TerugblikHugo de Jonge

Hugo de Jonge kiest nooit de weg van de minste weerstand

Demissionair minister Hugo de Jonge van volksgezondheid, welzijn en sport op weg naar het debat in de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rondom het coronavirus en de lockdown. Beeld Phil Nijhuis
Demissionair minister Hugo de Jonge van volksgezondheid, welzijn en sport op weg naar het debat in de Tweede Kamer over de ontwikkelingen rondom het coronavirus en de lockdown.Beeld Phil Nijhuis

Hugo de Jonge werd op de proef gesteld tijdens de coronacrisis. Net als zijn optimisme en zijn geloof in de maakbare samenleving.

Niels Markus

Wat als de oververmoeide Bruno Bruins op 18 maart 2020 niet was flauwgevallen achter het spreekgestoelte van de Tweede Kamer, om een dag later terug te treden? Als de VVD-minister van medische zorg ‘gewoon’ het coronabeleid was blijven doen; welke rol had Hugo de Jonge dan gehad?

Een onwerkelijke gedachte. Want meer nog dan premier Mark Rutte, is De Jonge (44) hét gezicht van het Nederlandse coronabeleid geworden. En daarmee ook het nationale mikpunt voor alles wat niet goed ging. Áls hij straks al op het bordes staat in Rutte IV, dan in ieder geval niet als minister van volksgezondheid. Ondanks dat hij die rol lange tijd nog wel voor zichzelf zag weggelegd.

Ook als Bruins langer was aangebleven, was De Jonge niet op zijn handen blijven zitten. Tijdens die eerste crisisweken in maart 2020 is hij al onafgebroken aan het werk. Hij belt en mailt rond voor beademingsapparatuur, mondkapjes en andere beschermingsmiddelen.

Als je wil besturen, moet je bij een machtspartij zijn

Al direct na het terugtreden van Bruins zegt hij Rutte toe dat hij de minister zal vervangen, nog voordat hij er met zijn vrouw Mireille over praat. De domineeszoon kreeg het van huis uit mee: je verantwoordelijkheid nemen, hard werken en je inzetten voor de samenleving.

Daarom ook koos hij voor het CDA. Het christendemocratische idee dat iedereen een taak heeft, en dat je het samen moet doen. Maar ook om prozaïscher redenen. Wie verschil wil maken, wil bestúren, moet bij een machtspartij zijn. Niet bij een getuigenispartij als de ChristenUnie.

In de 21 crisismaanden is hij de uitputting soms nabij. Werkdagen beginnen in de vroege ochtend en duren – zeker als de Kamer debatteert over het coronabeleid – soms tot diep in de nacht. Na persconferenties op dinsdagavond, werkt hij nog lang door op het ministerie om de Kamerbrief af te maken. Vakanties op de camping brengt hij grotendeels bellend met collega-ministers door.

Hij stoort zich soms aan de Tweede Kamer, die zich midden in de grootste crisis na de Tweede Wereldoorlog tot op detailniveau met het beleid bemoeit. En aan de polarisatie, negentien fracties die ‘steeds luidruchtiger de groetjes doen aan de eigen achterban’. Tijdens het laatste coronadebat verzucht hij: “Ik denk dat het niet zelden is voorgekomen dat u naar huis ging en dacht: nou hebben we twaalf uur bij elkaar gezeten, maar hebben we nou echt met elkaar serieus het kabinet gecontroleerd?”

Tijdens de zwaarste maanden, in de winters van vorig jaar en dit jaar, wordt het gezicht van De Jonge grauwer, de groeven dieper en de wallen donkerder. Hij probeert zes à zeven uur slaap te halen, maar niet zelden houdt de crisis hem wakker. Op het ministerie maken ze zich zorgen of hij het nog volhoudt.

Bij zijn aantreden heeft hij een missie

Als De Jonge in 2017 aantreedt, heeft hij een missie. De zorg moet af van de stroperige bureaucratie, van het tobberige ook. De versplinterde sector moet niet alsmaar naar het ministerie kijken, maar zelf verantwoordelijkheid nemen.

De coronacrisis bewijst zijn gelijk, de verkokering in de zorg komt genadeloos bloot te liggen. Het Nederlandse systeem blijkt niet goed opgewassen tegen een pandemie. De minister krijgt te maken met GGD’en, ziekenhuisbesturen, verpleeghuisorganisaties en al bestaande en tijdens de crisis opgerichte zorgnetwerken. Niet zelden werken instellingen elkaar tegen of verzandt een opdracht in de bureaucratie.

Als het stroef loopt, grijpt De Jonge naar zijn ‘Genesis 1-strategie’: “Er zij licht, en er is licht.” Dan spreekt hij een hoge, door ambtenaren haast onmogelijk geachte ambitie uit. Staat dat doel eenmaal in de kranten, dan móeten de ambtenaren wel. En dan komt het – meestal – goed.

In Trouw zegt hij over zijn strategie: “Normaal mag ik graag samen optrekken in plaats van van bovenaf te sturen. Maar het helpt wel voor de snelheid als iemand kan zeggen: ik heb je gehoord, maar zo gaan we het toch doen.” Dankzij die aanpak, zegt De Jonge, kwam er een centrale teststructuur. Een andere keer kondigt hij tijdens een persconferentie corona-apps aan. Tot verbijstering van het ministerie. Maar de apps kwamen er.

Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) tijdens een debat over het coronavirus. Beeld ANP
Demissionair minister Hugo de Jonge (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) tijdens een debat over het coronavirus.Beeld ANP

Soms gaat het mis. Hij zegt eind 2020 vol bravoure dat Nederland direct zal starten met vaccineren als de instanties het toelaten. Maar als de Gezondheidsraad het Pfizervaccin goedkeurt, moeten de GGD’en de prikoperatie nog opstarten. Nederland begint als laatste Europese land met vaccineren. Die geschiedenis herhaalt zich als heel Europa dit najaar al aan het boosteren is, en Nederland nog moet beginnen.

Als afgelopen november een avondsluiting tóch weer noodzakelijk blijkt, erkent hij tijdens de persconferentie dat zijn optimistische werkwijze zich soms tegen hem keert. In het voorjaar zei hij nog vol overtuiging dat Nederland zich uit de crisis zou prikken. En nu moet het land toch weer op slot. “Van mijn soms wat al te grote stelligheid trekt het virus zich niet zoveel aan. Dat realiseer ik me terdege.”

In de Millinxbuurt bloeit de politieke interesse op

Als student woont De Jonge in de Millinxbuurt, in Rotterdam-Zuid. Zijn vader, predikant in Zeeland, zag op een dag de spotgoedkope huurwoning toen hij door het buurtje reed. Het leek hem een rustige wijk. Wat ook zo was, overdag.

Eenmaal verhuisd, ziet de jonge pabostudent hoe de Millinxbuurt ’s avonds en ’s nachts geteisterd wordt door drugscriminaliteit. De politie grijpt hooguit halfhartig in, omdat een te harde aanpak ertoe zou leiden dat de overlast zich verplaatst naar andere buurten. Precies die laisser-faire-houding van het al jaren door de PvdA gedomineerde stadsbestuur zijn de bewoners in de oude wijken begin deze eeuw spuugzat. Het is de voedingsbodem voor Fortuyn, die een zerotolerancebeleid tegenover criminaliteit belooft. En het is waar de politieke interesse van Hugo de Jonge opbloeit.

De Jonge, die later vaak zijn zorgen zal uiten over polarisatie door partijen als Denk, PVV en Forum, vindt dat Fortuyn gelijk heeft. Hij hoort dagelijks de bekommernissen van collega’s in de lerarenkamer van de Da Costaschool, waar hij al op zijn 23ste adjunct-directeur is. En die leraren zijn toch echt geen racisten.

Als Leefbaar Rotterdam, zonder de vermoorde Fortuyn, in het stadsbestuur komt, wordt de stad aanmerkelijk veiliger. Law and order is het devies, geen middel wordt geschuwd. Ook als zo’n middel schuurt met de grondwet, zoals preventief fouilleren, of de Rotterdamwet. Want één ding heeft Leefbaar gemeen met de verfoeide sociaaldemocraten: het geloof in de maakbaarheid van de samenleving.

De Jonge leert twee belangrijke politieke lessen: je mag je nooit neerleggen bij de dingen zoals ze nu eenmaal zijn. En als politicus moet je het gesprek aangaan over de zorgen van mensen, ook als die zorgen politici onwelgevallig zijn. Hij zou er nog vaak aan terugdenken, tijdens die crisismaanden van 2020 en 2021.

Wethouder onderwijs

De Jonge wordt politiek actief, eerst in Den Haag als beleidsmedewerker en politiek assistent van onderwijsminister Maria van der Hoeven en premier Jan-Peter Balkenende. In 2010 treedt hij in Rotterdam aan als wethouder onderwijs. Dan al valt zijn werklust op: in 2014 krijgt hij ook de zware portefeuille Zorg erbij. Hij leest alles, bemoeit zich tot in detail met het beleid. In de rauwe, praktische, Rotterdamse politieke cultuur is de werkwijze al te herkennen, die hij later zo vaak zou aanwenden tijdens de coronacrisis.

Hoewel hij weet dat hij er als wethouder niet over gaat, roept hij in de media op tot de sluiting van de middelbare school Ibn Ghaldoun, in opspraak gekomen door massale examenfraude. Met dooddoeners als: ‘zo gaat het nu eenmaal in de grote stad’, heeft hij niets. Als een vrouw tien jaar na haar overlijden in haar woning wordt gevonden, besluit hij de eenzaamheid onder ouderen te bestrijden. Alle Rotterdamse alleenwonenden 75-plussers krijgen jaarlijks een huisbezoek.

Lef valt hem niet te ontzeggen. Met een oproep voor verplichte anticonceptie voor zeer kwetsbare vrouwen, weet hij vooraf dat hij veel kritiek gaat krijgen, óók binnen zijn eigen partij. Hij wordt dan al veelvuldig genoemd als kandidaat voor een kabinetspost.

Aan de Coolsingel zien ze ook al de valkuilen van de ambitieuze wethouder. Zijn ijdelheid, de gewilligheid waarmee hij in de media verschijnt. Hugo zou zijn moeder nog verkopen om minister te worden, klinkt het. Ambtenaren en raadsleden ervaren zijn soms moeilijke omgang met kritiek. Een journalist die een serie kritische stukken over het onderwijsbeleid schrijft, wordt uitgenodigd op de kamer van de wethouder. Is het soms iets persoonlijks?

CDA-lijsttrekker

De winter van 2020 is de zwaarste periode van de coronacrisis. De Jonge, in de zomer vol goede moed begonnen als CDA-lijsttrekker, besluit in december zich terug te trekken. Door het oplaaiende virus is hij nooit toegekomen aan het opstarten van de campagne en aan gesprekken met kandidaten en fondsenwervers.

Bovendien is zijn uitverkiezing van begin af aan omstreden. Na zijn nipte overwinning op Kamerlid Pieter Omtzigt zijn vragen ontstaan over de digitale stemming. De situatie wordt onhoudbaar als – veelal anonieme – partijgenoten in de media waarschuwen dat ze met De Jonge als leider ‘op het ravijn’ af gaan.

Na zijn terugtreden is de opluchting van zijn gezicht te lezen. De Jonge wílde niet eens per se partijleider worden, maar na het onverwachte besluit van Wopke Hoekstra om zich niet in de strijd te mengen, stelt hij zich uit plichtsbesef kandidaat.

Hugo de Jonge en Mark Rutte tijdens een debat over het coronavirus. Het kabinet kondigde tijdens een persconferentie nieuwe coronamaatregelen aan, vanwege het oplopende aantal besmettingen.  Beeld ANP
Hugo de Jonge en Mark Rutte tijdens een debat over het coronavirus. Het kabinet kondigde tijdens een persconferentie nieuwe coronamaatregelen aan, vanwege het oplopende aantal besmettingen.Beeld ANP

De ontspanning is van korte duur. De epidemiologische situatie wordt uitzichtlozer. De geldende beperkingen worden steeds verder verzwaard tot een volledige lockdown, inclusief avondklok. Hoe langer de crisis duurt, hoe meer de optimistische inborst en politieke overtuigingen van De Jonge op de proef worden gesteld. De samenleving verhardt, het wantrouwen in de politiek neemt toe.

De kritiek op de trage vaccinatiecampagne, van Tweede Kamer én pers, richt zich op één persoon: coronaminister Hugo de Jonge. PVV-leider Geert Wilders, die al maanden vilein wijst op de tekenen van uitputting bij de minister, roept hem begin januari op af te treden. GroenLinks pleit voor een minister voor het vaccinatiebeleid.

De Jonge noemt zich in dat debat ‘de juiste man op de juiste plek’: “Weglopen, niet bereid zijn verantwoordelijkheid te nemen, de weg van de minste weerstand kiezen: dat is niet mijn manier van politiek bedrijven.”

Die woorden echoën geregeld dit najaar, als hij zich hard uitlaat over ongevaccineerden. Keer op keer wijst hij op de gedeelde verantwoordelijkheid tegenover de rest van de samenleving. Mensen die zich niet laten vaccineren, hij kan er oprecht niet bij. “Ik weet dat het zo is, ik ken ook de aarzelingen, want daar doen we eindeloos veel onderzoek naar (...). Maar als u mij vraagt: snap ik het? Dan snap ik het niet.”

Zijn kritiek heeft een hoge prijs. De woede van een luidruchtige minderheid richt zich steeds vaker op hem persoonlijk. Als Forum-Kamerleden complotten verspreiden tijdens coronadebatten, draait hij vanuit vak-K zijn rug naar hen toe. Kerst viert hij met een politiepost voor zijn deur. Zijn kinderen hebben last van zijn werk, ze worden er door klasgenoten op aangesproken.

Tijdens het coronadebat van 15 december weten alle Kamerleden dat De Jonge spoedig vertrekt. Tunahan Kuzu (Denk) stelt dat de minister ‘faliekant gefaald’ heeft en hij houdt het bij een cynisch bedankje. Veel andere Kamerleden reageren. Zo ook PVV-Kamerlid Fleur Agema, een van de felste critici van de minister: “Ik zou willen bijdragen dat de minister van VWS en ik heel fors kunnen botsen op inhoud, maar dat ik de afgelopen vijftien jaar ook geen minister heb meegemaakt die zó goed was ingevoerd in alle dossiers. Dat mag ook weleens hier aan de orde zijn geweest.” Vanuit vak-K kijkt De Jonge op, een insteekhoes met A4-tjes in zijn hand. Als bedankje knikt hij kort in haar richting.

Lees ook:

Hugo de Jonge: ‘De markt gaat het niet oplossen, dat is de les van de coronacrisis’

Minister Hugo de Jonge is behoedzamer geworden in de coronacrisis. Maar stellig is hij over de lessen ervan. De zorg in Nederland moet anders, met minder markt en meer regie.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden