null Beeld

ColumnBart Zuidervaart

Hoeveel aandacht verdient onfatsoen?

Toen vorige week de printers op het Binnenhof nog narookten van de 76 vernietigende pagina’s van het Kamerlid uit Enschede, stonden de eerste CDA’ers al klaar met hun commentaar. Ze benadrukten dat Pieter Omtzigt overspannen thuis zit, meldde het ochtendjournaal. Omtzigt is daardoor emotioneel. Lees: niet goed in staat om helder te denken.

Dit alles anoniem natuurlijk, dat is wel zo veilig. Wie die CDA’ers zijn, bleef onduidelijk voor de luisteraar. Wat deze mensen vinden van de inhoudelijke kritiek van Omtzigt – dat hij jarenlang binnenskamers is tegenwerkt, dat het CDA aan ideeënarmoede lijdt, zijn angst voor een ‘lege agenda’ van de partij: een raadsel.

Het was niet de eerste keer dat zogeheten ‘ingewijden’ of ‘Haagse bronnen’ Omtzigt wegzetten als labiel. Ook vlak na de verkiezingen klonken die geluiden. Het woord ‘fluistercampagne’ viel. Al die tijd is het te veel gegaan over de gemoedstoestand van het betreffende Kamerlid en te weinig over zijn alarmerende boodschap en de mogelijke oplossingen.

Anonieme bronnen gebruiken is natuurlijk niet verboden. Sterker, talloze belangrijke journalistieke onthullingen zijn (mede) te danken aan mensen van binnenuit, mensen die met de pers durfden te praten en dat alleen konden doen op basis van vertrouwelijkheid. Zonder dit soort bronnen was, bijvoorbeeld, de toeslagenaffaire nooit in deze omvang aan het licht gekomen.

Maar even vaak is het de vraag of die anonieme bronnen wel zo veel ruimte moeten krijgen. Er is een lange rij voorbeelden van politici die van achteren worden aangevallen door mensen zonder naam en gezicht. Vraag dat maar aan Zihni Özdil, die twee jaar geleden de Kamerfractie van GroenLinks moest verlaten, nadat hij zich in een interview had afgekeerd van het leenstelsel. Die breuk ging gepaard met verdachtmakingen uit de partij – anoniem natuurlijk, over zijn vermeende disfunctioneren en drankmisbruik.

Een complete messenset in de rug

Anouchka van Miltenburg kreeg er mee te maken, toen in 2013 meerdere fractievoorzitters het nodig vonden haar te diskwalificeren, wederom anoniem. Haar opvolger Khadija Arib kreeg begin dit jaar een complete messenset in haar rug gestoken. Zelf noemde Arib dat achteraf ‘de zwaarste poging tot karaktermoord’ die ze heeft meegemaakt.

Voor de helderheid: die bronnen bereiken met hun beschuldigingen ook deze krant weleens, we zijn wat dat betreft niet veel heiliger dan anderen. Toen Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk in 2014 in conflict raakten met de rest van de PvdA-fractie, wilden hun toenmalige collega’s dat tweetal via de media graag wegzetten als onmogelijke ruziemakers. En dat lukte behoorlijk. PvdA-Kamerleden, die in die regeerperiode over het algemeen slecht bereikbaar waren voor journalisten, bleken er opeens geen enkele moeite mee te hebben om over dit conflict te praten, vanzelfsprekend wel ‘in vertrouwen’.

Interim-partijvoorzitter Marnix van Rij ziet het als een van zijn opdrachten om ervoor dat zorgen dat CDA’ers weer op een fatsoenlijke manier met elkaar omgaan. “There is room for improvement”, zei hij onlangs, met gevoel voor understatement. Daar valt, gezien de gebeurtenissen van de afgelopen dagen, nog een wereld te winnen. Terwijl die partij worstelt met omgangsvormen, dringt de vraag zich op: hoeveel aandacht verdient het onfatsoen?

Bart Zuidervaart is chef van de redactie politiek. Hij schrijft wekelijks een column.

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden