null

InterviewHugo de jonge

Hugo de Jonge: ‘De markt gaat het niet oplossen, dat is de les van de coronacrisis’

Beeld Patrick Post

Minister Hugo de Jonge is behoedzamer geworden in de coronacrisis. Maar stellig is hij over de lessen ervan. De zorg in Nederland moet anders, met minder markt en meer regie.

Het is soms maar goed dat we niet alles van tevoren weten, is een gedachte die vaak door het hoofd is gegaan bij minister Hugo de Jonge. Hij vindt de fase van de coronabestrijding waarin Nederland nu zit ingewikkeld. Het kabinet moet steeds opnieuw aan de bevolking vragen om solidair te zijn en de coronamaatregelen na te leven, terwijl het zicht op een duidelijk eindpunt er nog niet is.

“Als we hadden geweten dat we een vol jaar in crisisstand zouden moeten staan, zou iedereen hebben gezegd: dat gaat niet, trekken we dat wel? Niemand heeft kunnen bevroeden dat we het zo lang zouden moeten volhouden. Ik besef heel goed hoe groot het beroep is dat het kabinet doet op het doorzettingsvermogen van ons allemaal om solidariteit te blijven betonen, nu al een jaar lang, wetende dat het eind nog niet in zicht is. En toch moeten we vragen om het nog even vol te houden.”

De toekomst van de zorg

In de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen van 17 maart belicht Trouw steeds een week lang onderwerpen die in de campagne en daarna een belangrijke rol zullen spelen. Deze week staat in het ­teken van de zorg, als slot van de serie.

Minister van volksgezondheid Hugo de Jonge (CDA) is het grootste deel van de ­coronacrisis de minister geweest die verantwoordelijk is voor de bestrijding van het ­virus. In maart nam hij die klus over van ­minister Bruno Bruins (VVD), die door oververmoeidheid was uitgevallen.

Vaak gebruikt De Jonge een oer-Hollands beeld als hij spreekt over zijn zware taak. Op het dek staan als de golven hoog gaan, noemde hij dat afgelopen zomer in een interview in deze krant. “Dat is de politieke traditie waarin ik wil staan.” Het leek wel een voorspelling van wat er in de epidemie nog zou volgen, tot op heden. De minister kreeg het vaartuig soms met moeite op koers. Al een paar keer moest hij excuses maken in het parlement. Nederland is als een van de laatste landen in Europa begonnen met vaccineren en heeft relatief veel besmettingen. In de uitvoering van het testen, het regelen van mondkapjes en organiseren van vaccineren blijkt van alles mis te kunnen gaan, net als bij de leveranties van vaccins. Dat het virus zich moeizaam laat bedwingen, roept ook vragen op of het wel alleen een uitvoeringsvraagstuk is. Of ligt het ook aan de manier waarop Nederland de zorg heeft ingericht?

Hoe staan we ervoor na een jaar. Durft u nog voorspellingen te doen?

“Het is een lastig virus om zaken mee te doen. Het houdt zich niet aan plannen van een ministerie. Het houdt zich überhaupt nergens aan. Voorspellen kan ik niet. Ik kan wel delen wat we weten.

“Zonder de nieuwe virusmutaties waren we er in maart misschien voor een flink deel van af geweest. De klassieke variant van het virus is bijna helemaal onder controle. Maar door die mutaties hebben we alsnog de strengste lockdown nodig sinds de start van de epidemie. De lockdown trekt economisch en sociaal-maatschappelijk steeds diepere sporen. Dat zie ik. Een flink deel van de samenleving lijdt onder het virus en het gevaar ervan, een nog groter deel lijdt onder de coronamaatregelen – die we nu eenmaal genoodzaakt zijn te nemen. We moeten blíjven uitleggen waaróm de beperkingen nodig zijn. Om de mensen die kwetsbaar zijn te beschermen. En dat is weer nodig om te voorkomen dat de zorg totaal overbelast raakt.”

null Beeld Patrick Post
Beeld Patrick Post

U klinkt voorzichtiger dan eerder. Geschrokken van de kritiek dat u te veel beloofde?

“Ik heb gemerkt: als je in de krant of het parlement zegt wat dénkt dat er gaat gebeuren, wordt dat meteen tot een belofte verheven waarop je afgerekend kan worden. Ik wil kunnen blijven zeggen wat ik denk. Het heeft me wel behoedzamer gemaakt: ik doe er een nog flinkere bijsluiter bij. Niet alleen het virus zelf is grillig, er spelen altijd dingen waar ik als minister geen grip op heb. We hebben in het eerste kwartaal veel ­minder vaccins geleverd gekregen dan verwacht. Je stuurt wat je kan, maar uiteindelijk heb je te doen met wat je geleverd krijgt. Ik zou dolgraag alle ouderen meteen vaccineren. Of 24 uur per dag prikken. Maar er zijn onvoldoende vaccins. En natuurlijk heb ik zelf ook fouten gemaakt. I am only ­human.

“Met die voorbehouden durf ik te zeggen: voor de herfst hebben we iedereen die dat wil, kunnen vaccineren. Op de drempel van de lente hebben we de meest kwetsbare mensen gevaccineerd, de tachtigplussers, de mensen in de verpleeghuizen en gehandicaptenzorg. En degenen die voor hén zorgen.

“Wat heel bijzonder is: er zijn signalen dat vaccineren nu al leidt tot minder coronasterfte in de verpleeghuizen en onder de oudste ouderen. Dat hebben we in elk geval bereikt, dankzij de strategie om deze groep als eerste het vaccin te geven. De volgende groepen volgen de komende tijd. Beginnend bij de zestigplussers, risicogroepen en mensen die voor hen zorgen. Zelfs als een deel van de nu toegezegde vaccins niet door zou gaan, zou er voldoende moeten zijn. Maar we moeten behoedzaam zijn. Er zijn alweer nieuwe virusvarianten. We kunnen hooguit inschatten hoe het gaat lopen, niet voorspellen.”

Behoedzaam is het woord?

“Ja”

Is Nederland tegen zijn grenzen aange­lopen, in de epidemie? Zit dat ook in de ­manier waarop de zorg is georganiseerd?

“Nederland heeft het best goed gedaan in de eerste en tweede golf. Ik zeg wel: dat is dankzij de mensen die werken in de zorg. Op een geweldige manier hebben we op hen kunnen rekenen. Daar zijn vakanties afgezegd, extra uren gedraaid, daar is over grenzen heen samengewerkt en zijn nieuwe oplossingen bedacht. Het gebeurde allemaal ondanks het zorgstelsel, dat niet bepaald uitnodigt om te gaan samenwerken of ­vernieuwen. We hebben in de crisis mogen leunen op de mensen in de zorg. In één klap heeft het virus zichtbaar gemaakt wat zij doen. Wat we eigenlijk al veel langer weten: de zorg is mensenwerk.

“Dat is een belangrijke les van de coronacrisis: de zorg is goed dankzij de mensen die er werken, en ondanks het zorgstelsel dat we hebben. Er is veel meer centrale regie nodig in de zorg. Het bijna volledig ontbreken daaraan is wel een van de meest onhandige aspecten van ons zorgstelsel. Zeker in een crisis. Dan heb ik het niet over mensen, maar over de structuren. De zorg is wel héél decentraal ingericht. Wij hechten aan autonomie, ook voor de zorgverleners zelf geldt dat in sterke mate. Op een geweldige manier is alles verdeeld in kleine eilandjes waarop zorgaanbieders zelf mogen bepalen hoe ze dachten dat de dingen zouden gaan. Prima in vredestijd, maar in oorlogstijd buiten­gewoon complex.”

U bent eigenlijk nergens de baas over?

“Ha, dat vind ik wel heel relativerend. Maar inderdaad: bij vrijwel geen enkel deel van de zorg is er een directe commandolijn. Opeens moesten we bedden eerlijk verdelen, testen regelen, mondkapjes inkopen. In al die ­zaken had het ministerie nog nooit enige rol gehad. Want zo is het stelsel niet georganiseerd. Dat brak ons op toen er opeens een ‘explosie van schaarste’ gemanaged moest worden. We hebben in de coronacrisis op ­allerlei manieren alsnog centrale regie ­moeten introduceren.”

U kon toch zeggen: het is crisis, ik neem het roer over. In plaats van dat 25 zelfstandige GGD’en vaccinatieplannen bedenken?

“Dat heb ik gedaan. Maar het heeft een hoog Genesis 1-gehalte. Gewoon zeggen ‘Er zij licht’, zoals in het scheppingsverhaal in de Bijbel. Maar zo makkelijk is het niet altijd. Formeel heeft de minister niet zulke bevoegdheden. Er ligt geen bestaande structuur waarin ik kan zeggen: ik bepaal wat er gebeurt.

“Normaal mag ik graag samen optrekken in plaats van van bovenaf te sturen. Ook in crisistijd ben ik het liefst van ‘samen’. Maar het helpt wel voor de snelheid als iemand kan zeggen: ik heb je gehoord, maar zo gaan we het toch doen. Dat er geen centrale structuur bestaat voor het testen wil niet zeggen dat je die niet uit de grond kan stampen, alsnog. Dat heb ik gedaan. Maar het is iets wat ik de zorg sowieso meer gun: iets meer power en iets minder polder. Voor de mensen met wie ik aan tafel zat was dat soms wel wennen.

“De markt kon het niet oplossen, dat is een van de lessen van de coronacrisis. Zo klein als het virus is, heeft het een reusachtig, achterliggend probleem zichtbaar gemaakt. In verschillende fases van de epidemie waren er verschillende vormen van schaarste; aan bedden, aan beschermingsmiddelen, aan testen, en nog steeds aan vaccins. Alles waar de markt in de zorg normaal in ruime mate in voorziet, functioneert niet meer door de explosie van schaarste. De markt gaat onze problemen niet oplossen. Dat is wel duidelijk geworden. De overheid is nodig om de centrale regie te voeren en de spelverdeler te zijn. Zonder regie kunnen de toegankelijkheid en de kwaliteit van de zorg in het geding komen. Dan kan dreigen dat de kwetsbaarsten achter het net vissen en wordt het ieder voor zich.”

Als de marktwerking een sta-in-de-weg is bij corona, heeft dat ook politieke gevolgen voor ná corona?

“De coronacrisis laat nu al zien wat de richting moet worden. Concurrentie is van vroeger, samenwerken is de toekomst. Minder aan het eigenbelang denken van je eigen zorginstelling en meer elkaar vinden.

“Er zijn in deze crisis fantastische vormen van regionale samenwerking ontstaan, en opnieuw zeg ik: ondanks het zorgstelsel. Verpleeghuizen die een afdeling opzetten voor coronapatiënten die uit het ziekenhuis in dezelfde regio zijn ontslagen, maar nog niet naar huis kunnen. Ziekenhuizen die personeel uitlenen aan verpleeghuizen wanneer ze roosters niet meer rond kunnen krijgen. Men is niet langer elkaars concurrent. Door de manier waarop het stelsel in elkaar stak, is samenwerking eerder wel ­nagestreefd, maar werd het te vaak met de mond beleden. In de crisis kon het opeens wel, vooral omdat mensen zich niets meer aantrokken van de bestaande barrières. We moeten samenwerking nu ook in het stelsel zélf gaan bevorderen.

“Na corona liggen er sowieso nog dezelfde vraagstukken in de zorg te wachten op een oplossing als voor de crisis. Daar zeg ik zelfs: uit de coronacrisis vallen lessen te trekken waar we ook iets aan hebben voor die volgende opgave die eraan komt, van de vergrijzing.

“Er komt de komende twintig jaar weer een ‘explosie aan schaarste’ op ons af, maar dan in slow motion. In de ouderenzorg is dat nu al zichtbaar. Als we eerlijk zijn is die schaarste ook in andere delen van de zorg al volop aan de gang. Het aantal ouderen dat beroep doet op zorg gaat verdubbelen tussen nu en 2040. Maar het is onmogelijk om het aantal mensen dat de zorg levert te verdubbelen – nu al werkt een op zeven mensen in de zorg.

“Ook daarbij zullen we de verdelende kracht van de overheid moeten willen benutten. Minder markt en meer samenwerken, een sterkere overheid, juist omdat de schaarste toeneemt. Wat ook gaat helpen is digitalisering. Ook dat heeft een enorme vlucht genomen in de coronacrisis, op de goede manier. Zodat de mensen in de zorg zich konden concentreren op het geven van zorg en aandacht.”

Dat klinkt alsof een nieuw kabinet de zorg heel anders moet gaan organiseren, los van corona.

“Er is zelfs nog een derde les. Gezondheid en preventie moeten veel meer centraal komen te staan. Veel jongere mensen die met corona op de ic belandden, hadden leefstijlgerelateerde ziekten. Maar in ons zorgstelsel wordt preventie niet vergoed, we rekenen af op behandelen van ziekte in plaats van het voorkomen ervan. Een gemeente die nu investeert in een gezonde buurt, die stookt voor de buren. De financiële voor­delen zijn voor de verzekeraar. Dat is scheef. Bevorderen van gezondheid en gezonde leefstijl moeten we tot het hart maken van de gezondheidszorg.”

Een nieuwe minister gaat binnenkort de ­coronacrisis bezweren. Of hebt u zelf belangstelling?

“Als je het nu vraagt, zeg ik: ja, ik ben ­beschikbaar. Maar ik heb er nauwelijks over na kunnen denken. Ik sta nog volop in de crisisstand, net als de mensen in de zorg, de ambtenaren op het departement, de wetenschappers bij het RIVM, de medewerkers van de GGD’en. Deze enorme klus doe ik met hart en ziel, en vaak ook met huid en haar. Het vraagt veel. Wat hierna komt, daar heb ik mezelf nog weinig ruimte voor gegund om over na te denken. Ik ga die vraag beantwoorden als hij komt.”

Lees ook de column van Jamal Ouariach:

Die arme Hugo de Jonge moet alleskunner zijn, zijn chef Mark Rutte hoeft alleen de eindverantwoordelijkheid op zich te nemen

Lees ook: Het Kieskompas: Bent u anti-migratie? Dan heeft u waarschijnlijk geen warmtepomp

Meer dan ooit raken de standpunten van politieke partijen en hun aanhang op economisch gebied verknoopt met die op cultureel gebied, zo blijkt uit het Kieskompas van 2021. Deze versterking van de ‘identiteitspolitiek’ tekent het nieuwe politieke landschap.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden