CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma: ‘Je ziet overal van onderop weer coöperatieve activiteiten opduiken. Het CDA staat er niet florissant voor. Maar dat moet niet tot de misvatting leiden dat ons verhaal daarmee niet nodig is.’

InterviewPieter Heerma

‘Ik heb geen zin in onheilsprofetieën’

CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma: ‘Je ziet overal van onderop weer coöperatieve activiteiten opduiken. Het CDA staat er niet florissant voor. Maar dat moet niet tot de misvatting leiden dat ons verhaal daarmee niet nodig is.’Beeld Phil Nijhuis

CDA-fractievoorzitter Pieter Heerma ziet optimisme als een opdracht en vindt dat het tij keert na dertig jaar liberalisme. De wal keert nu het schip.

Esther Lammers en Bart Zuidervaart

Halverwege het interview roept Pieter Heerma uit: “Zijn jullie echt zo pessimistisch?” Het gesprek met de fractievoorzitter van het CDA geeft tot dat moment voldoende aanleiding om somber te zijn. Het gaat over de verruwing van het debat, over politici die, zegt Heerma, ‘polarisatie en wantrouwen als verdienmodel zien’. Het gaat over het lage vertrouwen van de burger in de politiek en de bedroevende opkomst bij de laatste verkiezingen. Het gaat ook over het chagrijn in de samenleving, omdat ‘Den Haag niet levert’.

Kost het u moeite optimistisch te blijven?

“Haha, tijdens sommige Kamerdebatten wel, dat is het eerlijke antwoord. Maar optimisme is een opdracht. Ik snap heel goed waar dat chagrijn bij de burger vandaan komt. Er is een perfecte storm gaande. Ik zie de erfenis van dertig jaar liberalisme, van doorgeslagen marktwerking en zelfredzaamheid. Het heeft geleid tot een land met winnaars en verliezers. Tel daarop de ellende van de coronacrisis en je begrijpt de enorme onvrede.

“Ik moet denken aan een boekje dat jullie oud-collega Marcel ten Hooven ooit schreef, De ontmanteling van de democratie. Hij schetste dat een politicus over twee gaven moet beschikken: politiseren én pacificeren. Het eerste is steeds meer polariseren geworden. Ik denk dat er grote behoefte is aan een herwaardering van de kunst van het pacificeren. Een middenverhaal met oplossingen, dat gaat winnen van dat verdienmodel vol wantrouwen.”

Heerma is bezig aan zijn tweede leven als CDA-fractievoorzitter. Hij werd het in 2019, na het vertrek van Sybrand Buma, maar toen nadrukkelijk als ‘tussenpaus’. Sinds het aantreden van het kabinet-Rutte IV is hij het opnieuw en wil hij zich als fractieleider nadrukkelijker manifesteren.

Deze week heeft Heerma een essay, getiteld Democratie, empathie en wederkerigheid, gepubliceerd. Dat doet hij aan de vooravond van ‘De dag van de christendemocratie’, komende zaterdag in Nijkerk. Heerma gaat daar met leden in discussie over de coöperatieve samenleving, wat de CDA’er als hét antwoord ziet op de doorgeslagen individualisering.

Dit verhaal, zegt Heerma, “is voor mij een reis. Mijn eerste speech als fractievoorzitter op het congres ging hier al over, en mijn eerste bijdrage bij de Algemene Politieke Beschouwingen. Het liberalisme staat in alle westerse democratieën onder druk. Ik zie dat het einde van de individualisering in zicht komt. De politiek kantelt van minder ik, naar meer wij. Ik ben juist optimistisch. Ik geloof echt dat de wal bezig is het schip te keren.”

Vindt u het gek dat wij dat nog niet zo zien?

“Dat snap ik heel goed. De kentering gaat langzaam, maar het gebeurt. Toen ik in 2019 de term volkshuisvesting herintroduceerde, als vervanging van de ontspoorde woningmarkt, landde dat niet direct. Geen krant zette het op de voorpagina. Maar ik zie het als onderdeel van een politiek die wél gaat leveren. Het probleem is dat de overheid aan de voorkant te weinig doet voor burgers, maar aan de achterkant wel controleert of er ergens een formuliertje verkeerd is ingevuld. Dit is niet zomaar hersteld, nee. Er is geen silver bullet.”

Wanneer kwam u zelf tot de overtuiging dat u dacht: het moet anders, zo werkt het niet meer?

“Ik herinner me een gesprek met Kamerleden van PvdA, VVD, GroenLinks en D66, jaren geleden, in een schorsing van een debat. Zij vertelden allemaal dat zij de Amerikaanse filosoof John Rawls als hun voorbeeld zien. Hij is de grondlegger van het sociaal liberalisme en stelt dat ieder individu zijn eigen geluk en belang nastreeft, en het systeem ervoor zorgt dat dit rechtvaardig wordt voor iedereen. Het is ieder voor zich en de staat voor ons allen.

“Ik wist niet wat ik hoorde. Zowel linkse als rechtse politici hebben Rawls als inspiratiebron? Daarmee kun je toch geen samenleving bouwen. Rechtvaardigheid zit in de mens, niet in een systeem. Na dertig jaar individualisme hebben we nu het slechtste uit twee werelden: een markt zonder moraal en een bureaucratische overheid die met wantrouwen naar zijn eigen burgers kijkt. ”

Wat is de kern van uw antwoord hierop?

“De kern is dat het individualisme te lang leidend is geweest. De mens is een diep sociaal wezen. Maar als je het individu klein maakt en de markt de norm laat zijn, dan ontstaat er een scheidslijn tussen winnaars en verliezers. Toen Nederland nog verzuild was, hadden alle lagen van de bevolking contact met elkaar. Die verzuiling was verticaal op grond van een ideologie of geloofsovertuiging. Door de huidige ratrace is het contact tussen sociaal-economische lagen nu verdwenen, wat leidt tot veel onbegrip. Onderzoek laat zien dat burgers pessimistischer zijn naarmate hun inkomen daalt en opleiding lager is.

“In de Atlas van afgehaakt Nederland wordt heel mooi beschreven waar er nog een burgerschapszone is. Dat gebied is geografisch ongeveer de Biblebelt. Daar zijn burgers weerbaarder tegen afhaken, en minder vatbaar voor negativiteit. Ze zijn ook minder ik-gericht, hebben een sterke gemeenschapszin. Dat is het antwoord.”

U verzet zich tegen het ‘pessimisme van de gevestigde politiek’. Waar heeft het CDA het laten liggen?

“Je ziet het pas als je het ziet. In een van eerste digitale bijeenkomsten waar ik na het coalitieakkoord als CDA’er sprak, zei ik: ‘We hebben nu op volkshuisvesting het coalitieakkoord gesloten wat we in 2017 hadden moeten sluiten’. Dat vind ik ook echt. Maar toen zag ik het minder. Wij waren toen ook voor het afschaffen van de verhuurdersheffing, maar dat was niet het nummer 1-punt tijdens die onderhandelingen.”

Dat liberalisme is prachtig zolang het goed gaat?

“Is zeker waar. In de jaren negentig dacht iedereen dat er nooit meer een economische crisis zou komen, alleen maar groei. Nu denk je, huh? Maar dat was echt het beeld, de vrijemarkteconomie had gewonnen. Je kunt jezelf als samenleving lang voor de gek houden. Maar dat het onderhuids helemaal niet goed gaat, die tekenen zijn er al best lang. We hadden het eerder kunnen en móeten zien.

“Toen ik net fractievoorzitter was in 2019 hebben we zomergesprekken gevoerd met zo’n 120 mensen, van links tot rechts, van oud tot jong. Eigenlijk zeiden zij: onderhuids gaat het niet goed, aangevuld met analyses over de problemen op de arbeidsmarkt en woningmarkt. Het was fascinerend, want die mensen zeiden ook: jullie verhaal is hier het antwoord op.”

Jullie verhaal slaat nog niet aan als we kijken naar de verkiezingen of de peilingen.

“Dat klopt. Er is binnen het CDA afgelopen twee jaar ook wel het nodige gebeurd. Maar dat staat los van de honger naar meer samenleving. Je ziet overal van onderop weer coöperatieve activiteiten opduiken. Het CDA staat er niet florissant voor. Maar dat moet niet tot de misvatting leiden dat ons verhaal daarmee niet nodig is. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat de samenleving dit nodig heeft. Maar ik begrijp jullie relativering.”

U koppelt in uw essay het doorgeslagen marktdenken aan Schiphol. Het gegoede deel van de mensen moet in lange rijen wachten, terwijl er een crisis is vanwege het onderbetalen van de flexwerkers. Waarom valt dit niet snel op te lossen?

“Ik kan pas over een paar jaar op volkshuisvesting laten zien dat er iets is veranderd. En datzelfde geldt voor de arbeidsmarkt. De winst van marktwerking op de arbeidsmarkt is voor de middenklasse in westerse democratieën dertig jaar lang vooral een trend naar beneden geweest. Door een heel lange optelsom van zaken. Dat is niet eenvoudig op te lossen. Het gaat stap voor stap.”

Het is een soort mammoettanker die gekeerd moet worden?

“Ja, inderdaad. De systemen zijn zo ingewikkeld gemaakt, dat elke wijziging al ingewikkeld is. Als je vraagt wanneer iets uitvoerbaar is, dan krijg je als antwoord: per 2027. Dat is geen grap, maar de realiteit. Wetgeving is zo complex en de uitvoeringskracht zo beperkt dat het jaren duurt alvorens de mammoettanker kan keren.”

Het CDA wil de kloof tussen politiek en burger verkleinen, maar ziet niets in een correctief referendum. U zet liever burgerberaden in. Hoe werkt dat in de praktijk?

“Het referendum is geen oplossing. Het is een noodrem, om ja of nee te zeggen. Daarmee wordt de polarisatie juist uitvergroot en bereik je het omgekeerde. Kijk naar de brexit in Engeland. Daar waren alleen nog meerderheden ergens tegen.

“In Ierland hebben ze een burgerberaad ingezet voor abortuswetgeving. Er was hierover decennialang een impasse. Het lukte met dat beraad om hartgrondige voor- en tegenstanders genuanceerd met elkaar te laten praten en met oplossingen te komen. Dat is fascinerend. Bij ons wordt wantrouwen en polarisatie nu het verdienmodel, maar dit is een kans elkaar nog te vinden. Ik denk dat je hiermee de kloof verkleint tussen politiek en burger, en zelfs tot verrassende oplossingen kan komen.”

Zou zo’n burgerberaad ook boeren en de voorstanders van het stikstofbeleid tot elkaar brengen?

“Ik denk het wel. Juist bij onderwerpen waar zo’n spanning op staat, waar de neiging is het spel alleen nog over de flanken te spelen, in plaats van de oplossing in het midden te zoeken. Het is niet zwart-wit. De werkelijkheid is er een van grijstinten.”

Goed luisteren naar burgers wil het CDA al langer. Toch zijn in Drenthe uiteindelijk de windmolens er wel door het Rijk doorgedrukt, ondanks grote lokale weerstand.

“Bij de laatste gemeenteraadsverkiezing kon je zien dat juist gemeentebesturen zijn afgestraft die beloofden geen windmolens te plaatsen, en het toch deden. Waar ze het gesprek met omwonenden goed voerden, zie je die afstraffing minder. Dat is empathie en wederkerigheid. Wie heeft het voor- en nadeel? Het gaat niet alleen om luisteren. Luisteren is geen lippendienst van ‘we hebben je gehoord, en vinken dat nu af’. En het is ook niet: u vraagt, wij draaien. Je moet echt met elkaar in gesprek gaan over de voors en tegens.

“Ons Kamerlid Inge van Dijk heeft een motie ingediend om met burgerberaden te starten. Daar kan gesproken worden over klimaatvraagstukken, migratie en integratie, gevoelige onderwerpen. Ik denk dat dit een vlucht gaat nemen. Maar je moet vooraf heel duidelijk zijn welke vragen er worden gesteld en wat er met het antwoord gebeurt. Want als je belooft het serieus te nemen en dat vervolgens niet doet, dan heeft het een omgekeerd effect. Deze film waarin we zitten, kan onderdeel zijn van die weg naar boven, juist omdat het die andere insteek kiest, van ik naar wij.”

We hebben te maken met historisch laag vertrouwen, in het kabinet, maar ook in de politiek in brede zin. Hoeveel tijd is er nog?

“Dat is een onmogelijke vraag. Dat coöperatieve zit heel diep in deze samenleving. Nederland is groot geworden met het poldermodel. Dat is ontstaan omdat we anders allemaal natte voeten zouden krijgen.”

Dat is wel een beetje weggezakt.

“We zijn veel vergeten. Jullie mogen pessimistisch zijn en ik wil niet blij-eikelig overkomen, maar ik heb ook geen zin in onheilsprofetieën. De tijd is nú.”

Lees ook:

CDA: Geef woningcorporaties meer bevoegdheden om woningcrisis te tackelen

Corporaties zijn veel te lang belemmerd en moeten van de ketting af, stelt CDA-Kamerlid Jaco Geurts. In de CDA-woonvisie stelt Geurts voor corporaties weer meer bevoegdheden te geven om de woningmarktcrisis te tackelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden