Profiel Ingrid van Engelshoven

Ingrid van Engelshoven: een D66-minister gevangen in het regeerakkoord

Minister Ingrid van Engelshoven. Beeld ANP

Minister Ingrid van Engelshoven (onderwijs) verdedigt volgende week haar onderwijsbegroting. Dat wordt niet makkelijk, want universiteitsbestuurders hekelen haar beleid. Een portret van een minister onder vuur.

­Tweede Kamerlid Paul van Meenen (D66) ambieerde geen baan in de ­politiek. Totdat hij Ingrid van Engelshoven tegenkwam. “Zij wist mij te ­raken in mijn onderwijshart.” Voor die tijd was hij al verschillende keren gepolst. “Maar dan was het argument altijd: ‘Doe het voor de partij’. En daar had ik geen zin in. Bij Ingrid was het ­anders. Zij zei: als je iets wilt betekenen voor kinderen, moet je juist hier gaan werken. Het heeft me de berg over ­geholpen. Nu voelt het alsof het voor mij gemaakt is.”

Het is 2012. D66 boekt winst tijdens de Tweede Kamerverkiezingen. Ingrid van Engelshoven is dan al vijf jaar partijvoorzitter. Samen met Alexander Pechtold en Gerard Schouw trekt zij de partij die halverwege 2000 in een crisis verkeert, uit het slop. Anders dan Pechtold vervult Van Engelshoven als partijvoorzitter een rol achter de schermen. Van Meenen is dan lokaal actief in Leiden. In 2010 boekt hij daar een grote overwinning namens D66 en in 2012 wordt hij Kamerlid.

Maar het is niet zozeer de partij die Van Engelshoven en Van Meenen bindt. De samenwerking begint op het ­moment dat Van Engelshoven onderwijswethouder is in Den Haag (van 2010 tot 2017). Van Meenen: “Ik was destijds de baas van tien middelbare scholen in de regio. Wij hebben toen heel veel samengewerkt.”

Hij heeft daar goede herinneringen aan. “Gemeenten en scholen trokken hier echt gezamenlijk op. Heel anders dan in Amsterdam waar het veel meer topdown geregeld was. Samen met ­Ingrid hebben we gewerkt aan passend onderwijs, aan een goede overgang van vmbo naar mbo, en aan het verminderen van concurrentie tussen scholen.” Open en betrokken, dat is hoe Van Meenen Van Engelshoven typeert.

Zeven jaar is Van Engelshoven ­onderwijswethouder in Den Haag. Ze wordt omschreven als een van de steunpilaren waar het college op rust. Solide, ze kiest voor een veilige koers.

Samen uitvechten

Joris Wijsmuller van de Haagse Stadspartij zit samen met Van Engelshoven in het college. Tijdens de onderhandelingen over het nieuw te vormen college omschrijft hij zichzelf als een van de grootste obstakels. De Haagse Stadspartij verzet zich namelijk vanuit de oppositie fel tegen de komst van het Cultuurpaleis waar het Residentieorkest, het Conservatorium en het Nederlands Danstheater ondergebracht zouden worden. Op het moment dat de Haagse Stadspartij toetreedt tot het college moet er onderhandeld worden over dat omstreden plan. “Ingrid en ik hebben dat samen moeten uitvechten, maar we zijn daar goed uitgekomen”, zegt Wijsmuller. Het Cultuurpaleis kwam er, wel werd er een nieuw ontwerp gemaakt voor het gebouw.

Het besturen ligt Van Engelshoven goed. Ze trekt intensief op met directeuren van middelbare scholen en de Universiteit Leiden (onder haar leiding krijgt de Leidse universiteit een dependance in Den Haag, red.). Een intellectueel gezelschap; dat is waarin ze zich thuisvoelt. De inwoners van de stad ­komen er soms wat bekaaid van af.

Bij de gedwongen sluiting van het Haagse Aloysius College (2016) is dat volgens Wijsmuller goed zichtbaar. Op de school zijn financiële problemen en het onderwijs is er niet op orde. Maar het honderdjarige Aloysius is geliefd in de stad. “Ouders kwamen in opstand. Ze wezen op het unieke karakter van de school waar exclusieve aandacht werd besteed aan hoogbegaafde kinderen. Ze verweten Ingrid het belang van het kind uit het oog te verliezen en kwamen verhaal halen. Ze vond het lastig om daarmee om te gaan.” Van Meenen: “Maar ze kon niets doen. Ze had geen invloed op de sluiting van de school, want ze ging er niet over (dat is het ­ministerie, red.). Dit was echt een kwestie van bestuurlijk falen.”

Het zijn smetjes op een verder vrij probleemloos wethouderschap. De ­bedachtzame Van Engelshoven gedijt in het lokale bestuur. De lijntjes zijn kort, ze zit niet gevangen in een regeerakkoord. In 2017 verlaat ze het Haagse college en vertrekt naar de Tweede ­Kamer. “Dat heb ik wel gevoeld”, zegt Wijsmuller. “Ongeveer gelijktijdig vertrok burgemeester Jozias van Aartsen. Toen vielen ineens twee hoeders van het college weg. Zij waren toch de mensen die de boel bij elkaar hielden.”

Op het Haagse binnenhof is de dynamiek anders dan op het stadhuis. Met stevige oneliners scoor je. Bij het aantreden als minister van hoger onderwijs maakt Van Engelshoven direct duidelijk dat ze daar niet in meegaat. “Ik ben iets meer van de goed doordachte woorden. Ik hoop dat in dit huis vol te houden”, zegt ze in haar maidenspeech.

De verwachtingen zijn hooggespannen: eindelijk gaat een D66’er zich hard maken voor het hoger onderwijs. ­Bestuurders van de onderwijsinstellingen wrijven in hun handen. Wordt dit de minister waar ze al zoveel jaren naar uitkijken? De partij weet tijdens de formatie 1,9 miljard euro vrij te maken voor onderwijs. “Zonder D66 was dat nooit gelukt”, zegt Van Meenen daarover.

Pijnlijke renteverhoging voor studenten

Maar voor niets gaat de zon op. Van ­Engelshoven moet ook een aantal maatregelen doorvoeren die D66 als onderwijspartij maar moeilijk kan verdedigen. Het plan om de rente op studieleningen te verhogen, is er zo een. Pijnlijk, want studenten hebben het al zwaar: ze worstelen met het leenstelsel, en moeten in het eerste jaar ontzettend hard werken om genoeg studiepunten te halen. Met moeite verdedigt Van Engelshoven haar plan in de Eerste Kamer. Ik voer het regeerakkoord uit, is een terugkerende argument. Het plan gaat uiteindelijk van tafel, omdat het geen meerderheid krijgt in de ­senaat.

Het regeerakkoord is heilig, daaronder wordt alles vloeibaar, zegt Theo Bastiaens van de Open Universiteit. Hij is kritisch op het onderwijsbeleid, hoewel hij Van Engelshoven wel moedig noemt. “Ze durft zaken te benoemen, maar gaat daar te weinig over in gesprek.” Eén maatregel heeft veel kwaad bloed gezet: de verschuiving van geld van alfa-, gamma- en geesteswetenschappen naar de technische universiteiten. Deze aanbevelingen die Martin van Rijn afgelopen voorjaar in een rapport deed, neemt Van Engelshoven ­direct over.

Onbegrijpelijk, vinden bestuurders, want met een oplopend aantal studenten en een hoge werkdruk, is iedere euro hard nodig. Actiegroep WOinActie rekent de minister voor dat de rijksbijdrage per student met bijna 5000 euro is gedaald sinds 2000. Als dat wordt vermenigvuldigd met het aantal studenten die nu studeren aan universiteiten, ­komen instellingen 1,5 miljard tekort.

Quick en dirty

De kritiek wordt breed gedeeld. De Leidse rector Carel Stolker zegt in het Financieel Dagblad dat de relatie tussen politiek en universiteit naar een dieptepunt is gedaald. De reactie van Van ­Engelshoven in NRC Handelsblad zet mogelijk nog meer kwaad bloed. Ze noemt ‘Van Rijn’ “een spoedoperatie. Quick en dirty, maar het moest even ­gebeuren.”

Rector Rianne Letschert van Maastricht University: “Ik denk dat Van Engelshoven een andere keuze had kunnen maken. Ze had de invoering van de aanbevelingen kunnen uitstellen totdat de uitkomsten van het bekostigingsonderzoek er zijn en tijd kunnen kopen. Ik vind het jammer dat ze dat niet ­gedaan heeft. Van Rijn verdeelt de sector. En er is toch al veel frustratie over de hoge werkdruk. Mensen voelen zich niet gehoord door de politiek.”

Rens Bod van WOinActie: “Ik vind dat de minister het niet goed doet. Ze komt zelden op voor het hoger onderwijs.” Terwijl die passie er volgens Bod op andere terreinen wel is: bijvoorbeeld haar inzet voor homorechten of voor vrouwen aan de top. “Ik snap het deels wel: zij heeft te maken met de mores binnen het ministerie. Maar wij hebben de indruk dat ze zich laat ondersneeuwen door anderen, bijvoorbeeld Wopke Hoekstra (minister van financiën, red.).”

Ingrid van Engelshoven in gesprek met mbo-studenten. Beeld Hollandse Hoogte

“Ze is daarentegen wel altijd bereid om te praten”, valt Bod op. “Ze kwam zelfs naar Amsterdam toen wij geen tijd hadden om naar Den Haag te reizen.” Letschert vult aan: “Ze werkt keihard, is heel benaderbaar en als je het niet met haar eens bent, kun je dat ook zeggen.” Maar de overtuigingskracht mist, de bezieling, zegt Bod. Een D66-minister op de verkeerde plek, zegt hij. Letschert: “Ze zit in een lastige coalitie.” Het schaadt ook de partij, denkt ze. “Ik heb al mensen in mijn omgeving gehoord die om deze reden hun lidmaatschap opzeggen.”

Gevangen in het regeerakkoord, denkt Theo Bastiaens. En dat is niet alleen voorbehouden aan D66, weet hij. “Nederland moet investeren in het ­hoger onderwijs, maar de politiek maakt de keuze het niet te doen. Of er dan een D66-minister zit of iemand van het CDA; het maakt niet zoveel uit.”

Andere prioriteiten

D66-Kamerlid Paul van Meenen, tot deze zomer woordvoerder hoger onderwijs namens de partij: “Het verwijt dat een D66-minister zich niet genoeg in zou zetten voor het onderwijs, bestrijd ik. Ze zet zich iedere dag in. Soms stellen de andere regeringspartijen andere prioriteiten, daar heb je mee te dealen.”

Een voorbeeld is het experiment met de studentpromovendi. Deze verkapte zelfstandigen zijn met een lager loon en met minder zekerheden verbonden aan de universiteit dan werknemerpromovendi. Van Engelshoven verdedigt deze constructie, maar Van Meenen keert zich daartegen. “Ik ben inderdaad kritisch, en de minister ook. Maar een meerderheid in de Kamer maakt een andere keuze. Soms is regeren ook gewoon moeilijk.”

Woensdagmiddag: een onverwacht telefoontje van de voorlichter van ­Ingrid van Engelshoven. “Ik hoor dat je met een profiel bezig bent over de ­minister. Ik ben gewoon nieuwsgierig: wanneer publiceer je en wie spreek je allemaal?” Hij hoopt op een genuanceerd verhaal.

Lees ook: 

Alfa’s komen in opstand: ‘Een democratie kan niet zonder geesteswetenschappen’

WOinActie organiseert maandag een alternatieve opening van het academisch jaar. De groep keert zich tegen het voorgenomen kabinetsbesluit om geld over te hevelen van geesteswetenschappen naar bèta en techniek.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden