ColumnHans Goslinga

Joe Biden: saai of noodzakelijk normaal?

Nee, de Amerika-kenner Maarten van Rossem, was niet onder de indruk van de inauguratiespeech van Joe Biden. Gevuld met clichés en algemeen gelul, zei hij woensdagavond in het tv-programma Op1. Met zijn lange blik in de geschiedenis had de historicus ook niets anders verwacht. Daarmee miste hij toch de ­essentie.

De betekenis van deze speech lag niet in het bijzondere, maar in de terugkeer naar het normale. Hoe bijzonder dat op dit moment is, verwoordde Biden aan het begin van zijn rede: “Wij hebben opnieuw geleerd dat de democratie kostbaar en kwetsbaar is. En op dit moment, mijn vrienden, heeft de democratie gezegevierd.”

Voor wie deze staats- en beschavingsvorm als vanzelfsprekend en de politiek als spektakel beschouwt, was de speech dus kennelijk saai. Maar dat kon wel eens precies de goede richting aangeven. De nieuwe president zelf zei het zo: “De politiek hoeft niet een ­razend vuur te zijn dat alles op haar pad vernietigt. Niet elk verschil van mening hoeft te leiden tot een totale oorlog.”

In Amerika en ook hier is de politiek de afgelopen decennia te veel een middel geworden om je identiteit te bepalen en betekenis te geven. De ongunstige effecten zijn duidelijk: tegenstanders worden vijanden, alles wordt politiek, van een kinderfeest tot het mondkapje, en de waarheid is niet ­relevanter dan de leugen. In zijn normale speech zei Biden het zo: “We moeten af van een cultuur waarin de feiten worden gemanipuleerd en zelfs gefabriceerd”. We weten wat aan het eind van deze weg lag: de bestorming van het Capitool door het grauw van Trump.

Uncivil war

De Britse schrijver E. M. Forster stelde zich tijdens de Tweede Wereldoorlog de vraag wat essentieel zou zijn voor de wederopbouw van de beschaving. Zijn antwoord was verrassend. Nee, geen broederschap, want dat had tot niets dan narigheid geleid, tot vage en gevaarlijke sentimenten. Forster zocht het antwoord in iets dat ‘minder dramatisch en emotioneel’ is: tolerantie. Hij erkende het onmiddellijk:

“Tolerantie is een erg saaie deugd. Niet opwindend. Anders dan de liefde heeft ze altijd een slechte pers gehad. Het betekent dat je mensen en dingen moet verdragen. Niemand heeft ooit een ode aan de tolerantie gebracht of er een standbeeld voor opgericht. Toch is het de enige kracht die verschillende rassen en klassen in staat stelt de beschaving weer op te bouwen.”

De schrijver zag geen andere grondslag, tenzij je voor de oplossing van de nazi’s koos. Tolerantie mag saai zijn, schreef hij, het vraagt wel iets van de verbeelding, omdat je je in de positie van een ander moet verdiepen. Biden zei het in de geest van Forster zo: “We moeten een eind maken aan de uncivil war, die rood tegenover blauw plaatst, platteland tegenover stad, conservatief tegenover progressief. Dat kan als we een beetje tolerantie en bescheidenheid tonen en ons even verplaatsen in de schoenen van een ander.”

De omvattende boodschap was helder: wil de natie en daarmee de democratie niet aan de cultuuroorlog ten onder gaan, dan moet het politieke debat terug naar wat het moet zijn: de vreedzame strijd om het algemeen belang. Terug naar het normaal dus. Het legendarische VVD-­Kamerlid Theo Joekes (1923-1999), in zijn dagen net zo’n politieke non-conformist als Pieter Omtzigt nu, drukte die wens zo uit: “Wie heeft ooit gezegd dat ik als wetgever spectaculair moet zijn?”

Bananenmonarchie

Het toeslagenschandaal, dat onze democratische rechtsstaat op zijn grondvesten doet trillen, heeft ook Omtzigt tot het inzicht gebracht dat de Tweede Kamer terug naar normaal moet. Dat wil zeggen: terug naar de taak als zorgvuldige medewetgever en waakzame controleur van de regering. Had de Kamer voor en na de invoering van wetten scherper opgelet, dan was het onheil voor tienduizenden burgers wellicht voorkomen. Niet spectaculair, saai misschien, maar dringend noodzakelijk. Omtzigt schoot in het debat over het toeslagenschandaal een beetje door met termen als ‘bananenmonarchie’ en ‘onze Haagse kliek’, maar dat moet hem omwille van de zaak en zijn geduldige inzet voor de gedupeerde burgers snel worden vergeven. Zijn boodschap snijdt hout: Kamerleden moeten minder spoeddebatten aanvragen, niet hijgerig achter elke hype aan hollen, maar doen waartoe zij op aarde zijn.

Voor de politieke journalistiek, die hij ook in het pak van de ontspoorde machten naaide, geldt hetzelfde. Op de dag dat minister Wiebes tegenover de commissie die het toeslagenschandaal onderzocht op mistroostige wijze openbaarde wat er fundamenteel mis is binnen en tussen de Haagse machten, werd het politieke nieuws beheerst door de capriolen van Baudet en zijn kornuiten. De moraal van de recente gebeurtenissen in Washington en Den Haag is helder: politiek is een te ernstige zaak om over te laten aan tinnegieters. Dat was het nieuws.

Hans Goslinga schrijft elk weekend een beschouwing over de staat van onze politiek en onze democratie. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden