Boven het maaiveldInterview

Kamerlid Gijs van Dijk vindt PvdA en GroenLinks bijna hetzelfde

Tweede Kamerlid Gijs van Dijk (PvdA) met zijn gepensioneerde vader Jan.Beeld Werry Crone

Het werk van de 150 Tweede Kamerleden gaat de laatste fase in voor de verkiezingen van maart 2021. Wie van hen vallen op? Trouw spreekt deze zomer met volksvertegenwoordigers, die eruit springen door spitwerk, hun uitspraken of eigen wetgeving. Vandaag: Gijs van Dijk (PvdA).

Als student zat Gijs van Dijk al met Mark Rutte aan tafel. Hij was in 2004 lid van het bestuur van de studentenvakbond LSVb en was fel tegen het plan van de staatssecretaris van onderwijs, Rutte in die tijd, om studenten leerrechten toe te kennen.

“Het waren de eerste stappen richting een leenstelsel”, zegt het PvdA-Kamerlid. “Toen dacht ik al: wat een behendige man is die Mark Rutte. Hij zoekt heel makkelijk contact en is oprecht in je geïnteresseerd. Hij gebruikt dat natuurlijk ook om je mee te krijgen. Ik waardeer dat hij recht voor z’n raap is, maar mij viel ook op dat hij zei: het maakt mij niet uit hoe het nieuwe systeem er straks uitziet, als het maar ‘leerrechten’ blijft heten. Dan haalt hij toch, in welke vorm dan ook, zijn plan over de eindstreep. Dat vind ik ongeloofwaardig. Gelukkig sneuvelde het.”

Als lid van de Tweede Kamer zat Gijs van Dijk (39) vorig jaar opnieuw met Rutte aan tafel. Terwijl zijn partij in de oppositie zit, drukt hij samen met PvdA-fractievoorzitter Lodewijk Asscher, een belangrijk stempel op de nieuwe pensioenplannen. Het kabinet heeft geen meerderheid in de Eerste Kamer en klopte daarom aan bij de oppositiepartijen PvdA en GroenLinks. Bovendien beseft het kabinet dat pensioenhervorming een langdurig proces is waarvoor ook na de verkiezingen een zo breed mogelijk politiek draagvlak nodig blijft. Asscher en Van Dijk wisten hun sleutelpositie handig te verzilveren. Daarbij speelde een belangrijke rol dat Van Dijk voordat hij in 2017 in de Tweede Kamer kwam, vicevoorzitter én pensioenonderhandelaar was bij de FNV. Als verbindende schakel tussen vakbonden en politiek en ook tussen oppositie en coalitie was hij een spin in het web.

Van Dijk deed nog meer dan aan een pensioenplan bouwen. Hij viel ook op als Kamerlid door twee initiatief-wetsvoorstellen, die het parlement overigens nog niet heeft aangenomen. Het eerste gaat over het recht van werknemers om van tijd tot tijd de mobiele telefoon weg te leggen en onbereikbaar te zijn. Het tweede bepleit een verhoging van het minimum-uurloon.

Terwijl de Kamer al met reces is, loopt Gijs van Dijk nog rond op het Binnenhof. Er is nog een aantal vergaderingen en debatten. Eén daarvan gaat, hoe kan het ook anders, over het pensioenakkoord. Voor een gesprek over zijn eerste drie jaar als Kamerlid ontvangt hij in de iets ruimere werkkamer van fractievoorzitter Asscher. Aan de muur hangen tekeningen van de legendarische PvdA-premiers Willem Drees en Joop den Uyl.

Van Dijk groeide op in een ‘sociaal gedreven’ gezin in Leiden, vertelt hij. Vader was onderwijsbestuurder en actief in onder meer de raad voor de rechtsbijstand. Moeder was docent pedagogiek. Voor vrouwen was het begin jaren tachtig in de universitaire wereld nog steeds niet gebruikelijk om te blijven werken. Ondanks die weerstand ging zij door. “Mijn ouders zijn gescheiden toen ik nog jong was. Ik groeide op met mijn moeder. Zij overleed begin dit jaar op 67-jarige leeftijd. Mijn broer en ik hebben haar de laatste tijd op haar ziekbed verzorgd. Dat was belangrijk voor mij want mijn ouders, vooral mijn moeder, wakkerden in mij het vuur aan. Ik wilde mij publiek laten gelden.”

Het bestuurswerk leidde ertoe dat hij zijn studie niet afmaakte. Doekle Terpstra, ex-voorzitter van de vakbond CNV en destijds voorzitter van de HBO-raad haalde hem naar Den Haag. Daar moest Van Dijk de belangen van de hogescholen verkopen aan Kamerleden van allerlei partijen. “Als broekje van in de twintig liep ik hier een kleine drie jaar rond op het Binnenhof. Ik vond het mooi, maar heb er spijt van dat ik mijn studie niet heb afgemaakt. Ik hoefde alleen nog maar een scriptie te schrijven. Stom.”

Het leverde hem wel een carrière in de vakbeweging op, want Van Dijk ging werken voor de onderwijsvakbond AOb. Hij wilde er ‘mensen vertegenwoordigen die niet worden gehoord’ en dat is nog steeds zijn drijfveer. Bij de AOb leerde hij van vakbondsman en basketbal-scheidsrechter Ton Rolvink hoe dat moet. “Als landelijk scheidsrechter was hij een kleine man tussen reuzen. Als vakbondsman kon hij zich enorm laten gelden. Hij leerde mij het ambacht van onderhandelen. Hij schold mij uit als ik de mist in ging, maar ik wist dat ik het nooit meer fout zou doen. Het was een harde leerschool. Net als mijn moeder is Rolvink te vroeg overleden, op 67-jarige leeftijd. Ik mocht op zijn begrafenis spreken en toen heb ik het ook gezegd: hij was mijn leermeester.”

Wat leerde u van Rolvink?

“Les 1: Je moet weten waar je wilt landen. Daar mag je realistisch en ook heel ambitieus in zijn. Les 2: Als vakbondsbestuurder moet je ervoor zorgen dat je zelf het tempo bepaalt. Als iemand je een mooi aanbod doet, moet je eerst afstand nemen. Als je er te vroeg instapt, sta je met een-nul achter. Je weet dat er altijd nog iets extra’s is. Les 3: Wees heel direct. Aan mooipraterij heeft niemand wat. Dan ontstaan in onderhandelingen misverstanden.”

Gelden deze regels ook voor de politiek?

“De politiek is anders. De vakbeweging is veel directer. Dat geldt voor bestuurders en hun achterban, maar ook voor het contact met de werkgever. Wat je bereikt voor mensen is duidelijker. In de politiek is het speelveld veel ingewikkelder. Er zijn veel meer partijen die iets willen en daarom spelen veel meer belangen een rol. Winnen en verliezen is ook complexer. Bij de vakbond ben je altijd bezig met de inhoud, in de politiek is behalve de inhoud, het spel belangrijk. Daarom had ik aanvankelijk geen politieke ambities.”

Zijn die spelregels van Rolvink toegepast bij de onderhandelingen over het pensioenakkoord?

“Wij wisten heel goed wat wij wilden bereiken. In juni vorig jaar werd een akkoord gesloten. Daarvoor, in maart, zaten wij bij Rutte in het Torentje. We waren met zijn vieren. Lodewijk Asscher, Jesse Klaver en Paul Smeulders van GroenLinks en ik. Op ons lijstje stond: een pensioen dat past bij deze tijd, een minder snelle stijging van de AOW-leeftijd, meer mogelijkheden voor vroegpensioen.”

Dat is er gekomen. Hoe belangrijk was uw contact met uw opvolger bij de FNV, Tuur Elzinga, en voorzitter Han Busker?

“In november 2018 waren de onderhandelingen nog mislukt. De FNV vond dat het kabinet te weinig bood. Wij vonden dat ook. Wij hielden elkaar op de hoogte van de gesprekken. Rutte wilde de fractievoorzitters van de coalitie van VVD, CDA, D66 en ChristenUnie laten beloven dat zij bij de volgende formatie de AOW-leeftijd minder snel zouden laten stijgen en een regeling zouden maken voor zware beroepen. Het is gebleken dat dit te weinig was, want twee van de vier fractievoorzitters, Buma en Pechtold, hebben inmiddels de Haagse politiek verlaten. We hebben heel hard aan de rem getrokken. Inderdaad, de PvdA en GroenLinks, zaten niet aan tafel bij het kabinet. Dat waren werkgevers en vakbonden. Maar in feite waren het gezamenlijke onderhandelingen. Wij hebben korte lijnen met de FNV. Voor ons allebei is draagvlak bij de achterban heel belangrijk.”

De PvdA wilde geen akkoord in november 2018. Alles wees er namelijk op dat het kabinet later, bij de verkiezingen voor de Provinciale Staten en de Eerste Kamer in maart, de meerderheid in de Eerste Kamer zou verliezen. Wilde u wachten om te profiteren van die machtspositie?

“Niet primair. Onze drijfveer was de inhoud van een pensioenakkoord. Als er een beter bod was gekomen had het in november 2018 ook gekund. Maar het was er niet. Wij hebben onmiddellijk na het mislukken van de gesprekken een aanbod gedaan aan het kabinet.”

Het is niet toevallig dat pas na die verkiezingen de nieuwe onderhandelingen echt op gang kwamen…

“De druk op het kabinet om met iets te komen werd natuurlijk wel steeds groter. Minister Wouter Koolmees van sociale zaken en Mark Rutte wisten heel goed dat er geen deal zou komen zonder linkse partijen. Zij wisten ook dat wij samen met de FNV optrokken. Dus op een gegeven moment kwam er toch ruimte. Maar het ging niet makkelijk. Al die maatregelen kosten geld en het duurde heel lang voordat het kabinet intern bij minister Wopke Hoekstra van financiën voldoende miljarden loskreeg.”

Levensloop Gijs van Dijk

1980 geboren in Leiden.

2000 studie sociologie (niet afgemaakt).

2004 vicevoorzitter studentenvakbond LSVb.

2005 adviseur HBO-raad.

2007 bestuurder AOb (Algemene Onderwijsbond).

2013 vicevoorzitter FNV.

2017 lid van de Tweede Kamer.

Woont in Den Burg, op Texel, met zijn zoon.

Waren uw goede relatie en uw kennis van pensioen de redenen dat Lodewijk Asscher u graag op de lijst wilde van de PvdA?

“Ik was lid van GroenLinks. Toen ik bij de FNV werkte, polste GroenLinks mij ook voor het Kamerlidmaatschap. Ik heb niks tegen GroenLinks, maar kreeg daar niet het goede gevoel bij. Later had ik veel te maken met Lodewijk Asscher als minister van sociale zaken. Die vroeg mij voor de PvdA.

“Ik had daar nooit van mijn leven over nagedacht. Ik vond dat de agenda van de PvdA weer de goede kant op ging, was ervan doordrongen dat de PvdA de mensen meer bestaanszekerheid wil geven. Dat is iets waar je mij iedere dag voor wakker kunt maken. Ik dacht: hier ligt een opdracht voor mij. Dat is voor de lange termijn, zeker omdat we nu op slechts negen zetels zitten.”

Waarom geen GroenLinks?

“Keuzes maak je op je gevoel. Wat ik wil, zit bij de PvdA meer in de genen. Ik vind de PvdA volkser. Bij deze partij zie je alle rangen en standen op een congres. Daar gedij ik het beste bij. Dus zei ik ja tegen de PvdA en kwam op de kandidatenlijst op plek vijf terecht.”

Is een fusie een goed idee?

“Laten we beginnen met samenwerken. Dat hebben wij laten zien met een gezamenlijk plan voor regels op het terrein van payrolling en voor verhoging van de WW-premie voor flexkrachten. Een fusie, daar zie ik niet veel in. Dan krijg je al snel een discussie over mensen in plaats van over inhoud. Allemaal gedoe. Ik vind dat wij na de verkiezingen, bij de formatie van een nieuw kabinet, samen moeten optrekken als drie linkse partijen, dus ook met de SP. Wij willen alle drie sociale ongelijkheid bestrijden. Dat kunnen wij waar maken als we één front vormen in de campagne en in de formatie.”

Is dat realistisch? De SP steunt bijvoorbeeld de pensioenplannen niet. GroenLinks haakte bij de laatste formatie af vanwege afspraken over migratie. Zegt de PvdA als dat weer gebeurt: wij stoppen ermee want Klaver haakt af?

“Als dat kan ook met de SP. Maar je zag bij het pensioenakkoord dat die partij het resultaat te mager vond. Dat respecteer ik. Misschien doet de SP uiteindelijk niet mee. De verschillen tussen GroenLinks en PvdA zijn veel kleiner. Die zijn bijna een-op-een. Het is belangrijk om een gezamenlijk front minstens samen met GroenLinks te realiseren. Veel mensen snakken daar naar. Op het terrein van migratie is GroenLinks zoekende, de PvdA ook. GroenLinks komt uit een andere traditie dan de PvdA. Ik denk dat het wel lukt om elkaar niet meer uit elkaar te laten spelen.”

Vier vragen

Wat beschouwt u als uw grootste succes deze regeerperiode?

“Dat er toch iets is geregeld voor flexwerkers. Dat kregen we voor elkaar met D66. In de coronacrisis was er voor deze groep aanvankelijk niks geregeld.”

Van welke beslissing hebt u spijt?

“Ik had mij meer moeten bemoeien met de inburgering van nieuwkomers, zodat die betere kansen krijgen in Nederland. Ik kwam er niet aan toe in een fractie met negen zetels. Maar het is belangrijk voor de PvdA.”

Gaat u voor nog een termijn en wat wilt u dan bereiken?

“Ik zou heel graag langer Kamerlid blijven. Ik wil mensen in armoede en met problematische schulden een beter vangnet bieden.”

Hoe bent u op persoonlijk vlak de coronatijd doorgekomen?

“Op Texel, waar ik woon, waren weinig toeristen. Ik wandelde veel en zag de natuur op een andere manier. Je ziet beter hoe leeg het strand is en hoe de knoppen aan de bomen openbarsten.”

Lees ook: 

Tjeerd de Groot (D66): Ik heb de boeren een dienst bewezen

Het werk van de 150 Tweede Kamerleden gaat de laatste fase in voor de verkiezingen van maart 2021. Wie van hen vallen op? Trouw spreekt deze zomer met volksvertegenwoordigers, die eruit springen door spitwerk, hun uitspraken of eigen wetgeving. Deze week: Tjeerd de Groot van D66.

Hoe Kamerlid Bart Snels (GroenLinks) een leidende rol kreeg bij de aanpak van belastingontwijking in Nederland

Het werk van de 150 Tweede Kamerleden gaat de laatste fase in voor de verkiezingen van maart 2021. Wie van hen vallen op? Trouw spreekt deze zomer met volksvertegenwoordigers, die eruit springen door spitwerk, hun uitspraken of eigen wetgeving.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden