minder nauw nam met de waarheid dan twee weken geleden al duidelijk werd.

Lees ook: 

Waarom gehavende minister Bijleveld toch mag blijven

Met een ware Houdini-act ontsnapte minister Ank Bijleveld van defensie aan aftreden. Ze overleefde op het nippertje een motie van wantrouwen, ingediend door GroenLinks. 

Strenge veiligheidsregels passen soms niet bij oorlog

Nederland en oorlogvoering, het blijft een gespannen relatie. In 2017 moest defensieminister Hennis aftreden vanwege een dodelijk mortierongeluk. De Onderzoeksraad voor Veiligheid vond dat Defensie te veel risico’s nam met militairen in Mali. Maar strenge veiligheidsregels passen soms niet bij oorlog, zo weet het Franse leger uit ervaring.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden