ColumnLex Oomkes

Hoe we - in ideologische zin - allemaal lid werden van D66

Frits Bolkestein, de liberale leider uit de jaren negentig, stelde ooit dat de term neoliberalisme onzinnig was. Er bestond niets neo’s aan het liberalisme. Er was liberalisme en dat was het dan.

Vanuit zijn positie een begrijpelijk standpunt. Bolkestein was en is een liberaal. Dat sommigen vanuit andere ideologieën liberale principes overnamen, grofweg na de val van de muur in 1989, betekende nog niet dat ze zich neoliberalen mochten noemen.

Het neoliberalisme was ook niet de ideologie van liberalen. Voor hen was het geen nieuw inzicht dat de overheid een albedil was: een amorf iets dat de individuele mens alleen maar kon verstikken in plaats van bijdragen aan zelfontplooiing, de fundamentele opdracht van elk mens.

Die ideologie, die in de jaren negentig en de eerste vijftien jaar van de eeuw zo in de mode kwam, is eerder, gesteld in Nederlandse verhoudingen, een ‘uitvinding’ van, vooral, sociaal-democraten. In internationale verhoudingen praten we dan over de derde weg van Bill Clinton en Tony Blair. Met Wim Kok als Nederlandse equivalent.

Zo kon het dat in het neoliberalisme nog wel ruimte is voor collectieve arrangementen en mooie begrippen als solidariteit. Deze nastrevenswaardige doelen konden echter net zo goed door een kleinere, maar efficiëntere overheid verwezenlijkt worden. De markt kon daarvoor de goede aanpak leveren. In de post-industriële samenleving konden flexibelere verhoudingen en zekerheid prima samengaan.

Eigenlijk werden we allemaal, weliswaar niet betalend, maar wel in ideologische zin lid van D66. Vrijheid als uitgangspunt, maar wel een beetje beschaafd en met zorg voor de medemens.

Het is opmerkelijk in dat verband om de zelfkritiek van Coen Brummer afgelopen zaterdag in Trouw te lezen. Hij komt tot de conclusie dat de liberalen zelf gefaald hebben door hun sociale gezicht te verliezen. De tweede fundamentele crisis in het liberalisme doet zich nu voor. De eerste aan het einde van de negentiende eeuw, toen de sociale kwestie hoog opspeelde, de tweede nu, aan het begin van de 21-ste eeuw nu tegenstellingen in de samenleving zich verdiepen, ongelijkheid toeneemt. Paradoxaal genoeg, aldus Brummer, directeur van het wetenschappelijk bureau van D66, kan de geliberaliseerde overheid het liberale ideaal van daadwerkelijke vrijheid voor elke burger niet meer waarmaken.

D66 moet het sociale opnieuw uitvinden 

D66 maakt ook langzaam de draai. Tot voor kort was het, om een voorbeeld te noemen, gewoon als D66’er de lof te zingen over de geliberaliseerde arbeidsmarkt. De cao was een ouderwets ding uit de tijd dat er nog arbeiders waren en het kolenvuur ons behaaglijk warm hield. D66 heette de sociaal-liberale partij te zijn, maar het sociale moet, als we Brummer mogen geloven, wel (opnieuw) uitgevonden worden.

Het neoliberalisme zou op de terugtocht zijn. Niet alleen omdat in D66 de discussie gevoerd wordt wat sociaal-liberalisme eigenlijk inhoudt. Bij partijen ter linkerzijde van D66 is de discussie helaas tot op dit moment minder ideologisch. Weliswaar worden oude begrippen als zekerheid en solidariteit weer uit de kast gehaald, maar het ontbreekt tot nu toe aan een echt uitgewerkte visie op de groeiende tegenstellingen in de samenleving.

Het neoliberalisme bestond wel degelijk, zij het vooral bij van oudsher niet-liberalen. Ze komen er op terug nu een woning onbetaalbaar wordt en een vaste baan een luxe. Beter ten halve gekeerd...

Lex Oomkes is politiek commentator van Trouw en schrijft wekelijks een column. Lees ze hier terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden