ColumnHans Goslinga

Kamerlid Omtzigt geeft Tweede Kamer als politieke arena weer betekenis

Beeld Trouw

De Tweede Kamer verliest als zelfstandige macht en als politieke arena aan betekenis. Zo luidde de slotzin van een column die ik vorig jaar schreef aan het einde van het parlementaire jaar. De onbevangen wijze waarop het CDA-Kamerlid Pieter Omtzigt in het toeslagenechec zijn controlerende taak heeft uitgeoefend, biedt enig uitzicht op een keerpunt.

Kamerlid heeft zich als een terriër vastgebeten in de toeslagenzaak

Omtzigt heeft zich van begin af aan als een terriër in deze zaak vastgebeten en hij heeft de ouders die de dupe zijn geworden van de fraudejacht van de fiscus hoop gegeven op een happy end. Dat geldt net zozeer voor het SP-Kamerlid Renske Leijten, maar Omtzigt verdient een extra streep omdat hij deel uitmaakt van een coalitiepartij. Dat zou geen verschil moeten maken, maar dat doet het bij de altijd broze coalitieverhoudingen in ons land wel.

Ons bestel is in wezen dualistisch in de zin dat regering en parlement onderscheiden machten zijn, maar in de praktijk vormen het zittende kabinet en de coalitie waarop het steunt dikwijls één front tegen de oppositie. Het monisme regeert, waardoor de Tweede Kamer als zelfstandig orgaan minder uit de verf komt. Amerika gold, zeker sinds de Watergate-hearings in het Congres, als schoolvoorbeeld van parlementair bewustzijn en tegenmacht, maar door de heftige polarisatie overheerst daar nu ook de partijpolitiek – de Republikeinen vormen in het impeachment-proces tegen de president tot nu toe een front met Donald Trump.

Bij ons rusten coalities al sinds jaar en dag op een wankel evenwicht tussen de deelnemende partijen, waardoor het verplaatsen van een gewicht al snel hommeles betekent. Aan die wetmatigheid kun je toeschrijven dat Omtzigt in de toeslagenkwestie niet zo ver ging dat hij het hoofd van de verantwoordelijke staatssecretaris Snel (D66) eiste. Dat is hem hier en daar kwalijk genomen, maar dat is iets te gemakkelijk.

In de politieke en medialogica die op het Binnenhof heerst, is in aangelegen kwesties de vraag of het hoofd van een minister of staatssecretaris moet rollen doorgaans niet de laatste, maar de eerste vraag. Ik vond het heel sterk dat Omtzigt in het tv-programma ‘Pauw’ met deze logica korte metten maakte. Had het de gedupeerde ouders geholpen wanneer Snel als zondebok de woestijn in was gestuurd? Maar er zit meer aan vast.

Omtzigt blies de roofdierenlucht weg

Door de inhoud van de zaak voorop te zetten blies Omtzigt de roofdierenlucht weg, die kwesties als deze nu juist in de partijpolitieke verhoudingen trekt en aldus afbreuk doet aan de controlerende functie van de Tweede Kamer. De paradox verschaft hier helderheid: het parlement kan vrijer zijn controlerende functie vervullen als een onderzoek niet onmiddellijk wordt belast met de politieke vraag of Barbertje moet hangen.

Wil je recht doen aan de publieke verantwoording van een minister of staatssecretaris, dan moet je niet al bij voorbaat een kop eisen. De vertrouwensvraag komt op het eind, nadat de Kamer de feiten en de verdediging heeft kunnen wegen. Je kunt zeggen dat Snel met het verdict van een meerderheid dat hij mag blijven, onder maximale druk blijft staan om aan de gedupeerden recht te doen en bij de fiscus orde op zaken te stellen.

Politiek gesproken heeft Omtzigt de marges, voor zover zij worden bepaald door de spankracht van de coalitie, tot het uiterste opgerekt. Dat opereren op het scherp van de snede is hem wel toevertrouwd. Hij heeft dat gemeen met parlementaire helden uit het verleden, zoals de eigenzinnige buitenbeentjes Piet de Visser en Theo Joekes.

Bij het CDA van de bedaarde Buma moesten ze daar zo aan wennen, dat de partij hem bij de Kamerverkiezingen van 2012 op een onverkiesbare plaats zette. 36.000 voorkeursstemmen brachten hem alsnog in de Kamer, bij de verkiezingen van 2017 stond hij op de derde plaats en kreeg hij 92.000 voorkeursstemmen. Je zou er een pleidooi aan kunnen ontlenen voor een districtenstelsel, al brengt dat ook grote nadelen mee.

Het institutioneel bewustzijn van het parlement

Door zijn op eigen kracht verkregen mandaat voelde Omtzigt zich vrijer te opereren en heeft hij een sterke bijdrage aan het institutioneel bewustzijn van het parlement geleverd. Dat bewustzijn taande door de grote verschuivingen in de laatste decennia. Omtzigt laat met zijn zestien dienstjaren tegelijk zien dat het moderne managementmodel van periodiek rouleren lang niet overal werkt, misschien wel helemaal niet in de publieke sfeer die gebaat is bij ervaring, lang geheugen en toewijding aan het doel.

Het emotionele debat over de toeslagenkwestie droeg ook bij aan de functie van de Kamer als publieke arena. Anders dan normaal gaf Kamervoorzitter Arib enige ruimte aan het meeleven op de tribune, bevolkt door tientallen gedupeerden. De hartstochten scherp aanvoelend moedigde ze de staatssecretaris zelfs aan een vanaf de tribune geschreeuwde vraag te beantwoorden. Een uniek moment in de parlementaire geschiedenis.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden