Repatriëring

Hoge Raad: Terughalen Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen is aan de politiek

8 januari 2020: het Al-Hol kamp in Syrië waar ook Nederlandse vrouwen en hun kinderen zitten. Beeld Reuters

De staat hoeft Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, niet terug te halen naar Nederland. 

De Hoge Raad bevestigde vrijdagochtend het besluit van het gerechtshof in Den Haag dat de rechter niet op de stoel van de politiek moet gaan zitten. Eind vorig jaar had de rechtbank nog geoordeeld dat de staat zich tot het uiterste moest inspannen om de kinderen naar Nederland te halen. Maar de overheid heeft ‘beleidsvrijheid’, aldus het hof in een spoedappèl, en de rechter moet zeer terughoudend zijn met ingrijpen. De Hoge Raad onderschrijft nu dit oordeel en stelt dus dat de staat Nederlandse IS-vrouwen en hun kinderen die in Noord-Syrische kampen zitten, niet terug hoeft te halen naar Nederland.

De advocaten van de 23 vrouwen en hun 56 kinderen hadden aangevoerd dat ze in de kampen onder erbarmelijke omstandigheden verkeerden en hun levens in gevaar waren. Volgens de advocaten moet de Nederlandse staat zich tot het uiterste voor hen inspannen en schendt die nu hun mensenrechten. Het hof is het daar niet mee eens: de vrouwen en kinderen bevinden zich niet op Nederlands grondgebied en dan kunnen ze zich alleen in uitzonderlijke omstandigheden beroepen op internationale mensenrechtenverdragen. Volgens het hof, en ook de Hoge Raad, zijn die omstandigheden er niet.

Kabinet: Terughalen is te riskant

De staat heeft wel een bijzondere verantwoordelijkheid om Nederlanders te repatriëren als hun veiligheid in het geding is. Maar de staat moet die verantwoordelijkheid wel afwegen tegen andere belangen. Zo vindt het kabinet het te riskant om de vrouwen en kinderen op te halen en zouden die vrouwen in Nederland weer een gevaar op zich zijn.

De rechter moet zich in deze afwegingen zeer terughoudend opstellen, vindt de Hoge Raad. Mede omdat de vrouwen uit eigen beweging naar Syrië zijn afgereisd, oordeelt de hoogste rechter dat de staat niet onrechtmatig handelt door ze niet te repatriëren.

De advocaat-generaal had in zijn advies aan de Hoge Raad nog wel geschreven de Staat per geval moet beoordelen of repatriëring een mogelijkheid is, zeker ten aanzien van de kinderen. Maar dat was niet de inzet van de door de vrouwen aangespannen zaak. In de procedure hebben zij geëist dat de hele groep vrouwen en kinderen gezamenlijk wordt teruggehaald, niet de kinderen alleen. Daarmee is volgens de advocaat-generaal de rechtmatigheid van het repatriëringsbeleid van de overheid het centrale punt van de zaak geworden en niet het beleid in individuele gevallen.

Lees ook: 

Minister erkent: Nederland kan kinderen van IS-vrouwen ook zonder ouders terughalen

De terugkeer van de uitreizigers blijft politiek een gevoelige kwestie

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden