InterviewInspectieraad-voorzitter

Inspectieraad-voorzitter Jan van den Bos: ‘Als iemand zegt: “dat mag je niet vinden”, is dat nog geen druk uitoefenen’

Jan van den Bos: 'Als je een rol hebt als de mijne, moet je durven mishagen. Je moet  zeggen waar het op staat.’ Beeld Phil Nijhuis
Jan van den Bos: 'Als je een rol hebt als de mijne, moet je durven mishagen. Je moet  zeggen waar het op staat.’Beeld Phil Nijhuis

Al maanden domineert de bestuursstijl van premier Mark Rutte het nieuws. Een van wegmoffelen en verdoezelen, zeggen critici. Maar ook het vertrouwen in een andere tak van politiek Den Haag staat ter discussie: zijn rijksinspecties wel onafhankelijk genoeg? Inspectieraad-voorzitter Jan van den Bos spreekt zich uit.

Hoe het precies ging, weet hij niet meer. Het is al twintig jaar geleden. Iemand was in ieder geval geïrriteerd, zei het niet leuk te vinden wat er in zijn rapport stond. “Ik heb niet gevraagd wat u vindt”, antwoordde Jan van den Bos, toen nog plaatsvervangend inspecteur-generaal bij de toenmalige Inspectie Werk en Inkomen, uiteindelijk, “ik heb gevraagd of het klopt wat er staat”. Het is een van de weinige momenten die Van den Bos, voorzitter van de Inspectieraad, zich voor de geest kan halen als het gaat om de druk die hij tijdens zijn werkzaamheden ervoer van bewindslieden en ambtenaren.

Toch is het juist die vermeende druk vanuit ministeries die ervoor zorgt dat de onafhankelijkheid van rijksinspecties steeds vaker wordt bevraagd. Deze inspecties, zoals de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit of de Inspectie Justitie en Veiligheid, toetsen het beleid van ministeries en de naleving daarvan. Maar volgens critici lopen ze aan de leiband van ministers. Kritische publicaties zouden ze onder druk moeten uitstellen, wijzigen of zelfs staken, klinkt het, ook in de media. “Dat de Nederlandse rijksinspecties onafhankelijk zijn, is ‘pure onzin’”, kopte NRC Handelsblad vorig jaar februari. En in Het Financieele Dagblad schreef bijzonder hoogleraar Femke de Vries van de Rijksuniversiteit Groningen dat rijksinspecties ‘zelf onderdeel zijn van de Haagse bubbel’. De inspecteur-generaal van vandaag kan morgen als directeur-generaal op een ministerie worden geïnstalleerd, aldus De Vries. Hoe is onafhankelijkheid dan nog te waarborgen, vroeg ze zich af.

Die twijfel willen inspectiebazen wegnemen door hun onafhankelijkheid wettelijk vast te leggen, zegt Van den Bos namens alle tien rijksinspecties. Ook pleiten ze voor een eigen budget en willen ze zelf bepalen wanneer ze hun rapporten openbaar maken. Niet omdat ministers en ambtenaren ze regelmatig onder druk zetten, zegt Van den Bos. “Maar om de schijn weg te nemen dat inspecties niet onafhankelijk zijn. Dat helpt ook het vertrouwen in de politiek te herstellen.”

Zegt u dan: er wordt helemaal geen druk uitgeoefend op rijksinspecties?

“Volgens mij is dat zo. Althans, ik heb die ervaring niet. Ik ben naast voorzitter van de Inspectieraad nu al zo’n tien jaar inspecteur-generaal van onder meer de Inspectie Leefomgeving en Transport. Ik heb het nooit meegemaakt dat bewindslieden of topambtenaren druk uitoefenen. Echt nooit. Dat wil niet zeggen dat mensen nooit eens ontevreden waren over wat ik vond. Als je een rol hebt als de mijne, moet je durven mishagen. Je moet zeggen waar het op staat. De belangrijkste taak die wij als inspectie hebben, is signaleren wat er niet goed gaat. Dat hoor je netjes op te schrijven, je moet het niet voor je houden. Juist omdat in het publieke debat steeds het punt opduikt dat we dingen voor ons houden, dat we niet onafhankelijk zijn, vind ik het zelf heel belangrijk dat de positie van de inspectie in de wet geregeld wordt.”

U heeft het over het wegnemen van de schijn. Maar een aantal jaar terug heeft uw eigen Inspectie Leefomgeving en Transport een rapport over de ruimtelijke ordening tot intern document gemaakt. Dat was onder druk van de minister, schreef NRC Handelsblad.

“Dat is toch niet zo geweest, dat hebben wij gewoon stom gedaan. Normaal gesproken was dat rapport gepubliceerd. Maar het had op dat moment geen actualiteitswaarde meer, vonden we. We gebruikten ook nog eens verouderde data. Toen hebben we besloten om het rapport te vermelden in de samenvatting van ons jaarverslag, zodat duidelijk was dat het er wel was. Dat we het niet in een la hebben gestopt. Dat hebben we fout gedaan. Het was ook stom, gewoon oenig. En toen is ook nog eens de verkeerde passage opgenomen in het jaarverslag. Er kwamen daarna kritische vragen van het ministerie van binnenlandse zaken. Ik kon toen uit de grond van mijn hart tegen de toenmalige minister van binnenlandse zaken zeggen: ik heb geen moment druk ervaren. Dat was niet aan de orde. Maar dat dat beeld ontstaat, dat snap ik.”

Waarom die onafhankelijkheid wettelijk vastleggen als u zegt dat die druk er niet is?

“Ik ben vrij om te onderzoeken wat ik wil, vrij om te oordelen wat ik vind, vrij om terug te geven wat we gezien hebben. Maar steeds ontstaat er debat over onze onafhankelijkheid. Als je een fout maakt, wij maken natuurlijk ook fouten, dan wordt het steeds in de context getrokken van: zie je wel, ze zijn niet onafhankelijk. Ik geloof dat het slecht is voor het vertrouwen in inspecties en dat is weer slecht voor het vertrouwen in de overheid. Over dat vertrouwen in de overheid – dat hoef ik u niet te vertellen – is veel discussie. Dan is het belangrijk dat je die schijn van druk wegneemt.”

Er is blijkbaar toch een spanning tussen ministeries, commissies en inspecties die controlerende taken moeten uitvoeren. Ook tegen Trouw zei een (anonieme) ambtenaar ooit druk te hebben ervaren vanuit een ministerie. Herkent u dat?

“Het wordt vaak zo geduid. Ik heb ook aan de andere kant gezeten, bijvoorbeeld als directeur-generaal. Als er een stuk kwam van de inspectie of een opsporingsdienst dan stelde ik wel een kritische vraag. Klopt het wat je opgeschreven hebt, dekken de feiten jouw oordeel? Zeker als je in het publieke domein oordeelt, moet je jouw woorden goed wegen want die hebben grote betekenis. Ik vind het een terechte vraag als iemand zegt: op pagina 22 staat dit en op pagina 5 staat dat. Is het dan wel hetzelfde? Dat rapport gaat toch naar buiten. Het wordt ook door de pers heel scherp gelezen. Dus het moet wel kloppen. Klopt het niet, dan word je als inspectie niet serieus genomen.”

Kunt u schetsen hoe het controleren van een inspectierapport gaat?

“Als een rapport binnen een inspectie klaar is, gaat het voor hoor- en wederhoor naar degene die onder het toezicht staat of naar degene waar het toezichtsrapport over gaat. Dan stellen we de vraag: staan er fouten in? Bij De Staat van Schiphol bijvoorbeeld, gaat het naar partijen van Schiphol en die lezen het op onjuistheden. Dat doen we ook bij het departement. Als het concept klaar is, dan gaat het ook naar de beleidsdirectie. Die kan er fouten uithalen en opmerkingen over maken.”

Dus die controle is alleen op feiten?

“Ja, en als iemand zou zeggen dat ik iets niet mag vinden, zeg ik weer: dat heb ik niet gevraagd.”

Gebeurt dat weleens, dat iemand zegt dat u iets niet mag vinden?

“Bij mij is dat niet zo zinvol. Dat weten ze wel.”

Maar het gebeurt dus wel?

“Dat zal vast iemand weleens zo zeggen ja. Maar dat is nog geen druk uitoefenen. Dan zeg ik: daar kan ik ook niks aan doen. Ik snap dat je het niet leuk vindt, maar het is nou eenmaal zo. Er zijn ook weleens mensen boos geweest om mijn rapport.”

Waarom?

“Dat heb je verkeerd gezien, zeiden ze. Het ging over een waarschuwend rapport over de decentralisatie, vlak voor de invoering daarvan. Ik was toen inspecteur-generaal bij Inspectie SZW. Veel taken werden overgeheveld naar gemeenten. De timing was verkeerd, kreeg ik te horen. Uiteindelijk hebben we het rapport gewoon gepubliceerd. Dat is natuurlijk de rol van inspecties. Ze zijn er niet alleen om burgers en bedrijven tegen onnodige schade of te grote risico’s te beschermen. Maar ook om een signaal te geven aan de minister dat er dingen anders lopen dan hoe ze bedoeld zijn.”

U pleit voor juridische onafhankelijkheid, maar wilt wel dat inspecties bij ministeries in het pand blijven zitten. Waarom eigenlijk?

“Die spanning van de druk, van de schijn, moet je wegnemen. Maar de nabijheid moet je houden. Je moet dicht met je oordelen bij de minister kunnen blijven. Daar bedoel ik mee: een rapport echt aan de minister uitbrengen zodat de minister er echt op kan en moet reageren en er iets mee doet.”

Want anders zou de minister zo’n kritisch rapport in een la stoppen?

“Er zijn mensen, dat zeg ik niet, maar die zeggen dat als je op te veel afstand staat, dat dat makkelijker wordt.”

Op basis waarvan zeggen die partijen dat dan?

“Als je in hetzelfde pand zit, zeggen ze, dan kan de minister zeggen: zo’n rapport is van mij. En anders zegt de minister: zo’n rapport is niet van mij. Daar hoef ik nu niet direct iets mee.”

Zo’n onafhankelijk rapport zou nu toch ook niet van de minister moeten zijn?

“Maar ik val wel onder de minister.”

Dat is toch juist wat dat spanningsveld creëert?

“Precies. Maar het is wel heel belangrijk dat je ook vanuit de minister denkt. Als minister wil je iets, dat wordt uitgevoerd en je kijkt in de samenleving of dat gebeurt. En een van de middelen om te kijken of dat gebeurt is een inspectie. Je wilt het als bewindspersoon dus horen als het fout gaat, maar dan wil je ook zeker weten dat het een gefundeerd, onafhankelijk oordeel is.”

Maar als u op afstand staat bent u toch nog steeds die onafhankelijke inspectie?

“Ik ben ook niet voor... Sommigen mensen zeggen: pas nou op [dat zo’n rapport niet in de la verdwijnt red.].”

Maar u bent het er dus niet per se mee eens?

“Nee.”

Wat vindt u zelf dan?

“Ik ben er wel voor dat ik onder de ministeriële verantwoordelijkheid blijf vallen.”

Toch wel. Want?

“Je bent toch in functie van het bestuur van de minister. Dan maak ik even het bruggetje naar het ministerie van financiën. Ik heb afgelopen zomer meegewerkt aan een advies over een inspectie bij financiën die nu gereed wordt gemaakt. Misschien had het geholpen als er toen een inspectie was geweest die had kunnen wijzen op de dingen die rond de toeslagenaffaire liepen zoals ze zijn gelopen. Ik zeg niet dat het voorkomen had kunnen worden. Maar zo’n inspectie staat er toch net iets buiten, rapportages zijn openbaar. En de minister die moet er dan ook iets mee. Dan gaat het stuk van de beleidsdirectie naar de Kamer en dan kan daar het publieke debat erover plaatsvinden.”

Juist op dat departement is niet alles gedeeld met de Kamer. Waarom zouden ze een kritisch rapport van de inspectie dan wel naar buiten brengen?

“Als er toen een inspectie was geweest met een positie zoals-ie behoort te zijn, dan hadden die kritische geluiden naar buiten gemoeten.”

En dat was dan ook gebeurd?

“Natuurlijk.”

Ik kan me voorstellen dat het juist in zo’n cultuur lastig is om je rug recht te houden. U zegt nog nooit te zijn gezwicht. Maar had een andere inspecteur hetzelfde gedaan?

“En als ik je nou vertel dat ik de zwakste ben...” Van den Bos lacht.

“Als je niet tegen de warmte kunt, moet je uit de keuken blijven.”

Over de uitvoeringsinstanties IND en UWV is ook veel discussie. Moeten daar ook aparte inspecties voor in het leven worden geroepen?

“Daar zou ik iets langer over na moeten denken als ik eerlijk ben. Als er veel debat is over de uitvoering dan ben je erbij gebaat om iemand mee te laten kijken bij de uitvoering. Dat kan een inspectie zijn, maar ook een commissie of iets anders. Die bevindingen moeten dan openbaar worden. Daarmee vergroot je natuurlijk het inzicht in het functioneren. En daarmee in het vertrouwen dat het goed gaat. Of in het vertrouwen dat het als het niet goed gaat, aangepakt wordt.”

Lees ook:

De nieuwe Rutte wil het radicaal anders doen, maar wil de oude Rutte ook niet volledig afdanken

Premier Rutte zoekt een ander soort premierschap. Hij komt met ‘reflectie’ op zijn eigen rol, maar een knieval wordt het niet. Hij blijft trots op zijn eerste drie kabinetten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden