AnalyseProtesten

Hoe het volk het afgelopen decennium massaal en overal ter wereld de straat op ging

Tunesische demonstrantenBeeld AP

De jaren tien was het decennium dat het volk de straat op ging, massaal en overal ter wereld. Én het decennium dat een nieuw slag politici opstond. Want populisten gedijen in deze tijd.

Wanneer zullen we de jaren tien laten beginnen? Op 1 januari 2010, dat kan natuurlijk, maar dat was een niet zo heel enerverende dag. Misschien is 17 december van dat jaar een beter beginpunt. De 26-jarige Mohammed Bouazizi had die ochtend zijn waar uitgestald op de markt van het Tunesische stadje Sidi Bouzid – spullen die hij de vorige dag had ingekocht en waarvoor hij zich in de schulden had gestoken. Hij stond er nog niet zo lang, een uurtje of twee, toen enkele agenten hem om zijn vergunning vroegen. Die had hij niet.

De rest is geschiedenis. Bouazizi raakte in conflict met de agenten, die hem vernederden en zijn weegschaal en handelswaar in beslag namen. Niet veel later ging hij naar het gouvernementsgebouw in de stad, overgoot zichzelf met benzine en stak zich in brand. Ruim twee weken later overleed hij aan zijn verwondingen.

Bouazizi was niet de eerste jonge Arabier die uit wanhoop tot publieke zelfverbranding overging, en hij was ook niet de laatste. Maar juist zíjn dood ontketende een publieke reactie die zijn weerga niet kende. Een golf van woede en verontwaardiging trok eerst over Tunesië, vervolgens over Egypte en daarna over de hele Arabische wereld. Protesten werden gewelddadig neergeslagen, er stapten presidenten op die al decennia in het zadel zaten (in Tunesië, Egypte en Jemen) of ze werden gedood (Libië).

Nog altijd leven we met de naweeën van deze gebeurtenis: de oorlog in Syrië is er een gevolg van. Zelfs kun je van daaruit doorredenerend stellen dat ook de territoriale opmars van een ultragewelddadige groep sektarische moslims (Islamitische Staat) die de wereld jarenlang opschrikte, samenhangt met de zelfverbranding van Mohammed Bouazizi.

Wat de dood van deze jonge marktkoopman in eerste instantie losmaakte, is het best samen te vatten met de leuzen die destijds, begin 2011, door de Arabische straten en pleinen galmden: “Wij willen brood, vrijheid, rechtvaardigheid.” De bevolking liet haar stem horen, en die stem zei: we hebben genoeg van onze corrupte, incompetente, zichzelf verrijkende, autocratische overheden. Wij willen economische ontwikkeling, een toekomst. Wij willen inspraak over wie er regeert. Wij willen een overheid die ons onze waardigheid als burger teruggeeft, die ons serieus neemt, die problemen oplost.

School verlaten

Het was dit decennium de eerste keer dat mensen zo massaal de straat op gingen, maar niet de laatste keer. Want wat misschien wel het meest kenmerkende van dit decennium is geweest, is dat de stem van het volk op zoveel plekken heeft geklonken – niet alleen in de Arabische wereld, maar ook in zuidelijker Afrika, in Latijns-Amerika en (vooral) in het Westen. Je kunt zeggen: het decennium begon bij Mohammed Bouazizi, die op jonge leeftijd noodgedwongen school moest verlaten om voor zijn (vaderloze) gezin te zorgen, en eindigt bij Greta Thunberg, die met school stopte om aandacht te vragen voor het klimaat.

Tussen hen in trok een onafzienbare reeks aan protestbewegingen aan ons voorbij. Er waren de progressieve demonstranten van Occupy (ontstaan in de VS) en de 15 Mei-beweging (in Spanje) die systeemverandering eisten in de nasleep van de economische crisis, en later de rechtse Pegida-aanhangers die de straat op gingen om hun stem te laten horen tegen de komst van vluchtelingen. De brexit-stemmer ging weliswaar de straat niet op, maar liet zijn protest tegen ‘open grenzen’ en de gevestigde politiek via een referendum horen.

Anderhalf jaar geleden waren er plotseling de Fransen in gele hesjes die in zekere zin de eisen van de Arabische demonstranten herhaalden: drijf ons niet verder de economische ellende in, zie wat er met ons gebeurt, geef ons onze waardigheid terug. En op dit moment zijn overal op de wereld protesten gaande die een dergelijke boodschap uitdragen: in Chili en Libanon, in Iran en Irak.

Hoe groot de verschillen tussen groepen ook zijn, overal is er boosheid en onvrede over het feit dat overheden (tegenwoordig ook wel ‘de elite’ genoemd) niet bereid of in staat zijn om antwoorden of oplossingen te bedenken voor de grote thema’s van onze tijd: ongelijkheid, migratie, klimaat.

Bang voor verlies 

Twee dingen vallen op: waar aan het begin van het decennium autocratische regimes onder vuur lagen, zijn de afgelopen jaren vooral democratische overheden doelwit van volkswoede. En waar dit soort demonstraties tegen de boven ons gestelden van oudsher (denk aan de jaren zestig) een podium waren voor jongeren, gaan nu ook veel ouderen de straat op.

Jongeren droegen de Arabische Lente, en jongeren eisen klimaatmaatregelen, in beide gevallen om kansen te hebben op een leefbare toekomst. Maar aan de andere kant staan – vooral in het Westen – oudere mensen op die door hun overheden juist beschermd willen worden tegen de veranderingen die onherroepelijk op komst lijken. Zij zijn vooral bang om dingen te verliezen: hun auto, hun baan, hun tradities, hun maatschappelijke positie.

Er smelten niet alleen gletsjers op Groenland, er zijn niet alleen autocraten aan de macht die de welvaart van landen leegzuigen en mensen berooid achter laten. Er is óók angst voor ‘cultureel’ verlies. Door migratie en emancipatie veranderen samenlevingen, en de verhalen die verteld worden over die samenlevingen. Van Black Lives Matter tot MeToo en de pietendiscussie in Nederland: groepen die tot voor kort buiten de macht bleven, eisten dit decennium hun plek op. Voor de groepen die van oudsher het verhaal bepaalden is dat ongemakkelijk.

Vooral zij die bang zijn voor verlies drukken dit decennium een groot stempel op de politiek. Zij geven hun stem aan politici die zeggen dat ze voor het volk spreken. Populisten gedijen in deze tijd, zo blijkt uit verkiezingsuitslagen in de democratische wereld. Van Europa tot de Verenigde Staten, van Brazilië tot India en de Filippijnen: overal zijn de afgelopen tien jaar politici en partijen opgekomen die bescherming zeggen te bieden tegen veranderingen die volgens hen helemaal niet zo onherroepelijk hoeven te zijn.

Migranten kunnen we gewoon buiten de deur houden, zeggen ze. Het klimaat zal onze tijd wel duren. De nieuwe populisten beloven dat de dingen wel degelijk zo kunnen blijven als ze zijn, sterker: dat ze weer zo goed kunnen worden als vroeger – voordat er klimaatgekkies waren, of islamitische migranten, of transgenders.

Illiberale democratie

Wat dat aangaat, begon dit decennium misschien eigenlijk al op 14 mei 2010, de dag dat Viktor Orbán voor de tweede keer premier van Hongarije werd. Hij is een politicus die zegt dat Europa zijn christelijke, witte wortels moet behouden, die een muur bouwde toen vluchtelingen via zijn land een veilige haven probeerden te vinden. En die een voorvechter is van ‘traditionele familieverbanden’ (en een tegenstander van alles wat daarvan afwijkt): Hongarije doet volgend jaar niet mee aan het Eurosongfestival omdat dat te ‘gay’ zou zijn.

Orbán is in tien jaar tijd een rolmodel geworden voor veel andere politici, in Europa en in de VS. De grootste partij van Italië, Lega, drijft op antimigratieretoriek en -beleid. Donald Trump heeft zijn hele politieke geloofwaardigheid opgehangen aan het bouwen van een muur bij de grens met Mexico.

De Hongaar heeft ook de term ‘illiberale democratie’ gemunt: een vorm van democratie die niet gestoeld is op individuele rechten en de bescherming van minderheden, maar op de wensen van de meerderheid. Nadat hij in 2010 aan de macht kwam, begon Orbán met rigoureuze hervormingen van de juridische macht en schakelde hij de onafhankelijke pers grotendeels uit.

Ook dit autocratische, anti-liberale randje aan Orbáns leiderschap is populair onder medepolitici in het Westen. Volgens veel populisten fabriceren media vooral nepnieuws, zijn rechters partijdig (of links). En moeten bepaalde groepen (met name migranten en moslims) misschien iets minder rechten krijgen om de maatschappelijk vrede te beschermen.

Zo liggen liberalisme en burgerrechten in hun eigen traditionele bolwerk, de democratie, dit decennium onder vuur. In het Westen zijn het de rechten van vluchtelingen die langzaamaan ondermijnd worden. Daarbuiten zijn het andere groepen die het moeten ontgelden. In een land als India staan de rechten van de moslimminderheid onder druk sinds de hindoe-nationalist Narendra Modi er in 2014 aan de macht kwam.

Rechten onder druk

En als je eenmaal begint, houdt het niet meer op. In Brazilië moet de inheemse bevolking in het Amazonegebied vrezen voor haar rechten nu de rechts-populistische houwdegen Jair Bolsonaro er vorig jaar tot president gekozen werd. In de Filippijnen zijn drugsverslaafden hun leven niet zeker sinds Rodrigo Duterte er de baas is en in het Turkije van president Recep Tayyip Erdogan worden aanhangers van de prediker Fethullah Gülen met duizenden tegelijk ontslagen en vervolgd.

En terwijl de democratische landen hun eigen fundamenten ondergraven, winnen autocratische en nep-democratische regimes juist aan zelfvertrouwen en weten ze maatschappelijke onvrede steeds beter in de kiem te smoren. Vladimir Poetin, inmiddels twintig (!) jaar aan de macht in Rusland, heeft alle schroom van zich afgeworpen. Niet alleen annexeerde Rusland dit decennium een substantieel deel van een ander land (de Krim in Oekraïne), Poetin intervenieerde ook in de oorlog in Syrië en is daar nu de belangrijkste man aan tafel. Oppositie in eigen land heeft hij praktisch monddood gemaakt.

Maar Poetins manoeuvres vallen in het niet bij wat er nog weer verderop in het oosten gebeurt. In China, dat het afgelopen decennium pijlsnel doorgroeide en nu de VS op de hielen zit als grootste economisch macht ter wereld, werd de ruimte voor individuele rechten en vrijheden alleen maar kleiner.

Waar Poetin in Rusland pogingen doet om het internet ‘nationaal’ te maken (en daarmee afsluitbaar, mocht de overheid daar reden toe zien), heeft Peking nu al een ijzeren digitale greep op zijn burgers. Het moment dat een Chinees geen stap meer kan verzetten zonder in de gaten gehouden te worden, is niet ver weg.

Hoe invasief de overheid al kan ingrijpen, als ze wil, blijkt wel in Xinjiang in het westen van China. Daar zitten honderdduizenden leden van de islamitische Oeigoerse minderheid vast in heropvoedingskampen, waar ze ideologisch worden bijgeschoold. Het is een ouderwetse methode die doet denken aan de Culturele Revolutie. Maar tegelijkertijd bedient de Chinese overheid zich van de nieuwste technologische snufjes (zoals gezichtsherkenning) om haar greep zo volkomen mogelijk te maken.

Emancipatiegolf

De lezer die tot hier is gekomen, vraagt zich misschien (inmiddels ongetwijfeld uitgeput) af of er de afgelopen tien jaar ook nog iets leuks gebeurd is in de wereld. Nou ja, dat is natuurlijk ook zo.

Er zijn misdadige en/of frauduleuze regimes opzij geschoven (in Ethiopië, Soedan, Algerije, Tunesië, Bolivia), er is het Klimaatakkoord in Parijs gesloten.

Hier en daar is discussie ontstaan over de macht van multinationals (de oude, maar ook de nieuwe techgiganten), en of ze bijvoorbeeld niet toch beter belasting kunnen betalen om staatskassen te spekken om zo onze sociale stelsels in leven te houden. En er is de nieuwe emancipatiegolf (van vrouwen, van transgenders, van people of colour) die óók heel kenmerkend is voor de jaren tien.

Maar terugkijkend op dit decennium zullen we over een tijdje waarschijnlijk vooral denken aan al die boze en bange mensen die de straat op gingen. Aan de politici die dachten in makkelijke oplossingen. En aan de opmars van een autoritaire manier van denken, ook of zelfs vooral in de democratische wereld.

Lees ook:

De ‘Arabische Lente’ borrelt weer, maar is dat nog wel een reden tot optimisme?

De ‘Arabische Lente’ borrelt weer, deze keer in Algerije en Soedan. Is een succesvolle revolutie mogelijk? 

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden