AnalysePolitieke ideologie

Is er nog toekomst voor de PvdA?

PvdA crisis Beeld Tom Janssen
PvdA crisisBeeld Tom Janssen

Het vertrek van Lilianne Ploumen roept de vraag op of er nog toekomst is voor de PvdA. Een fusie met GroenLinks is hooguit een deel van het antwoord.

Niels Markus

Er zijn aanlokkelijker klussen te bedenken. Degene die Lilianne Ploumen als PvdA-leider opvolgt, mag zich het hoofd breken over een aantal kwesties, die allemaal neerkomen op dezelfde vraag: is er nog toekomst voor de PvdA?

De partij bevindt zich in een vrijwel permanente crisis, eigenlijk al sinds de opkomst van Pim Fortuyn in 2002. Af en toe veerde de slapende reus op onder een lijsttrekker met een energieke campagne, maar ook kwam steeds diezelfde vraag terug: waartoe is de PvdA op aarde? Elke partijleider wilde de PvdA weer relevant maken, om bij het aftreden te concluderen dat het toch niet gelukt was.

Wat dat betreft leek het vertrek van Ploumen afgelopen week veel op dat van haar voorganger Lodewijk Asscher, een jaar eerder. Vriend en vijand roemden Ploumen voor haar zelfkritiek en eerlijkheid, omdat zij zichzelf “niet de ideale leider” voor de partij noemde. Politici die toegeven dat ze iets niet kunnen en daar conclusies aan verbinden, zijn een zeldzaamheid in Den Haag.

Geen partij zo hard voor haar eigen leiders

GroenLinks-leider Jesse Klaver, met wie Ploumen het afgelopen jaar zo intensief optrok, vindt Ploumen “te hard voor zichzelf”. Premier Mark Rutte heeft “groot respect voor haar integere besluit”. En PVV-leider Geert Wilders, toch geen PvdA-fan, prees het karakter van Ploumen: “Altijd jammer als een sympathieke Limburgse de Kamer verlaat”.

Toen Asscher begin 2021 na druk vanuit de eigen partij besloot om terug te treden als lijsttrekker, werd ook zijn besluit breed betreurd. Hij vertrok vanwege zijn rol als minister in de toeslagenaffaire. Toen rees bovendien de vraag: als VVD-leider Rutte en CDA-voorman Wopke Hoekstra wél aanblijven ondanks hun rol in het schandaal rond de Belastingdienst, wat doet de PvdA zichzelf dan toch aan door zo met haar leiders om te springen?

Het is inmiddels een Haags cliché dat geen partij zo hard met haar eigen leiders omgaat als de PvdA. Ja, fractieleden onderschrijven Ploumens verklaring, dat zij zonder druk vanuit de fractie tot haar besluit gekomen is. Maar ook zij kreeg te maken met kritiek vanuit eigen kring. Onlangs noemde oud-partijvoorzitter Hans Spekman de PvdA onder Ploumen ‘dood water’. Ploumen zei maandag dat zij niet zoveel waarde hecht aan het oordeel van Spekman, hoewel zij moest toegeven dat de ‘ideeënvorming’ onder haar niet verder was gekomen.

Grote verwachtingen, weinig geduld

Een nieuwe voorman- of vrouw wacht een loodzware opdracht. De PvdA dreigt voorgoed haar aanzien als ‘betrouwbare bestuurderspartij’ te verliezen. De gevolgen van vijf jaar als ‘kleine partij’ zijn zichtbaar: het wordt lastiger om onderscheidend te zijn in debatten, met twintig fracties. En er breekt veel minder talent door vanuit lokale afdelingen.

Wat dat betreft is het veelzeggend wie er genoemd worden als mogelijke nieuwe partijleider. Dat zijn vooral Eurocommissaris Frans Timmermans, de Rotterdamse burgemeester Ahmed Aboutaleb en de Amsterdamse fractievoorzitter Marjolein Moorman. Alleen die laatste kon zich recent bij dit gezelschap voegen: de twee heren worden al vele jaren genoemd.

Het verwachtingspatroon rond een nieuwe voorman- of vrouw zal enorm zijn en het geduld gering. PvdA-leiders krijgen steeds minder tijd om de partij naar hun hand te zetten. Joop den Uyl was tussen 1966 en 1987 de nummer één van de partij. Zijn opvolger Wim Kok bleef aan tot 2002. Van diens navolgers hield enkel Wouter Bos het langer dan één regeerperiode vol. Ad Melkert, Job Cohen, Diederik Samsom, Asscher en Ploumen hielden het allemaal eerder voor gezien.

De schaduw van Rutte II en de erfenis van Asscher

Toch hopen PvdA’ers dat zich met het terugtreden van Ploumen ook een nieuwe kans aandient. Met het vertrek van de oud-minister voor ontwikkelingssamenwerking verlaat de laatste PvdA-bewindspersoon van Rutte II Den Haag. Ook Ploumen ondervond nog altijd hoe groot het trauma van deelname aan dat bezuinigingskabinet is binnen de partij.

Nederland is inmiddels vijf jaar en twee kabinetten verder, maar de PvdA wordt nog altijd aangesproken op Rutte II. Dat was ook een van de redenen waarom Asscher er nooit aan toe kwam om zijn nieuwe verhaal voor de partij over het voetlicht te brengen. De schaduw van Rutte II bleef hem achtervolgen.

De erfenis van Asscher is echter nog altijd prominent in de partij. Na het historische verkiezingsverlies van 2017, waarbij de partij van 38 naar 9 zetels tuimelde, probeerde hij een nieuw verhaal voor de PvdA te ontwikkelen. Hij schreef een boek over de sociaaldemocratie en liet een reclamebureau onderzoeken waar de PvdA zich op moet richten. Het leidde tot het meest linkse verkiezingsprogramma voor de partij in decennia.

En hoewel de partij nu over zo ongeveer alles twijfelt, is er niemand in de fractie die vindt dat het programma omgegooid moet worden. Ook niet nu het maar niet wil leiden tot een groeiende waardering van de kiezer.

De visie van Nijboer

Wel kwamen twee van de huidige Kamerleden, Henk Nijboer en Kati Piri, onlangs in lezingen met hun eigen visie op waar de PvdA voor moet staan. Nijboer, een van de kandidaten voor het fractievoorzitterschap, gaf onlangs de Herman Höftenlezing in Almelo. Hij hield een pleidooi voor verhoging van de vermogensbelasting, het aanpakken van huisjesmelkers en aanzwengelen van de woningbouw én het tegengaan van tweedeling in het onderwijs.

Daarnaast wees Nijboer op ‘sociale ontheemding’ in de samenleving. Volgens het Kamerlid voelen zowel Nederlanders met een multiculturele achtergrond als witte bewoners van oude volkswijken zich vaak niet meer thuis in eigen buurt, wat wantrouwen in de overheid en politiek tot gevolg heeft. Mede daarom wil hij het vrije verkeer van werknemers in de Europese Unie beperken. Een geluid wat de afgelopen tijd minder te horen was in de PvdA.

Als minister sprak Asscher nog over ‘code oranje’ vanwege de komst van Midden- en Oost-Europeanen, maar als partijleider liet hij het thema migratie en integratie behoedzaam links liggen. Het leidde maar tot tweespalt in de partij.

Hoop voor de sociaaldemocratie

Opvallend genoeg blijft Nijboer in zijn lezing weg bij hét grootste discussiepunt binnen de huidige PvdA: of die verder moet samen met GroenLinks. In plaats daarvan noemt Nijboer Europese landen waar de sociaaldemocraten wél succesvol zijn, zoals Duitsland, Portugal, de Scandinavische landen en Spanje.

Er is nog hoop voor de sociaaldemocratie, wil hij maar zeggen. Maar dan moeten ze ook saai en degelijk willen zijn. Hij verwijst naar de Duitse bondskanselier Olaf Scholz, die vanwege zijn houterige mediaoptredens ‘Der Scholzomat’ werd genoemd. Nijboer: “Toen hem in een interview werd gevraagd of hij niet te saai was, was zijn antwoord: ‘Ik ben kandidaat voor bondskanselier, niet voor circusdirecteur!’ En we zagen hoeveel Duitsers hun vertrouwen aan de SPD gaven.”

Piri – ook in beeld als nieuwe fractievoorzitter – hield in haar lezing juist een krachtig pleidooi voor vergaande samenwerking met GroenLinks. Als eerste zittende Kamerlid sprak zij zich zelfs uit vóór een partijfusie. “Laten we de krachten bundelen in iets nieuws.” Het kwam haar op kritiek te staan van de meer ervaren fractiegenoten, die vinden dat dit debat vooral bij de leden thuishoort. Zij vrezen dat de partij de klassieke achterban van zich vervreemdt als ze zich te openlijk uitspreekt voor een samengaan met de groenen.

Wel of niet fuseren met GroenLinks

Het is dé kwestie waar de PvdA de komende jaren een antwoord op moet zien te vinden: is er nog een toekomst als zelfstandige partij, of moet de partij fuseren met GroenLinks? Ploumen bracht een innige samenwerking met haar collega Klaver tot stand. Toen VVD en CDA tijdens de coalitieonderhandeling niet zaten te wachten op twee linkse partijen, besloten Ploumen en Klaver elkaar toch nog vast te houden. De fracties overleggen geregeld gezamenlijk, trekken samen op in debatten en er kwam een gezamenlijk ‘oppositieakkoord’.

De samenwerking met GroenLinks in Den Haag zal niet zomaar teruggedraaid worden, zeggen Kamerleden, ook zij die niet direct staan te springen bij een fusie. De leden én de fractie hebben voor vergaande samenwerking gestemd, mocht er een fractievoorzitter gekozen worden die sceptischer staat tegenover het verbond, dan kan die het niet zomaar stopzetten. Het in de ijskast zetten van de samenwerking zal bovendien tot nóg meer protest leiden.

Uit onderzoek van Trouw van afgelopen jaar onder lokale fractievoorzitters blijkt namelijk dat een meerderheid voor intensieve samenwerking en zelfs een partijfusie op termijn is. Maar een nog altijd substantieel deel van de tegenstanders voelt weinig voor het meer kosmopolitische geluid van GroenLinks. Volgens hen kan de PvdA beter de verbinding zoeken met de SP, die meer opkomt voor de gewone man. Ook luidruchtige en nog altijd invloedrijke oudgedienden als Spekman en Adri Duijvestein voelen weinig voor een fusie.

De lichtpunten voor PvdA

Bij een deel van de leden leeft het idee dat een zelfstandige partij óók nog toekomst heeft. Ze wijzen erop dat de PvdA bij de laatste twee Tweede Kamerverkiezingen weliswaar slecht scoorde, maar dat er ook lichtpunten zijn. Werden de sociaaldemocraten immers niet de grootste bij de Europese verkiezingen van 2019, aan de hand van Timmermans? En onlangs bij de gemeenteraadsverkiezingen heroverde de partij het voormalige bolwerk Amsterdam, onder leiding van Moorman, met een klassiek verhaal over kansengelijkheid.

Kortom: met de juiste persoon aan de leiding, kan de partij zomaar weer eens de grootste worden. Dat lukte de partij eerder al bijna, met Samsom in 2012. En onder Bos klom de PvdA ook razendsnel uit het ravijn waarin de partij was gevallen na de opkomst van Fortuyn. Overigens keerde na die successen algauw weer de eeuwige vraag terug waar de PvdA dan eigenlijk voor moest staan.

De kleur van Timmermans en Moorman

Ook de twee PvdA’ers die verantwoordelijk zijn voor het recente succes, Timmermans en Moorman, bekenden vrijdag in de Volkskrant kleur: zij zien geen toekomst voor de partij zónder GroenLinks. In een opinieartikel schrijven zij dat er een ‘doorbraak’ nodig is om het land verder te helpen. “Zo’n doorbraak forceer je alleen met vereende krachten die geloven in vooruitgang en solidariteit (...) Wij geloven dat verdergaande samenwerking, en zelfs verbinden met GroenLinks, die doorbraak kan zijn.”

Volgens de twee is de huidige versnippering een bedreiging voor de politiek. “Om te kunnen besturen, moeten er zoveel kleuren worden gemengd dat er alleen nog maar een grijze pap overblijft waar burgers zich in afnemende mate door vertegenwoordigd voelen.”

En zo lijkt het vertrek van Ploumen, zelf aanjager van de roodgroene samenwerking, de roep om een fusie eerder versterkt dan verstomd te hebben. Eerder spraken prominente PvdA’ers als Job Cohen, senator Mei Li Vos, de vorige partijvoorzitter Nelleke Vedelaar en oud-minister Jet Bussemaker zich uit voor een samengaan.

De vraag omtrent de ideologie

Maar ook een fusie kan nooit de enige oplossing zijn voor de crisis in de PvdA en op links. PvdA, GroenLinks en SP haalden bij de vorige Tweede Kamerverkiezingen gezamenlijk slechts 27 zetels, een absoluut diepterecord. En dat terwijl de tijdgeest en het publieke debat al enige tijd naar links opschuift. GroenLinks, SP en PvdA profiteren er nauwelijks van. Radicalere linkse partijen, die niet pretenderen een ‘brede volkspartij’ te zijn, zoals de Partij voor de Dieren en Bij1, groeien wel.

De hoop van voorstanders van een fusie is dat de bereidheid om samen te werken, en de kans dat een nieuwe partij de grootste wordt, linkse kiezers massaal op een fusielijst doet stemmen. Maar ook in een nieuwe rood-groene partij zal vroeg of laat de vraag terugkeren die de PvdA zich al zo vaak stelde: hoe ziet de ideologie van zo’n partij er eigenlijk uit?

Ploumen zelf liet er bij haar afscheid geen twijfel over bestaan: “Het bondgenootschap tussen de Partij van de Arbeid en GroenLinks zal zich verder verdiepen en verbreden, omdat hoop en verandering gebaat zijn bij samenwerking, bij een eendrachtig geluid voor kansengelijkheid, tegen versplintering en verdeeldheid.”

En passant deelde ze ook nog een sneer uit naar de Spekmannen binnen haar partij. Zij zal vanaf de zijlijn haar opvolger níét vertellen hoe het moet: “Ik word niet het orakel van Slotervaart”.

Lees ook:

Lilianne Ploumen laat met haar vertrek de PvdA stuurloos achter

Lilianne Ploumen vindt zichzelf ongeschikt als partijleider van de PvdA en verlaat de Tweede Kamer. Er liggen moeilijke dossiers voor haar opvolger klaar.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden